ECLI:NL:RBGEL:2026:7281

ECLI:NL:RBGEL:2026:7281

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer 05/305281-25 en 01/294350-21 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verdachte wordt wegens poging tot ladingdiefstal in vereniging veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr. Vrijspraak feit 1 primair en feit 2. Bevel tenuitvoerlegging eerder opgelegde voorwaardelijke straf.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05/305281-25 en 01/294350-21 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

Datum uitspraak : 24 september 2026

Tegenspraak (artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat in Roosendaal.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

10 september 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,

- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,

- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,

- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of

- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een of meerdere bakwagens en/of vrachtwagens en/of trailers en/of trekker-opleggercombinaties (telkens) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of een of meer onbekend gebleven slachtoffers, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- zich met een of meerdere voertuigen naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en/of [plaats 3] heeft begeven,

- een of meerdere malen rond en/of langs voornoemde wagens heeft gelopen,

- een of meerdere zeilen van voornoemde wagens open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van voornoemde wagen heeft gesneden,

- een of meerdere dozen heeft open gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,

- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1 primair, omdat geen sprake is van een voltooide diefstal. Ten aanzien van feit 1 subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

De bewijsmiddelen

Op 13 november 2025 om 00:30 uur zag de politie dat een BMW met kenteken [kenteken] de parkeerplaats van verzorgingsplaats [plaats 2] op reed. Er bleken twee mannen in te zitten.

Om 01:33 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] in Klarenbeek op en parkeerde op de vrachtwagenparkeerplaats, waar beide mannen uitstapten en naar verschillende vrachtwagens liepen. Ze bleven langere tijd tussen twee vrachtwagens in staan. Eén man maakte ter hoogte van het midden een snede in een zeil aan de bestuurderszijde van de oplegger. Beide mannen waren langere tijd bezig aan de passagierszijde. Ze maakten grote bewegingen met hun handen. Vervolgens liepen ze terug naar de BMW, waarna ze de verzorgingsplaats om 01:50 uur verlieten.

Een verbalisant ging direct kijken bij de vrachtwagens waar de mannen hadden gestaan. Er was een zeer groot gat in het zeil gemaakt van een bakwagen met Pools kenteken [kenteken] , eigendom van [bedrijf 1] , met een lading die eigendom was van [bedrijf 2] . Dit was op precies dezelfde plek als waar de verbalisant de mannen bezig had gezien. In de bakwagen stonden grote dozen met het opschrift ‘motorcycle’.

Omstreeks 02:35 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] weer op en parkeerde tussen de vrachtwagens. De twee mannen stapten uit en liepen naar de Poolse bakwagen met het gat in het zeil. Op de camerabeelden van de politiehelikopter is te zien dat één van hen naast de oplegger stond en de ander op een punt stond waarop een groot gedeelte van de parkeerplaats te overzien was. Deze rolverdeling wisselde geregeld.

Om 2:38 uur parkeerde een Mazda met kenteken [kenteken] aan de linkerkant van de trekker-oplegger, waar de BMW rechts van werd geparkeerd. Er stapten twee mannen uit de Mazda. De mannen uit de BMW en één man uit de Mazda stonden bij de opengesneden vrachtauto. De andere man uit de Mazda stond op afstand, op een plek waar hij overzicht had over een groot gedeelte van de parkeerplaats. Er werden meerdere goederen uit de opengesneden vrachtauto gehaald die achter de vrachtauto werden neergelegd. De persoon op de uitkijk voegde zich bij de drie anderen en dan nam één van de drie anderen de uitkijktaak over. Wisselend stond steeds minstens één van de vier mannen op de uitkijk. Alle personen voerden handelingen uit bij het opengesneden voertuig. Om 02:56:45 uur stonden ze alle vier bij de vrachtwagen. Ze leken ergens op te wachten.

Eén van de mannen merkte de politie op, waarop de politie om 03:01 uur een interventie inzette. Alle vier de mannen renden weg, maar werden uiteindelijk aangehouden. Na hun aanhouding trof de politie rondom de Poolse bakwagen meerdere dwarsbalken op de grond aan. Het gat in het zeil was bijna drie keer zo groot gemaakt. De dozen van de motoren waren open gesneden.

Andere verbalisanten, die op de vluchtstrook van de toerit van de A50 Apeldoorn/Teuge stonden, zagen op 13 november 2025 dat een bakwagen de toerit opreed. Deze bakwagen kwam om 03:04 uur aan op verzorgingsplaats [plaats 1] . Een verbalisant sloeg aan op dit kenteken, omdat hij de bakwagen op 13 november 2025 om 00:28 uur had zien rijden. Die verbalisant herkende de bestuurder van de bakwagen als dezelfde bestuurder die de verbalisant eerder op de avond had gezien. De bestuurder van de bakwagen betrof [naam] . Op de stoel van de bestuurder stond een steekwagentje.

In de BMW zaten verdachten [medeverdachte 1] als bestuurder en [medeverdachte 2] als bijrijder. In de Mazda zaten [medeverdachte 3] als bestuurder en [verdachte] als passagier.

Onder [medeverdachte 1] werd een telefoon in beslag genomen. Hierop werd een Snapchat-gesprek aangetroffen tussen [account 1] , de gebruiker van de telefoon, en ‘ [account 2] ’. Op 13 november 2025 om 02:54 uur stuurde [account 1] de locatie van verzorgingsplaats [plaats 1] door. Vervolgens stuurde [account 1] om 02:51:46 uur ‘kom snel’ en om 02:52:21 uur ‘stuur navi tijd’. Dit gesprek werd ook aangetroffen in de telefoon die onder [naam] in beslag is genomen, maar dan met ‘ [account 2] ’ als gebruiker.

Feit 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een voltooide diefstal, omdat er geen lading uit de bakwagen was verwijderd en de goederen dus (nog) niet uit de macht van de rechthebbende waren gehaald. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de BMW en [medeverdachte 3] en [verdachte] in de Mazda naar verzorgingsplaats [plaats 1] zijn gereden. Ze liepen rond of langs de bakwagen met kenteken [kenteken] . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden eerder al een gat gemaakt in het zeil van de bakwagen, maar toen ze met zijn vieren handelingen verrichten bij de bakwagen, werd dit gat nog groter gemaakt. Verder hebben ze meerdere dwarsbalken uit de bakwagen getild en meerdere dozen open gesneden. Uit het Snapchat-bericht aan [naam] blijkt dat het de bedoeling was dat hij met de bakwagen naar [plaats 1] zou komen om de buit op te halen. Dit is niet gebeurd, omdat ze door kregen dat de politie hen in de gaten hield.

Dit handelen was naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het stelen van de lading van de vrachtwagen. Het opensnijden van het zeil gebeurt om toegang te krijgen tot een ruimte om daar de dozen open te kunnen snijden. Het opensnijden van dozen is gebeurd om goederen in die dozen binnen het bereik te brengen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik hebben gebracht door middel van braak.

De politie heeft [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [verdachte] in wisselende samenstelling rond de bakwagen en op de uitkijk zien staan, waarbij ze de uitkijktaak van elkaar over namen. Op een gegeven moment stonden ze alle vier bij de bakwagen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij nauw en bewust hebben samengewerkt om de lading uit de bakwagen te stelen. Daarom acht de rechtbank ook bewezen dat sprake is van medeplegen.

Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.

Feit 2

Vast staat dat de inzittenden van de BMW eerder die avond op meerdere plekken verschillende zeilen van vrachtwagens hebben opengesneden. De rechtbank constateert dat verdachte pas vanaf 2:38 uur op verzorgingsplaats [plaats 1] aanwezig was, toen de Mazda de parkeerplaats op reed. Er is geen bewijsmiddel voorhanden waaruit blijkt dat hij eerder die avond ook op de andere parkeerplaatsen is geweest of dat het de bedoeling was dat de inzittenden van de Mazda na deze vrachtwagen ook mee zouden gaan naar de andere vrachtwagens op [plaats 1] of op de andere parkeerplaatsen.

Daarom zal de rechtbank hem vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiair

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,

- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,

- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,

- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of

- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uur, subsidiair 20 dagen voorwaardelijk.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot ladingdiefstal in vereniging met braak. Er was sprake van een doelbewuste en goed georganiseerde actie. Het is enkel bij een poging gebleven omdat de politie verdachte op heterdaad heeft betrapt.

Ladingdiefstal veroorzaakt naast economische schade gevoelens van onrust en van onveiligheid onder vrachtwagenchauffeurs. Zij moeten juist veilig kunnen rusten op verzorgingsplaatsen, zonder dat ze bang hoeven te zijn dat hun lading wordt gestolen. De chauffeur van de vrachtwagen lag te slapen in zijn cabine, toen verdachte probeerde zijn lading te stelen. Dit soort feiten zorgen voor onrust onder vrachtwagenchauffeurs. Daar houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening mee.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

Uit het strafblad van verdachte d.d. 29 juli 2026 blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor ladingdiefstal. Hiervoor liep hij zelfs nog in een proeftijd. Kennelijk heeft verdachte hier geen lering uit getrokken, want het heeft hem er niet van weerhouden dit feit te plegen.

Reclassering Nederland heeft op 31 augustus 2026 een advies over verdachte uitgebracht. Volgens de reclassering is bij verdachte sprake van een langdurig justitieel verleden met terugkerende vermogensdelicten. Deze zaak sluit naar zijn aard aan bij eerdere feiten. Bovendien is sprake van een lopende proeftijd.

In de ogen van de reclassering zijn de voornaamste risicofactoren de financiële kwetsbaarheid van verdachte, zijn beperkte probleembesef, zijn neiging de verantwoordelijkheid voor delictgedrag buiten zichzelf te leggen en de invloed die contacten uit een eerder, risicovol netwerk op hem kunnen hebben.

Tegelijkertijd laat verdachte volgens de reclassering een positieve ontwikkeling zien. Hij heeft zijn werkzaamheden als zelfstandig timmerman hervat, beschikt over een legale inkomstenbron, werkt aan financiële stabiliteit en vermijdt bewust risicovolle contacten en hecht veel waarde aan het contact met zijn kinderen.

Verdachte stelt zich binnen het lopende toezicht in het kader van zijn schorsingsvoorwaarden coöperatief op, houdt zich aan afspraken en laat zien dat hij in staat is om een stabieler leven op te bouwen.

Gezien de huidige positieve ontwikkeling, de aanwezige beschermende factoren en het ontbreken van een concrete hulpvraag, ziet de reclassering beperkte meerwaarde in verdere betrokkenheid bij verdachte. Daarom adviseert de reclassering bij veroordeling oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden.

De strafoplegging

Al met al is de rechtbank van oordeel dat enkel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst en omvang van de feiten. De LOVS-oriëntatiepunten gaan uit van een gevangenisstraf van 5 maanden voor een voltooide ladingdiefstal in geval van recidive. Enerzijds gaat het hier om een poging, wat strafverlagend is, anderzijds liep verdachte nog in een proeftijd voor een ladingdiefstal, wat strafverhogend is. Al met al acht de rechtbank een gevangenisstraf van 5 maanden passend en veroordeelt verdachte daartoe, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr.

Dit is een lagere straf dan door de officier van justitie eist, omdat de rechtbank alleen feit 1 subsidiair bewezen acht.

8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 01/294350-21)

De politierechter Oost-Brabant heeft verdachte op 14 april 2025 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen hechtenis.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verlenging van de proeftijd bepleit.

De beoordeling door de rechtbank

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

9. De voorlopige hechtenis

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte moet worden opgeheven, omdat als schorsingsvoorwaarde is opgenomen dat verdachte gehoor moet geven aan iedere oproep van politie en justitie, maar hij niet ter terechtzitting aanwezig was.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de schorsing van de voorlopige hechtenis niet moet worden opgeheven, omdat hij niet weet waarom verdachte niet ter terechtzitting aanwezig was. Hij heeft voorafgaand aan de zitting geen contact met hem kunnen krijgen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank constateert dat de voorlopige hechtenis van verdachte op 18 november 2025 door de rechter-commissaris is geschorst, waarbij onder andere als voorwaarde is gesteld dat hij op iedere oproep van politie en justitie zal verschijnen. Bij de medeverdachten is naast deze voorwaarde echter telkens óók de voorwaarde gesteld dat verdachte bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op de terechtzitting aanwezig zal zijn, wat ook gebruikelijk is.

Het is de rechtbank dan ook niet duidelijk of het de bedoeling van de rechter-commissaris is geweest verdachte met deze voorwaarde te verplichten dat hij ter terechtzitting zou verschijnen en, belangrijker nog, of die bedoeling voor verdachte duidelijk was. Daarom zal de rechtbank het verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 14 april 2025 door de politierechter Oost-Brabant voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een taakstraf van 50 uur, met bevel dat indien deze taakstraf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen (parketnummer 01/294350-21);

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 september 2026.

Mr. Van den Bosch en mr. Aalbers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.C.A.M. Janssen
  • mr. G.L.C. van den Bosch

Griffier

  • mr. M.M. Aalbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand