ECLI:NL:RBGEL:2026:6962

ECLI:NL:RBGEL:2026:6962

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 31-07-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer K/5004/11973181
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Nijmegen

Samenvatting

Huur woonruimte. Overlast. Huurder is niet in staat zelfstandig te wonen. Dit lijkt te lang op zijn beloop gelaten. Toewijzing ontbinding en ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Nijmegen

Zaaknummer: 11973181 \ CV EXPL 25-3257

Vonnis van 31 juli 2026

in de zaak van

STICHTING WOONWAARTS,

te Nijmegen,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonwaarts,

gemachtigde: mr. J.G. van Heertum,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 maart 2026

- de brieven van 4, 18 en 25 juni 2026 van de zijde van Woonwaarts met producties

- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Woonwaarts is met ingang van 3 mei 2021 een huurovereenkomst met [gedaagde] aangegaan betreffende de woning aan het adres van [adres] in Nijmegen (hierna: het gehuurde) tegen een huurprijs van laatstelijk € 670,59 per maand. Deze huurovereenkomst is in eerste instantie voor de duur van twee jaar aangegaan. De aanleiding daarvoor was dat [gedaagde] eerder zelfstandig woonde met begeleiding, maar er toen sprake was van vervuiling van zijn woning, sociaal isolement en zorgmijding.

In de huurovereenkomst zijn onder meer de volgende bijzondere bepalingen opgenomen:

- overweging 4:

“Als na verloop van tijd, maar binnen de periode van 2 jaar, blijkt, dat huurder in staat is om zelfstandig te kunnen wonen zal deze huurovereenkomst tussen Woonwaarts en huurder worden omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. In dat kader zal tevens beoordeeld worden of huurder nog een aanvullende (lichtere) vorm van begeleiding nodig heeft, die betrokkene dan ook verplicht is te accepteren.”

- artikel 6.2.1:

“Huurder heeft ambulante zorg van zorgpartij [instelling 1] gedurende de gehele periode van deze huurovereenkomst.”

- artikel 6.2.2:

“Huurder verklaart de begeleiding te accepteren en zich te houden aan de aanwijzingen van de zorgpartij.”

- artikel 6.2.3:

“Huurder verklaart bij problemen rondom bewoning akkoord te gaan met het uitwisselen van informatie tussen Woonwaarts en de betrokken zorgpartij.”

- artikel 7.7:

“U veroorzaakt geen overlast. U bent allen aansprakelijk voor overlast van huisgenoten, bezoekers en huisdieren. (…)”

- artikel 7.8:

“Huurder dient de woning/vloeren dusdanig te bekleden en in te richten dat hij geen overlast aan omwonenden veroorzaakt.”

Verder zijn er tussen partijen nog aanvullende voorwaarden overeengekomen die behoren bij de huurovereenkomst voor bepaalde tijd om in aanmerking te komen voor een voortzetting van de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze voorwaarden zijn deels een herhaling van wat hiervoor onder 2.2. is weergegeven en hebben verder betrekking op het zich onthouden van gedragingen die schade aanbrengen aan het gehuurde en overige ruimtes en het netjes houden van de binnenkant en de buitenzijde.

Op deze huurovereenkomst zijn voor het overige algemene voorwaarden van toepassing, waaronder de volgende:

- artikel 6.3.

“Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.”

- artikel 6.8.“Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten of door derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.”

Tussen partijen heeft op 3 februari 2023 een evaluatie plaatsgevonden met betrekking tot omzetting van de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Bij brief van 13 februari 2023 heeft Woonwaarts aan [gedaagde] bericht dat besproken is hoe het zelfstandig wonen is gegaan, dat er geen meldingen van overlast zijn ontvangen en dat de huurovereenkomst dan ook wordt voortgezet met dien verstande dat [gedaagde] de begeleiding van [instelling 1] blijft houden.

[gedaagde] ontvangt verschillende vormen van hulpverlening, onder andere vanuit [instelling 1] en [instelling 2] . Verder is [gedaagde] diverse keren opgenomen geweest voor zijn (alcohol)verslaving. Woonwaarts heeft [gedaagde] in augustus 2025 aangemeld bij het Regieteam in Nijmegen.

Producties 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 betreffen (reacties op) meldingen van overlast die omwonenden hebben ervaren door toedoen van [gedaagde] over de periode juni tot medio juli 2023. Het gaat daarbij om geschreeuw, woede, huilen, lawaai, harde muziek en wietlucht. In de meldingen komt vaak terug dat de melders het met [gedaagde] te doen hebben, dat zij zien dat hij niet op zichzelf kan wonen, waarbij ook de vraag gesteld wordt of [gedaagde] wel de juiste begeleiding krijgt en het van belang gevonden wordt dat er een betere en meer beschermde plek voor hem gezocht wordt. Verder blijkt uit de meldingen dat de politie er vaker bij te pas moet komen.

Woonwaarts is op 2 juni 2026 bij [gedaagde] op huisbezoek geweest en heeft afspraken met hem gemaakt.

Woonwaarts heeft op 17 juli 2023 een 5 pagina’s tellende overeenkomst vrijwillige woongedrag aanwijzing met [gedaagde] gesloten, waarin voorwaarden zijn gesteld waar [gedaagde] zich aan dient te houden bij gebreke waarvan sprake kan zijn van ontbinding van de huurovereenkomst en/of ontruiming van het gehuurde met de aantekening dat het na een ontruiming gedurende een periode van 3 jaar niet mogelijk is een corporatiewoning te huren. De voorwaarden zien op:

- geen overlast op welke manier dan ook,

- geen geluidsoverlast,

- passende maatregelen tegen overlast van muziek, zoals het dragen van een koptelefoon en sluiten van ramen en deuren,

- geen onnodig geluid tussen 22.00 uur en 8.00 uur,

- netjes houden van zijn woning zowel binnen als buiten,

- geen overlast op welke manier dan ook door (overmatige) gebruik van alcohol of drugs, waaronder ook geuroverlast,

- een goede en nette houding richting buren en ervoor zorg te dragen dat hij op een nette manier aanspreekbaar blijft voor buren.

Als aanvullende voorwaarden/ afspraken zijn verder nog overeengekomen dat [gedaagde] de medewerkers van [instelling 1] toelaat in de woning, aanwijzingen van [instelling 1] en/of andere hulpverlenende partijen opvolgt, zich houdt aan de afspraken die in het behandel/begeleidingsplan staan, in contact blijft met medewerkers van [instelling 1] of andere zorgpartijen, ook als het niet goed gaat met hem, meewerkt aan evaluatiegesprekken wanneer Woonwaarts of [instelling 1] dat nodig acht, akkoord gaat met een andere vorm van hulpverlening indien Woonwaarts of [instelling 1] dat nodig acht, zich constructief en welwillend opstelt in contacten met omwonenden, medewerkers van Woonwaarts, zorgpartijen en politie.

Productie 15 betreft een overlastmelding van 28 juni 2024.

Productie 16 tot en met 19 betreffen overlastmeldingen over de maand september 2024.

Naar aanleiding van de meldingen die dateren uit 2024 is [instelling 1] met [instelling 2] op huisbezoek geweest en is er meer hulpverlening ingezet.

Producties 20 tot en met 28 betreffen overlastmeldingen over eind juli 2025 waarin ook gewezen wordt op mogelijk psychotisch gedrag, productie 31 bevat door omwonenden op verzoek van Woonwaarts ingevulde overlastformulieren en productie 32 is een overlastmelding waarin opgemerkt wordt dat de recente gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nog dreigender en ingrijpender waren dan de vorige keren waarbij gewezen wordt op geschreeuw in de straat, vernielingen, betreden van voortuinen en voortdurende betrokkenheid van politie, hulpverlening en Woonwaarts.

Woonwaarts is op 31 juli 2025 bij [gedaagde] op huisbezoek geweest en heeft hem vervolgens schriftelijk bevestigd dat hij dient te stoppen met het veroorzaken van overlast bij gebreke waarvan nadere juridische stappen ondernomen zullen worden. Ook de politie en hulpverlening hebben op 31 juli 2025 een bezoek aan de woning gebracht dat geleid heeft tot een directe opname van [gedaagde] in een kliniek waar hij tot 20 augustus 2025 opgenomen is geweest.

Woonwaarts is op 26 augustus 2025 met [instelling 2] en [instelling 1] op huisbezoek geweest bij [gedaagde] naar aanleiding van gemelde geluidsoverlast in de nacht van 24 op 25 augustus 2025. In de brief ter bevestiging van dat bezoek heeft Woonwaarts opgetekend dat [gedaagde] tijdens zijn opname in de kliniek op 18 augustus 2025 naar Woonwaarts heeft gebeld om te laten weten dat hij binnenkort naar huis mocht en een afspraak wilde maken voor een huisbezoek die vervolgens is gemaakt voor 2 september 2025. De afspraak is vervolgens vervroegd vanwege de overlastmelding. Verder is in de brief bevestigd dat [gedaagde] heeft getekend voor een aanmelding bij het Regieteam van de gemeente Nijmegen en dat Woonwaarts hem gaat aanmelden en dat zijn casus met alle betrokken partijen zal worden besproken zodat er meer regie op zijn situatie komt en in gezamenlijkheid gekeken kan worden wat er nodig is om hem te helpen.

Producties 36 tot en met 43 en 45 tot en met 48 hebben betrekking op meldingen van overlast in september er oktober 2025, waarin een beeld geschetst wordt van overlast die alsmaar verder toeneemt.

De gemachtigde van Woonwaarts heeft [gedaagde] op 1 september 2025 aangeschreven en aangekondigd dat er een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning gestart zal worden.

Productie 50 betreft een waarschuwingsbrief van de gemeente Nijmegen van 3 november 2025, waarin de burgemeester van Nijmegen schrijft dat hij van de politie informatie heeft ontvangen waaruit blijkt dat er vanuit de huurwoning van [gedaagde] overlast wordt veroorzaakt voor de omgeving en de bewoners en dat hij Woonwaarts dringend verzoekt haar verantwoordelijkheid als verhuurder te nemen en, indien mogelijk, civielrechtelijke actie te ondernemen tegen de door de bewoner van deze huurwoning gepleegde handelingen met aantekening dat hij bestuurlijke maatregelen kan nemen op het moment dat er in de betreffende woning opnieuw soortgelijke feiten worden gepleegd.

Producties 51 betreft een melding van overlast van november 2025.

De casemanager van het regieteam heeft op 20 maart 2026 de volgende informatie over [gedaagde] aan Woonwaarts verstrekt:“Meneer [gedaagde] is bij het Regieteam in beeld gekomen door een aanmelding vanuit woningbouwcoöperatie Woonwaarts in verband met overlastgevend gedrag waaronder geluidsoverlast en agressief gedrag richting omwonenden. Regieteam heeft een analyse gemaakt over meneer waarin beschreven staat hoe het met meneer gaat op alle leefgebieden en waar hij ondersteuning nodig heeft.

Uit de analyse blijkt dat meneer in een niet-helpend patroon zit: Hij is snel overvraagd en ervaart door externe omstandigheden snel stress en spanning. Door de stress en spanning gaat meneer overmatig overgeven (rumineren). Meneer drinkt alcohol en rookt marihuana om met deze stress en spanning om te gaan. Door alcoholgebruik wordt meneer agressief en laat hij overlastgevend gedrag zien, wat grote impact heeft op zijn omgeving.

Vanuit betrokkenen wordt gezien dat meneer baat heeft bij nabijheid en structuur omdat hij dan minder overvraagd wordt en bij stress en spanning nauw begeleid kan worden. Dit om te voorkomen dat hij ongezonde coping gebruikt met alle mogelijke gevolgen. Betrokkenen om meneer heen zien een Beschermde woonplek als passend om meneer deze nabijheid en structuur te bieden. Het Regieteam onderschrijft de visie van betrokkenen dat Beschermd Wonen het meest passend is voor meneer.”

Producties 54 tot en met 56, 58 en 59 betreffen meldingen van overlast over juni 2026 waarin onder meer ook wordt opgemerkt dat het er op lijkt dat [gedaagde] zichzelf te veel moet aanpassen en op zijn tenen moet lopen om hier te kunnen wonen, wat voor hem niet vol te houden is en waardoor het telkens weer escaleert en uitmondt in overlast.

3. Het geschil

Woonwaarts vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met nevenvorderingen.

Woonwaarts legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten door structurele en ernstige overlast te bezorgen aan omwonenden. Er zijn legio meldingen van omwonenden die over een langere periode klagen. De klachten zijn consistent, structureel en inhoudelijk vergelijkbaar. Zij gaan inmiddels aan de overlast onderdoor en de maat is voor hen echt vol. Daarbij wijst zij erop dat zij hem kans op kans heeft gegeven, maar [gedaagde] blijft overlast veroorzaken aan zijn woonomgeving. Zij heeft er alles aan gedaan om de overlast te beëindigen, maar zonder resultaat. De tekortkomingen van [gedaagde] rechtvaardigen volgens Woonwaarts de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Zij dient de wettelijke taak om bij te dragen aan de leefbaarheid van haar woningen of ten behoeve van huurders. Optreden tegen overlast hoort daarbij. Zij dient bovendien op te treden tegen overlast veroorzaakt door haar huurders aangezien zij huurgenot aan omwonenden, tevens huurders, dient te verschaffen. Als verhuurder is zij wettelijk verplicht om zich in te spannen een einde te maken aan de overlast die omwonenden ervaren.

[gedaagde] voert verweer. Hij beseft dat het door hem tentoongespreide gedrag onacceptabel was. Een gedragsaanwijzing is, zoals ook in de contacten met regieteam, [instelling 1] en Sterker naar voren is gekomen, de oplossing. Hij heeft zich de afgelopen periode goed gedragen. Woonwaarts zou kunnen besluiten geen executoriale maatregelen te nemen, zolang hij zich als goed huurder blijft gedragen en zich aan de op te maken gedragsaanwijzing blijft houden.

4. De beoordeling

[gedaagde] erkent dat hij overlastgevend gedrag tentoon heeft gespreid. Hij verzoekt om een laatste kans. Daarop is namens Woonwaarts ter zitting verklaard dat de onderhavige huurovereenkomst, die aanvankelijk voor bepaalde duur was aangegaan, al een laatste kans was die aan hem is gegeven.

[gedaagde] kon niet bij de zitting aanwezig zijn, omdat hij vanaf 25 juni 2026 is opgenomen in een GGZ kliniek in het kader waarvan hij wordt ingesteld op gepaste medicatie. Zijn afwezigheid is ondervangen met een telefoongesprek tijdens de zitting in het bijzijn van partijen. In dat gesprek heeft hij onder meer verklaard, dat de aanklacht tegen hem op zichzelf wel terecht is en voornamelijk met zijn buurvrouw te maken heeft. Het gaat naar zijn zeggen één keer per jaar goed mis met hem. Verder heeft hij aangegeven dat hij in de 28 jaar dat hij in behandeling is nog nooit een goede behandeling heeft gehad, maar dat hij sinds kort zijn rust vindt. Hij krijgt nu ritalin en is sinds negen maanden van alcohol en cocaïne af.

Gelet op het omvangrijke overlastdossier dat is overgelegd en dat ook laat zien dat de omwonenden zich betrokken hebben opgesteld ter zake van het welzijn van [gedaagde] , staat vast dat [gedaagde] onaanvaardbare overlast heeft veroorzaakt voor zijn omgeving. Woonwaarts heeft daarover ter zitting opgemerkt dat hij dat niet expres doet, maar dat het voor haar nu klaar is omdat zijn woonbelang niet langer kan prevaleren. Met een ontruimingstitel gaat zij met de hulpverlening wel kijken of er een beschermd wonen plek voor hem voorhanden is. Op vragen van de kantonrechter waarom dat zo lang heeft moeten duren omdat al lange tijd duidelijk is dat er sprake is van stevige overlast, heeft Woonwaarts verklaard dat de gemeente pas actief wordt bij dreigende ontruiming. Verder heeft zij opgemerkt dat vanuit de begeleiding gezocht wordt naar alternatieven, waarbij gedacht moet worden aan een begeleid wonen traject, en dat [gedaagde] zich daar wel voor open heeft gesteld.

De kantonrechter spreekt zijn verbazing uit over het feit dat alle betrokken partijen in deze zaak, te weten Woonwaarts, hulpverlening, de gemeente en het regieteam niet in staat zijn gebleken voortvarend te handelen ter voorkoming van escalatie en continuering van overlast. Al in een vroeg stadium hebben omwonenden bij Woonwaarts aan de bel getrokken en aangegeven dat zij het [gedaagde] zouden gunnen zelfstandig (met enige begeleiding) te wonen maar dat het hem gewoonweg niet lukt. Niettemin heeft het tot begin september 2025 moeten duren vooraleer [gedaagde] door Woonwaarts bij het regieteam is aangemeld, dat vervolgens pas op 20 maart 2026 met een analyse is gekomen die onderstreept wat de buurtbewoners al vrij vlot in de gaten hadden, namelijk dat [gedaagde] meer begeleiding in de vorm van een beschermd wonen plek nodig heeft. Bevreemdend is daarbij dat de burgemeester op 3 november 2025 een waarschuwingsbrief over de gang van zaken naar Woonwaarts heeft gestuurd, terwijl de gemeente onderdeel is van het regieteam dat uiteindelijk de noodzaak van beschermd wonen heeft vastgesteld. Al die tijd tot aan heden is voorbijgegaan, kennelijk zonder dat er door alle betrokken instanties een passende plek voor [gedaagde] is (gezocht en) gevonden. Klaarblijkelijk, zo heeft Woonwaarts verklaard, is daar een ontruimingstitel voor nodig. Dit is, voor alle betrokkenen, een onwenselijke gang van zaken.

Gelet echter op het feit dat genoegzaam duidelijk is geworden dat [gedaagde] ondanks zijn goede voornemens niet in staat is (gebleken) zich te houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst zich als goed huurder te gedragen en daarmee het belang van omwonenden op een ongestoord woongenot schaadt, is er sprake van een tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gelet op alle feiten en omstandigheden staat ook de ‘tenzij-bepaling’ niet aan toewijzing in de weg. De gevorderde ontbinding wordt op grond daarvan toegewezen, met dien verstande dat de termijn voor ontruiming op vier weken na betekening van het vonnis wordt gesteld om Woonwaarts en hulpverlenende partijen in staat te stellen [gedaagde] een passende woonplek aan te bieden. De gevorderde betaling tot aan ontruiming wordt eveneens toegewezen.

De gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad wordt toegewezen, nu [gedaagde] daartegen ook geen verweer heeft gevoerd.

Gelet op de aard van geschil en het geschetste verloop daarvan ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres van [adres] Nijmegen,

veroordeelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonwaarts zijn, de sleutels af te geven aan Woonwaarts, en de woning ter vrije en algehele beschikking te stellen van Woonwaarts,

veroordeelt [gedaagde] aan Woonwaarts te betalen een bedrag van € 670,59 per maand (en eventueel te verhogen met de jaarlijkse huurverhoging) voor elke ingegane maand dat [gedaagde] in de woning aan de van [adres] Nijmegen verblijft tot het moment van ontruiming daarvan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat het bedrag opeisbaar is geworden tot aan de dag van de volledige voldoening,

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.

548

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand