RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/305280-25 en 10/220256-23 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)
Datum uitspraak : 24 september 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] (Portugal),
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. C.Y. Kekik, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
10 september 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer personen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of de dader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of de dader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben
gebracht door middel van braak en/of verbreking,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft, door
- zich met een (lege) bakwagen naar een of meerdere verzorgingsplaatsen te begeven en/of
- paraat en/of standby te staan en/of rond te rijden met een (lege) bakwagen;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,
- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer personen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die personen voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of de dader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,
- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- zich met een (lege) bakwagen naar een of meerdere verzorgingsplaatsen te begeven en/of
- paraat en/of standby te staan en/of rond te rijden met een (lege) bakwagen;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een of meerdere bakwagens en/of vrachtwagens en/of trailers en/of trekker-opleggercombinaties (telkens) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of een of meer
onbekend gebleven slachtoffers, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en/of [plaats 3] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs voornoemde wagens heeft gelopen,
- een of meerdere zeilen van voornoemde wagens open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van voornoemde wagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen heeft open gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer personen op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die personen voorgenomen misdrijf om uit een of meerdere bakwagens en/of vrachtwagens en/of trailers en/of trekker-opleggercombinaties (telkens) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of een of meer onbekend gebleven slachtoffers, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of de daders toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar de verzorgingsplaatsen [plaats 1] , [plaats 2] en/of [plaats 3] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs voornoemde wagens heeft gelopen,
- een of meerdere zeilen van voornoemde wagens open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van voornoemde wagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen heeft open gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn en/of Arnhem, althans in Nederland, meermalen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- zich met een (lege) bakwagen naar een of meerdere verzorgingsplaatsen te begeven en/of
- paraat en/of standby te staan en/of rond te rijden met een (lege) bakwagen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 meer subsidiair en het onder feit 2 primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte had geen opzet op het onder 1 tenlastegelegde, laat staan dat er sprake was van dubbel opzet. Zijn verklaring ter plaatse kan niet voor het bewijs worden gebruikt, omdat hem de cautie niet is gegeven en hij niet is gewezen op zijn consultatierecht. Bovendien is geen sprake van een voltooide diefstal.
Ten aanzien van feit 2 kan niet worden bewezen dat verdachte de wil had om de lading van de vrachtwagens te stelen.
Verder is er ten aanzien van beide feiten geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte heeft geen wezenlijke, substantiële bijdrage geleverd aan het tenlastegelegde. Hij is ook niet behulpzaam geweest bij het medeplegen van deze feiten. Verdachte moet dus ook worden vrijgesproken van de tenlastegelegde medeplichtigheid. Bovendien zijn de feiten uiteindelijk niet gepleegd, omdat verdachten werden gestopt door de politie. Er kan dus hooguit worden bewezen dat verdachte heeft meegewerkt aan het voorbereiden van het plegen van een strafbaar feit.
Beoordeling door de rechtbank
De bewijsmiddelen
Op 13 november 2025 om 00:30 uur zag de politie dat een BMW met kenteken [kenteken] de parkeerplaats van verzorgingsplaats [plaats 2] op reed. Er bleken twee mannen in te zitten.
Om 01:33 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] in Klarenbeek op en parkeerde op de vrachtwagenparkeerplaats, waar beide mannen uitstapten en naar verschillende vrachtwagens liepen. Ze bleven langere tijd tussen twee vrachtwagens in staan. Eén man maakte ter hoogte van het midden een snede in een zeil aan de bestuurderszijde van de oplegger. Beide mannen waren langere tijd bezig aan de passagierszijde. Ze maakten grote bewegingen met hun handen. Vervolgens liepen ze terug naar de BMW, waarna ze de verzorgingsplaats om 01:50 uur verlieten.
Een verbalisant ging direct kijken bij de vrachtwagens waar de mannen hadden gestaan. Er was een zeer groot gat in het zeil gemaakt van een bakwagen met Pools kenteken [kenteken] , eigendom van [bedrijf 1] , met een lading die eigendom was van [bedrijf 2] . Dit was op precies dezelfde plek als waar de verbalisant de mannen bezig had gezien. In de bakwagen stonden grote dozen met het opschrift ‘motorcycle’.
Omstreeks 02:35 uur reed de BMW verzorgingsplaats [plaats 1] weer op en parkeerde tussen de vrachtwagens. De twee mannen stapten uit en liepen naar de Poolse bakwagen met het gat in het zeil. Op de camerabeelden van de politiehelikopter is te zien dat één van hen naast de oplegger stond en de ander op een punt stond waarop een groot gedeelte van de parkeerplaats te overzien was. Deze rolverdeling wisselde geregeld.
Om 2:38 uur parkeerde een Mazda met kenteken [kenteken] aan de linkerkant van de trekker-oplegger, waar de BMW rechts van werd geparkeerd. Er stapten twee mannen uit de Mazda. De mannen uit de BMW en één man uit de Mazda stonden bij de opengesneden vrachtauto. De andere man uit de Mazda stond op afstand, op een plek waar hij overzicht had over een groot gedeelte van de parkeerplaats. Er werden meerdere goederen uit de opengesneden vrachtauto gehaald die achter de vrachtauto werden neergelegd. De persoon op de uitkijk voegde zich bij de drie anderen en dan nam één van de drie anderen de uitkijktaak over. Wisselend stond steeds minstens één van de vier mannen op de uitkijk. Alle personen voerden handelingen uit bij het opengesneden voertuig. Om 02:56:45 uur stonden ze alle vier bij de vrachtwagen. Ze leken ergens op te wachten.
Eén van de mannen merkte de politie op, waarop de politie om 03:01 uur een interventie inzette. Alle vier de mannen renden weg, maar werden uiteindelijk aangehouden. Na hun aanhouding trof de politie rondom de Poolse bakwagen meerdere dwarsbalken op de grond aan. Het gat in het zeil was bijna drie keer zo groot gemaakt. De dozen van de motoren waren open gesneden.
Andere verbalisanten, die op de vluchtstrook van de toerit van de A50 Apeldoorn/Teuge stonden, zagen op 13 november 2025 dat een bakwagen de toerit opreed. Deze bakwagen kwam om 03:04 uur aan op verzorgingsplaats [plaats 1] . Een verbalisant sloeg aan op dit kenteken, omdat die de bakwagen op 13 november 2025 om 00:28 uur had zien rijden. Die verbalisant herkende de bestuurder van de bakwagen als dezelfde bestuurder die de verbalisant eerder op de avond had gezien. De bestuurder van de bakwagen betrof [verdachte] . Op de stoel van de bestuurder stond een steekwagentje.
In de BMW zaten verdachten [medeverdachte 1] als bestuurder en [medeverdachte 2] als bijrijder. In de Mazda zaten [medeverdachte 3] als bestuurder en [medeverdachte 4] als passagier.
Onder [medeverdachte 1] werd een telefoon in beslag genomen. Hierop werd een Snapchat-gesprek aangetroffen tussen [account 1] , de gebruiker van de telefoon, en ‘ [account 2] ’. Op 13 november 2025 om 02:54 uur stuurde [account 1] de locatie van verzorgingsplaats [plaats 1] door. Vervolgens stuurde [account 1] om 02:51:46 uur ‘kom snel’ en om 02:52:21 uur ‘stuur navi tijd’. Dit gesprek werd ook aangetroffen in de telefoon die onder [verdachte] in beslag is genomen, maar dan met ‘ [account 2] ’ als gebruiker.
Feit 1
Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een voltooide diefstal, omdat er geen lading uit de bakwagen was verwijderd en de goederen dus (nog) niet uit de macht van de rechthebbende waren gehaald. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.
De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de BMW en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de Mazda naar verzorgingsplaats [plaats 1] zijn gereden. Ze liepen rond of langs de bakwagen met kenteken [kenteken] . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden eerder al een gat gemaakt in het zeil van de bakwagen, maar toen ze met zijn vieren handelingen verrichten bij de bakwagen, werd dit gat nog groter gemaakt. Verder hebben ze meerdere dwarsbalken uit de bakwagen getild en meerdere dozen open gesneden. Uit het Snapchat-bericht aan [verdachte] blijkt dat het de bedoeling was dat hij met de bakwagen naar [plaats 1] zou komen om de buit op te halen. Dit is niet gebeurd, omdat ze door kregen dat de politie hen in de gaten hield.
Dit handelen was naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het stelen van de lading van de vrachtwagen. Het opensnijden van het zeil gebeurt om toegang te krijgen tot een ruimte om daar de dozen open te kunnen snijden. Het opensnijden van dozen is gebeurd om goederen in die dozen binnen het bereik te brengen. Daarom acht de rechtbank bewezen dat verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
De politie heeft [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in wisselende samenstelling rond de bakwagen en op de uitkijk zien staan, waarbij ze de uitkijktaak van elkaar over namen. Op een gegeven moment stonden ze alle vier bij de bakwagen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij nauw en bewust hebben samengewerkt om de lading uit de bakwagen te stelen. Daarom vindt de rechtbank voor hen bewezen dat sprake is van medeplegen.
De rechtbank ziet in het handelen van verdachte echter onvoldoende bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking. Hij is alleen met een bakwagen naar de opgegeven verzorgingsplaats gereden. Uit het app-verkeer blijkt ook dat verdachte opdrachten ontvangt om te verschijnen, maar dat van een grotere rol geen sprake is. Dat past bij de rol van een medeplichtige. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde.
Verdachte is met een bakwagen naar de verzorgingsplaats gereden waarvan [medeverdachte 1] de locatie had doorgestuurd. [medeverdachte 1] zei daarbij dat verdachte snel moest komen en de tijd moest sturen die de navigatie aangaf. Verdachte stelde geen vragen. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte precies wist wat de bedoeling was. Bovendien vond dit alles midden in de nacht plaats en had verdachte een steekkar bij zich. Verdachte heeft dan ook geweten dat [medeverdachte 1] en de andere verdachten van plan waren om ladingdiefstal te plegen.
Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zowel opzet heeft gehad op behulpzaam zijn als opzet op de poging tot ladingdiefstal.
Daarmee acht de rechtbank het onder 1 meest subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
Vast staat dat de inzittenden van de BMW eerder die avond op meerdere plekken verschillende zeilen van vrachtwagens hebben opengesneden. De rechtbank constateert dat verdachte pas vanaf 3:04 uur op verzorgingsplaats [plaats 1] aanwezig was. Er is geen bewijsmiddel voorhanden waaruit blijkt dat verdachte eerder die avond ook op de andere parkeerplaatsen is geweest of dat het de bedoeling was dat hij ook naar de andere vrachtwagens op [plaats 1] of op de andere parkeerplaatsen zou gaan.
Daarom zal de rechtbank hem vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meest subsidiaire tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
een of meer personen op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die personen voorgenomen misdrijf om uit een bakwagen (met kenteken [kenteken] ) een of meerdere goederen van de lading/vracht, in elk geval enige goederen naar zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of de dader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
- zich met een of meerdere voertuigen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
- een of meerdere malen rond en/of langs die bakwagen heeft gelopen,
- de zeilen van die bakwagen op een of meerdere plekken open heeft gesneden, althans een of meerdere malen in de zeilen van die bakwagen heeft gesneden,
- een of meerdere dozen open heeft gesneden, althans in een of meerdere dozen heeft gesneden,
- een of meerdere dwarsbalken/zijplanken uit die bakwagen heeft getild en/of
- zich met een (lege) bakwagen naar verzorgingsplaats [plaats 1] heeft begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 november 2025 te Klarenbeek, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- zich met een (lege) bakwagen naar een of meerdere verzorgingsplaatsen te begeven en/of
- paraat en/of standby te staan en/of rond te rijden met een (lege) bakwagen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 meest subsidiair:
medeplichtigheid aan poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
Het standpunt van de verdediging
De raadsman zich op het standpunt gesteld dat het belangrijk is dat verdachte niet opnieuw vast komt te zitten.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte is medeplichtig geweest aan een poging tot ladingdiefstal in vereniging met braak. Er was sprake van een doelbewuste en goed georganiseerde actie. Het is enkel bij een poging gebleven omdat de politie verdachte op heterdaad heeft betrapt.
Ladingdiefstal veroorzaakt naast economische schade gevoelens van onveiligheid onder vrachtwagenchauffeurs. Zij moeten juist veilig kunnen rusten op verzorgingsplaatsen, zonder dat ze bang hoeven te zijn dat hun lading wordt gestolen. De chauffeur van de vrachtwagen lag te slapen in zijn cabine, toen werd geprobeerd zijn lading te stelen. Dit soort feiten zorgen voor onrust onder vrachtwagenchauffeurs. Daar houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening mee.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte d.d. 28 juli 2026 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor ladingdiefstal. Hij loopt nog in een proeftijd voor een ander feit.
De reclassering heeft op 31 augustus 2026 een advies uitgebracht over verdachte. Omdat verdachte ontkent, kan de reclassering geen direct delictgerelateerde verbanden ontdekken. Bij bewezenverklaring kan de reclassering echter niet uitsluiten dat zijn psychosociaal functioneren, financiën en sociaal netwerk mogelijk een rol hebben gespeeld. Verdachte heeft in 2023 niet-aangeboren hersenletsel opgelopen. Sindsdien heeft hij moeite om met emoties en spanningen om te gaan. Mogelijk heeft dit ook invloed op zijn impulsiviteit en cognitieve vermogens. Verder heeft de reclassering zorgen over zijn sociale netwerk. In het verleden hebben kennissen naar eigen zeggen misbruik van hem gemaakt en hem gemanipuleerd. Verdachte zegt afstand van hen te hebben gedaan, maar er zijn in de afgelopen maanden diverse politiecontacten geweest.
Binnen het huidige reclasseringstoezicht wordt ingezet op diverse leefgebieden. Dit verloopt naar behoren. Verdachte is onlangs begonnen met een nieuwe baan en start binnenkort met een schuldhulpverleningstraject. Zijn begeleider constateert een voorzichtige stijgende lijn in het stellen van grenzen binnen zijn sociaal netwerk. De reclassering beschouwt dit als positief. Er vindt momenteel diagnostisch onderzoek plaats en er wordt onderzocht welke psychische problematiek is ontstaan door het niet-aangeboren hersenletsel. Als geïndiceerd is de reclassering voornemens een agressieregulatie-behandeling in te zetten. Verdachte heeft een steunend netwerk en er zijn geen recente signalen van middelenproblematiek.
Bij veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:
Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij bereid is om zich aan deze voorwaarden te houden.
De strafoplegging
Al met al is de rechtbank van oordeel dat in beginsel enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst en omvang van de feiten. De LOVS-oriëntatiepunten gaan uit van een gevangenisstraf van 3 maanden voor een voltooide ladingdiefstal. De rechtbank zou van deze straf zijn uitgegaan, waarbij het strafverlagend is dat het om een poging gaat en verminderd met een derde, omdat verdachte medeplichtige was. Strafverhogend is dat verdachte in een proeftijd liep.
De rechtbank acht echter het belangrijkste dat verdachte de voorzichtige positieve lijn die hij samen met de hulpverlening heeft ingezet, doorzet. Het is in het belang van de maatschappij en uiteindelijk ook van verdachte dat de kans op recidive zo klein mogelijk wordt gemaakt. De kans daarop is het kleinst als de hulpverlening bij verdachte betrokken is en blijft. Daarom zal de rechtbank bij wijze van uitzondering een taakstraf opleggen, maar dan wel een taakstraf van de maximale duur. Een lagere taakstraf doet geen recht aan de ernst van het feit, de proeftijd waarin verdachte liep en aan het uitgangspunt van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij dit soort feiten. Verder acht de rechtbank het van groot belang dat verdachte de verplichte begeleiding blijft krijgen die hij nodig heeft. Daarom legt de rechtbank ook een voorwaardelijke gevangenisstraf op met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr naar rato van twee uren per dag en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van 2 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Dit is een lagere straf dan door de officier van justitie eist, omdat de rechtbank alleen feit 1 meest subsidiair bewezen acht.
8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 10/220256-23)
De politierechter Rotterdam heeft verdachte op 11 september 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert de verlenging van de proeftijd met één jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het belangrijk is dat verdachte niet opnieuw vast komt te zitten.
De beoordeling door de rechtbank
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.
De rechtbank zal in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf van 120 uur gelasten, omdat de rechtbank dit, om dezelfde redenen als hiervoor overwogen, passender acht.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 45, 48, 49 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en de onder 2 ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- verdachte zich gedurende de proeftijd laat diagnosticeren, behandelen en begeleiden door Humanitas Homerun of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek en/of andere vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met:
o [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] , opgeroepen op het adres [adres] in [woonplaats] ;
o [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] ;
o [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] ;
o [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] ;
- verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet). Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
beveelt de tenuitvoerlegging van de op 11 september 2024 door de politierechter Rotterdam voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 2 maanden (parketnummer 10/220256-23);
gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf een taakstraf gedurende 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en
mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 september 2026.
Mr. Van den Bosch en mr. Aalbers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.