RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11971830 \ CV EXPL 25-3215
Vonnis van 16 januari 2026
in de zaak van
de stichting Stichting Portaal
gevestigd te Utrecht
eisende partij
hierna te noemen: Portaal
gemachtigde [naam 1] (Jongerius Gerechtsdeurwaarders)
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 november 2025 en de daarin genoemde processtukken;
- de brief van 11 december 2025 van Portaal met een specificatie van de huurachterstand tot en met december 2025;- de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 december 2025, waarbij zijn verschenen: [naam 1] (namens Portaal) en [gedaagde] vergezeld met haar partner. De griffier heeft aantekeningen gehouden van hetgeen met partijen is besproken.
Vervolgens is de datum van het vonnis bepaald.
2. De feiten
Portaal verhuurt met ingang van 14 juli 2023 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 671,02 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur over de periode april tot en met december 2025 niet betaald. Portaal heeft [gedaagde] meerdere malen aangeschreven om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Daarnaast hebben partijen meerdere betalingsregelingen afgesproken, welke ook weer zijn beëindigd omdat [gedaagde] de regelingen niet stipt nakwam.
Portaal heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Portaal heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering, als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
3. Het geschil
Portaal vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van € 6.472,54 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
Portaal legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar huurbetalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Portaal de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat zij zich tot schuldhulpverlening heeft gewend om haar te helpen bij haar schulden. Met de eerste contactpersoon is het niet goed verlopen, maar [gedaagde] heeft nu een nieuw contactpersoon en heeft daarbij een uitkering aangevraagd. [gedaagde] geeft aan dat zij heel graag in de woning wil blijven wonen en dat zij haar best gaat doen om dit op te lossen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Huurachterstand
Portaal heeft op de mondelinge behandeling gesteld dat de huurachterstand is opgelopen tot een bedrag van € 6.472,54. Ter onderbouwing daarvan verwijst Portaal naar de op 11 december 2025 toegezonden specificatie. [gedaagde] heeft deze achterstand erkend, zodat het bedrag van € 6.472,54 aan actuele huurachterstand in dit geval zal worden toegewezen.
Rente en incassokosten (ambtshalve toetsing van de voorwaarden)
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
Het rentebeding in artikel 7.2 van de algemene bepalingen is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Dit beding is daarom op zichzelf voor wat betreft de verschuldigdheid van rente niet oneerlijk.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
Het beding in artikel 15.6 van de algemene bepalingen over buitengerechtelijke incassokosten wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 lid 6 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke kosten) nu daarin is opgenomen dat de kosten van de schriftelijke aanmaning voor rekening van de huurder komt, ook in het geval de huurder alsnog aan zijn verplichtingen voldoet. En consument dient echter kosteloos aangemaand te worden en is, wanneer binnen de gestelde 14-dagen termijn wordt betaald, geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd. Het beding is aldus onredelijk bezwarend en terugvallen op de wettelijke regeling is niet toegestaan (zie HvJ EU 27 januari 2021, C-229/19 en C-289/19, ECLI:EU:2021:C:68). De buitengerechtelijke kosten worden daarom afgewezen.
Op grond van het voorgaande zal [gedaagde] worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van 6.588,03 (bestaande uit € 6.472,54 aan huurachterstand tot en met december 2025 en € 115,49 aan reeds verschenen rente (de kantonrechter veronderstelt) tot 10 december 2025). Daarop strekken, conform toepassing van artikel 6:44 BW, de in de specificatie genoemde betalingen in mindering van totaal € 1.496,02, zodat resteert een bedrag van € 5.092,01. Dit bedrag zal vanaf 11 december 2025 worden vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag dat alles is betaald.
Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
De kantonrechter is van oordeel dat de in de dagvaarding genoemde huurachterstand, die nadien is toegenomen, van zodanige omvang is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst op zichzelf rechtvaardigt. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal daarom worden toegewezen. [gedaagde] zal als gevolg daarvan worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen. De kantonrechter is van oordeel dat een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis een redelijke termijn is om aan de veroordeling tot ontruiming te voldoen en zal dit als zodanig toewijzen.
Portaal wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 671,02, te rekenen vanaf januari 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal ook worden toegewezen.
Toezegging Portaal
Tijdens de mondelinge behandeling is nadrukkelijk toegezegd dat Portaal bereid is de ontruiming van de woning uit te stellen, als [gedaagde] in ieder geval de lopende huur betaalt, de huurachterstand inloopt en afspraken in het kader van schuldhulpverlening stipt nakomt. Partijen kunnen die afspraken, voor zover gewenst, vastleggen in een gebruiksovereenkomst. Zolang [gedaagde] zich houdt aan die afspraken heeft Portaal niet de intentie te ontruimen. Een vonnis, waarbij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt uitgesproken, dient voor Portaal enkel als stok achter de deur. De kantonrechter gaat ervan uit dat Portaal zich aan deze toezegging zal houden.
[gedaagde] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,16
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.336,16
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat Portaal dit heeft verzocht en [gedaagde] hier geen (kenbaar) verweer tegen heeft gevoerd.
5. De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] ;
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Portaal zijn, en de sleutels af te geven aan Portaal;
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Portaal:
- € 5.092,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2025 over de daarin opgenomen huurtermijnen tot de dag van volledige betaling;
- € 671,02 per maand vanaf januari 2026, voor zover deze nog niet is betaald, tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.336,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
40140 \ 560