RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/119534-25
Datum uitspraak : 9 oktober 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsman: mr. A.R. Maarsingh, advocaat in Deventer.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 september 2026.
Inleiding
Op 15 maart 2024 is [minderjarige] , dochter van [ouder 1] en [ouder 2] , onder toezicht gesteld van de Jeugdbescherming Overijssel, gevolgd door uithuisplaatsing op 4 november 2024. Zij ging niet meer naar school en er was geen zicht op haar opvoedsituatie, mede omdat zij werd weggehouden van de vrijwillige hulpverlening en van de toezichthouders van Jeugdbescherming. Ook op schriftelijke aanwijzingen hebben de ouders niet gereageerd.
Tijdens de feitelijke uithuisplaatsing van [minderjarige] werden haar ouders telefonisch bijgestaan door [verdachte] , verdachte in deze strafzaak. De ouders Kuipers hadden met hem kennis gemaakt tijdens een door hem verzorgde lezing over het ‘soevereinschap’, de verhouding tussen burgers en de overheid e.d. Verdachte heeft zich op een gegeven moment als belangenbehartiger van de familie Kuipers opgeworpen, omdat hij naar eigen zeggen al jarenlang kinderen verzorgt en onderricht en er niet tegen kan wanneer de overheid onrechtvaardig omgaat met kinderen en hun belangen. Volgens hem is [minderjarige] van staatswege ontvoerd en werden haar ouders bewust in het ongewisse gelaten over haar situatie. Verdachte presenteerde zich als raadsman c.q. adviseur van de familie en heeft gezegd dat jeugdbescherming geen bevoegdheden heeft.
In het tijdsbestek van oktober 2024 tot februari 2025 hebben zich veel incidenten voorgedaan rondom de uithuisplaatsing van [minderjarige] . De incidenten betroffen met name het versturen van
e-mailberichten naar medewerkers van Jeugdbescherming Overijssel, de wethouder van de gemeente Kampen die jeugdzorg in zijn portefeuille had en rechters uit de rechtbank Overijssel die betrokken waren bij de behandeling van het jeugdbeschermingsdossier van [minderjarige] . Veel van deze brieven en e-mailberichten zijn verzameld in een boek, getiteld 'De Kinderrover’ dat als pdf-bijlage in e-mailberichten naar de aangevers in deze strafzaak is verzonden. Dit boek bevat ook persoonsgegevens van de wethouder. Het boek is tevens naar vele willekeurige personen verzonden per e-mailbericht, met name naar mensen die bij diverse overheidsdiensten werken en is ook uitgebracht op Amazon.nl.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 19 november 2024 te Elburg en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , medewerker(s) van Jeugdbescherming Overijssel, (schriftelijk) heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (per e-mail) de woorden toe te voegen:
“Ik als internationaal erkend Rechter onder auspiciën van de Koning van Portugal RH Dom Rosario (558/22/D.N.) zal ervoor zorg dragen dat jullie voor een militair tribunaal worden gesteld. Ik heb jullie bij mijn vertrek gevraagd of jullie bekend zijn met een vuurpeloton (stilte). Dat is namelijk protocol bij het oppakken en berechten van kinderontvoerders en kindermisbruikers als ook pedofielen. In Amerika is deze grote schoonmaak al jaren bezig achter de schermen. Alle betrokkenen zullen op persoonlijke titel worden gedagvaard als de tijd rijp is en Nederland aan bod komt door de militairen bevrijd te worden van een DOOR en DOOR verrotte overheid, gemeente, politie en Rechtspraak. Geniet nog in uw leven zolang u nog niet opgepakt bent. WETEN = GEWETEN”
en/of vervolgens per email de bevestiging te sturen dat de registratie van de aangifte/aanklacht “crimes against humanity” tegen de voornoemde medewerkers van Jeugdbescherming Overijssel binnen het DOD Military Handbook Law onderMilitary Justice is voltooid vanuit de meldingen ‘door ons als de twee internationaal beëdigde rechters’,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2
hij in of omstreeks de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten een foto en/of de (vermeende) woonplaats en/of gezinssamenstelling en/of het (vermeende) telefoonnummer en/of het geboortejaar en/of geboorteplaats van [slachtoffer 3] , zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om [slachtoffer 3]
- vrees aan te (laten)jagen
- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of
- in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen;
terwijl dit feit werd gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van wethouder van de gemeente Kampen.
3
hij op of omstreeks de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg en/of Kampen althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of goede naam van wethouder [slachtoffer 3] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
- het boek “De Kinderrover” per email te verspreiden naar een groot aantal emailadressen en/of
- het boek “De Kinderrover” aan te bieden ter verspreiding op de website van Amazone en/of
- het boek “De Kinderrover” te uploaden naar een website onder beheer bij verdachte, zijnde universityforlife.info en/of
- in het boek “De Kinderrover” over Wethouder [slachtoffer 3] te schrijven dat er sprake is van kinderontvoering en/of hij (een) crimineel is en/of corrupt is en/of zich schuldig maakt aan ontvoering/ kidnapping en/of
- in het boek “De Kinderrover” over Wethouder [slachtoffer 3] te zetten: “DE ZWAAR
CORRUPTE WETHOUDER VAN GEMEENTE KAMPEN, REGIE-HOUDER VAN
KIND-ONTVOERINGEN ” en/of “deze crimineel handelende Kampener Wethouder
[slachtoffer 3] ”
- achter op het boek “De Kinderrover” te zetten “Als Wethouder van Gemeente Kampen die de portefeuille van Jeugd, Zorg en Welzijn onder mij heeft (Wethouder [slachtoffer 3] ) ben ik eigenlijk zo hypocriet als wat; immers ik sta toe dat er pornografisch lesmateriaal wordt verstrekt aan zeer minderjarigen” en/of
“Aangaande ouders die daar bezwaar tegen hebben pak ik hen gelijk aan door hen eerst zwart te maken naar hun directe omgeving toe tezamen met [persoon 1] , [persoon 2] als ook [persoon 3] zorgen we ervoor dat de ouders zelfs - zo lijkt het voor de buitenwereld - op legale wijze voor de rechter gesleept worden ”
- in een openbaar Telegramkanaal het bericht te plaatsen: “ [slachtoffer 3] (wethouder Kampen) kan zich nog wel schuilhouden maar ontsnappen is er niet meer bij. Voluit liegen en bedriegen.” en/of “Zijn criminele handelingen zijn nu bij meer dan 4 recherche/marechaussee punten in NL bekend gemaakt”
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.
4
hij op of omstreeks de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg en/of Zwolle althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of goede naam van rechter [slachtoffer 4] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
- het boek “De Kinderrover” per email te verspreiden naar een groot aantal emailadressen en/of
- het boek “De Kinderrover” aan te bieden ter verspreiding op de website van Amazone en/of
- het boek “De Kinderrover” te uploaden naar een website onder beheer bij verdachte, zijnde universityforlife.info en/of
- in het boek “De Kinderrover” over rechter [slachtoffer 4] te schrijven dat er sprake is van kinderontvoering en/of belangenverstrengeling en/of dat zij onbevoegd zou zijn en/of een corrupte rechter is en/of (een) crimineel is en/of zich schuldig maakt aan ontvoering/ kidnapping en/of
- in het boek “De Kinderrover” over rechter [slachtoffer 4] te schrijven op een zogenaamd pamflet “BETREFFENDE DE CRIMINELE SPROOKJES MET DE GEMENE EN KINDEREN-ONTVOERENDE HEKSEN, LOEDERS EN FEEKSEN, WAARONDER DEZE MET DE NAAM: [slachtoffer 4] ” en/of
- achter op het boek “De Kinderrover” te zetten dat [slachtoffer 4] een corrupte rechter is,
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 16 december 2024 te Elburg en/of Zwolle althans in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten rechter [slachtoffer 4] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, in het openbaar door een toegezonden en/of aangeboden (bij) geschrift en/of afbeelding,
heeft beledigd door op een openbaar telegramkanaal een foto te delen van [slachtoffer 4] met een zwart balkje voor haar ogen voorzien van de tekst: “ [slachtoffer 4] de Feeks, de Loeder” , althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking terwijl deze belediging werd aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening als rechter.
5
hij op of omstreeks de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg en/of Zwolle althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of goede naam van rechter [slachtoffer 5]
heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
- het boek “De Kinderrover” per email te verspreiden naar een groot aantal emailadressen en/of
- het boek “De Kinderrover” aan te bieden ter verspreiding op de website van Amazone en/of
- het boek “De Kinderrover” te uploaden naar een website onder beheer bij verdachte, zijnde universityforlife.info en/of
- in het boek “De Kinderrover” over rechter [slachtoffer 5] te schrijven dat er sprake is van kinderontvoering en/of dat zij onbevoegd zou zijn en/of een corrupte rechter is en/of (een) crimineel is en/of zich schuldig maakt aan ontvoering/kidnapping en/of
- in het boek “de Kinderrover” te zetten over [slachtoffer 5] : ''De rechter [slachtoffer 5] is corrupt ” en/of “Elke uitspraak is fraude, bedrog en corruptie” en/of een “Brief ambtsovertreding rechter [slachtoffer 5] en/of “waarmee de rechter [slachtoffer 5] uit ambtshalve bewust en opzettelijk deze overtreding begaan heeft” en/of
- achterop het boek “de Kinderrover” te zetten dat [slachtoffer 5] een corrupte rechter is
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van feit 1 (bedreiging medewerkers Jeugdbescherming)
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , p. 304-307;
een e-mailbericht aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , p. 311-312 en 313-314; en
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2026.
Geen terroristisch oogmerk
Voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde bedreiging met een terroristisch misdrijf is vereist dat verdachte heeft gehandeld met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit houdt – voor zover hier van belang – in dat de bedreiging erop gericht moet zijn geweest om een overheid wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele structuren van een organisatie of land ernstig te ontwrichten.
De rechtbank acht dit oogmerk niet aanwezig. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting blijkt dat de uitlatingen van verdachte voortvloeiden uit frustratie over één specifiek onderwerp, namelijk de uithuisplaatsing van [minderjarige] . De gewraakte uitlatingen waren in essentie gericht tot twee individuele medewerkers van de Jeugdbescherming, die hij verantwoordelijk achtte voor de misstanden zoals hij die in zijn beleving zag. Hoewel de uitlatingen voor de betrokkenen bedreigend zullen zijn overgekomen, hetgeen verdachte ter zitting ook heeft erkend, heeft verdachte tegen de organisatie van de Jeugdbescherming als zodanig geen concrete eis geformuleerd die hij hiermee beoogde af te dwingen.
Evenmin is gebleken dat het handelen gericht was op het ontwrichten van de Jeugdbescherming of en andere overheidsinstantie als instantie. Het handelen zag uitsluitend op een individuele casus. Een escalatie in een individueel geschil valt buiten de reikwijdte van de strafbaarstelling van een terroristisch misdrijf zoals de wetgever dat voor ogen stond.
De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het terroristisch oogmerk.
Ten aanzien van feit 2 (doxing wethouder) en feit 3 (laster wethouder)
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen, telkens:
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] mede namens [slachtoffer 3] , p. 123-125;
het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] , p. 129-130;
het proces-verbaal van bevindingen, p. 6-7 (aanvullend proces-verbaal gesloten op 17 februari 2026); en
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2026.
Specifiek ten aanzien doxing (feit 2)
Voor een bewezenverklaring van doxing ex artikel 285d Sr is niet vereist dat de gedeelde persoonsgegevens geheim of vertrouwelijk waren; de wet beschermt juist ook tegen het verzamelen en verspreiden van reeds openbaar toegankelijke gegevens wanneer de gebundelde verspreiding daarvan in een specifieke context een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer oplevert. Dat de gegevens van de wethouder al via openbare bronnen te achterhalen waren, staat een bewezenverklaring dan ook niet in de weg. Verdachte heeft de persoonsgegevens van de wethouder immers opgenomen in zijn boek ‘De Kinderrover’ en dit – vergezeld van valse beschuldigingen van kinderontvoering – gedeeld in een Telegram-groep van de ‘soevereinenbeweging’. Het is een feit van algemene bekendheid dat het verspreiden van gegevens van bestuurders binnen dergelijke groepen veelvuldig leidt tot kopieergedrag door volgers van deze groep. Het kan ook leiden tot gerichte intimidatie, thuisacties en ernstige overlast voor betrokkene. Door de gegevens juist binnen déze specifieke context te delen, kan het niet anders dan dat verdachte het doel had om de wethouder vrees aan te (laten) jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen en/of hem te (laten) hinderen in de uitvoering van zijn functie. Daarmee is voldaan aan het vereiste oogmerk en verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman.
Ten aanzien van feit 4 primair (laster rechter)
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] mede namens [slachtoffer 4] , p. 110-113;
het proces-verbaal van bevindingen, p. 7-8 (aanvullend pv gesloten op 17 februari 2026); en
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2026.
Ten aanzien van feit 5 (laster rechter)
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] mede namens [slachtoffer 5] , p. 110-113;
het proces-verbaal van bevindingen, p. 8-9 (aanvullend pv gesloten op 17 februari 2026); en
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2026.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1
hij op of omstreeks 19 november 2024 te Elburg en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , medewerker(s) van Jeugdbescherming Overijssel, (schriftelijk) heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (per e-mail) de woorden toe te voegen:
“Ik als internationaal erkend Rechter onder auspiciën van de Koning van Portugal RH Dom Rosario (558/22/D.N.) zal ervoor zorg dragen dat jullie voor een militair tribunaal worden gesteld. Ik heb jullie bij mijn vertrek gevraagd of jullie bekend zijn met een vuurpeloton (stilte). Dat is namelijk protocol bij het oppakken en berechten van kinderontvoerders en kindermisbruikers als ook pedofielen. In Amerika is deze grote schoonmaak al jaren bezig achter de schermen. Alle betrokkenen zullen op persoonlijke titel worden gedagvaard als de tijd rijp is en Nederland aan bod komt door de militairen bevrijd te worden van een DOOR en DOOR verrotte overheid, gemeente, politie en Rechtspraak. Geniet nog in uw leven zolang u nog niet opgepakt bent. WETEN = GEWETEN”
en/of
vervolgens per email de bevestiging te sturen dat de registratie van de aangifte/aanklacht “crimes against humanity” tegen de voornoemde medewerkers van Jeugdbescherming Overijssel binnen het DOD Military Handbook Law onder Military Justice is voltooid vanuit de meldingen ‘door ons als de twee internationaal beëdigde rechters’,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2
hij in of omstreeks de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten een foto en/of de (vermeende) woonplaats en/of gezinssamenstelling en/of het (vermeende) telefoonnummer en/of het geboortejaar en/of geboorteplaats van [slachtoffer 3] , zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om [slachtoffer 3]
- vrees aan te (laten)jagen
- ernstige overlast aan te (laten) doen en/of
- in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen;
terwijl dit feit werd gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van wethouder van de gemeente Kampen.
3
hij op of omstreeks in de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg en/of Kampen althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of goede naam van wethouder [slachtoffer 3] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
- het boek “De Kinderrover” per e-mail te verspreiden naar een groot aantal e-mailadressen en/of
- het boek “De Kinderrover” aan te bieden ter verspreiding op de website van Amazone en/of
- het boek “De Kinderrover” te uploaden naar een website onder beheer bij verdachte, zijnde universityforlife.info en/of
- in het boek “De Kinderrover” over Wethouder [slachtoffer 3] te schrijven dat er sprake is van kinderontvoering en/of hij (een) crimineel is en/of corrupt is en/of zich schuldig maakt aan ontvoering/kidnapping en/of
- in het boek “De Kinderrover” over Wethouder [slachtoffer 3] te zetten: “DE ZWAAR CORRUPTE WETHOUDER VAN GEMEENTE KAMPEN, REGIE-HOUDER VAN KIND-ONTVOERINGEN ” en/of “deze crimineel handelende Kampener Wethouder
[slachtoffer 3] ”
- achter op het boek “De Kinderrover” te zetten “Als Wethouder van Gemeente Kampen die de portefeuille van Jeugd, Zorg en Welzijn onder mij heeft (Wethouder [slachtoffer 3] ) ben ik eigenlijk zo hypocriet als wat; immers ik sta toe dat er pornografisch lesmateriaal wordt verstrekt aan zeer minderjarigen” en/of
“Aangaande ouders die daar bezwaar tegen hebben pak ik hen gelijk aan door hen eerst zwart te maken naar hun directe omgeving toe tezamen met [persoon 1] , [persoon 2] als ook [persoon 3] zorgen we ervoor dat de ouders zelfs - zo lijkt het voor de buitenwereld - op legale wijze voor de rechter gesleept worden ”
- in een openbaar Telegramkanaal het bericht te plaatsen: “ [slachtoffer 3] (wethouder Kampen) kan zich nog wel schuilhouden maar ontsnappen is er niet meer bij. Voluitliegen en bedriegen.” en/of “Zijn criminele handelingen zijn nu bij meer dan 4 recherche/marechaussee punten in NL bekend gemaakt”,
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.
4 primair
hij op of omstreeks in de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg en/of Zwolle althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of goede naam van rechter [slachtoffer 4] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
- het boek “De Kinderrover” per e-mail te verspreiden naar een groot aantal e-mailadressen en/of
- het boek “De Kinderrover” aan te bieden ter verspreiding op de website van Amazone en/of
- het boek “De Kinderrover” te uploaden naar een website onder beheer bij verdachte, zijnde universityforlife.info en/of
- in het boek “De Kinderrover” over rechter [slachtoffer 4] te schrijven dat er sprake is van kinderontvoering en/of belangenverstrengeling en/of dat zij onbevoegd zou zijn en/of een corrupte rechter is en/of (een) crimineel is en/of zich schuldig maakt aan ontvoering/ kidnapping en/of
- in het boek “De Kinderrover” over rechter [slachtoffer 4] te schrijven op een zogenaamd pamflet “BETREFFENDE DE CRIMINELE SPROOKJES MET DE GEMENE EN KINDEREN-ONTVOERENDE HEKSEN, LOEDERS EN FEEKSEN, WAARONDER DEZE MET DE NAAM: [slachtoffer 4] ” en/of
- achter op het boek “De Kinderrover” te zetten dat [slachtoffer 4] een corrupte rechter is,
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.
5
hij op of omstreeks in de periode van 12 december 2024 t/m 16 april 2025 te Elburg en/of Zwolle althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk door middel van een of meer geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door een of meer geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht de eer en/of goede naam van rechter [slachtoffer 5]
heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door
- het boek “De Kinderrover” per e-mail te verspreiden naar een groot aantal e-mailadressen en/of
- het boek “De Kinderrover” aan te bieden ter verspreiding op de website van Amazone en/of
- het boek “De Kinderrover” te uploaden naar een website onder beheer bij verdachte, zijnde universityforlife.info en/of
- in het boek “De Kinderrover” over rechter [slachtoffer 5] te schrijven dat er sprake is van kinderontvoering en/of dat zij onbevoegd zou zijn en/of een corrupte rechter is en/of (een) crimineel is en/of zich schuldig maakt aan ontvoering/kidnapping en/of
- in het boek “de Kinderrover” te zetten over [slachtoffer 5] : ''De rechter [slachtoffer 5] is corrupt” en/of “Elke uitspraak is fraude, bedrog en corruptie” en/of een “Brief ambtsovertreding rechter [slachtoffer 5] en/of “waarmee de rechter [slachtoffer 5] uit ambtshalve bewust en opzettelijk deze overtreding begaan heeft” en/of
- achterop het boek “de Kinderrover” te zetten dat [slachtoffer 5] een corrupte rechter is,
terwijl verdachte wist dat dit ten laste gelegde feit in strijd met de waarheid was.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 2:
het verspreiden en anderszins ter beschikking stellen van persoonsgegevens van een ander met het oogmerk om die ander vrees aan te (laten) jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen, gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van wethouder; en
feit 3, feit 4 primair en feit 5, telkens:
laster.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot:
een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van het voorarrest;
een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren; en
een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers voor de duur van 3 jaren, met vervangende hechtenis van 14 dagen per overtreding (met een maximum van 6 maanden), alsmede de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte op een bijzondere manier tegen de wereld aankijkt, maar inmiddels inziet dat hij zich binnen de kaders van de wet dient te bewegen. Om te voorkomen dat verdachte anderen in de toekomst opnieuw belast met zijn levensvisie, is een voorwaardelijke straf volgens de raadsman de aangewezen afdoening. De door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf acht hij dan ook reëel. De gevorderde taakstraf vindt hij daarentegen buitensporig hoog; volgens de raadsman kan worden volstaan met een taakstraf van 100 uren. Ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich herhaaldelijk en gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan bedreiging, meerdere gevallen van laster en doxing. Slachtoffers van deze feiten waren onder meer medewerkers van de Jeugdbescherming, een wethouder en twee rechters. Personen die hun werk naar eer en geweten uitoefenen, zijn door verdachte publiekelijk door het slijk gehaald. Zo heeft verdachte een zelfgemaakt boekwerk verspreid waarin de betrokkenen werden uitgemaakt voor crimineel en valselijk werden beticht van corruptie en kinderontvoering. Daarnaast heeft verdachte persoonlijke gegevens (doxing) van één van de slachtoffers openbaar gemaakt door deze onder meer in een Telegramgroep te delen, waarin het soeverein gedachtegoed werd gedeeld. Hiermee heeft hij het slachtoffer bewust blootgesteld aan mogelijke reacties en intimidatie van derden.
Verdachte heeft gehandeld vanuit een ideologisch gemotiveerde afwijzing van de Nederlandse rechtsstaat, waarbij hij zichzelf beschouwt als 'soeverein burger'. Vanuit de overtuiging dat hij het recht en de meerderwaardige plicht had om op te treden als belangenbehartiger, is verdachte overgegaan tot het stelselmatig intimideren, beschuldigen en publiekelijk beschadigen van de betrokkenen.
Vooropgesteld zij dat het verdachte vrijstaat zich af te wenden van de overheid en zich argwanend op te stellen tegen die overheid en overheidsmedewerkers. Zijn handelen werd ingegeven door grote zorgen over het welzijn van [minderjarige] , waarvan de ouders naar zijn zeggen niet wisten waar zij zich bevond na de uithuisplaatsing. Hij was zeer gefrustreerd door de, in zijn optiek, afhoudende, ontkennende en leugenachtige opstelling van alle ambtenaren die bij dit dossier betrokken waren. Dit was echter uitsluitend en alleen vanwege de grote zorgen die hij zich maakte over het welzijn van [minderjarige] en haar ouders.
Dat laatste siert hem. Wat hem niet siert is de wijze waarop hij de confrontatie heeft gezocht met die overheidsdienaren door de hele kwestie erg persoonlijk te maken en hen te beschuldigen van allerlei wandaden en misdragingen.
Dit handelen getuigt van een aanhoudend en escalerend patroon. Het heeft bij de betrokkenen een grote mate van onrust en spanning veroorzaakt en vormt een aanzienlijke inbreuk op zowel hun persoonlijke als hun professionele levenssfeer. Bovendien tast dit handelen gericht tegen overheidsfunctionarissen en magistraten het gezag en het goed functioneren van de democratische rechtsstaat ernstig aan.
Uit het strafblad blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Uit de over de persoon van de verdachte opgemaakte rapportages (19 december 2025, 19 maart 2026 en 14 september 2026) komt een beeld naar voren van een man met een uitgesproken superioriteitsgevoel. Vanuit de overtuiging dat hij als 'heldere denker' beschikt over de exclusieve waarheid, wijst hij de legitimiteit van de rechtsstaat, de rechtspraak en hulpverleningsinstanties principieel af.
De inhoudelijke medewerking aan het persoonlijkheidsonderzoek door het NIFP heeft verdachte gefrustreerd door het stellen van onredelijke randvoorwaarden en het hanteren van een formele, expansieve communicatiestijl. Hoewel zijn voorgeschiedenis (waarin melding wordt gemaakt van onder meer een lichte psychose en een autismespectrumstoornis) in combinatie met zijn actuele gedrag sterk wijst op de aanwezigheid van psychiatrische problematiek, is een meer inhoudelijke diagnose door zijn weigerachtige houding niet vast te stellen.
Er lijkt daarmee sprake te zijn van een gebrek aan ziekte-inzicht, gekoppeld aan starheid van denken en de daaruit voortvloeiende afwezigheid van enige motivatie tot gedragsverandering. Daardoor schatten de rapporteurs het risico op herhaling in als hoog. De oplegging van bijzondere voorwaarden heeft onder deze omstandigheden echter geen enkele meerwaarde. Om die reden acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf van zes maanden passend.
Verdachte heeft ter zitting evenwel aangegeven dat bij hem ‘het kwartje is gevallen’ tijdens de twintig dagen detentie in juli/augustus na de opheffing van de schorsing van de bewaring. Hij staat nog wel achter zijn opvattingen van toen ten opzichte van de Jeugdbescherming en andere functionarissen, vindt nog steeds dat zij zich verschuilden achter voorschriften en verkeerd handelden, maar erkent ook dat zijn handelingen en wijze van reageren hierop volstrekt misplaatst waren en dat hij hier betrokkenen persoonlijk leed heeft berokkend. Dat spijt hem, zo heeft hij tijdens de zitting meermaals verklaard. Op de rechtbank komt deze spijtbetuiging oprecht over. Hij heeft zich na het politieverhoor ook gedeisd gehouden en zich terug getrokken uit de hele affaire.
Aangezien bijzondere voorwaarden of reclasseringsinterventies gelet op de houding van de verdachte niet haalbaar zijn gebleken, dient deze voorwaardelijke gevangenisstraf als een stevige stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de ernst en de stelselmatigheid van het bewezen verklaarde handelen de oplegging van een taakstraf voor de duur van 150 uren, met aftrek van het voorarrest (van in totaal 20 dagen) rechtvaardigen. Wat de aftrek van voorarrest betreft, houdt de rechtbank rekening met alle dagen dat verdachte van zijn vrijheid is beroofd, dus ook met de dagen voorafgaande aan de behandeling van de vordering opheffing schorsing. Dit is niet in strijd met de redenering die de raadkamer heeft gehanteerd in haar beschikking van 13 augustus 2026 (afwijzing gevangenhouding) omdat die beslissing ziet op de wettelijk voorgeschreven berekening van de bewaringstermijn.
Maatregel ex artikel 38v Sr
Tot slot zal de rechtbank, ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opleggen. Die maatregel zal inhouden een contactverbod met de in dit vonnis genoemde slachtoffers.
De maatregel geldt voor de duur van drie jaar. Daarbij wordt voor elke overtreding de vervangende hechtenis bepaald op twee weken, met een maximum van zes maanden, en heft deze de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 (bedreiging) een vordering tot schadevergoeding ingediend en vordert € 600,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft aangegeven dat verdachte bereid is een schadevergoeding te betalen.
Overweging van de rechtbank
Voor vergoeding van immateriële schade is vereist dat wordt voldaan aan de criteria van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW bestaat recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is aangetast of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
Van een aantasting in de persoon 'op andere wijze' is in het bijzonder sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Hiervoor is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld, of dat sprake is van zodanig ernstige normschendingen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
De rechtbank stelt vast dat de vordering voortvloeit uit een bedreiging via de mail. Hoewel een bedreiging een ingrijpende gebeurtenis is, stelt de rechtbank vast dat uit de onderbouwing van de vordering niet is gebleken van objectief vastgesteld geestelijk letsel. Evenmin is gebleken dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon 'op andere wijze' zonder meer kan worden aangenomen.
Nu een wettelijke grondslag voor de gevorderde immateriële schadevergoeding ontbreekt, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij afwijzen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 38w, 57, 261, 262, 267, 285 en 285d van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
legt daarnaast op een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht (in totaal 20 dagen), bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 3 jaren zich onthoudt van – direct en indirect – contact met:
o [slachtoffer 1] , Jeugdbescherming Overijssel;
o [slachtoffer 2] , Jeugdbescherming Overijssel;
o [slachtoffer 3] , wethouder gemeente Kampen;
o [slachtoffer 4] , rechter; en
o [slachtoffer 5] , rechter;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
Beslissing op de civiele vordering
wijst de vordering tot smartengeld van [slachtoffer 1] af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. J.M. Breimer en
mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2026.