RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12044886 \ CV EXPL 26-376
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
STAD ANTWERPEN,
gevestigd te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te Culemborg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 2 december 2025 met producties.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil en de beoordeling daarvan
Stad Antwerpen vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 229,21, alsmede de proceskosten.
Nu de onderhavige zaak een internationaal karakter draagt, dient eerst te worden beoordeeld of de kantonrechter bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen.
Stad Antwerpen heeft aan [gedaagde] een boete opgelegd, omdat zij – kort gezegd – heeft vastgesteld dat een auto op naam van [gedaagde] zich in een zogenoemde ‘Lage Emissiezone’ bevond, terwijl deze auto niet aan de geldende emissienormen voldeed en [gedaagde] evenmin over een ontheffing beschikte. De boete is van overheidswege aan [gedaagde] opgelegd. Van een rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van een geldboete is evenwel geen sprake. Hierdoor mist Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) toepassing.
De kantonrechter kan zijn bevoegdheid wel ontlenen aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Artikel 2 Rv bepaalt namelijk dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien gedaagde in Nederland zijn woonplaats heeft en de zaak bij dagvaarding moet worden ingeleid. Nu voor een geschil als het onderhavige geen specifieke procedure is aangewezen, is de dagvaardingsprocedure bij de civiele rechter als restcategorie van toepassing. Omdat het beloop van het geschil onder de competentiegrens als bedoeld in artikel 93 Rv blijft en gelet op de woonplaats van [gedaagde] , is de rechtbank Gelderland, kamer voor kantonzaken, locatie Arnhem op grond van artikel 93 aanhef en onder a BW en artikel 99 lid 1 RV bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.
De kantonrechter is vervolgens met Stad Antwerpen van oordeel dat Belgisch recht van toepassing is en overweegt hiertoe dat op grond van Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) aansluiting moet worden gezocht bij de plaats waar de door de eisende partij gestelde feiten, op grond waarvan zij de boete heeft opgelegd, zich hebben voorgedaan. Voorts is gesteld noch gebleken dat uit het geheel van omstandigheden volgt dat de rechtsverhouding tussen partijen nauwer is verbonden met een ander land, bijvoorbeeld Nederland. Hierdoor is Belgisch recht van toepassing op het onderhavige geschil.
[gedaagde] is niet verschenen. Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, wordt tegen [gedaagde] verstek verleend.
Stad Antwerpen grondt haar vordering op het Decreet betreffende Lage-emissiezones, het Besluit Lage-emissiezones en het Gemeentelijk Reglement Lage-emissiezone Antwerpen.
De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen.
Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van Stad Antwerpen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
40,00
(1 punt × € 40,00)
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
319,78
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen te betalen een bedrag van € 229,21,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 319,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
858