uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2026
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het dagelijks bestuur van het Waterschap Rijn en IJssel.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het niet tijdig beslissen op een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Hij heeft geruime tijd geleden bij verweerder een Woo-verzoek ingediend. Op 9 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep niet tijdig beslissen van verzoeker ten aanzien van dit Woo-verzoek. Inmiddels heeft verweerder de volledige dwangsom voldaan, maar is er nog steeds geen besluit op het Woo-verzoek genomen. Verzoeker heeft er belang bij dat zo spoedig mogelijk een besluit op zijn Woo-verzoek wordt genomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een beroep niet tijdig beslissen door de rechtbank al wordt behandeld in een versnelde procedure. Het doel van de procedure bij niet tijdig beslissen is - zo nodig met oplegging van een dwangsom - verweerder te bewegen alsnog een besluit te nemen. Verzoeker heeft desgevraagd onvoldoende onderbouwd waarom er sprake is van een spoedeisend belang dat maakt dat de uitspraak op het beroep niet tijdig beslissen niet kan worden afgewacht. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: