ECLI:NL:RBGEL:2026:743

ECLI:NL:RBGEL:2026:743

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer 11815847
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Nijmegen

Samenvatting

Huur woonruimte. Eindafrekening. Borg, kosten wasmachine, energiekosten. Dwingende bewijskracht onderhandse akte.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Nijmegen

Zaaknummer: 11815847 \ CV EXPL 25-2117

Vonnis van 16 januari 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen,

toevoegingsnummer: 4QT1738,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: B.A.F. Boor.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;- de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie, met producties;- de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie, met producties;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiseres] huurde van 2 februari tot 30 april 2025 van [gedaagde] woonruimte aan de [adres] (hierna: het gehuurde). De huurprijs bedroeg € 1.850,00 per maand in totaal: € 1.500,00 kale huur en een voorschot voor de kosten van gas, licht en water van € 350,00.

[eiseres] heeft bij aanvang van de huur een borg van € 3.000,00 betaald.

Tijdens de huurperiode hebben partijen met elkaar geappt als volgt:

[eiseres] : Had je trouwens nog met je man overlegd voor wasmachine enzo want moet dat echt regelen wil wassen.

[gedaagde] : Jep, jij mag ze hebben en ze zijn echt nog jong hoor!! Jaar of 3! Voor € 750,-

[eiseres] (in reply hierop): [naam 1] moet alleen even kijken hoe en wat want zo hard dat me geld nu der uit vliegt kan ik niet tegen werken bijna.

Kunnen we daar wat op verzinnen paar delen ofz

[gedaagde] : Tuurlijk! Hadden we toch ook gezegd.

Bij de oplevering van het gehuurde hebben partijen een document ondertekend getiteld “sleuteloverdracht”. Daarin is het volgende vermeld:

(…)

De borg wordt als volgt verrekend.

Borg betaald € 3.000,-

Maand april -€ 1.500,-

Voorschot w/g/l april -€ 350,-

Wasmachine + droger -€ 750,-

Het teveel of te weinig betaalde zal worden uitgekeerd of in rekening worden gebracht. De boekhouder zal de begin meterstanden ontvangen en de eind meterstanden. Dit laatste zullen wij tijdens de sleuteloverdracht opnemen.

Beginstanden 2 februari 2025

Gas : 70219

Elektriciteit : 94531

Water : 4179

Eindstanden 30 april 2025

Gas : 71074

Elektriciteit : 94938

Water : 4199

De eindafrekening van bovengenoemde zal binnen een termijn van 14 dagen plaatsvinden. Wanneer er een bedrag betaald dient te worden ontvangt u hiervan een factuur welke dan ook binnen 14 dagen betaald dient te worden.

Op 13 mei 2025 heeft [gedaagde] een eindafrekening, te betalen binnen veertien dagen, naar [eiseres] gestuurd. Daarop is het volgende opgenomen:

Uw totaalverbruik w/g/l/ € 3.386,63

Betaalde voorschot w/g/l/ - € 1.050,00

Openstaande borg - € 400,00

Te betalen € 1.936,63

[eiseres] heeft deze eindafrekening niet betaald en van [gedaagde] een bedrag van € 1.150,00 aan resterende borg gevorderd. Dit bedrag heeft [gedaagde] niet betaald.

3. Het geschil in conventie en in reconventie

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Voor recht verklaart dat de door [eiseres] en [gedaagde] ondertekende sleuteloverdracht nietig is, althans nietig wordt verklaard, althans deze sleuteloverdracht te vernietigen niet rechtsgeldig is (letterlijk, kantonrechter), althans voor recht te verklaren dat eiseres niet aan de sleuteloverdracht kan worden gehouden;

II. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen € 1.150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2025, althans vanaf datum dagvaarding;

III. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen € 486,00 voor teveel betaalde servicekosten G/W/E, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2025, althans vanaf datum dagvaarding;

IV. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

[gedaagde] vordert dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot betaling van € 1.936,63, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente vanaf 30 april 2025.

[eiseres] voert verweer. [eiseres] concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [gedaagde] , althans afwijzing van diens vorderingen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

Tussen partijen is in geschil op welke wijze de eindafrekening van de huurperiode moet plaatsvinden. Volgens [eiseres] kan op de borg van € 3.000,00 alleen de huur voor de maand april, die niet betaald is, in mindering worden gebracht. Zij ontvangt dan nog € 1.150,00. Bovendien is volgens [eiseres] een te hoog voorschot aan kosten voor gas, licht en water betaald. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] een wasmachine en droger overgenomen voor € 750,00 en daarvoor is nog niet betaald. Verder moet nog voor gas, water en licht worden betaald. Na verrekening van de borg resteert een door [eiseres] te betalen bedrag van € 1.936,63, aldus [gedaagde] .

De kantonrechter oordeelt als volgt. Na verrekening van de huur voor de maand april resteert een bedrag van € 1.150,00 van de borg. Dit staat tussen partijen vast.

In het document “sleuteloverdracht” dat partijen hebben ondertekend is vastgelegd op welke wijze en op basis van welke uitgangspunten de eindafrekening moet worden gemaakt. [eiseres] vordert voor recht te verklaren dat dit document nietig is, dan wel vernietigbaar. Volgens [eiseres] was sprake van dwaling en misbruik van omstandigheden. Zij heeft het document onder druk onmiddellijk moeten ondertekenen zonder enig inzicht in verbruik en kosten, zo stelt [eiseres] .

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres] door met een enkele zin te schrijven dat er sprake was van druk bij het ondertekenen van het document onvoldoende gesteld om een succesvol beroep te doen op een wilsgebrek. Het vastleggen van de meterstanden weerspreekt voorts de stelling van [eiseres] dat zij geen inzicht in het verbruik heeft gekregen. Dit leidt tot de conclusie dat dit document niet nietig wordt verklaard of wordt vernietigd, zodat het tussen partijen gelding heeft. Het betreft een onderhandse akte. Deze heeft tussen partijen dwingende bewijskracht van hetgeen daarin is vastgelegd. Daartegen is tegenbewijs mogelijk.

Wat betreft de wasmachine en droger heeft [eiseres] geen tegenbewijs geleverd of aangeboden. Het enige bewijs dat op dit punt voorligt, zijn de door [gedaagde] ingebrachte appjes tussen partijen. Die onderbouwen juist de stelling van [gedaagde] dat de door hem gestelde overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen – “jij mag ze hebben (…) voor € 750”, “ [naam 1] ” –en vervolgens is gecommuniceerd over een betalingsregeling. De kantonrechter is daarom van oordeel dat dit bedrag in de eindafrekening moet worden meegenomen als door [gedaagde] is gedaan.

Met betrekking tot de energiekosten gelden ook de in het document sleuteloverdracht vastgelegde meterstanden als dwingend bewezen, behoudens tegenbewijs. Ook hier heeft [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter geen tegenbewijs geleverd en ook geen aanbod daartoe gedaan. De meterstanden zijn bovendien gefotografeerd, welke foto’s [gedaagde] in het geding heeft gebracht. [eiseres] werpt een aantal vragen op ten aanzien van de energiekosten. Het gaat dan met name om de vraag of zij niet veel meer heeft betaald dan de kosten voor het verbruik dat zijzelf heeft gemaakt. [eiseres] huurde immers een deel van een groter pand. De in rekening gebrachte kosten, zowel de maandelijkse als de eindkosten, zijn volgens [eiseres] veel te hoog.

[gedaagde] heeft daartegenin gebracht dat er een tussenmeter is naar het gehuurde. De meterstanden zien enkel op die tussenmeter, aldus [gedaagde] . Dit is door [eiseres] betwist. Echter is zij wel akkoord gegaan met de voor haar geldende meterstanden. Haar stellingen leiden niet tot tegenbewijs hiertegen, mede gelet op het feit dat zij de standen van elektriciteit en water niet (gemotiveerd) betwist. Uit niets blijkt dat [gedaagde] (alleen) de gasmeter heeft gemanipuleerd, zoals [eiseres] stelt. Het aan [eiseres] doorbelaste gasverbruik is hoog, maar daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat met februari en maart twee (relatief) koude maanden in de eindafrekening zijn meegenomen en dat het gehuurde onweersproken een grote woning, met een woonopppervlak van 220 à 250 m2, betreft. Vergelijking met de NIBUD-normen gaat dus mank. Het verbruik is door [gedaagde] op voldoende kenbare wijze gespecificeerd. Ook (het voorschot op) de energiekosten worden dus in de eindafrekening meegenomen als door [gedaagde] bepleit.

Slotsom is dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen en de door [gedaagde] gevorderde hoofdsom wordt toegewezen. De daarover gevorderde rente wordt gezien de vervaltermijn van de door hem verzonden factuur toegewezen als hierna bepaald. De door [gedaagde] in het petitum gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn op geen enkele wijze toegelicht, zodat deze worden afgewezen. Uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis is door [gedaagde] niet gevorderd.

[eiseres] is in conventie en in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden in conventie begroot op:

- salaris gemachtigde

408,00

(2 punten × € 204,00)

- nakosten

102,00

Totaal

510,00

En in reconventie, gelet op de samenhang met de vordering in conventie, op:

- salaris gemachtigde

204,00

(1 punt × € 204,00)

- nakosten

102,00

Totaal

306,00

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 510,00,

in reconventie

veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van € 1.936,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 306,00,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.

560

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?