ECLI:NL:RBGEL:2026:7228

ECLI:NL:RBGEL:2026:7228

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer C/05/469835 KG RK 26-583
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Wrakingsverzoek afgewezen. Eerdere betrokkenheid rechter leidt niet zonder meer tot vrees voor partijdigheid. Tijdsverloop. Daarnaast is een wraking niet bedoeld voor een inhoudelijke beoordeling van een eerdere rechterlijke beslissing en diens motivering. Een vernietiging van die beslissing in hoger beroep levert ook geen grond voor wraking op.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/469835 / KG RK 26-583

Beslissing van 3 september 2026

van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3],

hierna te noemen (respectievelijk): verzoeker, [verzoeker 2] en [verzoeker 3] ,

strekkende tot de wraking van

mr. O. Nijhuis,

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het schriftelijke wrakingsverzoek van 13 juli 2026;

de schriftelijke reactie van de rechter van 3 augustus 2026;

de pleitnota van verzoeker, overgelegd tijdens de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026.

Bij de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026 zijn verschenen:

een vertegenwoordiger namens verzoeker;

de rechter;

mr. R.F.A. Rorink, die als toehoorder aanwezig was.

2. Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt in eerste instantie tot verschoning van de rechter. Als de rechter zich niet verschoont, doet verzoeker een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/05/465068 HZ RK 25-27. Dit gaat om een beslagzaak waarin de rechtbank een mondelinge behandeling heeft gepland op 14 september 2026 bij de betreffende rechter.

Verzoeker stelt dat de rechter de schijn van vooringenomenheid wekt vanwege zijn eerdere betrokkenheid bij een gerechtelijke procedure in 2020. Volgens verzoeker negeerde de rechter destijds cruciale verweren ongemotiveerd en werd die uitspraak later door het hof vernietigd. Vanwege deze voorgeschiedenis vindt verzoeker dat de rechter niet meer onbevooroordeeld is en zich moet verschonen of gewraakt moet worden.

De rechter heeft laten weten zich niet te zullen verschonen, dat hij niet in de wraking beruste berust en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3. De beoordeling

(Niet-)ontvankelijkheid

De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek mede is gedaan namens [verzoeker 2] en [verzoeker 3] . Echter blijkt nergens uit dat verzoeker gemachtigd is om namens [verzoeker 2] en [verzoeker 3] het verzoek te doen. In zoverre zijn [verzoeker 2] en [verzoeker 3] niet-ontvankelijk in het verzoek.

Verschoning

Verzoeker vraagt de rechter gebruik te maken van zijn verschoningsrecht. Verschoning is een eigen initiatief van de rechter. Verzoeker kan niet via de wrakingskamer een rechter dwingen of bewegen tot een verschoning. Verzoeker zal op dit punt daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De wrakingskamer beoordeelt alleen het wrakingsverzoek.

Wraking

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

Verzoeker stelt dat er sprake is van eerdere betrokkenheid en verwevenheid tussen de eerdere procedure uit 2020 en de huidige beslagzaak. De wrakingkamer is echter van oordeel dat verzoeker dit niet concreet en op een niet begrijpelijke wijze heeft toegelicht. Hoewel een intensieve verwevenheid tussen zaken in een hele uitzonderlijke gevallen aanleiding zou kunnen geven voor vrees voor partijdigheid, is daarvan hier niet gebleken. Het enkele feit dat de rechter al eens eerder betrokken is geweest bij een zaak van verzoeker, wekt geen schijn van vooringenomenheid op. Dit geldt te meer nu tussen de vorige beschikking en de huidige zaak een periode van meer dan zes jaar is verstreken.

Het verweer dat de rechter in de eerdere procedure artikel 21 Rv (de waarheidsplicht) had moeten toepassen en bepaalde stukken/verweren ongemotiveerd heeft gepasseerd, kan ook niet tot wraking leiden. De wrakingsprocedure is niet bedoeld voor een inhoudelijke beoordeling van de rechterlijke beslissing en diens motivering; daarvoor is het hoger beroep bedoeld.

Dat het gerechtshof de beslissing van de rechter in hoger beroep heeft getoetst en uiteindelijk heeft vernietigd, levert op zichzelf geen grond voor wraking op. Vernietiging in hoger beroep tast de rechterlijke onpartijdigheid in een latere, andere zaak niet aan. De door verzoeker aangevoerde gronden leveren, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, geen bewijs van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor op.

Bij de mondelinge behandeling heeft verzoeker nog de volgende gronden aan zijn verzoek toegevoegd. Mr. Hogeman zou als advocaat in hoedanigheid van curator in drie faillissementen in een gezagsverhouding staan tot de rechter in diens hoedanigheid van rechter-commissaris. Dit zou ook een reden kunnen zijn voor de rechter om zich te verschonen, dan wel een reden zijn om het verzoek tot wraking gegrond te verklaren. De wet schrijft echter voor dat alle omstandigheden voor wraking tegelijk worden voorgedragen. Nieuwe omstandigheden worden alleen in de beoordeling betrokken als deze pas na indiening van het verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden. De door verzoeker aangevoerde nadere grond was hem echter al vóór indiening van het verzoek bekend. Deze later aangevoerde grond wordt daarom niet in de beoordeling betrokken.

Gelet op het voorgaande wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af.

4. De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:

verklaart [verzoeker 2] en [verzoeker 3] niet-ontvankelijk in hun verzoek(en);

verklaart [verzoeker 1] niet-ontvankelijk met betrekking tot de verschoning;

wijst het verzoek van verzoeker tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.F.A. Bierbooms, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. B. Krijnen, leden in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 3 september 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.F.A. Bierbooms
  • mr. C.H. van Breevoort-de Bruin
  • mr. B. Krijnen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand