RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.067018.25
Datum uitspraak : 27 augustus 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1998 in [geboorteplaats] (Nicaragua),
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsman: mr. P.W. Bakkum, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 6 oktober 2022 te Doetinchem en/of Arnhem en/of en/of Den Haag, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met (zijn, verdachtes, nichtje) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van een buttplug, althans een seksspeeltje in de anus van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van de mond en/of nek en/of benen en/of dijen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het knuffelen van die [slachtoffer] en/of
- het drukken van zijn, verdachtes, (deels) naakte lichaam en/of (ontblote) penis tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of het lichaam van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, (deels) naakte lichaam en/of (ontblote) penis trekken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 6 oktober 2022 te Doetinchem en/of Arnhem en/of en/of Den Haag, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met (zijn, verdachtes, nichtje) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van een buttplug, althans een seksspeeltje in de anus van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van de mond en/of nek en/of benen en/of dijen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het knuffelen van die [slachtoffer] en/of
- het drukken van zijn, verdachtes, (deels) naakte lichaam en/of (ontblote) penis tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of het lichaam van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, (deels) naakte lichaam en/of (ontblote) penis trekken;
2
hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Doetinchem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten (zijn, verdachtes, nichtje) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong en/of vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het (laten) brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in en/of tegen de mond en/of lippen van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van de mond en/of benen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer];
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Doetinchem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten (zijn, verdachtes, nichtje) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong en/of vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het (laten) brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in en/of tegen de mond en/of lippen van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van de mond en/of benen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer].
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde feiten 1 en 2.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft bekend de ten laste gelegde gedragingen te hebben gepleegd. De raadsman heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1, primair
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], p. 24, 25;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 40, 60 t/m 63, 67, 68, 70 t/m 73, 80 en 81;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 augustus 2026.
Feit 2, primair
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 97, 99 en 100;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 137;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 40;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 augustus 2026.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Feit 1, primair
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2020 tot en met 6 oktober 2022 te Doetinchem en/of Arnhem en/of en/of Den Haag, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met (zijn, verdachtes, nichtje) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van een buttplug, althans een seksspeeltje in de anus van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of billen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van de mond en/of nek en/of benen en/of dijen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het knuffelen van die [slachtoffer] en/of
- het drukken van zijn, verdachtes, (deels) naakte lichaam en/of (ontblote) penis tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of het lichaam van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, (deels) naakte lichaam en/of (ontblote) penis trekken;
Feit 2, primair
hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Doetinchem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten (zijn, verdachtes, nichtje) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong en/of vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het (laten) brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis in en/of tegen de mond en/of lippen van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van de mond en/of benen en/of vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het (tong)zoenen van die [slachtoffer].
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, primair:
Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd
feit 2, primair:
Verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van de straf en maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel dienen te worden verbonden de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd, met uitzondering van het contact- en locatieverbod. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) gevorderd, inhoudende een contact- en locatieverbod, voor de duur van 5 jaren. Tot slot heeft de officier van justitie verzocht het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis door te laten lopen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte, afkomstig uit Nicaragua, woonde sinds zijn 15e bij zijn zus en zijn nichtje [slachtoffer] in Nederland. Vanaf zijn achttiende vervulde hij een intensief verzorgende rol voor [slachtoffer]. Toen [slachtoffer] slechts 8, bijna 9 jaar was, is verdachte begonnen met het plegen van ontuchtige handelingen bij [slachtoffer], die mede bestonden uit het seksueel binnendringen. Verdachte was ten tijde van het eerste seksuele contact 21 jaar. Deze ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden in een periode van bijna 2,5 jaar. Ook maakte verdachte zich schuldig aan het seksueel binnendringen bij [slachtoffer] toen zij 13 jaar was, wat juridisch kwalificeert als verkrachting.
Verdachte heeft hierdoor langdurig en al op jonge leeftijd de lichamelijke en seksuele integriteit van [slachtoffer] geschonden. Dit wordt niet anders wanneer de minderjarige, zoals hier het geval lijkt te zijn geweest, met de seksuele handelingen instemt. De wetgever heeft er juist voor gekozen dit soort feiten strafbaar te stellen omdat minderjarigen de impact van het handelen nog niet kunnen overzien. Het was verdachte die zich dit als volwassene had moeten realiseren en weerstand had moeten bieden aan zijn seksuele verlangens. Door toch een seksuele relatie met het slachtoffer aan te gaan, heeft hij haar belangen geschonden en dat rekent de rechtbank hem aan. De ernst van het handelen van verdachte wordt naar het oordeel van de rechtbank met name bepaald door de zeer jonge leeftijd van [slachtoffer] en de lange periode waarin het plaatsvond.
Uit het NIFP-rapport van de psycholoog van 16 juli 2026 volgt dat verdachte een gemiddeld intelligente man is met complexe psychiatrische problematiek, te weten een borderline persoonlijkheidsstoornis, hechtingsproblematiek en een gestagneerde sociale en emotionele ontwikkeling. Het tenlastegelegde wordt door de psycholoog na onderzoek gezien als situationeel seksueel misbruik met een specifiek slachtoffer, te begrijpen vanuit forse psychiatrische problematiek met fundamentele onthechting en eenzaamheid. Er zijn geen aanwijzingen voor een seksuele stoornis, zoals een seksuele interesse in minderjarige meisjes. Ook ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde was er sprake van de beschreven stoornissen. Dit beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. De psycholoog adviseert het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Verdachte weet – zeker na de eerste confrontatie door de familie en het terugsturen naar Nicaragua – dat het tenlastegelegde strafbaar is (inschattingsvermogen), maar zijn psychiatrische problematiek beperkt zijn inschattingsvermogen en ondermijnt zijn sturingsvermogen. In de wederzijdse, maar pathologische hechtingsrelatie schiet zijn remming van seksuele lust volledig tekort (sturingsvermogen), te begrijpen vanuit zijn complexe psychiatrische problematiek. Indien bewezen, is het advies een forensische klinische behandeling op te leggen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.
De reclassering schrijft in haar rapport van 6 augustus 2026 dat zij zorgen heeft over het psychosociale functioneren van verdachte. Verdachte oogt jonger en minder ontwikkeld dan op basis van zijn kalenderleeftijd zou mogen worden verwacht. Hij heeft weinig zelfvertrouwen en stelt zich afhankelijk van anderen op. De reclassering heeft zorgen over zijn emotionele onrijpheid, mogelijke hechtingsproblematiek en zijn obsessieve fixatie op het slachtoffer.
Bovendien is hij eenzaam, somber en zijn er slaap- en eetproblemen.
Nadat verdachte op 21 maart 2025 was geschorst uit de preventieve hechtenis, is hij onder toezicht van de reclassering gesteld. Als bijzondere voorwaarden werden een meldplicht, ambulante behandelverplichting en een contact- en locatieverbod opgelegd. Ogenschijnlijk werkte verdachte in eerste instantie goed mee aan alle voorwaarden. In november 2025 bleek echter dat verdachte het contactverbod had overtreden, nadat het slachtoffer contact met hem had gezocht. Daarnaast werden er ondanks zijn motivatie en wekelijkse contactmomenten onvoldoende stappen gezet binnen de behandeling, waardoor verdachte nog niet over de juiste oplossingsvaardigheden beschikt om recidive te voorkomen. Verdachte geeft aan nog veel gevoel voor het slachtoffer te hebben en denkt zich niet te kunnen beheersen op het moment dat zij contact met hem zou opnemen. Hij is op obsessieve wijze met haar bezig. Verdachte is bang dat hij binnen de huidige omstandigheden het contactverbod opnieuw zou kunnen overtreden en vraagt om meer hulp. Gelet op die ontwikkelingen heeft een wijziging van de bijzondere voorwaarden plaatsgevonden en is een klinische behandelverplichting toegevoegd. De Forensisch Psychiatrische Afdeling van GGZ Drenthe zal naar verwachting eind 2026 plek hebben om verdachte klinisch op te nemen.
De reclassering adviseert dan ook om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder klinische opname, op te leggen. Daarnaast schat de reclassering in dat verdachte bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegzakt in zijn depressie en dat zijn persoonlijkheidsontwikkeling verder wordt belemmerd. Detentieschade kan daardoor voor verdachte groter zijn dan gemiddeld.
De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog van het NIFP over en zal het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte toerekenen.
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd. De rechtbank meent echter dat naast de tijd die verdachte al in hechtenis heeft doorgebracht, in dit specifieke geval een combinatie van een hoge taakstraf met een lange voorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Daarbij is mede van belang dat verdachte na het uitvoeren van zijn taakstraf nog een langdurige klinische opname en behandeling moet ondergaan. Bij dit oordeel wegen de adviezen van de psycholoog en de reclassering, onder meer inhoudende dat verdachte zeer kwetsbaar overkomt, dat hij lijdt aan complexe psychiatrische problematiek en dat detentieschade voor hem groter zal zijn dan gemiddeld, zwaar mee. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de brief van de moeder van het slachtoffer, waaruit volgt dat vanuit de slachtofferkant niet vergelding, maar behandeling en een contact- en locatieverbod voorop staan. Tot slot heeft verdachte de feiten, ook al bij de politie, bekend en heeft hij daarmee verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.
Bij een combinatie van een onvoorwaardelijke taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf is de wettelijke maximale duur van dat voorwaardelijke celstrafdeel, in dit geval, 2 jaar. Om de ernst van de feiten te benadrukken, zal de rechtbank aansluiten bij dat wettelijk maximum en bij het bepalen van de duur van de taakstraf eveneens aansluiten bij het (voor één strafbaar feit geldende) wettelijk maximum van 240 uren.
Dat betekent dat de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 738 dagen, waarvan 720 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en met aftrek van het voorarrest (18 dagen), zal opleggen. Aan het voorwaardelijk strafdeel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd, met uitzondering van het contact- en locatieverbod (zie hierna). Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf van 240 uren op.
De rechtbank legt conform de eis van de officier van justitie en met instemming van de verdediging aan verdachte bovendien een vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr) op, inhoudende een contact- en gebiedsverbod, voor de duur van vijf jaren. Deze maatregel kan worden opgelegd ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van de maatschappij, onder wie het slachtoffer. Voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet staan 7 dagen hechtenis, waarbij de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. Dit laatste geldt voor het contact- en locatieverbod tezamen.
De rechtbank zal het geschorste bevel voorlopige hechtenis niet opheffen, zodat de schorsingsvoorwaarden in stand blijven.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 244 (oud) en 248 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 738 dagen;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
o verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
o verdachte zich laat opnemen in en behandelen door GGZ Drenthe of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en grensoverschrijdend (delict)gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
stelt als overige voorwaarden dat verdachte;
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:
o een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011 in Guatemala;
o een gebiedsverbod. Het gebiedsverbod houdt in dat verdachte zich gedurende 5 jaren niet bevindt in de plaats Doetinchem;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal (contact- en locatieverbod tezamen).
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.