ECLI:NL:RBGEL:2026:7279

ECLI:NL:RBGEL:2026:7279

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer 05/305285-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verdachte wordt wegens poging tot ladingdiefstal in vereniging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden. Vrijspraak feit 1 primair en feit 2.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/305285-25

Datum uitspraak : 24 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. P.T. Pel, advocaat in Hattem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

10 september 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,

- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,

- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,

- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of

- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een of meerdere bakwagens en/of vrachtwagens en/of trailers en/of trekker-opleggercombinaties (telkens) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of een of meer onbekend gebleven slachtoffers, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- zich met een of meerdere voertuigen naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en/of [plaats 2] heeft begeven,

- een of meerdere malen rond en/of langs voornoemde wagens heeft gelopen,

- een of meerdere zeilen van voornoemde wagens open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van voornoemde wagen heeft gesneden,

- een of meerdere dozen heeft open gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,

- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde.

Verder heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit. Verdachte is niet herkend op de camerabeelden van de politiehelikopter. De chatberichten zijn niet opgenomen in een ambtsedig proces-verbaal, dus deze moeten worden van het bewijs worden uitgesloten, subsidiair is de herkomst en status van deze overzichten niet geverbaliseerd en niet transparant. Bovendien is geen sprake van een voltooide diefstal. Verder is er geen sprake van medeplegen, omdat verdachte louter ter plaatse aanwezig was maar verder geen rol heeft gehad.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 ook vrijspraak bepleit. Het procesdossier bevat geen enkel bewijs dat verdachte iets te maken heeft gehad met de tenlastegelegde pogingen tot diefstal.

Beoordeling door de rechtbank

De bewijskracht van de chatberichten

De rechtbank constateert dat de politie verschillende processen-verbaal heeft opgemaakt, waarin is opgenomen welke berichten zijn aangetroffen in de telefoons die bij de fouillering van de verdachten in beslag zijn genomen. De berichten zelf zijn als bijlage aan het proces-verbaal toegevoegd. Daarbij wordt telkens verwezen naar het nummer van het proces-verbaal waarbij de bijlage hoort. Ook blijkt telkens duidelijk welke berichten door wie zijn verstuurd en wanneer.

Het is de rechtbank niet helder geworden waarom deze bijlagen van het bewijs zouden moeten worden uitgesloten of geen bewijskracht zouden hebben. De rechtbank verwerpt daarom dit verweer.

De bewijsmiddelen

Op 13 november 2025 om 00:30 uur zag de politie dat een BMW met kenteken [kenteken] de parkeerplaats van verzorgingsplaats [plaats 2] op reed. Er bleken twee mannen in te zitten.

Om 01:33 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] in Klarenbeek op en parkeerde op de vrachtwagenparkeerplaats, waar beide mannen uitstapten en naar verschillende vrachtwagens liepen. Ze bleven langere tijd tussen twee vrachtwagens in staan. Eén man maakte ter hoogte van het midden een snede in een zeil aan de bestuurderszijde van de oplegger. Beide mannen waren langere tijd bezig aan de passagierszijde. Ze maakten grote bewegingen met hun handen. Vervolgens liepen ze terug naar de BMW, waarna ze de verzorgingsplaats om 01:50 uur verlieten.

Een verbalisant ging direct kijken bij de vrachtwagens waar de mannen hadden gestaan. Er was een zeer groot gat in het zeil gemaakt van een bakwagen met Pools kenteken [kenteken] , eigendom van [bedrijf 1] , met een lading die eigendom was van [bedrijf 2] . Dit was op precies dezelfde plek als waar de verbalisant de mannen bezig had gezien. In de bakwagen stonden grote dozen met het opschrift ‘motorcycle’.

Omstreeks 02:35 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] weer op en parkeerde tussen de vrachtwagens. De twee mannen stapten uit en liepen naar de Poolse bakwagen met het gat in het zeil. Op de camerabeelden van de politiehelikopter is te zien dat één van hen naast de oplegger stond en de ander op een punt stond waarop een groot gedeelte van de parkeerplaats te overzien was. Deze rolverdeling wisselde geregeld.

Om 2:38 uur parkeerde een Mazda met kenteken [kenteken] aan de linkerkant van de trekker-oplegger, waar de BMW rechts van werd geparkeerd. Er stapten twee mannen uit de Mazda. De mannen uit de BMW en één man uit de Mazda stonden bij de opengesneden vrachtauto. De andere man uit de Mazda stond op afstand, op een plek waar hij overzicht had over een groot gedeelte van de parkeerplaats. Er werden meerdere goederen uit de opengesneden vrachtauto gehaald die achter de vrachtauto werden neergelegd. De persoon op de uitkijk voegde zich bij de drie anderen en dan nam één van de drie anderen de uitkijktaak over. Wisselend stond steeds minstens één van de vier mannen op de uitkijk. Alle personen voerden handelingen uit bij het opengesneden voertuig. Om 02:56:45 uur stonden ze alle vier bij de vrachtwagen. Ze leken ergens op te wachten.

Eén van de mannen merkte de politie op, waarop de politie om 03:01 uur een interventie inzette. Alle vier de mannen renden weg, maar werden uiteindelijk aangehouden. Na hun aanhouding trof de politie rondom de Poolse bakwagen meerdere dwarsbalken op de grond aan. Het gat in het zeil was bijna drie keer zo groot gemaakt. De dozen van de motoren waren open gesneden.

Andere verbalisanten, die op de vluchtstrook van de toerit van de A50 Apeldoorn/Teuge stonden, zagen op 13 november 2025 dat een bakwagen de toerit opreed. Deze bakwagen kwam om 03:04 uur aan op verzorgingsplaats [plaats 1] . Een verbalisant sloeg aan op dit kenteken, omdat die de bakwagen op 13 november 2025 om 00:28 uur had zien rijden. Die verbalisant herkende de bestuurder van de bakwagen als dezelfde bestuurder die de verbalisant eerder op de avond had gezien. De bestuurder van de bakwagen betrof [naam] . Op de stoel van de bestuurder stond een steekwagentje.

In de BMW zaten verdachten [medeverdachte 1] als bestuurder en [medeverdachte 2] als bijrijder. In de Mazda zaten [verdachte] als bestuurder en [medeverdachte 3] als passagier.

Onder [medeverdachte 1] werd een telefoon in beslag genomen. Hierop werd een Snapchat-gesprek aangetroffen tussen [account 1] , de gebruiker van de telefoon, en ‘ [account 2] ’. Op 13 november 2025 om 02:54 uur stuurde [account 1] de locatie van verzorgingsplaats [plaats 1] door. Vervolgens stuurde [account 1] om 02:51:46 uur ‘kom snel’ en om 02:52:21 uur ‘stuur navi tijd’. Dit gesprek werd ook aangetroffen in de telefoon die onder [naam] in beslag is genomen, maar dan met ‘ [account 2] ’ als gebruiker.

Feit 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een voltooide diefstal, omdat er geen lading uit de bakwagen was verwijderd en de goederen dus (nog) niet uit de macht van de rechthebbende waren gehaald. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de BMW en [verdachte] en [medeverdachte 3] in de Mazda naar verzorgingsplaats [plaats 1] zijn gereden. Ze liepen rond of langs de bakwagen met kenteken [kenteken] . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden eerder al een gat gemaakt in het zeil van de bakwagen, maar toen ze met zijn vieren handelingen verrichten bij de bakwagen, werd dit gat nog groter gemaakt. Verder hebben ze meerdere dwarsbalken uit de bakwagen getild en meerdere dozen open gesneden. Uit het Snapchat-bericht aan [naam] blijkt dat het de bedoeling was dat hij met de bakwagen naar [plaats 1] zou komen om de buit op te halen. Dit is niet gebeurd, omdat ze door kregen dat de politie hen in de gaten hield.

Dit handelen was naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het stelen van de lading van de vrachtwagen. Het opensnijden van het zeil gebeurt om toegang te krijgen tot een ruimte om daar de dozen open te kunnen snijden. Het opensnijden van dozen is gebeurd om goederen in die dozen binnen het bereik te brengen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik hebben gebracht door middel van braak.

De politie heeft [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] in wisselende samenstelling rond de bakwagen en op de uitkijk zien staan, waarbij ze de uitkijktaak van elkaar over namen. Op een gegeven moment stonden ze alle vier bij de bakwagen. Dat er niet is vastgesteld welke van de vier mannen die op de camerabeelden te zien zijn verdachte is, is niet van belang. Zij hebben alle vier een inwisselbare rol vervuld. Het verweer van de verdediging dat hierop ziet, wordt dus verworpen. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] nauw en bewust hebben samengewerkt om de lading uit de bakwagen te stelen. Daarom acht de rechtbank bewezen dat sprake is van medeplegen.

Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.

Feit 2

Vast staat dat de inzittenden van de BMW eerder die avond op meerdere plekken verschillende zeilen van vrachtwagens hebben opengesneden. De rechtbank constateert dat verdachte pas vanaf 2:38 uur op verzorgingsplaats [plaats 1] aanwezig was, toen de Mazda de parkeerplaats op reed. Er is geen bewijsmiddel voorhanden waaruit blijkt dat verdachte eerder die avond ook op de andere parkeerplaatsen is geweest of dat het de bedoeling was dat de inzittenden van de Mazda na deze vrachtwagen ook mee zouden gaan naar de andere vrachtwagens op [plaats 1] of op de andere parkeerplaatsen.

Daarom zal de rechtbank hem vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiair

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,

- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,

- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,

- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of

- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft oplegging van een taakstraf bepleit.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot ladingdiefstal in vereniging met braak. Er was sprake van een doelbewuste en goed georganiseerde actie. Het is enkel bij een poging gebleven doordat de politie verdachte op heterdaad heeft betrapt.

Ladingdiefstal veroorzaakt naast economische schade gevoelens van onveiligheid onder vrachtwagenchauffeurs. Zij moeten juist veilig kunnen rusten op verzorgingsplaatsen, zonder dat ze bang hoeven te zijn dat hun lading wordt gestolen. De chauffeur van de vrachtwagen lag te slapen in zijn cabine, toen verdachte probeerde zijn lading te stelen. Dit soort feiten zorgen voor onrust onder vrachtwagenchauffeurs. Daar houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening mee.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

Reclassering Nederland heeft op 14 november 2025 een advies over verdachte uitgebracht in het kader van de voorgeleiding bij de rechter-commissaris. Verdachte had toen recent een reclasseringstoezicht afgerond. Bij veroordeling is het volgens de reclassering de vraag in hoeverre het toezicht heeft bijgedragen aan het beperken van de recidive en in hoeverre verdachte open is geweest in de gesprekken met de reclassering.

Volgens verdachte gaat het goed met hem. Hij heeft werk en een normaal netwerk. De reclassering plaatst hier vraagtekens bij, aangezien de verdenking ziet op strafbaar gedrag dat in vereniging zou zijn gepleegd.

De reclassering heeft maar beperkt beeld gekregen van verdachte, waardoor ze hem onvoldoende kunnen inschatten.

Het is de reclassering niet gelukt om een advies op te maken voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, omdat zij geen contact kregen met verdachte.

De strafoplegging

Al met al is de rechtbank van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst en omvang van de feiten, zeker gezien het feit dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit net drie weken uit een proeftijd was waarbij hij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf boven hoofd had hangen en dit hem er niet van heeft weerhouden dit feit te plegen. De LOVS-oriëntatiepunten gaan uit van een gevangenisstraf van 3 maanden voor een voltooide ladingdiefstal (er is geen sprake van recidive). Het gaat hier om een poging dus de rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr.

Dit is een lagere straf dan door de officier van justitie eist, omdat de rechtbank alleen feit 1 subsidiair bewezen acht.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en

mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 september 2026.

Mr. Van den Bosch en mr. Aalbers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.C.A.M. Janssen
  • mr. G.L.C. van den Bosch

Griffier

  • mr. M.M. Aalbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand