RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/305282-25 en 16/112596-23 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)
Datum uitspraak : 24 september 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
opgeroepen op [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R. van Leusden, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van
26 februari 2026 en 10 september 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,
- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een of meerdere bakwagens en/of vrachtwagens en/of trailers en/of trekker-opleggercombinaties (telkens) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of een of meer onbekend gebleven slachtoffers, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en/of [plaats 3] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs voornoemde wagens heeft gelopen,
- een of meerdere zeilen van voornoemde wagens open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van voornoemde wagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen heeft open gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. De geldigheid van de dagvaarding
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard, omdat het onderdeel ‘een of meer onbekend gebleven slachtoffers’ van feit 2 op de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is omschreven. Hierdoor wordt niet voldaan aan het bepaaldheidsvereiste.
Het standpunt van de officier van justitie
Volgens de officier van justitie is partiële nietigheid van de dagvaarding niet aan de orde, omdat uit het procesdossier duidelijk blijkt om welke vrachtwagens en trailers het gaat.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank constateert dat het opsporingsonderzoek is gericht op personen in de BMW en de Mazda die in de nacht van 13 november 2025 verzorgingsplaatsen hebben bezocht. Deze verzorgingsplaatsen ( [plaats 1] , [plaats 2] , [plaats 3] ) staan expliciet in de tenlastelegging opgenomen. Verder heeft de politie gerelateerd welke vrachtwagens en trailers op deze verzorgingsplaatsen zijn beschadigd, waarbij telkens ook de kentekens en een omschrijving van de schade worden genoemd (zie pagina’s 25 en 26 van het procesdossier).
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het duidelijk is waartegen verdachte zich moest verdedigen. Dat de eigenaren van de desbetreffende vrachtwagens onbekend zijn gebleven en daarom staan vermeld als “een of meer onbekend gebleven slachtoffers” maakt dat niet anders. De dagvaarding is geldig. Het verweer van de raadsman wordt dus verworpen.
3. De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging ten aanzien van het eerste en het vijfde gedachtestreepje van feit 2, omdat deze gedachtestreepjes – in strijd met het ne-bis-in-idembeginsel – ook al ten laste zijn gelegd onder feit 1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen over diens ontvankelijkheid.
De beoordeling door de rechtbank
Feit 1 ziet op goederen die al dan niet ten dele toebehoren aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] . Feit 2 ziet op goederen van [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en onbekend gebleven slachtoffers. De rechtbank kan de verdediging daarom niet volgen dat het zou gaan om hetzelfde feit. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder
1. primair tenlastegelegde. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 primair vrijspraak bepleit, omdat geen sprake is van een voltooide diefstal. Ten aanzien van feit 1 subsidiair geldt dat enkel medeplichtigheid aan het medeplegen van een poging tot diefstal kan worden bewezen, omdat verdachte alleen op de uitkijk heeft gestaan.
Beoordeling door de rechtbank
De bewijsmiddelen
Op 13 november 2025 om 00:30 uur zag de politie dat een BMW met kenteken [kenteken] de parkeerplaats van verzorgingsplaats [plaats 2] in Klarenbeek op reed. De BMW parkeerde op de parkeerplaats voor vrachtwagens. Er stapten twee mannen uit die meerdere keren langs verschillende vrachtwagens liepen. Om 01:25 uur verliet de BMW de verzorgingsplaats.
Een verbalisant liep vervolgens naar de vrachtwagens waar de verdachten waren gezien. Daar stond een vrachtwagen met Pools kenteken [kenteken] met een oplegger met Nederlands kenteken [kenteken] , eigendom van [bedrijf 3] . Het zeil van de trailer was op meerdere plekken vernield: er waren vijf maantjes en twee vierkanten in gesneden. Achter de gesneden vierkanten stond een doos, die ook was uitgesneden.
Verder waren de volgende voertuigen, die ook op de plek stonden waar beide mannen hadden gelopen, vernield:
Verbalisanten zagen daarna dat de BMW invoegde op de A1 richting Hoevelaken en de afrit Apeldoorn-Zuid nam. Vervolgens keerde de BMW direct weer terug de A1 op in dezelfde richting als waar hij vandaan kwam. De BMW reed de A50 richting Arnhem op en reed om 01:33 uur verzorgingsplaats [plaats 1] in Klarenbeek op.
