ECLI:NL:RBGEL:2026:6771

ECLI:NL:RBGEL:2026:6771

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 05.006616.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Veroordeling voor verduistering in persoonlijke dienstbetrekking tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf van 240 uren.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05-006616-26

Datum uitspraak : 31 augustus 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats],

raadsvrouw: mr. E.A.M.J. Heffels, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

17 augustus 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 november 2021

tot en met 03 mei 2024 te Ede, althans in Nederland (telkens) een geldbedrag (in totaal ongeveer 428.587,11 Euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van valse sleutels en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 november 2021

tot en met 03 mei 2024 te Ede, althans in Nederland opzettelijk (telkens) een geldbedrag (in totaal ongeveer 428.587,11 Euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administratief medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde diefstal. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte op verschillende tijdstippen meermalen geld van het bedrijf heeft overgemaakt naar zijn eigen bankrekening. Verdachte heeft daarbij listige kunstgrepen toegepast.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal, nu de wezenlijke oorzaak waardoor hij kon beschikken over het geld niet bestond uit de misleiding (het opgeven van een ander rekeningnummer), maar in de persoonlijke dienstbetrekking van de verdachte en het daaraan verbonden, in hem gestelde vertrouwen. De subsidiair ten laste gelegde verduistering kan wettig en overtuigend worden bewezen, met dien verstande dat de betaling die op 3 mei 2024 is verricht niet kan worden meegerekend, omdat verdachte op 30 april 2024 zijn laatste werkdag heeft gehad bij [bedrijf].

Beoordeling door de rechtbank

Op 30 september 2024 is door [aangever] namens [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) aangifte gedaan van verduistering/diefstal gepleegd door verdachte. Verdachte was in de periode van 1 september 2021 tot en met 30 april 2024 werkzaam op de administratie van [bedrijf]. De nieuwe administrateur van [bedrijf] ontdekte dat bedragen van crediteuren van openstaande vorderingen niet waren betaald op de bankrekening van de betreffende crediteuren, maar dat deze betaald waren op een ‘[bedrijf] onbekend’ bankrekeningnummer, namelijk bankrekeningnummer [rekeningnummer]. Dit bankrekeningnummer bleek na onderzoek aan verdachte toe te behoren. Geconstateerd is dat in de periode van 9 november 2021 tot en met 3 mei 2024 in totaal 85 overboekingen hebben plaatsgevonden naar het bankrekeningnummer van verdachte met een totale waarde van

€ 428.587,11.

Ook de politie heeft onderzoek verricht naar bankrekeningnummer [rekeningnummer]. Het bankrekeningnummer bleek op naam te staan van verdachte.

De saldo- en transactiegegevens van bankrekening [rekeningnummer] op naam van [verdachte] in de periode van 6 oktober 2022 tot en met 13 juli 2025 zijn geanalyseerd. Daaruit komt naar voren dat er inkomende transacties hebben plaatsgevonden van twee bankrekeningnummers van [bedrijf] naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] met een totaalbedrag van € 343.978,01. De waarden daarvan werden vervolgens in korte tijd overgeboekt naar andere privé bankrekeningnummers van verdachte of naar een Bitvavo account. Vanaf de privé bankrekeningnummers van verdachte vonden er inkomende transacties plaats waarmee vervolgens overboekingen zijn gedaan naar diverse kansspelbedrijven.

Verdachte heeft ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij kampte met een gokverslaving en geld nodig had om te kunnen blijven gokken. In november 2021 heeft hij voor het eerst geld van [bedrijf] naar zijn eigen rekening overgemaakt en daar is hij mee gaan gokken. Verdachte was verantwoordelijk voor de administratie van [bedrijf]. Verdachte boekte de facturen in en zette de betaling klaar. In het systeem had hij zijn bankrekeningnummer toegevoegd als de bankrekening waar de betaling naar werd overgemaakt. Hij zette de betalingen klaar en besprak die met zijn leidinggevende. De leidinggevende zette vervolgens een handtekening onder de betaling en dan werd het overgemaakt naar het bankrekeningnummer van verdachte. In de administratie was niet makkelijk te zien dat verdachte het bankrekeningnummer had aangepast. Als er weken later een betalingsherinnering kwam vanuit de betreffende crediteuren, boekte verdachte de betalingen wel naar de juiste bankrekeningnummers in.

Diefstal of verduistering

Op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat verdachte binnen [bedrijf] verantwoordelijk was voor het klaarzetten van de betalingen. Verdachte maakte overzichten van de betalingen en wijzigde het rekeningnummer van de crediteuren naar zijn eigen bankrekeningnummer. Hij wist dat deze vervolgens door een leidinggevende geaccordeerd zouden worden, zonder dat daar een verdere controle op rekeningnummers plaatsvond. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat alle handelingen met betrekking tot de betalingen, op het uiteindelijk accorderen na, bij verdachte lagen. Het accorderen door de leidinggevende gebeurde geheel op basis van de informatie waarvan verdachte hem had voorzien. Verdachte kon in zijn functie als leerling administratief medewerker op deze wijze daadwerkelijk over de ten laste gelegde gelden beschikken. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van vervulling van het bestanddeel ‘onder zich hebben’ zoals bedoeld in de kwalificatie van verduistering, waarbij verdachte zich willens en wetens geld dat toebehoorde aan [bedrijf] wederrechtelijk heeft toegeëigend. Dat verdachte formeel niet de bevoegdheid had om de betalingen te accorderen doet aan het voorgaande niet af en brengt niet mee dat hij die geldbedragen ‘door misdrijf’ onder zich had.

Het verweer van de verdediging dat verdachte na 30 april 2024 geen toegang meer had tot de administratiesystemen, waardoor het op 3 mei 2024 overgemaakte bedrag van € 907,50 op het in de tenlastelegging genoemde bedrag in mindering moet worden gebracht, wordt door de rechtbank verworpen. Dat verdachte al uit dienst was wil naar het oordeel van de rechtbank niet zeggen dat hij die betaling niet al had klaargezet voor of op zijn laatste werkdag. De betaling is immers overgemaakt op de bankrekening waarvan verdachte aangeeft dat hij alle gelden van [bedrijf] op had overgemaakt.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van de primair ten laste gelegde diefstal vrijspreken. De subsidiair ten laste gelegde verduistering in de periode van 9 november 2021 tot en met 3 mei 2024 kan naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend worden bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 november 2021

tot en met 03 mei 2024 te Ede, althans in Nederland opzettelijk (telkens) een geldbedrag (in totaal ongeveer 428.587,11 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als leerling administratief medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om af te wijken van de richtlijnen en aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In plaats daarvan heeft de raadsvrouw verzocht de maximale taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan verduistering tijdens zijn werkzaamheden als leerling administratief medewerker voor [bedrijf]. Hij heeft gedurende een periode van bijna drie jaren meer dan 4 ton weggenomen van het bedrijf, om in zijn gokverslaving te voorzien. Daarbij heeft hij op geen enkele wijze oog gehad voor de (financiële) gevolgen daarvan voor het bedrijf. Door op deze manier te handelen heeft hij het bedrijf ernstig benadeeld en het door het bedrijf in hem gestelde vertrouwen op grove wijze geschonden. Dit rekent de rechtbank hem aan.

Uit het strafblad van verdachte van 23 juni 2026 blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 22 juli 2026. Daaruit volgt dat in de periode van november 2021 tot mei 2024 bij verdachte sprake was van een gokverslaving. Door gebrek aan financiële middelen zag hij zich genoodzaakt geld te verduisteren van het bedrijf waar hij werkzaam was. Tijdens deze periode zegt hij altijd overtuigd te zijn geweest van het feit dat hij het verduisterde geld kon terugwinnen en daarmee de schuld kon terugbetalen. Naar aanleiding van de brief die verdachte halverwege 2024 ontving over het civielrechtelijke onderzoek aangaande de verduistering, heeft hij open kaart moeten spelen richting zijn gezin en partner. Op dat moment heeft hij zich gemeld bij zijn huisarts om in een vrijwillig kader een verslavingsbehandeling te starten. In november 2024 werd deze behandeling positief afgesloten, zo is op te maken uit de afsluitende brief van de behandelinstelling. Tijdens die behandeling heeft hij inzicht gekregen in zijn verslaving en de achtergrond hiervan. Tevens kreeg hij handvatten om triggers te herkennen en leerde hij hier openlijk over te spreken met de mensen in zijn directe omgeving. Het feit dat zijn gezin en partner nu op de hoogte zijn van de situatie, zij hem altijd zijn blijven steunen en hij door de behandeling meer openheid kan geven over zijn emoties, ziet de reclassering als beschermende factor. Sinds die tijd zou verdachte niet meer hebben gegokt en is hij niet meer met de politie in aanraking gekomen. Verdachte heeft een nieuwe baan buiten de financiële sector. De reclassering schat het recidiverisico in als laag en adviseert een afdoening zonder oplegging van reclasseringsbemoeienis.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, maar ook naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft in de civiele procedure bekend dat hij de geldbedragen heeft verduisterd en er is een regeling getroffen om de schade te herstellen. Sinds een aantal maanden maakt hij hiertoe maandelijks een bedrag over naar het bedrijf. Een gevangenisstraf zou betekenen dat hij zijn baan verliest en hij die schuld niet verder kan afbetalen. De rechtbank is daarom van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is. Wel moet verdachte volgens de rechtbank een ferme waarschuwing krijgen in de vorm van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf. De rechtbank zal aan verdachte dan ook een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 uren vervangende hechtenis.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.M.H. Pennings
  • mr. M. Hoedeman

Griffier

  • mr. C.F. Brouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand