RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11970470 \ CV EXPL 25-3190
Vonnis van 16 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dubbel M B.V.
gevestigd te Barneveld,
eisende partij in de hoofdzaak
verwerende partij in het incident
hierna te noemen: Dubbel M
gemachtigde: mr. W. van Dijk (Van Dijk Advocatenkantoor)
tegen
1. [gedaagde 1]
wonende te [woonplaats]2. [gedaagde 2]
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak
eisers in het incident
hierna samen te noemen (in mannelijk enkelvoud): [gezamenlijke gedaagden]
gemachtigde: mr. W. van Es (Stichting Achmea Rechtsbijstand)
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 15;
- de incidentele conclusie tot verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken;
- de conclusie van antwoord in het incident.
Hierna is de datum voor het vonnis in het incident bepaald.
2. Het bevoegdheidsincident en de beoordeling daarvan
[gezamenlijke gedaagden] stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen omdat de overeenkomst waarop Dubbel M haar vordering baseert gekwalificeerd moet worden als een overeenkomst tot aanneming van werk en het gevorderde bedrag hoger is dan € 25.000,00. [gezamenlijke gedaagden] vordert daarom dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.
Dubbel M voert daartegen aan dat sprake is van een gemengde overeenkomst, nu niet uitsluitend sprake is van aanneming van werk maar ook van consumentenkoop. De kantonrechter is daarom bevoegd van deze zaak kennis te nemen.
Voorop wordt gesteld dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij Dubbel M handelde in het kader van haar bedrijfs- of beroepsactiviteit en [gezamenlijke gedaagden] als een natuurlijk persoon buiten beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
Partijen zijn het erover eens dat de tussen partijen gesloten overeenkomst in ieder geval (deels) kwalificeert als een overeenkomst van aanneming van werk. Niet iedere overeenkomst van aanneming van werk met een consument als opdrachtgever is tevens een consumentenkoop, zodat in zijn algemeenheid niet gesteld kan worden dat er bij een overeenkomst van aanneming van werk tussen een aannemer en een consument altijd sprake is van een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 BW. Het enkele feit dat bij de uitvoering van het werk (op maat gemaakte) materialen worden toegepast, is onvoldoende om de overeenkomst ook aan te merken als consumentenkoop.
In de bepaling van artikel 7:5 lid 4 BW gaat het er namelijk om dat het goed voor de consument individueel en op maat wordt gemaakt zoals een op maat gemaakte deur..
De inhoud van de overeenkomst wordt bepaald door de opdrachtbevestigingen die door Dubbel M zijn overgelegd als productie 1 bij de inleidende dagvaarding. Daaruit volgt dat Dubbel M zich jegens [gezamenlijke gedaagden] heeft verbonden om het interieur in de woning van [gezamenlijke gedaagden] te realiseren. Het gaat voor een (groot) deel om op maat gemaakte meubels. Ten aanzien van die meubels heeft Dubbel M omschreven op welke wijze en met welke materialen zij deze zou maken (zie bijvoorbeeld nummers 15, 18 en 19 in productie 1a en nummer 01, 03, 05 en 09 in productie 1b, en zo verder). Het leveren van deze zaken en de montage ervan in de woning van [gezamenlijke gedaagden] kwalificeert als aanneming van werk, omdat een werk van stoffelijke aard tot stand wordt gebracht tegen een te betalen prijs in geld. Daar zijn partijen het ook over eens.
Daarnaast blijkt uit de opdrachtbevestigingen ook dat Dubbel M diverse woonaccessoires heeft geleverd (zoals verlichting, spiegels, sierkussens, vloerkleden, droogrek, sidetable, poef, raambekleding) tegen betaling door [gezamenlijke gedaagden] . [gezamenlijke gedaagden] stelt weliswaar dat Dubbel M geen ‘kant en klare’ roerende zaken aan hem heeft geleverd, maar hij heeft die stelling, tegenover de uitgebreide opdrachtbevestigingen, niet nader onderbouwd. Nu bij voornoemde roerende zaken in de opdrachtbevestigingen niet expliciet is aangegeven op welke wijze of van welke materialen zij gemaakt zouden worden, is de kantonrechter van oordeel dat voornoemde roerende zaken als ‘kant en klare’ zaken beschouwd dienen te worden. Dit gedeelte van de overeenkomst kwalificeert daarom als (consumenten)koop. Dat betekent dat sprake is van een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 BW, zodat de bepalingen van consumentenkoop en van aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. Zijn de genoemde bepalingen strijdig met elkaar, dan prevaleren de bepalingen van consumentenkoop, aldus de slotzin van artikel 7:5 lid 4 BW. Dat het zwaartepunt van de verplichtingen van Dubbel M zou zijn gelegen in het tot stand brengen van werken van stoffelijke aard en niet bij de levering van roerende zaken, zoals [gezamenlijke gedaagden] nog stelt, maakt het oordeel dat sprake is van een gemengde overeenkomst niet anders.
Op grond van artikel 93 sub c Rv worden zaken ‘betreffende’ consumentenkoop behandeld en beslist door de kantonrechter, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Aangezien sprake is van een gemengde overeenkomst tussen partijen, waaronder consumentenkoop, is de kantonrechter bevoegd van deze zaak kennis te nemen en daarin te beslissen. De vordering in het incident wordt daarom afgewezen.
[gezamenlijke gedaagden] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van het incident worden veroordeeld als na te melden.
in de hoofdzaak:
De zaak zal worden verwezen naar de hierna te noemen roldatum voor het indienen van een conclusie van antwoord aan de zijde van [gezamenlijke gedaagden] .
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
in het incident:
wijs de incidentele vordering af;
veroordeelt [gezamenlijke gedaagden] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Dubbel M, tot de uitspraak van dit vonnis vastgesteld op € 815,00 (1 punt voor antwoord in incident) aan salaris gemachtigde;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rolzitting van vrijdag 13 februari 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gezamenlijke gedaagden] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
40140 \ 560