Vervolgens parkeerde de BMW op de vrachtwagenparkeerplaats, waar beide mannen uitstapten en naar verschillende vrachtwagens liepen. Ze bleven langere tijd tussen twee vrachtwagens in staan. Eén man maakte ter hoogte van het midden een snede in een zeil aan de bestuurderszijde van de oplegger. Beide mannen waren langere tijd bezig aan de passagierszijde. Ze maakten grote bewegingen met hun handen. Na meerdere handelingen bij meerdere vrachtwagens liepen ze terug naar de BMW, waarna ze de verzorgingsplaats om 01:50 uur verlieten.
Een verbalisant ging direct kijken bij de vrachtwagens waar de mannen hadden gestaan. Er was een zeer groot gat in het zeil gemaakt van een bakwagen met Pools kenteken [kenteken] , eigendom van [bedrijf 1] , met een lading die eigendom was van [bedrijf 2] . Dit was op precies dezelfde plek als waar de verbalisant de mannen bezig had gezien. In de bakwagen stonden grote dozen met het opschrift ‘motorcycle’.
Bij de trekker met Pools kenteken [kenteken] en de oplegger met Pools kenteken [kenteken] , eigendom van [bedrijf 4] , waarvan de verbalisant had gezien dat de mannen hadden gesneden, zaten meerdere sneden in het zeil.
Verder werd er schade aangetroffen bij de volgende vrachtwagens:
Vervolgens reed de BMW vanaf de A50 richting Arnhem de A12 op richting Ede. De BMW reed om 02:07 uur verzorgingsplaats [plaats 3] op. Op de camerabeelden van de politiehelikopter is te zien dat zij langdurig bij trekker-opleggers in de buurt van de geparkeerde BMW stonden. Vervolgens stonden beide mannen enige tijd aan de linkerzijde van een oplegger. Om 02:12 uur verliet de BMW deze verzorgingsplaats.
Bij een trekker met Litouws kenteken [kenteken] en Deens kenteken [kenteken] , waar de mannen omheen hadden gelopen, zaten meerdere sneden in het zeil en twee dozen, die in de oplegger stonden, waren open gesneden.
Omstreeks 02:35 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] weer op en parkeerde tussen de vrachtwagens. De twee mannen stapten uit en liepen naar de Poolse bakwagen met het gat in het zeil. Op de camerabeelden van de politiehelikopter is te zien dat één van hen naast de oplegger stond en de ander op een punt stond waarop een groot gedeelte van de parkeerplaats te overzien was. Deze rolverdeling wisselde geregeld. Beiden liepen vervolgens naar een vrachtauto zonder aanhanger.
Om 2:38 uur parkeerde een Mazda met kenteken [kenteken] aan de linkerkant van de trekker-oplegger, waar de BMW rechts van werd geparkeerd. Er stapten twee mannen uit de Mazda. De mannen uit de BMW en één man uit de Mazda stonden bij de opengesneden vrachtauto. De andere man uit de Mazda stond op afstand, op een plek waar hij overzicht had over een groot gedeelte van de parkeerplaats. Er werden meerdere goederen uit de opengesneden vrachtauto gehaald die achter de vrachtauto werden neergelegd. De persoon op de uitkijk voegde zich bij de drie anderen en dan nam één van de drie anderen de uitkijktaak over. Wisselend stond steeds minstens één van de vier mannen op de uitkijk. Alle personen voerden handelingen uit bij het opengesneden voertuig. Om 02:56:45 uur stonden ze alle vier bij de vrachtwagen. Ze leken ergens op te wachten.
Eén van de mannen merkte de politie op, waarop de politie om 03:01 uur een interventie inzette. Alle vier de mannen renden weg, maar werden uiteindelijk aangehouden. Na hun aanhouding trof de politie rondom de Poolse bakwagen meerdere dwarsbalken op de grond aan. Het gat in het zeil was bijna drie keer zo groot gemaakt. De dozen van de motoren waren open gesneden.
Andere verbalisanten, die op de vluchtstrook van de toerit van de A50 Apeldoorn/Teuge stonden, zagen op 13 november 2025 dat een bakwagen de toerit opreed. Deze bakwagen kwam om 03:04 uur aan op verzorgingsplaats [plaats 1] . Een verbalisant sloeg aan op dit kenteken, omdat hij de bakwagen op 13 november 2025 om 00:28 uur had zien rijden. Die verbalisant herkende de bestuurder van de bakwagen als dezelfde bestuurder die de verbalisant eerder op de avond had gezien. De bestuurder van de bakwagen betrof [naam] . Op de stoel van de bijrijder stond een steekwagentje.
In de BMW zaten verdachten [medeverdachte 1] als bestuurder en [verdachte] als bijrijder. In de Mazda zaten [medeverdachte 2] als bestuurder en [medeverdachte 3] als passagier.
Onder [medeverdachte 1] werd een telefoon in beslag genomen. Hierop werd een Snapchat-gesprek aangetroffen tussen [account 1] , de gebruiker van de telefoon, en ‘ [account 2] ’. Op
13 november 2025 om 02:54 uur stuurde [account 1] de locatie van verzorgingsplaats [plaats 1] door. Vervolgens stuurde [account 1] om 02:51:46 uur ‘kom snel’ en om 02:52:21 uur ‘stuur navi tijd’. Dit gesprek werd ook aangetroffen in de telefoon die onder [naam] in beslag is genomen, maar dan met ‘ [account 2] ’ als gebruiker.
Feit 1
Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een voltooide diefstal, omdat er geen lading uit de bakwagen was verwijderd en de goederen dus (nog) niet uit de macht van de rechthebbende waren gehaald. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de BMW en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de Mazda naar verzorgingsplaats [plaats 1] zijn gereden. Ze liepen rond of langs de bakwagen met kenteken [kenteken] . [verdachte] en [medeverdachte 1] hadden eerder al een gat gemaakt in het zeil van de bakwagen, maar toen ze met zijn vieren handelingen verrichten bij de bakwagen, werd dit gat nog groter gemaakt. Verder hebben ze meerdere dwarsbalken uit de bakwagen getild en meerdere dozen open gesneden. Uit het Snapchat-bericht aan [naam] blijkt dat het de bedoeling was dat hij met de bakwagen naar [plaats 1] zou komen om de buit op te halen. Dit is niet gebeurd, omdat ze door kregen dat de politie hen in de gaten hield.
Dit handelen was naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het stelen van de lading van de vrachtwagen. Het opensnijden van het zeil gebeurt om toegang te krijgen tot een ruimte om daar de dozen open te kunnen snijden. Het opensnijden van dozen is gebeurd om goederen in die dozen binnen het bereik te brengen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
De politie heeft [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in wisselende samenstelling rond de bakwagen en op de uitkijk zien staan, waarbij ze de uitkijktaak van elkaar over namen. Op een gegeven moment stonden ze alle vier bij de bakwagen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij nauw en bewust hebben samengewerkt om de lading uit de bakwagen te stelen. Daarom acht de rechtbank ook bewezen dat sprake is van medeplegen.
Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.
Feit 2
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in een BMW naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en [plaats 3] zijn gereden. Op die verzorgingsplaatsen zijn ze rond en/of langs de voertuigen van [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en de hiervoor bij de bewijsmiddelen genoemde vrachtwagens, waarvan niet duidelijk is geworden wie de eigenaar is, gelopen. Ze hebben meerdere zeilen van deze voertuigen opengesneden. Ook hebben ze een doos opengesneden.
Dit handelen was naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het stelen van de lading van de vrachtwagens. Het opensnijden van de zeilen door het snijden van maantjes (waardoor het zeil makkelijk om kan worden geklapt en naar binnen kan worden gekeken) is gebeurd met de bedoeling om te zien welke lading er zich in die vrachtwagens bevond om te zien of er iets van hun gading bij zat. Dat geldt ook voor het opensnijden van dozen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik heeft gebracht door middel van braak.
[verdachte] en [medeverdachte 1] waren samen op pad en hebben voornoemde handelingen samen verricht. Daarom vindt de rechtbank dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen beiden. Ook het tenlastegelegde medeplegen acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde.
5. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. subsidiair
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,
- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een of meerdere bakwagens en/of vrachtwagens en/of trailers en/of trekker-opleggercombinaties (telkens) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of een of meer onbekend gebleven slachtoffers, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en/of [plaats 3] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs voornoemde wagens heeft gelopen,
- een of meerdere zeilen van voornoemde wagens open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van voornoemde wagen heeft gesneden,
- een of meerdere doos heeft open gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
6. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van gedachtestreepjes twee tot en met vier van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat sprake is van vrijwillige terugtred.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft hierover geen standpunt ingenomen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte een groot aantal vrachtwagens hebben opengesneden om te zien wat voor lading er zich in die vrachtwagens bevond. Met het opensnijden van de vrachtwagens hebben zij zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal. Dat het niet tot een voltooid delict is gekomen, komt omdat verdachte kennelijk niet geïnteresseerd was in de lading van de desbetreffende vrachtwagen en niet omdat verdachte uit eigen beweging, zonder invloed van externe factoren, besloot om te stoppen. Dit wordt ook bevestigd door het feit dat verdachte vervolgens door ging naar de volgende vrachtwagen en uiteindelijk ook daadwerkelijk heeft geprobeerd om lading uit een vrachtwagen te halen. De rechtbank verwerpt daarom het beroep op vrijwillige terugtred.
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 subsidiair:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
feit 2:
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.
7. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
8. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar.
9. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest bepleit.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere pogingen tot ladingdiefstal in vereniging met braak. Hij en [medeverdachte 1] zijn op een strooptocht geweest waarbij ze hebben geprobeerd de lading van 18 vrachtwagens te stelen. Er was sprake van een doelbewuste en goed georganiseerde actie. Het is enkel bij pogingen gebleven omdat de politie hen op heterdaad heeft betrapt, nadat zij met meerdere voertuigen én een helikopter zijn gevolgd.
Ladingdiefstal veroorzaakt naast economische schade gevoelens van onveiligheid onder vrachtwagenchauffeurs. Zij moeten juist veilig kunnen rusten op verzorgingsplaatsen, zonder dat ze bang hoeven te zijn dat hun lading wordt gestolen. Dit soort rooftochten zorgen ook voor onrust onder vrachtwagenchauffeurs. Daar houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening mee.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte d.d. 26 augustus 2026 blijkt dat hij meerdere keren is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Hiervoor liep hij zelfs nog in een proeftijd. Kennelijk heeft verdachte hier geen lering uit getrokken, want het heeft hem er niet van weerhouden deze feiten te plegen.
Reclassering Nederland heeft op 4 december 2025 een advies opgemaakt over verdachte. Dit advies is opgesteld voor de raadkamerzitting in het kader van de voorlopige hechtenis.
Volgens de reclassering is duidelijk sprake van een delictpatroon van vermogensdelicten, al dan niet in combinatie met het gebruik van geweld. Deze verdenking maakt onderdeel uit van het delictpatroon. Verdachte kampt al jarenlang met instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden: hij beschikt niet over een vaste woon- of verblijfplaats of een structureel legaal inkomen en er is sprake van schuldenproblematiek. De reclassering sluit een financieel motief niet uit. Verder lijkt sprake te zijn van een negatief sociaal netwerk. Het is de reclassering niet duidelijk geworden in hoeverre verdachte beïnvloedbaar is en/of zich laat verleiden om snel geld te verdienen. Omdat verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept, kan de reclassering geen verbanden leggen tussen de problemen op de verschillende leefgebieden en de verdenking.
Verdachte heeft niet gereageerd op de oproep van de reclassering om mee te werken aan het opstellen van een rapport voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. De reclassering heeft daarom geen advies uitgebracht.
De strafoplegging
Al met al is de rechtbank van oordeel dat enkel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst en omvang van de feiten. De LOVS-oriëntatiepunten gaan uit van een gevangenisstraf van 5 maanden voor een voltooide ladingdiefstal in geval van recidive. De rechtbank acht 3 maanden passend voor feit 1 omdat het om een poging gaat en een gevangenisstraf van 12 maanden voor feit 2, gelet op de grote hoeveelheid vrachtwagens die verdachten hebben geprobeerd te bestelen en het feit dat verdachte in een proeftijd liep voor een vermogensfeit. Dat werkt strafverzwarend.
De rechtbank legt dus aan verdachte op een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
10. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/112596-23)
De politierechter Midden-Nederland heeft verdachte op 4 augustus 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat – indien de rechtbank de vordering toewijst – de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf moet worden omgezet in een taakstraf.
De beoordeling door de rechtbank
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.
11. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
12. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
beveelt de tenuitvoerlegging van de op 4 augustus 2023 door de politierechter Midden-Nederland voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 30 dagen (parketnummer 16/112596-23);
heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.