RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats [plaats]
Zaaknummer: 12298746 \ VV EXPL 26-91
Vonnis in kort geding van 4 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R. Visser van ARAG rechtsbijstand,
tegen
DE HAZESPRONG VASTGOED B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: De Hazesprong,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 juli 2026 met 5 producties;- de pleitnota van De Hazesprong met 7 producties.
De zaak is mondeling behandeld op 28 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Per exploot van 21 juli 2025 dagvaart De Hazesprong [eiser] voor deze rechtbank. Op de dagvaarding is als adres van [eiser] vermeld: [adres] te [plaats] .
Op 20 augustus 2025 wordt door de kantonrechter van deze rechtbank tussen partijen een verstekvonnis gewezen (hierna: het verstekvonnis) waarin [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van € 9.650,05 aan courtage, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Op 10 februari 2026 legt De Hazesprong executoriaal derdenbeslag op de WAO-uitkering van [eiser] .
3. Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
het beslag onder haar WAO-uitkering, en eventuele verdere beslagen die op basis van het verstekvonnis zijn gelegd, opheft;
de (verdere) tenuitvoerlegging/executie en/of/althans de uitvoerbaarverklaring van het verstekvonnis, zo mogelijk met terugwerkende kracht tot 20 augustus 2025, schorst, totdat onherroepelijk op het verzet is beslist;
De Hazesprong verbiedt het verstekvonnis (verder) ten uitvoer te leggen, op straffe
van verbeurte van een dwangsom van €250,- voor iedere dag of dagdeel dat De Hazesprong in strijd met dit verbod handelt, met een maximum van € 10.000,-;
4. De Hazesprong veroordeelt tot terugbetaling aan [eiser] van eventueel betaalde bedragen uit het beslag onder de WAO-uitkering of uit hoofde van eventuele verdere beslagen die op basis van het verstekvonnis zijn gelegd, vermeerderd met de wettelijke rente;
subsidiair:
5. De Hazesprong verbiedt het verstekvonnis (verder) ten uitvoer te leggen, voordat aan [eiser] een garantie van een in Nederland goed bekend staande bank of een vergelijkbare vorm van zekerheid is afgegeven, inhoudende een garantstelling dat aan [eiser] wordt (terug)betaald al hetgeen zij op grond van het verstekvonnis aan De Hazesprong heeft betaald, indien en voor zover in verzet wordt beslist dat dit onverschuldigd was;
meer subsidiair:
6. de voorzieningen treft die hij geraden acht;
in alle gevallen:
7. De Hazesprong veroordeelt in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met rente.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De Hazesprong heeft gesteld dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, waarbij zij De Hazesprong heeft ingeschakeld als aankoopmakelaar voor haar voormalige woning aan de [adres] te [plaats] . De Hazesprong meent uit hoofde van deze overeenkomst een vordering op haar te hebben ter hoogte van € 9.650,05 inclusief btw aan courtage. [eiser] betwist het bestaan van deze overeenkomst. Bij verstekvonnis is zij veroordeeld om onder andere voornoemd bedrag aan De Hazesprong te betalen. Zij heeft verzet ingesteld, maar De Hazesprong is niet bereid om de verzetprocedure af te wachten en is overgegaan tot tenuitvoerlegging van het verstekvonnis door executoriaal beslag te leggen op haar WAO-uitkering. [eiser] vordert opheffing van dit beslag, omdat de uitvoerbaarheid bij voorraad in het verstekvonnis niet is gemotiveerd en mede daarom nog een belangenafweging moet plaatsvinden. Die afweging valt in haar voordeel uit, omdat zij goede gronden heeft om de vordering van De Hazesprong te betwisten, zij geen mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren en zij niet meer over haar inkomen kan beschikken, waardoor schulden en betalingsachterstanden zullen gaan ontstaan.
De Hazesprong voert verweer. Zij voert aan dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten waarbij De Hazesprong voor [eiser] heeft bemiddeld en onderhandeld in verband met de aankoop van het appartement [adres] te [plaats] tegen betaling van een courtage van 10% van de koopsom, een bedrag van € 9.650,05. [eiser] laat na om dit bedrag te betalen. Naast deze schuld heeft zij er nog meer. Zij laat door het hele land een spoor van “vernieling” achter zich door facturen niet betalen, huur niet te betalen en koopwoningen niet af te nemen. Daarnaast betwist de Hazesprong dat [eiser] door het beslag op haar WAO-uitkering onvoldoende inkomen heeft om in haar levensonderhoud te voorzien; zij woont in een luxueus chalet in Zwitserland en rijdt in een dure auto. Om voornoemde redenen wil de Hazesprong de verzetprocedure niet afwachten alvorens executiemaatregelen te nemen. Zij concludeert daarom tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Vooropgesteld wordt dat De Hazesprong tijdens de mondelinge behandeling haar pleitnota met daaraan 7 producties heeft overgelegd. Als uitgangspunt geldt dat stukken die niet 24 uur vóór de mondelinge behandeling zijn ingediend, in beginsel buiten beschouwing worden gelaten (artikel 3.16 Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken van 1 juli 2025). De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling aan de gemachtigde van [eiser] gevraagd of hij bezwaar maakt tegen het alsnog overleggen van voornoemde producties. De gemachtigde heeft verklaard daar geen bezwaar tegen te hebben. De Hazesprong heeft een kopie van de pleitnota met producties overhandigd aan de griffier en de gemachtigde van [eiser] . Dat betekent dat voornoemde producties onderdeel uitmaken van het procesdossier en bij de beoordeling zijn betrokken.
De vorderingen van [eiser] strekken hoofdzakelijk tot opheffing van het ten laste van haar gelegde executoriale beslag en tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis.
Als uitgangspunt geldt dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening of een ander ingediend rechtsmiddel, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden.
Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. In het verstekvonnis is geen gemotiveerde beslissing gegeven over de uitvoerbaarheid bij voorraad. Daarom moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden. De kantonrechter moet deze afweging daarom alsnog maken. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft in beginsel buiten beschouwing, met dien verstande dat de kantonrechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.
In onderhavige situatie moet in aanmerking worden genomen dat het gaat om de executie van een verstekvonnis, een titel die niet gebaseerd is op een inhoudelijke beoordeling van de aanspraken van de executant op grond van een behoorlijk debat. [eiser] stelt onder andere dat zij zich niet heeft kunnen verweren, omdat de dagvaarding is betekend op een adres waar zij niet (meer) woonachtig is. Zij heeft dit aan de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) van de gemeente doorgegeven. Zij heeft echter geen uittreksel van de BRP overgelegd, waardoor niet gecontroleerd kan worden of daadwerkelijk voor het betekenen van de dagvaarding aan de gemeente is doorgegeven dat zij is verhuisd. In deze procedure is geen plaats voor nadere bewijslevering. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat het verstek rechtsgeldig is verleend nu deurwaarders alvorens tot dagvaarding over te gaan, de BRP raadplegen. Verder is gesteld noch gebleken dat het verstekvonnis berust op een kennelijke misslag. Dat betekent dat het aankomt op de belangenafweging.
[eiser] stelt ter onderbouwing van haar belang bij het opheffen dan wel schorsen van het executoriaal beslag op haar WAO-uitkering dat zij door het beslag getroffen is in haar eigendomsrecht. Zij moet vrijelijk over deze gelden kunnen beschikken, zeker nu zij betwist dat sprake is van een overeenkomst tussen partijen en dat de Hazesprong werkzaamheden voor haar heeft verricht. Daarnaast heeft zij door het beslag onvoldoende inkomen om te voorzien in haar levensonderhoud, waardoor betalingsachterstanden en schulden gaan ontstaan.
De Hazesprong voert aan dat haar belang is gelegen in het feit dat [eiser] door het hele land een spoor van vernieling achterlaat; facturen blijven onbetaald, verplichtingen uit huurovereenkomsten worden keer op keer niet nagekomen door de huur niet te betalen en koopovereenkomsten worden niet nagekomen door de koopwoningen niet af te nemen. Er komen steeds meer gedupeerden. Mensen moeten tegen haar worden beschermd en [eiser] tegen zichzelf. Verder betwist De Hazesprong dat [eiser] door het beslag niet in haar in levensonderhoud kan voorzien. Zij voert aan dat [eiser] met haar WAO-uitkering een woning kan kopen van € 965.000,-, een riante villa in Zwitserland bezit, een luxueuze auto rijdt met een Zwitsers kenteken en beschikt over twee Zwitserse bankrekeningen.
De kantonrechter begrijpt dat de beslaglegging onder de WAO-uitkering van [eiser] een ingrijpend middel is, maar niet aannemelijk is geworden dat de financiële positie van [eiser] daardoor zo slecht is dat zij niet meer in haar levensonderhoud kan voorzien. Ook het gestelde restitutierisico legt geen gewicht in de schaal, omdat dit door [eiser] niet is onderbouwd. Verder acht de kantonrechter van belang dat [eiser] om onbekende redenen niet is verschenen op de mondelinge behandeling, terwijl zij juist daar de mogelijkheid had om zich te verweren tegen de standpunten van De Hazesprong. Het verweer van De Hazesprong zoals weergegeven in r.o. 4.5. is (mede) om die reden niet weersproken. Daar komt bij dat in de producties van de dagvaarding in de verstekprocedure (WhatssApp)berichten zijn opgenomen tussen [eiser] en de heer [naam] , de DGA van De Hazesprong. Uit deze berichten leidt de kantonrechter af dat [eiser] de intentie heeft (gehad) om de factuur van De Hazesprong voor de courtage zonder voorwaarden of verrekeningen te betalen. Dat deze (WhatssApp)berichten op iets anders zien, is gesteld noch gebleken. Evenmin is vast komen te staan dat [eiser] voornoemde berichten naar de heer [naam] heeft gestuurd uit angst voor hem, zoals haar gemachtigde ter zitting heeft gemeld.
Het voorgaande brengt de kantonrechter tot het oordeel dat het belang van De Hazesprong bij het behoud van het beslag en de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis zwaarder weegt dan dat van [eiser] bij het schorsen van de tenuitvoerlegging daarvan. Voor het opheffen of schorsen van het beslag bestaat vooralsnog geen grond. Het voorgaande betekent ook dat de spoedeisendheid niet is gegeven. Niet vast is komen te staan dat [eiser] over onvoldoende financiële middelen beschikt om in haar levensonderhoud te voorzien. Bovendien is de door haar gestelde vrees, dat De Hazesprong de geïncasseerde gelden niet aan haar kan terugbetalen voor het geval in rechte vast komt te staan dat de gelden De Hazesprong niet toekomen, niet aannemelijk. De kantonrechter ziet dan ook geen reden om de uitkomst van de verzetprocedure niet af te kunnen wachten. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Hazesprong worden begroot op:
- verletkosten
€
50,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
194,00
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 194,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
47414 \ 693