RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-063184-26 + 05-106268-23 (tul)
Datum uitspraak : 27 augustus 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M. Mulderij-Anker, advocaat in Zwolle.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 december 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een persoon, te weten [aangever] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten van de vagina, althans de schaamstreek en/of benen van die [aangever] en/of
- het proberen te kussen op de mond van die [aangever] en/of
- het kussen van/in de wang en/of nek van die [aangever] en/of
- het knuffelen van/met die [aangever] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- misbruik te maken van het feit dat die [aangever] onder invloed was van alcohol en/of
- die [aangever] bij haar heupen vast te pakken en/of (vervolgens) mee te trekken en/of
- de sluiting van de broek van die [aangever] open te maken en/of
- die [aangever] vast te houden en/of met zijn lichaam (dicht) tegen het lichaam van die [aangever] aan te gaan staan, althans de bewegingsvrijheid van die [aangever] te beperken en/of
- meermalen, althans eenmaal de telefoon van die [aangever] af te pakken en/of
- ( terwijl hij zijn hand in de broek van die [aangever] probeerde te steken/doen) tegen die [aangever] te zeggen dat ze het fijn zou vinden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( telkens) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [aangever] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het dossier niet de tenlastegelegde gedragingen ondersteunt. Daarnaast is de verklaring van aangeefster niet betrouwbaar op de punten die niet worden ondersteund door ander bewijs.
Beoordeling door de rechtbank
Betrouwbaarheid
De rechtbank is van oordeel dat aangeefster gedetailleerd en consistent heeft verklaard. Zo heeft zij ter plaatse direct tegen de politie verklaard dat een man haar had aangerand. Hij had over haar benen gewreven en wilde haar vagina betasten. Ook had hij haar een kus op haar wang gegeven. Ze heeft meermaals gezegd dat hij weg moest gaan en moest ophouden. Op het moment dat de politie haar aantrof en tijdens het vertellen van haar verhaal was aangeefster erg emotioneel. Zij huilde en was in paniek. Zij liet de politie direct verschillende WhatsApp audioberichten en korte filmpjes zien over het incident. Over de hiervoor genoemde handelingen heeft aangeefster later in haar aangifte nogmaals verklaard. Haar verklaring wordt verder ondersteund door het geluidsfragment waarop onder andere te horen is dat aangeefster zegt: ‘Niet doen, ik wil niet dat je tussen me zit’. Aangeefster heeft op een later moment verklaard dat verdachte buiten achter haar aanliep en haar bij haar arm pakte en meetrok. Dit is blijkens de uitwerking ervan door een verbalisant, ook te zien op de camerabeelden in het dossier. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en voor het bewijs kan worden gebruikt.
De bewijsmiddelen algemeen
Op 21 december 2025 om ongeveer 04.00 uur was getuige [getuige] aan het stappen in Apeldoorn. Hij zag op de kruising van de Hoofdstraat en de Paul Krugerstraat een man en vrouw staan. Getuige zag dat de vrouw erg overstuur was. Ze was erg aan het huilen en praatte met een verhoogde stem. De vrouw zei tegen de man iets over een vriendin van haar. Hij zag dat de man de vrouw vasthield en zijn linkerarm over haar schouders heen had. Getuige zag dat de man en vrouw samen de hoek om gingen. Getuige vond de situatie tussen de man en vrouw erg vreemd en liep met zijn fiets in de hand richting de man en vrouw. Hij zag dat de vrouw nog steeds erg emotioneel was en nog steeds huilde. Getuige bleef even kijken en het leek alsof de man de vrouw op haar plek hield. Hij hoorde de man zeggen: ‘Kom met mij mee naar huis, kom met mij mee naar huis.’ Vervolgens hoorde getuige de vrouw zeggen: ‘Nee, ik ken je niet’. Getuige heeft toen 112 gebeld.
Om 04.30 uur kwam de politie ter plaatse aan de Vossemanstraat in Apeldoorn. Daar troffen ze een jonge vrouw aan die erg emotioneel was. Ze huilde en was paniek. Dit betrof aangeefster [aangever] (hierna: aangeefster). Verbalisant heeft haar in de politieauto laten plaatsnemen en toen vertelde ze dat ze was aangerand. De man had over haar been gewreven en wilde haar bij haar vagina betasten. Ook had hij een kus op haar wang gegeven. Ze had meermaals tegen hem gezegd dat hij weg moest gaan en moest ophouden. Aangeefster liet aan de verbalisant onder andere verschillende korte filmpjes zien. Verbalisant hoorde duidelijk op de filmpjes dat aangeefster in paniek was en meermaals zei dat hij moest stoppen en van haar af moest blijven. Na overleg heeft de verbalisant besloten dat zij op dat moment geen aangifte zouden opnemen, omdat aangeefster onder invloed was.
Een dag later is er aangifte gedaan en heeft aangeefster verklaard dat zij op 21 december 2025 was uitgegaan in Apeldoorn. Om 04.00 uur stonden ze voor [cafe] . Haar vriendin is met een paar jongens meegegaan en aangeefster bleef alleen achter. Er kwam toen een man naar aangeefster toe. De man pakte aangeefster direct bij haar heupen vast en trok haar stevig mee. Op enig moment probeerde hij haar broek uit te trekken. Haar broek had een soort schuifopening en deze kreeg hij uiteindelijk open. Aangeefster zei duidelijk en schreeuwde dat ze dit niet wilde en dat hij moest stoppen. Hij stopte wel, maar ging daarna opnieuw verder. Aangeefster kon haar broek snel weer sluiten. Aangeefster zei meerdere keren ‘Raak mij niet aan’. Ondertussen probeerde de man haar te kussen. Het is hem meerdere keren gelukt om haar te kussen op haar wang en in haar nek. Hij probeerde haar ook op haar mond te kussen. Aangeefster draaide haar hoofd weg. Tijdens dit alles hield hij haar vast, waardoor ze niet weg kon komen. Aangeefster probeerde een bekende te bellen, maar hij pakte haar telefoon af. Toen aangeefster zei dat hij haar telefoon terug moest geven, deed hij dit. Enkele seconden later pakte hij haar telefoon weer af. De man probeerde met zijn handen in haar broek te komen. Hij voelde aan de buitenkant van haar broek ter hoogte van haar vagina en ging met zijn hand over haar vagina heen. Hij zat ook aan haar benen. Dit probeerde hij herhaaldelijk. Aangeefster bleef zeggen dat ze dit niet wilde en maakte dit ook duidelijk. Ondertussen begon aangeefster te huilen. Ze was erg angstig. Op een gegeven moment kwam de politie en toen stopte hij direct. Ze heeft ook een geluidsopname gemaakt, waarop duidelijk te horen is dat ze aangaf dat ze het niet wilde.
Een verbalisant heeft dit geluidsfragment beluisterd en de bijbehorende beelden bekeken. De verbalisant ziet het gezicht van aangeefster en hoort haar het volgende zeggen: ‘'Niet doen, ik wil niet dat je tussen me zit’ en ‘Niet doen, gewoon daardoor’. Vervolgens hoort de verbalisant haar iets zeggen wat niet goed verstaanbaar is. Daarna hoort de politie haar zeggen: ‘Niet doen alsjeblieft’. Daarop hoort de politie een mannenstem antwoorden met ‘Tamam, Tamam’. De verbalisant weet uit eigen kennis van de Turkse taal dat tamam ‘oké’ betekent. Ondertussen hoort en ziet de verbalisant aangeefster verdrietig doorgaan met zeggen: ‘Niet doen. Ik wil naar huis, niet aanraken alsjeblieft, nee’. Nu hoort en ziet verbalisant dat de aangeefster aan het huilen is.
Er zijn ook camerabeelden van de Krugerstraat. Deze heeft de verbalisant uitgekeken en beschreven. Op de camerabeelden ziet verbalisant als datum en tijd 21 december 2025 en 04.06 uur staan. Onderin beeld ziet verbalisant een man en aangeefster in de richting van de Vosselmanstraat lopen. De man is aan het bellen en heeft met zijn rechterhand de linkerhand van aangeefster vast. Ter hoogte van kinderopvang [bedrijf] ziet verbalisant aangeefster en de man stoppen. Verbalisant ziet dat de man vooroverbuigt in de richting van aangeefster. Hij staat tegen haar aan en probeert met zijn gezicht bij het gezicht van aangeefster te komen. Verbalisant ziet dat aangeefster haar linkerhand voor haar hoofd houdt en naar beneden kijkt. Verbalisant ziet dat de man haar knuffelt. Vervolgens lopen de man en aangeefster door. De man probeert aangeefster met zijn rechterhand naar links te trekken. Verbalisant ziet dat aangeefster zichzelf terugtrekt naar rechts. Vervolgens probeert de man aangeefster wederom naar links te trekken, waarop de aangeefster zichzelf weer een beetje naar rechts trekt en dan staan ze beiden weer stil ter hoogte van de kinderopvang. Hier ziet verbalisant dat verdachte vooroverbogen staat richting aangeefster en dat aangeefster naar de ander kant leunt. Verbalisant ziet dat aangeefster de man rustig van zich afduwt en tegenover hem probeert te staan. De man komt wederom dicht tegen aangeefster aan staan. Verbalisant ziet dat zijn lichaam tegen het lichaam van aangeefster staat. Na ongeveer 10 seconden lopen ze beiden weer verder.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de man op de hiervoor genoemde beelden is. Verder heeft verdachte verklaard dat zij die avond beiden alcohol hadden gedronken.
Conclusie
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank allereerst vast dat verdachte de man is die op het geluidsfragment te horen is en die ‘tamam’ zegt terwijl een deel van de door aangeefster bedoelde gebeurtenissen zich voordeed. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte de vagina van aangeefster heeft betast door op die plek over haar broek te wrijven, dat hij haar heeft geprobeerd te kussen, haar wang en nek heeft gekust en haar heeft geknuffeld. De rechtbank merkt dit aan als seksuele handelingen.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetaanranding. Er is sprake van gekwalificeerde opzetaanranding als er seksuele handelingen worden verricht met een persoon en de dader weet dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt en deze opzetaanranding is voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging. Bij opzetaanranding dient dus sprake te zijn van een ontbrekende wil. Wetenschap hiervan kan onder meer worden afgeleid uit het gedrag van de ander, in situaties waarin iemand seksuele handelingen bij een ander verricht terwijl die ander met een duidelijk ‘nee’, ‘ik wil dit niet’, ‘niet doen, ophouden’ of met andere woorden van gelijke strekking heeft aangegeven dat zijn of haar wil met betrekking tot die seksuele handelingen ontbreekt. Uit de aangifte en de beschrijving van het geluidsfragment met bijbehorende beelden volgt dat aangeefster meermalen heeft aangegeven dat ze het niet wilde en dat verdachte moest stoppen. Verdachte wist dan ook dat bij aangeefster de wil ten aanzien van de hierboven genoemde seksuele handelingen ontbrak en toch ging verdachte door. Daarnaast zijn deze handelingen voorafgegaan door en vergezeld van dwang, onder meer door haar bewegingsvrijheid te beperken (meetrekken/vastpakken/vasthouden en dicht tegen haar aan te staan), terwijl aangeefster onder invloed van alcohol was. Al de in de tenlastelegging genoemde handelingen tezamen maken naar het oordeel van de rechtbank dat er zodanige druk op aangeefster is uitgeoefend dat zij daardoor in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad om een vrije keuze te maken in het zich door verdachte laten betasten, kussen en knuffelen.
De rechtbank acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 21 december 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, met een persoon, te weten [aangever] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten van de vagina, althans de schaamstreek en/of benen van die [aangever] en/of
- het proberen te kussen op de mond van die [aangever] en/of
- het kussen van/in de wang en/of nek van die [aangever] en/of
- het knuffelen van/met die [aangever] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- misbruik te maken van het feit dat die [aangever] onder invloed was van alcohol en/of
- die [aangever] bij haar heupen vast te pakken en/of (vervolgens) mee te trekken en/of
- de sluiting van de broek van die [aangever] open te maken en/of
- die [aangever] vast te houden en/of met zijn lichaam (dicht) tegen het lichaam van die [aangever] aan te gaan staan, althans de bewegingsvrijheid van die [aangever] te beperken en/of
- meermalen, althans eenmaal de telefoon van die [aangever] af te pakken en/of
- ( terwijl hij zijn hand in de broek van die [aangever] probeerde te steken/doen) tegen die [aangever] te zeggen dat ze het fijn zou vinden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( telkens) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [aangever] en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [aangever] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
gekwalificeerde opzetaanranding
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij een bewezenverklaring een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Indien de rechtbank dat onvoldoende vindt, dan kan daarnaast nog een onvoorwaardelijke taakstraf worden opgelegd. Daar heeft verdachte ook tijd voor en dit helpt hem misschien bij een terugkeer op de arbeidsmarkt.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde opzetaanranding. Verdachte is na het uitgaan in Apeldoorn bij een willekeurige vrouw, het slachtoffer, gaan lopen die op dat moment onder invloed was en alleen achterbleef, omdat haar vriendin wegging. Het slachtoffer was op dat moment kwetsbaar en daar heeft verdachte misbruik van gemaakt door tegen haar wil haar met broek bedekte vagina te betasten, haar te kussen en te knuffelen. Het slachtoffer heeft meermalen aangegeven dat ze dit niet wilde en toch bleef verdachte doorgaan. Gelukkig slaagde het slachtoffer erin de schuifopening van haar broek snel weer dicht te doen nadat verdachte deze had geopend. Het is aan een oplettende burger te danken dat de situatie is gestopt. Deze burger heeft namelijk de politie gebeld, omdat hij de situatie niet vertrouwde. Pas toen de politie ter plaatse kwam, is verdachte gestopt. Dit soort gedragingen vormen een aantasting van de lichamelijke integriteit en het veiligheidsgevoel van het slachtoffer. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat deze gebeurtenis grote impact heeft gehad op het slachtoffer. Zo weet ze nog steeds niet goed hoe ze met de situatie om moet gaan en is ze in gesprek met de praktijkondersteuner van de huisarts en Slachtofferhulp. Daarnaast heeft ze een tijd slaapmedicatie gebruikt, omdat ze niet kon slapen en dagenlang wakker bleef uit angst voor nachtmerries.
Uit de juridische documentatie van 18 juni 2026 blijkt dat verdachte op 24 oktober 2023 is veroordeeld vanwege brandstichting. Er is toen een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar aan hem opgelegd.
Uit het reclasseringsadvies van 31 juli 2026 blijkt dat verdachte als adolescent is gevlucht voor de oorlog in Syrië, waardoor hij mogelijk traumatiserende ervaringen heeft opgelopen. Hij heeft hulp gevraagd voor zijn psychosociale problematiek via de huisarts. De reclassering is van mening dat de vrijwillige hulp toereikend is en dat een interventie in een justitieel kader niet vereist is. Het recidiverisico wordt ingeschat als matig-hoog. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen.
De ernst van het feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden passend en geboden. Een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf acht de rechtbank gelet op de ernst van het feit niet passend.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat kan worden aangesloten bij de categorie ‘Aanranding / (c) Tamelijk ernstig’ uit de Rotterdamse Schaal. Dan is een bedrag van € 500,- passend.
Overweging van de rechtbank
Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek biedt grondslagen voor vergoeding van immateriële schade. Een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is één van de grondslagen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde gekwalificeerde opzetaanranding op andere wijze in de persoon is aangetast. Dat is als zodanig ook niet door de verdediging betwist. Verdachte heeft de benadeelde gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan, in het holst van de nacht, terwijl de benadeelde zich in een kwetsbare positie (alleen, onder invloed van alcohol) bevond. Ook na herhaaldelijk duidelijk maken dat zij de seksuele handelingen niet wilde, ging verdachte door. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat dat deze gebeurtenis grote impact heeft gehad op benadeelde. Verwezen wordt naar hetgeen daarover bij de strafmotivering is opgenomen. De aard en ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan brengen in dit geval mee dat voor de benadeelde sprake is van een persoonsaantasting. De daaruit voortvloeiende schade komt dan ook door vergoeding door verdachte in aanmerking.
Bij het bepalen van de hoogte van dat bedrag heeft de rechtbank onder andere acht geslagen op de Rotterdamse Schaal. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar de bedragen die worden toegewezen in geval van ‘aanranding’ (paragraaf 15.3) en sluit daarbij aan bij de categorie ‘(b) Ernstig’. In dit geval is sprake geweest van een opzetaanranding voorafgegaan en vergezeld van dwang, waarbij verdachte de met broek bedekte vagina van benadeelde heeft betast, haar heeft gekust en heeft geknuffeld. Alles afwegende acht de rechtbank een bedrag van € 2.000,- billijk. Zij stelt de immateriële schadevergoeding op dat bedrag vast. Verdachte is hierover de wettelijke rente verschuldigd vanaf 21 december 2025.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-106268-23)
De rechtbank heeft verdachte op 24 oktober 2023 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
De officier van justitie vordert de gedeeltelijke tenuitvoerlegging, namelijk 3 maanden gevangenisstraf, van die straf.
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de proeftijd met een jaar te verlengen.
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Verdachte had nog een forse voorwaardelijke gevangenisstraf boven zijn hoofd hangen en heeft er desondanks voor gekozen om onderhavig strafbaar feit te plegen. De rechtbank acht het dan ook passend om een deel van de voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer te leggen. Alles afwegende zal de rechtbank bevelen dat 3 maanden gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd.
10. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f en 241 van het Wetboek van Strafrecht.
11. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden;
beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de op 23 oktober 2023 door de rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 3 maanden gevangenisstraf (05-106268-23);
Benadeelde partij [aangever]