ECLI:NL:RBGEL:2026:7016

ECLI:NL:RBGEL:2026:7016

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 0509911223
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen waarbij verdachte opzettelijk zijn bedrijf, rechtspersoon, heeft gebruikt. First offender, overschrijding redelijke termijn. Oplegging 9 maanden gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.099112.23

Datum uitspraak : 8 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. W.K. Cheng, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met

3 februari 2023,

te [woonplaats] , gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte,

(telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , dan wel met een ander, althans alleen

(van) een geldbedrag van € 109.440,= (periode september 2022 t/m januari 2023)

(sub a)

(telkens) de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld en/of

(telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat geldbedrag was en/of

(sub b)

(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of

gebruik gemaakt

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal wordt vrijgesproken. Er is geen bewijs van een concrete overdracht van contant geld aan verdachte. Niet is vast te stellen dat verdachte

€ 109.440,- of een deel daarvan contant heeft ontvangen. Gelet hierop kan niet worden bewezen dat verdachte dit bedrag heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft omgezet of heeft overgedragen. De facturen die [bedrijf 1] B.V. giraal heeft betaald aan [bedrijf 2] B.V. zien op daadwerkelijk verrichte werkzaamheden. [medeverdachte] leverde daarvoor wekelijks een ploeg van vier steigerbouwers. De planning van deze werkzaamheden was terug te vinden in de agenda van verdachte. Het Openbaar Ministerie heeft hiernaar echter geen verificatieonderzoek gedaan. Dat het bedrijf van [medeverdachte] op papier geen werknemers in loondienst had, was bij verdachte niet bekend en betekent niet dat het bedrijf geen arbeidskrachten heeft kunnen leveren. Verdachte had geen weet van [medeverdachte] vermeende drugsactiviteiten. Bewijs dat verdachte opzet had op witwassen ontbreekt. Van een hierop gerichte nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] was geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte is sinds 2011 (indirect) directeur en enig bestuurder van [bedrijf 1] B.V. (verder [bedrijf 1] ). Verder blijkt uit informatie van de Kamer van Koophandel dat medeverdachte [medeverdachte] (verder [medeverdachte] ) vanaf 28 januari 2021 (indirect) enig bestuurder en aandeelhouder is van [bedrijf 2] B.V. (verder [bedrijf 2] ).

bankoverschrijvingen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2]

Vast staat dat in de periode van 16 september 2022 tot en met 13 januari 2023 13 bankoverschrijvingen hebben plaatsgevonden van rekening van [bedrijf 1] naar rekening van [bedrijf 2] voor een totaalbedrag van € 109.440,-. Daarbij ging het steeds om bedragen van € 6.080,- of een veelvoud daarvan met als omschrijving telkens een factuurnummer. Uit de boekhouding van [bedrijf 2] met betrekking tot [bedrijf 1] over 2022 blijkt dat eenzelfde totaalbedrag is verantwoord aan verkoopfacturen van steeds € 6.080,-.

facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1]

Op een onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon vond de politie onder meer emailberichten tussen [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] [verdachte] . Daarbij waren in totaal 7 facturen bijgevoegd, gesteld op naam van [bedrijf 2] en gericht aan [bedrijf 1] met factuurdata tussen 1 november 2022 en 31 december 2022, een gefactureerd bedrag van in totaal € 72.960,- en bedragen van (veelvouden) van € 6.080,- per week, steeds voor werkzaamheden beschreven als ‘160 uren Montageuren diverse projecten week (xx) 2022’. Het ging om de weken 37 tot en met 48 van 2022. De factuurnummers en factuurbedragen komen overeen met (7 van) de 13 aangetroffen bankoverschrijvingen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] .

(loon)administratie [bedrijf 2]

Volgens informatie van de Belastingdienst had [bedrijf 2] geen mensen in loondienst. Ook uit de financiële administratie van [bedrijf 2] blijkt niet dat het bedrijf personeel in dienst had.

berichten Exclu-account van [medeverdachte]

Tussen het Exclu-account [account 1] , waarvan [medeverdachte] is geïdentificeerd als de gebruiker, en de onbekend gebleven gebruiker van het Exclu-account met nummer [account 2] zijn de volgende berichten uitgewisseld op 13 september 2022:

[account 1] Maar denk dat ik deze winter de zon ga opzoeken ipv op de bouw staan haha

Heb een bedrijf die ik rekeningdn kan sturen met stapel cash erbij dan stort hij het naar mij. Mask mn uren wel op papier [smiley]

[account 2] Dat heb ik ook Hahaha

[account 1] Iedere week factuurtje van 6k. Aangenomen werk. Haha

WhatsApp-gesprekken tussen [medeverdachte] en verdachte

Op een onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon zijn de volgende WhatsApp-gesprekken aangetroffen:

20-7-2021 [medeverdachte] kun je deze week een factuur sturen van 2500 en volgende maand ook. Dan kan ik je de rest daarna zo geven. Is dat oké?

23-7-2021 verdachte Hoe moet ik dat werkt dan noemen

27-7-2021 verdachte Laai effen weten hoe ik het allemaal moet nummer voor de factuur

29-8-2022 verdachte kunnen we morgen afspreken

29-8-2022 [medeverdachte] Ja is goed, kom morgenavond [...]

30-8-2022 [medeverdachte] [adres] ; Bus staat voor pand; Ben 20:00 daar

30-8-2022 verdachte lk ben er

30-8-2022 [medeverdachte] Oké, kom eraan; 5 min

30-8-2022 verdachte Er zat een briefje van 50 te weinig in

30-8-2022 [medeverdachte] Oké dan krijg ie die nog van me […] Neem ik volgende week mee

30-8-2022 verdachte OK

13-9-2022 [medeverdachte] [adres] Doetinchem

13-9-2022 verdachte Ok

13-9-2022 verdachte Het klopt als een bus.

13-9-2022 [medeverdachte] Toppie

12-10-2022 verdachte kunnen we alweer functioneringsgesprekken inplannen

22-10-2022 verdachte Hoe gaat het even functioneringsgesprekken inplannen

7-12-2022 [medeverdachte] [adres]

8-12-2022 verdachte Goedemorgen er staat nu 100 te weinig in

12-1-2023 [medeverdachte] [adres]

12-1-2023 verdachte Het klopt [duimpje]

12-1-2023 [medeverdachte] [duimpje]

Telkens na deze Whatsapp-gesprekken zijn op de volgende data onder vermelding van de volgende factuurnummers de volgende bedragen overgemaakt:

16 september 2022: FAC-NR.220137, € 6.080,00; FAC-NR.220139, € 6.080,00;

FAC-NR.220141, € 6.080,00; FAC-NR.220136, € 6.080,00;

FAC-NR.220138, € 6.080,00; FAC-NR.2201140, € 6.080,00;

8 november 2022: FAC-NR.220147 € 12.160,00; FAC-NR.220146, € 18.240,00;

9 december 2022: FAC-NR.220150, € 12.160,00;

23 december 2022: FAC-NR.220151, € 12.160,00;

13 januari 2023: FAC-NR.220159, € 6.080,00; FAC-NR.220158, € 6.080,00 en

FAC-NR.220160, € 6.080,00.

getapt telefoongesprek 22 december 2022 tussen [medeverdachte] en verdachte

verdachte […] En kan je die jongens nog beetje aan het werk houden volgende week of niet? Volgende week zijn wij gesloten he. Een Weekje dicht. En week erop ook nog een beetje. Dan doen wij niet zoveel. Dus.

[medeverdachte] Ik had er al rekening mee gehouden […] Twee weken.

verdachte Ja, als er niet zoveel gebeurt dan is het een beetje raar dat er dan bij die ander wel wat gebeurt, als je begrijpt wat ik bedoel he?

[medeverdachte] Jaaa, Nee, daar gaan wij helemaal niet aan beginnen. […]

verdachte Het mooiste is als ik er iedere week een (1) heb.

[medeverdachte] Ja, ik zal er wel gewoon voor zorgen dat het per week gaat. (...)

verdachte Ja. Het mooiste is dat ik het iedere week krijg, als je begrijpt wat ik bedoel.

[medeverdachte] Ja, dat kunnen wij vanaf januari effe anders doen [...]

verdachte […] dan valt het het minste op, als je begrijpt wat ik bedoel

Bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt dat [medeverdachte] bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4205) onder meer veroordeeld is voor medeplegen van de productie en handel in harddrugs in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 3 februari 2023.

Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in harddrugs grote, vaak contante, geldbedragen worden verdiend.

Uit de berichten van 13 september 2022 via Exclu tussen [medeverdachte] en gebruiker [account 2] blijkt dat [medeverdachte] ‘op papier zijn uren maakt’ door naar een bedrijf iedere week een factuur van ‘6K’ te sturen (wat kennelijk naar de rechtbank begrijpt staat voor (afgerond) € 6.000,00) voor ‘aangenomen werk’, vergezeld van een stapel cash. Daaruit en uit de in dat gesprek toevoegde smiley en woorden ‘haha’ ‘haha’ en ‘hahaha’, volgt dat dit een schijnconstructie is. Daarbij is kennelijk de opzet om de indruk te wekken dat er gefactureerd en op basis daarvan betaald wordt voor verricht werk. Dat werk is echter enkel ‘op papier’ - en dus in werkelijkheid niet -uitgevoerd. In werkelijkheid wordt contant verstrekt geld giraal terugbetaald. De herkomst van het aldus overgemaakte geld wordt op deze wijze verborgen en verhuld.

Uit onderzoek naar de boekhouding van [bedrijf 2] en de telefoon van [medeverdachte] blijkt dat er ook daadwerkelijk met grote regelmaat facturen van ongeveer € 6.000,- (€ 6.080,-) werden verstuurd naar het bedrijf van verdachte, [bedrijf 1] , en dat over de periode van 16 september 2022 tot en met 13 januari 2023 een totaalbedrag van € 109.440,- in veelvouden van

€ 6.080,-, is overgemaakt van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] , waarbij verwezen wordt naar (deze) facturen.

Uit de Whatsapp-gesprekken blijkt dat er in die periode tussen [medeverdachte] en verdachte meerdere ontmoetingen plaatsvonden. De berichten van verdachte “Er zat een briefje van 50 te weinig in”, “Er staat nu 100 te weinig in” en “Het klopt als een bus”, bevestigen dat hem daarbij contant geld werd betaald. De stelling van de verdediging dat deze berichten anders moeten worden uitgelegd, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk geworden.

De vragen van verdachte aan [medeverdachte] : “Hoe moet ik dat werkt dan noemen” en “Laat effen weten hoe ik het allemaal moet nummer [de rechtbank begrijpt dat kennelijk bedoeld is “noemen”] voor de factuur” bevestigen opnieuw dat de facturen niet op daadwerkelijk werk waren gebaseerd en dat er moest worden overlegd wat er in moest komen te staan. Normaal gesproken vermeldt een factuur een korte beschrijving van of verwijzing naar het daadwerkelijk uitgevoerde werk. De door verdachte gestelde vragen passen daar niet bij. Ook de omstandigheid dat [bedrijf 1] aansluitend op de ontmoetingen tussen verdachte en [medeverdachte] bedragen overmaakte naar [bedrijf 2] bevestigen dat de schijnconstructie weergegeven in het Exclu-gesprek van 13 september 2022, daadwerkelijk werd uitgevoerd. De inhoud van het telefoongesprek van 22 december 2022 waarin verdachte kort gezegd aan [medeverdachte] vraagt om per week te factureren, “dan valt het het minste op, als je begrijpt wat ik bedoel” en zegt “ja als er niet zoveel gebeurt dan is het een beetje raar dat er dan bij die ander wel wat gebeurt, als je begrijpt wat ik bedoel?”, bevestigen dat de wijze van factureren niet overeenkomt met de werkelijkheid en dat dit niet mag opvallen.

Dat aan de bankoverschrijvingen niet de in de facturen genoemde werkzaamheden ten grondslag liggen, volgt voorts uit de omvang van de in de facturen genoemde uren, 160 uur per week. [medeverdachte] heeft al die uren niet in zijn eentje kunnen maken. Er zijn geen aanwijzingen dat [bedrijf 2] personeel in dienst had en in de administratie van [bedrijf 2] is niet verantwoord dat er zelfstandigen of onderaannemers zijn ingehuurd in een omvang die correspondeert met het gefactureerde werk.

De stelling van verdachte dat aan de facturen wel degelijk verrichte werkzaamheden ten grondslag liggen is op geen enkele wijze onderbouwd of aannemelijk geworden. Duidelijkheid over waaruit de werkzaamheden concreet bestonden, door welke personen deze zijn verricht en voor welke projecten, heeft verdachte niet gegeven. Bij zijn verhoren heeft verdachte aangegeven dat de planning van deze werkzaamheden is terug te vinden in zijn agenda die bij hem thuis op kantoor lag. Toen de politie hierop aanbod zijn agenda op te halen voor onderzoek - aangezien verdachte op dat moment vastzat - gaf hij hiervoor geen toestemming. Bij hierop volgende doorzoeking van zijn woning en kantoor is zijn agenda niet aangetroffen, noch zijn computer met administratie van het bedrijf. Ook later in de procedure heeft verdachte de agenda niet overhandigd. Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat de facturen zagen op fictieve werkzaamheden en dus valselijk waren opgesteld en dat verdachte dit wist.

Op grond van de bewijsmiddelen, bezien in onderlinge samenhang, concludeert de rechtbank dat verdachte doelbewust heeft meegewerkt aan een constructie waarbij hij telkens contant geld kreeg van [medeverdachte] van in totaal ten minste € 109.440,-, om dit geld via zijn bedrijf [bedrijf 1] giraal terug te boeken naar [bedrijf 2] met verwijzing naar valse facturen. (Mede) door de opbrengsten uit de handel in harddrugs kon [medeverdachte] beschikken over grote bedragen contant crimineel geld. Gelet op deze schijnconstructie en de omvang van het hierbij betrokken geld, kan het niet anders dan dat verdachte wist dat het contante geld dat hij van [medeverdachte] kreeg en giraal terugboekte, tenminste gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf. Niet valt in te zien waarom en dus ook onaannemelijk is dat in deze schijnconstructie legale inkomsten betrokken waren. Dat verdachte op de hoogte was van de criminele herkomst van de geldbedragen volgt ook uit zijn gesprek met [medeverdachte] waarin hij zegt dat die op andere wijze moet factureren “om het minder op te laten vallen”.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met deze constructie telkens in vereniging met [medeverdachte] opzettelijk de werkelijke aard en herkomst heeft verborgen en verhuld van het bedrag van € 109.440,- en heeft verhuld en verborgen wie daarvan de rechthebbende was en dat hij dit geld heeft overgedragen en omgezet, terwijl hij en [medeverdachte] wisten dat het geld geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf. Gezien de frequentie waarmee en de periode waarin deze handelingen plaatsvonden, acht de rechtbank voorts bewezen dat verdachte van dit plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met

3 februari 2023,

te [woonplaats] , gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte,

(telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , dan wel met een ander, althans alleen

(van) een geldbedrag van totaal € 109.440,- (periode september 2022 t/m januari 2023)

(sub a)

(telkens) de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld en/of

(telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat geldbedrag was en/of

(sub b)

(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of

gebruik gemaakt

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van gewoontewitwassen

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 maanden met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

Bij (gedeeltelijke) bewezenverklaring heeft de raadsman verzocht te volstaan met een taakstraf en eventueel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij heeft daarbij gewezen op de leeftijd van de zaak en de overschreden redelijke termijn. Ook is verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit en de gevolgen voor zijn onderneming bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich samen met de mededader schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen in de periode september 2022 tot en met januari 2023. Verdachte kreeg van de mededader telkens contant crimineel geld met valse facturen voor fictieve werkzaamheden voor zijn bedrijf, die hij vanaf rekening van zijn bedrijf giraal terugbetaalde aan het bedrijf van de mededader. Via deze schijnconstructie kon de mededader ogenschijnlijk legaal over het criminele geld beschikken. Het witgewassen bedrag bedraagt meer dan een ton.

Door crimineel geld in het legale betalingsverkeer te brengen, heeft verdachte meegewerkt aan verhulling van criminele activiteiten en inkomsten daaruit. Dit werkt crimineel gedrag in de hand, omdat daarmee de indruk kan worden gewekt dat het illegaal verwerven van inkomsten loont. Ook vormt witwassen een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het heeft een ontwrichtend effect op het financiële stelsel. Verder wordt door witwassen de Staat, en daarmee ook de samenleving, benadeeld, omdat over die (criminele) inkomsten geen belasting wordt betaald.

Verdachte heeft zich niet bekommerd om de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor de maatschappij. Strafverzwarend vindt de rechtbank dat verdachte bij het witwassen opzettelijk en stelselmatig zijn bedrijf, een rechtspersoon, heeft gebruikt om ontdekking te voorkomen.

Gelet op de ernst en de duur van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, past alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Deze straf beoogt niet alleen te voorkomen dat verdachte opnieuw een dergelijk feit pleegt, maar is er ook op gericht anderen ervan te weerhouden mee te werken aan dergelijke schijnconstructies.

Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Uit zijn strafblad blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit, zodat de rechtbank uitgaat van een “first offender”. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de toepasselijke LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting.

Alles afwegend, acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden in beginsel passend.

De rechtbank constateert dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is op 11 april 2023 voor het eerst gehoord en in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn van twee jaar als bedoeld in artikel 6 EVRM gaan lopen. Op het moment van de uitspraak is deze termijn met ruim één jaar en vier maanden verstreken. Deze overschrijding is niet aan de verdediging toe te rekenen. De rechtbank zal deze overschrijding verdisconteren in de straftoemeting en komt daarmee tot een lagere straf. De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.H.S. Duinkerke
  • mr. E.H.T. Rademaker
  • mr. T. Kok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand