uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van 10 augustus 2026, waarbij de aanvraag voor leerlingenvervoer voor [persoon] voor het schooljaar 2026/2027 is afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Zij legt dat hieronder verder uit.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. De aanvraag voor leerlingenvervoer van [persoon] naar school is afgewezen, maar [persoon] is vanwege zijn beperking niet in staat om met het openbaar vervoer naar school te reizen. Verzoeker is niet in de mogelijkheid om [persoon] tijdens de reis te begeleiden.
Blijkens het e-mailbericht van 20 augustus 2026 heeft het college besloten om voorlopig leerlingenvervoer ten behoeve van [persoon] in te zetten tot het moment dat een beslissing op bezwaar is genomen. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang (meer) heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening niet (meer) aanwezig is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: