RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.104619.23
Datum uitspraak : 8 september 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte bedrijf] B.V.,
gevestigd aan [adres] in [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door haar (indirect) directeur/enig bestuurder [verdachte] .
Raadsman: mr. W.K. Cheng, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met
3 februari 2023,
te [vestigingsplaats] , gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,
immers heeft hij, verdachte,
(telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , dan wel met een ander, althans alleen
(van) een geldbedrag van € 109.440,= (periode september 2022 t/m januari 2023)
(sub a)
(telkens) de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld en/of
(telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat geldbedrag was en/of
(sub b)
(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of
gebruik gemaakt
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte bedrijf] B.V. (verder: [bedrijf 1] ) zich in vereniging met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. [verdachte] gaf leiding aan de witwashandelingen. Als ultimate benificial owner (UBO) en feitelijk leidinggevende van [bedrijf 1] kon hij bepalen dat de valse facturen binnen de administratie van het bedrijf werden opgenomen en dat deze via rekening van het bedrijf werden betaald. Dit maakt dat de witwashandelingen van [verdachte] ook aan [bedrijf 1] kunnen worden toegerekend.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat [bedrijf 1] integraal moet worden vrijgesproken. Tegenover de facturen stonden daadwerkelijk geleverde arbeidskrachten. De facturen werden giraal betaald en regulier verwerkt. Niet kan worden bewezen dat [verdachte] dan wel een ander die binnen [bedrijf 1] handelde valse facturen aanvaardde, crimineel geld ontving dan wel omzette, wetenschap had van een criminele herkomst of opzet had op witwassen.
Beoordeling door de rechtbank
[verdachte] is sinds 2011 (indirect) directeur van [bedrijf 1] en alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder. Hij voert mede de administratie van het bedrijf, keurt betalingen goed en verricht zelf ook betalingen. [bedrijf 1] huurt via andere bedrijven arbeidskrachten in voor projecten.
Uit informatie van de Kamer van Koophandel blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] (verder: [medeverdachte] ) vanaf 28 januari 2021 (indirect) enige bestuurder en aandeelhouder is van [bedrijf 2] B.V. (verder [bedrijf 2] ).
bankoverschrijvingen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2]
Vast staat dat in de periode van 16 september 2022 tot en met 13 januari 2023 13 bankoverschrijvingen hebben plaatsgevonden van rekening van [bedrijf 1] naar rekening van [bedrijf 2] voor een totaalbedrag van € 109.440,-. Daarbij ging het steeds om bedragen van € 6.080,- of een veelvoud daarvan met als omschrijving telkens een factuurnummer. Uit de boekhouding van [bedrijf 2] met betrekking tot [bedrijf 1] over 2022 blijkt dat eenzelfde totaalbedrag is verantwoord aan verkoopfacturen van steeds € 6.080,-.
facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1]
Op een onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon vond de politie onder meer emailberichten tussen [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] [verdachte] . Daarbij waren in totaal 7 facturen bijgevoegd, gesteld op naam van [bedrijf 2] en gericht aan [bedrijf 1] met factuurdata tussen 1 november 2022 en 31 december 2022, een gefactureerd bedrag van in totaal € 72.960,- en bedragen van (veelvouden) van € 6.080,- per week, steeds voor werkzaamheden beschreven als ‘160 uren Montageuren diverse projecten week (xx) 2022’. Het ging om de weken 37 tot en met 48 van 2022. De factuurnummers en factuurbedragen komen overeen met (7 van) de 13 aangetroffen bankoverschrijvingen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] .
(loon)administratie [bedrijf 2]
Volgens informatie van de Belastingdienst had [bedrijf 2] geen mensen in loondienst. Ook uit de financiële administratie van [bedrijf 2] blijkt niet dat het bedrijf personeel in dienst had.
berichten Exclu-account van [medeverdachte]
Tussen het Exclu-account [account 1] , waarvan [medeverdachte] is geïdentificeerd als de gebruiker, en de onbekend gebleven gebruiker van het Exclu-account met nummer [account 2] zijn de volgende berichten uitgewisseld op 13 september 2022:
[account 1] Maar denk dat ik deze winter de zon ga opzoeken ipv op de bouw staan haha
Heb een bedrijf die ik rekeningdn kan sturen met stapel cash erbij dan stort hij het naar mij. Mask mn uren wel op papier [smiley]
[account 2] Dat heb ik ook Hahaha
[account 1] Iedere week factuurtje van 6k. Aangenomen werk. Haha
WhatsApp-gesprekken tussen [medeverdachte] en [verdachte]
Op een onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon zijn de volgende WhatsApp-gesprekken aangetroffen:
20-7-2021 [medeverdachte] kun je deze week een factuur sturen van 2500 en volgende maand ook. Dan kan ik je de rest daarna zo geven. Is dat oké?
23-7-2021 [verdachte] Hoe moet ik dat werkt dan noemen
27-7-2021 [verdachte] Laai effen weten hoe ik het allemaal moet nummer voor de factuur
29-8-2022 [verdachte] kunnen we morgen afspreken
29-8-2022 [medeverdachte] Ja is goed, kom morgenavond [...]
30-8-2022 [medeverdachte] [adres] ; Bus staat voor pand; Ben 20:00 daar
30-8-2022 [verdachte] lk ben er
30-8-2022 [medeverdachte] Oké, kom eraan; 5 min
30-8-2022 [verdachte] Er zat een briefje van 50 te weinig in
30-8-2022 [medeverdachte] Oké dan krijg ie die nog van me […] Neem ik volgende week mee
30-8-2022 [verdachte] OK
13-9-2022 [medeverdachte] [adres] Doetinchem
13-9-2022 [verdachte] Ok
13-9-2022 [verdachte] Het klopt als een bus.
13-9-2022 [verdachte] Toppie
12-10-2022 [verdachte] kunnen we alweer functioneringsgesprekken inplannen
22-10-2022 [verdachte] Hoe gaat het even functioneringsgesprekken inplannen
7-12-2022 [medeverdachte] [adres]
8-12-2022 [verdachte] Goedemorgen er staat nu 100 te weinig in
12-1-2023 [medeverdachte] [adres]
12-1-2023 [verdachte] Het klopt [duimpje]
12-1-2023 [medeverdachte] [duimpje]
Telkens na deze Whatsapp-gesprekken zijn op de volgende data onder vermelding van de volgende factuurnummers de volgende bedragen overgemaakt:
16 september 2022: FAC-NR.220137, € 6.080,00; FAC-NR.220139, € 6.080,00;
FAC-NR.220141, € 6.080,00; FAC-NR.220136, € 6.080,00;
FAC-NR.220138, € 6.080,00; FAC-NR.2201140, € 6.080,00;
8 november 2022: FAC-NR.220147 € 12.160,00; FAC-NR.220146, € 18.240,00;
9 december 2022: FAC-NR.220150, € 12.160,00;
23 december 2022: FAC-NR.220151, € 12.160,00;
13 januari 2023: FAC-NR.220159, € 6.080,00; FAC-NR.220158, € 6.080,00 en
FAC-NR.220160, € 6.080,00.
getapt telefoongesprek 22 december 2022 tussen [medeverdachte] en [verdachte]
[…] En kan je die jongens nog beetje aan het werk houden volgende week of niet? Volgende week zijn wij gesloten he. Een Weekje dicht. En week erop ook nog een beetje. Dan doen wij niet zoveel. Dus.
[medeverdachte] Ik had er al rekening mee gehouden […] Twee weken.
[verdachte] Ja, als er niet zoveel gebeurt dan is het een beetje raar dat er dan bij die ander wel wat gebeurt, als je begrijpt wat ik bedoel he?
[medeverdachte] Jaaa, Nee, daar gaan wij helemaal niet aan beginnen. […]
[verdachte] Het mooiste is als ik er iedere week een (1) heb.
[medeverdachte] Ja, ik zal er wel gewoon voor zorgen dat het per week gaat. (...)
[verdachte] Ja. Het mooiste is dat ik het iedere week krijg, als je begrijpt wat ik bedoel.
[medeverdachte] Ja, dat kunnen wij vanaf januari effe anders doen [...]
[verdachte] […] dan valt het het minste op, als je begrijpt wat ik bedoel
Bewijsoverwegingen
De rechtbank overweegt dat [medeverdachte] bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:4205) onder meer is veroordeeld voor medeplegen van de productie en handel in harddrugs in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 3 februari 2023.
Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in harddrugs grote, vaak contante, geldbedragen worden verdiend.
Uit de berichten van 13 september 2022 via Exclu tussen [medeverdachte] en gebruiker [account 2] blijkt dat [medeverdachte] ‘op papier zijn uren maakt’ door naar een bedrijf iedere week een factuur van ‘6K’ te sturen (wat kennelijk naar de rechtbank begrijpt staat voor (afgerond) € 6.000,00) voor ‘aangenomen werk’, vergezeld van een stapel cash. Daaruit en uit de in dat gesprek toevoegde smiley en woorden ‘haha’ ‘haha’ en ‘hahaha’, volgt dat dit een schijnconstructie is. Daarbij is kennelijk de opzet om de indruk te wekken dat er gefactureerd en op basis daarvan betaald wordt voor verricht werk. Dat werk is echter enkel ‘op papier’ -en dus in werkelijkheid niet -uitgevoerd. In werkelijkheid wordt contant verstrekt geld giraal terugbetaald. De herkomst van het aldus overgemaakte geld wordt op deze wijze verborgen en verhuld.
Uit onderzoek naar de boekhouding van [bedrijf 2] en de telefoon van [medeverdachte] blijkt dat er ook daadwerkelijk met grote regelmaat facturen van ongeveer € 6.000,- (€ 6.080,-) werden verstuurd naar [bedrijf 1] en dat over de periode van 16 september 2022 tot en met 13 januari 2023 een totaalbedrag van € 109.440,- in veelvouden van € 6.080,-, is overgemaakt van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] , waarbij verwezen wordt naar (deze) facturen.
Uit de Whatsapp-gesprekken blijkt dat er in die periode tussen [medeverdachte] en [verdachte] meerdere ontmoetingen plaatsvonden. De berichten van [verdachte] “Er zat een briefje van 50 te weinig in”, “Er staat nu 100 te weinig in” en “Het klopt als een bus”, bevestigen dat hem daarbij contant geld werd betaald. De stelling van de verdediging dat deze berichten anders moeten worden uitgelegd, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk geworden.
De vragen van [verdachte] aan [medeverdachte] : “Hoe moet ik dat werkt dan noemen” en “Laat effen weten hoe ik het allemaal moet nummer [de rechtbank begrijpt dat kennelijk bedoeld is “noemen”] voor de factuur” bevestigen opnieuw dat de facturen niet op daadwerkelijk werk waren gebaseerd en dat er moest worden overlegd wat er in moest komen te staan. Normaal gesproken vermeldt een factuur een korte beschrijving van of verwijzing naar het daadwerkelijk uitgevoerde werk. De door [verdachte] gestelde vragen passen daar niet bij. Ook de omstandigheid dat [bedrijf 1] aansluitend op de ontmoetingen tussen [verdachte] en [medeverdachte] bedragen overmaakte naar [bedrijf 2] bevestigen dat de schijnconstructie weergegeven in het Exclu-gesprek van 13 september 2022, daadwerkelijk werd uitgevoerd. De inhoud van het telefoongesprek van 22 december 2022 waarin [verdachte] kort gezegd aan [medeverdachte] vraagt om per week te factureren, “dan valt het het minste op, als je begrijpt wat ik bedoel” en zegt “ja als er niet zoveel gebeurt dan is het een beetje raar dat er dan bij die ander wel wat gebeurt, als je begrijpt wat ik bedoel?”, bevestigen dat de wijze van factureren niet overeenkomt met de werkelijkheid en dat dit niet mag opvallen.
Dat aan de bankoverschrijvingen niet de in de facturen genoemde werkzaamheden ten grondslag liggen, volgt voorts uit de omvang van de in de facturen genoemde uren, 160 uur per week. [medeverdachte] heeft al die uren niet in zijn eentje kunnen maken. Er zijn geen aanwijzingen dat [bedrijf 2] personeel in dienst had en in de administratie van [bedrijf 2] is niet verantwoord dat er zelfstandigen of onderaannemers zijn ingehuurd in een omvang die correspondeert met het gefactureerde werk.
De stelling van de verdediging dat aan de facturen wel degelijk verrichte werkzaamheden ten grondslag liggen is op geen enkele wijze onderbouwd of aannemelijk geworden. Duidelijkheid over waaruit de werkzaamheden concreet bestonden, door welke personen deze zijn verricht en voor welke projecten, heeft [verdachte] of [bedrijf 1] niet gegeven. Bij zijn verhoren heeft [verdachte] aangegeven dat de planning van deze werkzaamheden is terug te vinden in zijn agenda die bij hem thuis op kantoor lag. Toen de politie hierop aanbod zijn agenda op te halen voor onderzoek - aangezien hij op dat moment vastzat - gaf hij hiervoor geen toestemming. Bij hierop volgende doorzoeking van zijn woning en kantoor is zijn agenda niet aangetroffen, noch zijn computer met administratie van het bedrijf. Ook later in de procedure heeft [verdachte] de agenda niet overhandigd. Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat de facturen zagen op fictieve werkzaamheden en dus valselijk waren opgesteld en dat [verdachte] dit wist.
Op grond van de bewijsmiddelen, bezien in onderlinge samenhang, concludeert de rechtbank dat [verdachte] bewust heeft meegewerkt aan een constructie waarbij hij telkens contant geld kreeg van [medeverdachte] van in totaal ten minste € 109.440,-, om dit geld via zijn bedrijf [bedrijf 1] giraal terug te boeken naar [bedrijf 2] met verwijzing naar valse facturen. (Mede) door de opbrengsten uit de handel in harddrugs kon [medeverdachte] beschikken over grote bedragen contant crimineel geld. Gelet op deze schijnconstructie en de omvang van het hierbij betrokken geld, kan het niet anders dan dat [verdachte] wist dat het contante geld dat hij van [medeverdachte] kreeg en terugboekte, tenminste gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf. Niet valt in te zien waarom en dus ook onaannemelijk is dat in deze schijnconstructie legale inkomsten betrokken waren. Dat [verdachte] op de hoogte was van de criminele herkomst van de contante geldbedragen volgt ook uit zijn gesprek met [medeverdachte] waarin hij zegt dat die op andere wijze moet factureren “om het minder op te laten vallen”.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid van [bedrijf 1]
De rechtbank overweegt dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend. Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon.
Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:
a. het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een
dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van
de rechtspersoon;
b. de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van
de rechtspersoon;
c. de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende
bedrijf of in diens taakuitoefening;
d. de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou
plaatsvinden en zodanig vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van
zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder
bedoeld aanvaarden mede is begrepen het niet betrachten van de zorg die in
redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de
voorkoming van de gedraging.
De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Op basis van de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [verdachte] telkens (mede) namens [bedrijf 1] afsprak met [medeverdachte] , contant crimineel geld in ontvangst nam van [medeverdachte] en afspraken met [medeverdachte] maakte over het stelstelmatig factureren van fictieve werkzaamheden aan [bedrijf 1] . Vervolgens heeft [verdachte] uit hoofde van zijn functie gezorgd voor betaling van die facturen door [bedrijf 1] . [verdachte] heeft voor deze schijnconstructie opzettelijk zijn bedrijf gebruikt; de bedragen zoals die op de fictieve facturen stonden werden giraal betaald vanaf de bankrekening van [bedrijf 1] . [verdachte] gaf feitelijk leiding aan de strafbare gedragingen en handelde uit naam van [bedrijf 1] . Het inhuren van steigerbouwers (personeel) past in de normale bedrijfsvoering van [bedrijf 1] . Dit alles leidt de rechtbank tot het oordeel dat de gedragingen van [verdachte] telkens hebben plaatsvonden in de sfeer van de rechtspersoon. De witwasgedragingen door en het opzet daarop van [verdachte] , kunnen daarom redelijkerwijs ook aan [bedrijf 1] worden toegerekend.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat ook [bedrijf 1] zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van witwassen van in totaal € 109.440,-. Daarbij was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] . Gezien de frequentie waarmee en de periode waarin deze gedragingen plaatsvonden, acht de rechtbank voorts bewezen dat [bedrijf 1] van dit plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met
3 februari 2023,
te [vestigingsplaats] , gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,
immers heeft hij, verdachte,
(telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte] , dan wel met een ander, althans alleen
(van) een geldbedrag van totaal € 109.440,- (periode september 2022 t/m januari 2023)
(sub a)
(telkens) de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld en/of
(telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat geldbedrag was en/of
(sub b)
(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of
gebruik gemaakt
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van
€ 33.000,-.
Het standpunt van de verdediging
Bij bewezenverklaring heeft de raadsman verzocht een eventuele geldboete af te stemmen op de draagkracht en feitelijke rol van [bedrijf 1] .
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de omstandigheden van verdachte.
[bedrijf 1] heeft zich samen met de mededader schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen in de periode september 2022 tot en met januari 2023. De directeur van [bedrijf 1] kreeg van de mededader telkens sommen contant crimineel geld met valse facturen voor fictieve werkzaamheden voor het bedrijf, die hij vanaf rekening van het bedrijf giraal terugbetaalde aan het bedrijf van de mededader. Op die manier heeft [bedrijf 1] opzettelijk de criminele herkomst en de rechthebbende van het geld verborgen en verhuld en kon de mededader ogenschijnlijk legaal over het geld beschikken. Het witgewassen bedrag bedraagt meer dan € 100.000,-.
Witwassen tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan en [bedrijf 1] heeft daaraan een bijdrage geleverd. Ook werkt witwassen crimineel gedrag in de hand omdat daarmee de indruk kan worden gewekt dat het illegaal verwerven van inkomsten loont.
Het gaat om een ernstig feit. Omdat [bedrijf 1] een rechtspersoon is, is als straf alleen een geldboete mogelijk.
Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete, houdt de rechtbank er rekening mee dat aan [verdachte] , directeur van [bedrijf 1] , bij vonnis van dezelfde datum als dit vonnis een forse gevangenisstraf wordt opgelegd voor dit feit.
[bedrijf 1] is niet eerder door de strafrechter veroordeeld. Wel is eerder dit jaar aan haar een geldboete opgelegd middels een strafbeschikking voor een ander soort feit wat maakt dat de situatie als bedoeld in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Verder is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. [verdachte] is op 11 april 2023, mede namens [bedrijf 1] , voor het eerst als verdachte gehoord en in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn – ook voor [bedrijf 1] – gaan lopen. Op het moment van de uitspraak is de redelijke termijn van twee jaar met ruim één jaar en vier maanden overschreden.
De rechtbank ziet hierin aanleiding de hoogte van de geldboete te matigen.
Alles afwegend, acht de rechtbank een geldboete van € 33.000,- zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 23, 47, 51, 63, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 33.000,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke, voorzitter, mr. E.H.T. Rademaker en
mr. T. Kok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2026.
mrs. Rademaker en Kok zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.