ECLI:NL:RBGEL:2026:6846

ECLI:NL:RBGEL:2026:6846

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer ARN 25/3448
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

DUO. Afwijzing aanvraag tegemoetkoming gemiste basisbeurs. Beroep ongegrond. Studievertraging geen reden voor toepassing hardheidsclausule.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (DUO)

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/3448

en

(gemachtigde: mr. H. Bouhuys).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming voor de gemiste basisbeurs. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een beroepsgrond aan. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat DUO de aanvraag terecht heeft afgewezen. De studievertraging die eiseres heeft opgelopen als gevolg van corona is geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming voor de gemiste basisbeurs. DUO heeft deze aanvraag met het besluit van 20 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is DUO, onder verbetering van de motivering, bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. Het leenstelsel liep van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2023. Met de herinvoering van de basisbeurs is besloten studenten die onder het leenstelsel vielen een tegemoetkoming te verstrekken. Studenten die aan de volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor een tegemoetkoming (artikel 12.30, tweede lid, van de Wet op de Studiefinanciering 2000 (Wsf 2000): degene die- in de periode 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2023 geen aanspraak kon maken op een basisbeurs door de invoering van het leenstelsel;

- in de genoemde periode minimaal 12 maanden voldeed aan de voorwaarden voor studiefinanciering, niet zijnde collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet;

- binnen de diplomatermijn een diploma behaalde dat recht geeft op omzetting van de prestatiebeurs in een gift.

Eiseres is per 1 september 2011 met een HBO bachelor gestart en is daarna overgestapt op een WO bachelor. Zij heeft op 21 oktober 2021 haar WO master behaald.

Omdat zij voor de invoering van het leenstelsel is begonnen met studeren had eiseres onder het oude studiefinancieringsstelsel recht op drie jaar prestatiebeurs met basisbeurs. Dit betrof de perioden september 2011 tot en met augustus 2013 en september 2014 tot en met augustus 2015. Met het behalen van haar WO master is dit deel van de prestatiebeurs omgezet in een gift.

Het vierde en vijfde jaar van de prestatiebeurs (september 2015 tot en met augustus 2017) heeft eiseres ontvangen onder het leenstelsel. Dit deel van de prestatiebeurs is niet omgezet in een gift omdat eiseres haar diploma heeft behaald buiten de diplomatermijn van tien jaar. Deze termijn verliep namelijk op 31 augustus 2021. Omdat de prestatiebeurs van eiseres onder het leenstelsel niet is omgezet in een gift op grond van een diploma, voldoet eiseres ook niet aan de derde voorwaarde die hierboven is genoemd.

Standpunten van partijen

4. Eiseres voert aan dat DUO bij zijn besluit geen rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden als gevolg van de corona-pandemie. Tijdens de eerste lockdown in maart 2021 was zij bezig met het schrijven van haar eerste thesis. Omdat zij door de lockdown voor langere tijd niet naar de universiteit kon gaan voor overleg met de thesisbegeleider of kon sparren met medestudenten, heeft het schrijven van deze thesis veel langer geduurd dan zonder lockdown het geval zou zijn geweest. Uiteindelijk heeft zij maar zeven weken langer gedaan over haar WO master dan de uiterlijke datum van 31 augustus 2021. De vertraging had een oorzaak die geheel buiten haar schuld lag. Daardoor heeft zij niet alleen compensatie voor het extra collegegeld gemist maar ook de tegemoetkoming voor studenten die geen basisbeurs hebben ontvangen.

DUO heeft er in het verweerschrift op gewezen dat de hardheidsclausule (artikel 11.5 van de Wsf 2000 het mogelijk maakt voor bepaalde gevallen van de wet af te wijken als er, gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen, sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard, wanneer de wet wordt toegepast. Het moet dan gaan om gevallen waarbij de uitvoering van de letterlijke tekst van de wet leidt tot een resultaat dat niet strookt met de bedoeling van de wetsbepaling. De bedoeling van de wetsbepaling is in dit geval het afbakenen van de doelgroep die in aanmerking komt voor de tegemoetkoming gemiste basisbeurs. Dat eiseres hoewel zij gestudeerd heeft onder het leenstelsel, niet in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, strookt met de bedoeling van de wetgever. Het is inherent aan het afbakenen van de doelgroep dat personen die niet aan de voorwaarden voldoen, daardoor geen recht op de tegemoetkoming hebben. DUO wil wel aannemen dat de corona-pandemie gevolgen heeft gehad voor de studievoortgang van eiseres. Maar zij was daarin niet alleen. Veel studenten hebben studievertraging opgelopen en de wetgever heeft daarvoor ook speciale voorzieningen getroffen zoals het verstrekken van een extra reisvoorziening (artikel 13.2a Wsf 2000) en een tegemoetkoming voor studenten die in de afrondende fase van hun studie zaten (artikel 13.1 Wsf 2000). De wetgever heeft dus niet gekozen voor een verlenging van de diplomatermijn. Ook om die reden is er geen aanleiding de hardheidsclausule toe te passen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde uit artikel 12.30, tweede lid, van de Wsf 2000 dat zij binnen de diplomatermijn een diploma behaalde dat recht geeft op omzetting van de prestatiebeurs in een gift. De enige mogelijkheid om alsnog in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming is toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder gevolgd kan worden in zijn conclusie dat in het geval van eiseres toepassing van de hardheidsclausule niet aan de orde is, omdat geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard bij de toepassing van de wet. Alle studenten hebben te maken gehad met de gevolgen van de corona-epidemie. Niet gebleken is dat de situatie van eiseres in belangrijke mate afweek van de andere studenten in dezelfde situatie. Bovendien heeft de wetgever in hoofdstuk 13 van de Wsf 2000 rekening gehouden met studenten die te maken hebben gehad met studievertraging door de uitbraak van COVID-19. Ook om die reden kan niet gezegd worden dat de situatie van eiseres zo bijzonder is dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd is.

De rechtbank merkt daarbij ten overvloede op dat de specifieke redenen die eiseres noemt voor de studievertraging (het niet naar de universiteit kunnen gaan voor overleg met de thesisbegeleider en het sparren met medestudenten) niet erg overtuigend zijn. In beide situaties had gekozen kunnen worden voor digitaal contact.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van mr. B. de Vries, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op .

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand