ECLI:NL:RBGEL:2026:6759

ECLI:NL:RBGEL:2026:6759

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 05/307933-25 en 02/190394-24 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verdachte heeft samen met een minderjarige jongen 30 stuks Cobra 500 voorhanden gehad. Hij wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk, conform de eis van de officier van justitie. Vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 40 uur wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05/307933-25 en 02/190394-24 (tul)

Datum uitspraak : 7 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].

Raadsman: mr. E. Yilmaz, advocaat in Lent.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 500), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander terbeschikking heeft gesteld.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van het tenlastegelegde vuurwerk. Voor de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen die in artikel 1.2.2. lid 1 van het Vuurwerkbesluit zijn genoemd (binnen het grondgebied van Nederland brengen, opslaan, vervaardigen en ter beschikking stellen) is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van het binnen het grondgebied van Nederland brengen, opslaan, vervaardigen en ter beschikking stellen van het vuurwerk. Het in vereniging voorhanden hebben van 30 stuks Cobra 500 kan wettig en overtuigend bewezen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen

Handelingen (artikel 1.2.2. lid 1 van het Vuurwerkbesluit).

Verdachte zal worden veroordeeld voor het in vereniging voorhanden hebben van 30 stuks Cobra 500. Het dossier biedt onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen, het opslaan, het vervaardigen en het ter beschikking stellen van het vuurwerk. Verdachte zal van deze handelingen partieel worden vrijgesproken.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 500), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander terbeschikking heeft gesteld.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van het overtreden van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen met de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering. Daarnaast kan aan verdachte een taakstraf worden opgelegd. Wat betreft de duur van de taakstraf is de raadsman primair van mening dat 100 uur passend is en subsidiair 120 uur.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder die is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

Verdachte is eerder veroordeeld voor straatroof en voor het overtreden van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.

De ernst van het feit

Verdachte heeft een behoorlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk voorhanden gehad. Hij is samen met een vriend vanaf zijn woonplaats naar de andere kant van het land gereden om daar vuurwerk op te halen. De politie heeft in zijn auto 30 stuks Cobra 500 gevonden. Dit is zwaar en illegaal vuurwerk dat extreem gevaarzettend is. Wanneer één Cobra ontploft, is er kans op zeer ernstig lichamelijk of zelfs dodelijk letsel. In deze zaak gaat het ook nog eens om zelfgemaakt vuurwerk, wat de risico’s verder vergroot. Daar komt nog bij dat het vuurwerk massa-explosief kan reageren. Dit betekent dat als één stuk in een partij tot ontbranding komt en explodeert, de kans bestaat dat de hele partij mee-explodeert. Als de Cobra’s tot ontploffing waren gekomen, had iedereen in een straal van 50 meter rondom de auto potentieel dodelijk letsel kunnen oplopen. Verdachte heeft al deze risico’s voor lief genomen en daarmee zichzelf en anderen in groot gevaar gebracht.

De rechtbank vindt het zorgelijk dat verdachte kennelijk vaker vuurwerk bij de medeverdachte heeft opgehaald en dat hij het vuurwerk ook voor anderen haalde. Op die manier houdt verdachte de handel in illegaal vuurwerk in stand en heeft hij ook geen controle meer over wat er met het vuurwerk gebeurt.

Rapport van Reclassering Nederland

Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld-hoog. Verdachte laat de afgelopen jaren een zorgwekkend patroon van grensoverschrijdend gedrag zien. Het sociaal netwerk van verdachte en zijn houding zijn hierbij de belangrijkste risicofactoren. Verdachte is gediagnosticeerd met ADHD en autisme. Om het recidiverisico te verlagen is aanvullende hulp voor ADHD of autisme niet noodzakelijk. Verdachte loopt in een schorsingstoezicht bij de jeugdreclassering en doet het op allerlei fronten best goed. Hij heeft gedurende het toezicht een open en meewerkende houding laten zien. Omdat verdachte toch opnieuw is gerecidiveerd is een intensiever traject nodig. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het geven van openheid in zijn sociaal netwerk. De volwassenreclassering zou toezicht moeten houden op de naleving van deze voorwaarden. Het advies is om de jongvolwassenenmethodiek (JOVO) toe te passen.

Jeugdreclassering

Ter terechtzitting heeft de jeugdreclasseerder van verdachte toegelicht dat zij het niet wenselijk vindt om het toezicht over te dragen aan Reclassering Nederland. De jeugdreclasseerder kent verdachte al langere tijd en heeft een vertrouwensband met hem opgebouwd. Er is een goede basis voor samenwerking. Het zal voor verdachte niet makkelijk zijn om contact te maken met nieuwe begeleiders.

De straf

Gelet op de zware aard en de hoeveelheid van het vuurwerk dat verdachte voorhanden heeft gehad, met alle daaraan verbonden risico’s, is een behoorlijke straf voor verdachte op zijn plaats. De rechtbank ziet in de jonge leeftijd van verdachte en de zorgen die er rondom hem zijn echter aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, zodat het toezicht en de begeleiding van verdachte door blijft lopen en er meer zicht kan komen op het sociaal netwerk van verdachte. Alles afwegend vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend. Zij zal een taakstraf opleggen van 120 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De rechtbank zal beslissen dat de jeugdreclassering toezicht blijft houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte zal blijven begeleiden. De inmiddels ontstane vertrouwensband is een goede basis voor verdere samenwerking. Het is niet in het belang van de verdachte om een nieuwe vertrouwensband met een begeleider op te bouwen. Hiermee zou kostbare tijd verloren gaan.

8. De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de zwarte iPhone 11, goednummer PL0600-2025553591-3577484, die onder verdachte in beslag is genomen, verbeurd verklaren.

De rechtbank overweegt dat de iPhone kennelijk niet aan verdachte toebehoort en dat niet kan worden vastgesteld aan wie dit voorwerp wel toebehoort. Daarom zal worden overgegaan tot verbeurdverklaring.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 02/190394-24)

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte op 16 april 2025 onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsman heeft primair bepleit dat de vordering wordt afgewezen.

Subsidiair heeft hij bepleit om de eerder vastgestelde proeftijd van één jaar te verlengen.

Toewijzing

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer;

- 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

 geeft opdracht aan de Jeugdbescherming Brabant, jeugdreclassering, om toezicht te houden op de naleving van de bovenstaande voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

beslissing over het beslag

 verklaart verbeurd de iPhone 11, goednummer PL0600-2025553591-3577484;

beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 16 april 2025 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen jeugddetentie (parketnummer 02/190394-24).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.F. Geerling
  • mr. M.G.J. Post

Griffier

  • mr. H.J. Damen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand