ECLI:NL:RBGEL:2026:775

ECLI:NL:RBGEL:2026:775

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 05/233027-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 59-jarige masseur uit Zwolle tot een taakstraf van 240 uren en een celstraf van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk, voor het plegen van ontuchtige handelingen met twee van zijn klanten. Daarbij mag de man 3 jaar lang niet het beroep van masseur uitoefenen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/233027-25

Datum uitspraak : 3 februari 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven aan [adres] .

Raadsvrouw: mr. M. Wieten, advocaat in Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 mei 2023 te Wageningen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten/masseren van de borsten van die [slachtoffer 1] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht terwijl die [slachtoffer 1] (als cliënt van hem, verdachte) een massagebehandeling door hem, verdachte, onderging en/of (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of

- ( hierdoor) misbruik heeft gemaakt van zijn positie als masseur ten opzichte van die [slachtoffer 1] , die (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of (daardoor) zich in een kwetsbare positie ten opzichte van hem, verdachte, bevond en/of (daardoor) in haar bewegingsvrijheid werd beperkt en/of

- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [slachtoffer 1] hiermee heeft overrompeld en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] en/of

- ( hierdoor) die [slachtoffer 1] in een zodanig weerloze en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat die [slachtoffer 1] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2.

hij op of omstreeks 31 december 2022 te Wageningen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

- het betasten/masseren van de borsten en/of de vulva van die [slachtoffer 2] en/of

- het drukken van zijn (stijve) penis tegen de arm, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht terwijl die [slachtoffer 2] (als cliënt van hem,

verdachte) een massagebehandeling door hem, verdachte, onderging en/of (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of

- ( hierdoor) misbruik heeft gemaakt van zijn positie als masseur ten opzichte van die [slachtoffer 2] , die (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of (daardoor) zich in een kwetsbare positie ten opzichte van hem, verdachte, bevond en/of (daardoor) in haar bewegingsvrijheid werd beperkt en/of

- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [slachtoffer 2] hiermee heeft overrompeld en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 2] en/of

- ( hierdoor) die [slachtoffer 2] in een zodanig weerloze en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat die [slachtoffer 2] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van beide ten laste gelegde feiten. Daartoe is – samengevat weergegeven – primair aangevoerd dat verdachte ontkent en dat voor beide feiten geldt dat niet is voldaan aan het wettelijke bewijsminimum. De aangifte van [slachtoffer 1] is onvoldoende betrouwbaar om als bewijs te kunnen dienen, nu de door haar afgelegde verklaringen onderlinge inconsistenties bevatten en op cruciale punten onvoldoende gedetailleerd zijn. De aangifte van [slachtoffer 2] moet, gelet op het tijdsverloop tussen de door verdachte gegeven massage en de uiteindelijke datum van aangifte, met de grootst mogelijke behoedzaamheid worden beoordeeld. Beide aangiftes worden bovendien niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. De getuigenverklaringen die zich in het dossier bevinden zijn telkens terug te herleiden naar één bron, te weten de aangeefster waarop de verklaring betrekking heeft. De door getuigen bij aangeefsters waargenomen emoties zijn daarnaast te vaag en onvoldoende concreet om zelfstandig als steunbewijs te worden aangemerkt. Ook van schakelbewijs kan geen sprake zijn. De aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verschillen op essentiële punten van elkaar, aangezien [slachtoffer 2] over verdergaande ontuchtige handelingen verklaart dan [slachtoffer 1] . Van een vergelijkbaar handelingspatroon is daarom geen sprake. Subsidiair is door de raadsvrouw aangevoerd dat in beide gevallen niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van ontuchtige handelingen. Verdachte heeft het borstgebied gemasseerd in de hoedanigheid van professioneel massagetherapeut. Het masseren van het borstgebied, in het bijzonder de borstspier, heeft in die context geen ontuchtig karakter. Er was bovendien geen sprake van dwang, nu uit het dossier niet blijkt dat sprake is geweest van onverhoedse handelingen of dat verdachte voorbij is gegaan aan verbale en/of non-verbale signalen.

Beoordeling door de rechtbank

Niet ter discussie staat dat verdachte in 2022 en 2023 aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gemasseerd. De massages vonden plaats in Wageningen en werden geboekt vanuit de [bedrijf 3] .

Verklaringen aangeefsters

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft tijdens het informatief gesprek zeden verklaard dat zij op 6 mei 2023 een massage heeft gehad van verdachte. Op de massagetafel had zij haar kleding uit. Wel had zij haar ondergoed aan. Verdachte startte met het masseren van haar rug. Hij maakte haar BH los zonder dit te vragen of te zeggen. Verdachte draaide haar om, haar borsten en benen

werden afgedekt. Haar buik was wel zichtbaar. Hij begon ter hoogte van haar nek te masseren, dit deed hij ongeveer twee minuten. Daarna ging hij door naar haar borsten. Hij betastte haar borsten. Eerst aan de bovenkant en de zijkant, vervolgens tussen en onder haar borsten. Aangeefster heeft verklaard dat zij bevroor en verstijfde. Hierna ging verdachte door naar haar buik en verder naar onder, maar niet bij haar geslachtsdeel. Hij deed alsof er niets aan de hand was. Daarna moest aangeefster zich omdraaien. Verdachte begon best hoog bij haar benen te masseren, hij ging in de richting van haar intieme delen.

In haar aangifte heeft [slachtoffer 1] eveneens verklaard dat verdachte tijdens de massage zonder haar toestemming, haar borsten heeft gemasseerd. Dit deed hij terwijl zij bijna helemaal uitgekleed was. Zij stond in haar ondergoed en ging op de massagetafel liggen. Haar benen en achterwerk werden afgedekt met handdoeken. Verdachte maakte de sluiting van haar bh los. De massage begon terwijl zij op haar buik lag. Hij masseerde haar onderrug en rug tot aan haar sleutelbeenderen. Het was een volledige massage, waarbij ook de armen, hals en benen aan de voorkant worden meegenomen in de massage en dat is normaal. Verdachte zei verder niets. Hij pakte vervolgens de handdoek die op haar borsten lag weg en begon toen een massage te geven vanaf haar sleutelbeenderen tot aan haar tepels. Hij masseerde haar borsten van buiten naar binnen en van onder naar boven. Hij ging steeds weer terug naar de tepels. Dit deed hij synchroon, met twee handen. Zij verstijfde hierdoor. Ze zei of deed niets. Zij was bang, omdat zij alleen met verdachte in het gebouw was. Het masseren van de borsten leek oneindig lang te duren. Misschien waren het vijf minuten, misschien tien minuten. Dat kon ze niet zeggen. Nadat hij haar borsten had gemasseerd, bedekte verdachte haar borsten weer met de handdoek, alsof er niets gebeurd was. Vervolgens begon hij haar buik te masseren. Toen hij klaar was met haar buik, schoof hij de handdoek die op haar benen lag naar boven. Deze schoof hij op haar buik. De handdoek bedekte haar onderbroek en onderbuik. Hij masseerde haar benen. Hij begon bij één been, vanaf de voet. Vervolgens ging hij door naar haar knie en verder naar boven. Daarna ging hij verder naar boven, waar hij niet mocht komen. Aangeefster kreeg een reflex en dit keer reageerde zij wel. Zij denkt dat hij vier tot zes vingers breed van haar schaamstreek verwijderd was tijdens de massage. Op het moment dat hij te dichtbij kwam, kreeg zij een beenreflex en toen stopte hij daar. Op 2 juni 2023 werd zij via de vertrouwenspersoon bij de [bedrijf 3] in kennis gesteld dat er nog een meisje naar het Social Safety Point van de universiteit was gegaan vanwege een massage door verdachte. Bij haar was het in december 2022 gebeurd. Aangeefster heeft dit meisje nooit gesproken.

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft tijdens het informatief gesprek zeden verklaard dat de massage op 31 december 2022 plaatsvond in een gebouw, waar op dat moment niemand in aanwezig was. Aangeefster verklaarde dat zij tijdens de massage door verdachte met haar buik op de tafel moest gaan liggen. Verdachte masseerde haar rug, schouders en benen. Verdachte zei dat ze zich om kon draaien zodat hij haar buik kon masseren. Aangeefster ging op haar rug liggen. Er lagen twee witte handdoekjes, een op haar borsten en een op haar schaamstreek. Ze had alleen een string aan. Verdachte masseerde haar rug en schouders. Hij vroeg elke keer netjes of hij een plek mocht masseren. Hij vroeg ook of hij haar buik en bij haar sleutelbenen mocht masseren. Aangeefster vond dat goed. Uit het niets pakte verdachte de handdoek die op haar borsten lag en gooide deze in de lucht. Hij zei: "Die hebben wij nu niet meer nodig." Zonder te vragen begon hij haar borsten te masseren. Hij masseerde met beide handen allebei haar borsten. Met twee handen per borst. Hij raakte haar gehele borst en tepels aan. Aangeefster voelde zijn harde penis door zijn broek heen tegen haar bovenarm aan. Hij stond rechts van haar. Ze zag ook dat hij tegen haar aanstond. Het duurde enkele minuten en ze was in shock. Vervolgens ging verdachte met zijn handen naar beneden. Richting haar zij en benen. Ze was in shock en heeft toen niets gezegd. Hij kietelde haar, een soort van, met zijn vingers. Opeens ging hij met zijn hand en vingers in haar string. Hij ging van bovenaf haar string in en raakte haar vagina aan. Aangeefster schrok en zei: "Dit wil ik echt niet!" Verdachte zei dat het heel normaal was. Ze zei nogmaals dat ze het echt niet wilde. Toen is hij ermee gestopt. Hij is niet in haar geweest.

In haar aangifte heeft [slachtoffer 2] verklaard dat zij voor een ontspanningsmassage naar [bedrijf 1] in Wageningen ging. De massage was via haar werk geregeld. Verdachte masseerde haar rug en later ging hij over op een erotische massage. Zij had daarover niets gezegd of gevraagd. Toen zij binnenkwam, moest zij zich uitkleden tot haar ondergoed. Zij had haar string en bh nog aan. Zij moest op haar buik gaan liggen en kreeg een rug massage. Haar bh moest los. Hij pakte haar bh aan. Er lag een handdoek over haar billen en string. Verdachte masseerde ook haar benen. Vervolgens stelde hij voor dat zij kon omdraaien. Zij moest op haar rug gaan liggen en dan zou hij haar een buikmassage geven. Zij kreeg toen een handdoek over haar borsten en over haar onderbroek heen. Hij masseerde haar buik en haar gezicht. Ook masseerde hij haar schouder, ter hoogte van de sleutelbeenderen. Hij vroeg of het goed was dat hij daar masseerde. Zij vond dit goed. Verdachte masseerde steeds iets lager, maar nog niet op haar borsten. Uit het niets pakte hij de handdoek die op haar borsten lag en gooide die weg. Hij zei dat zij die niet meer nodig had. Toen begon verdachte uitbundig haar borsten te masseren. Hij masseerde allebei haar borsten, ook los van elkaar. Dat bleef hij ook maar doen. Hij raakte alles van haar borsten aan en hij had haar borsten in zijn twee handen. Hij raakte haar tepels aan en dit deed hij bij beide borsten. Hij raakte de onder- en bovenkant van haar borsten en haar tepels, alsof hij met een bal speelde. Het duurde best lang. Zeker wel meer dan een minuut. Het overviel haar volledig. Zij reageerde er niet op, omdat zij in shock was. Zij wist niet wat er gebeurde. Zij waren ook helemaal alleen in het gebouw. Dat ging ook door haar hoofd. Zij lag daar heel kwetsbaar. Zij herinnerde zich dat zij vervolgens gestreeld werd bij de zijkant van haar heupen, langs de randen van haar onderbroek. Hij streelde op en neer bij haar liezen en heupen. De handdoek lag daar toen nog. Zijn handen kwamen dus onder de handdoek. Vervolgens stak verdachte zijn hand in haar onderbroek. Hij wilde verdergaan en aangeefster schrok toen heel erg. Zij wilde dat echt niet. De borsten aanraken was al veel te ver gegaan. Hij stak zijn hand van boven in haar onderbroek. Hij ging in haar string en zijn hand lag op haar vagina. Hij gleed al naar beneden en hij wilde erin, maar ze schrok zo dat zij ‘nee’ zei. Toen ze ‘nee!’ zei, stopte verdachte. Zijn hand is niet in haar vagina geweest, maar wel echt op haar vagina. Dit deed hij met zijn volledige hand. Hij raakte haar clitoris of schaamlippen niet aan. Tijdens de massage stond verdachte ook aan haar zijkant. Verdachte was best opgewonden. Zij lag op haar rug en zij had het gevoel dat ze zijn stijve penis voelde. Zij voelde zijn stijve penis tegen haar arm aan. Dat voelde zij toen verdachte haar borsten masseerde. Zij hoorde later van de bedrijfsmaatschappelijk werker van de [bedrijf 3] dat er nog een slachtoffer was. Zij heeft geen contact gehad met dit andere meisje.

Getuigenverklaringen

De partner van [slachtoffer 1] , [naam 1] , heeft verklaard dat [slachtoffer 1] hem de dag nadat de massage plaatsvond vertelde wat er gebeurd was. Ze zat op het bed en ze leek verlamd. Hij ging bij haar zitten en ze huilde. Ze vertelde dat de persoon haar had aangeraakt op verschillende plekken aan haar lichaam.

[naam 2] , werkzaam als gecertificeerd vertrouwenspersoon bij de [bedrijf 3] , heeft verklaard dat zij op 8 mei 2023 werd gemaild door [slachtoffer 1] . In de mail had [slachtoffer 1] al verteld dat sprake was van ongewenst seksueel gedrag door een masseur van [bedrijf 2] . [naam 2] verklaarde dat zij [slachtoffer 1] diezelfde dag nog heeft gezien. Tijdens dat gesprek was [slachtoffer 1] heel emotioneel. Ze trilde, ze huilde en ze was ook boos. Ze gaf aan dat zij zich vies en slecht voelde.

De echtgenoot van [slachtoffer 2] , [naam 3] , heeft verklaard dat [slachtoffer 2] thuiskwam na de massage en zei dat ze een bijzonder type massage had gehad. Een beetje erotisch. Ze was redelijk blij, maar er zat ook verwardheid bij. Hij zou het omschrijven als onzeker blij. Nadat zij dit verteld had, merkte [naam 3] wel dat zij er mee zat. Ze hebben het toen over andere opties gehad, zoals het bespreekbaar maken op haar werk.

De beoordeling van het bewijs

De rechtbank stelt voorop dat in alle strafzaken aangiftes kritisch, zorgvuldig en behoedzaam dienen te worden bezien. Dit geldt temeer in zedenzaken, waarin doorgaans geen verklaringen voorhanden zijn van getuigen die bij de tenlastegelegde handelingen aanwezig zijn geweest en daarover uit eigen waarneming kunnen verklaren. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van beide aangeefsters vergelijkbare handelingen beschrijven die in een vergelijkbare context hebben plaatsgevonden. Zij komen op essentiële punten met elkaar overeen. Uit de aangiftes volgt dat beide aangeefsters kwamen voor een (ontspannings)massage, dat zij alleen met verdachte in het gebouw waren en dat zij zich moesten ontkleden tot hun ondergoed. Vervolgens moest op aangeven van verdachte ook hun bh uit en draaiden zij zich op enig moment om van de buik naar de rug. In beide gevallen nam verdachte vervolgens zonder toestemming de handdoek weg die over de borsten van aangeefsters lag. Verdachte masseerde daarna één voor één de borsten. Dit deed hij met twee handen tegelijk. Nadat hij de borsten van aangeefsters had gemasseerd, bewoog verdachte zijn handen naar beneden, tot bij de onderbroek/schaamstreek. In het geval van [slachtoffer 2] ging verdachte met zijn hand in haar onderbroek. Bij [slachtoffer 1] stopte dit eerder, omdat zij zelf ingreep (door haar been te bewegen en ‘nee’ zeggen).

De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat de verklaringen van aangeefsters elk voor zich gedetailleerd zijn en dat zij (als de verklaring tijdens het informatief gesprek zeden wordt vergeleken met de aangifte) consistent zijn. De verklaringen kunnen daarmee betrouwbaar worden geacht. De rechtbank neemt de afzonderlijke aangiftes als uitgangspunt en gebruikt deze – gelet op de specifieke modus operandi die hieruit naar voren komt – over en weer als schakelbewijs.

Voor de conclusie dat de aangiftes betrouwbaar zijn, is mede van belang dat de aangeefsters onafhankelijk van elkaar melding hebben gemaakt van het incident en elkaar nooit hebben gesproken. Van beïnvloeding kan daarom geen sprake zijn geweest. Daarnaast geldt dat in beide gevallen op geen enkele wijze is gebleken van een motief of aanleiding om jegens verdachte valse verklaringen af te leggen. De aangiftes vinden bovendien steun in het dossier. Aangeefsters hebben na een informatief gesprek bij de politie aangifte gedaan en hebben kort na het voorval met hun partners gesproken. In het geval van [slachtoffer 1] is er de volgende dag melding gemaakt bij de vertrouwenspersoon van de [bedrijf 3] . Aangeefsters zelf, hun partners en de vertrouwenspersoon verklaren over de emotie die ontstond naar aanleiding van de incidenten. Aangeefsters verklaarden allebei dat zij verstijfden en dat zij zich kwetsbaar voelden. Door getuigen werd direct na de massage verdriet (huilen en trillen), boosheid en verwarring waargenomen.

Gezien al het voorgaande, is – anders dan door de verdediging is betoogd – voldaan aan het wettelijke bewijsminimum.

Ontuchtige handelingen

Uitgaande van de aangiftes, stelt de rechtbank vast dat de handelingen zoals ten laste gelegd door verdachte zijn gepleegd. Het gaat dan om het masseren van de borsten van beide aangeefsters. In het geval van [slachtoffer 2] heeft verdachte daarnaast haar vulva betast en zijn stijve penis tegen haar arm gedrukt.

De rechtbank is van oordeel dat de voornoemde handelingen evident ontuchtig zijn. Het ongevraagd betasten van de borsten en vulva en het drukken van de stijve penis tegen de arm is – ook binnen de context van een massage gegeven door een professioneel massagetherapeut – zonder meer in strijd met de sociaal-ethische norm. Gelet op de duur en de aard van de handelingen (het gedurende meerdere minuten met beide handen masseren van de borsten en het opzij schuiven van de onderbroek van [slachtoffer 2] ), concludeert de rechtbank dat verdachte de ontuchtige handelingen opzettelijk heeft verricht.

Dwang

Door onverhoeds te handelen, terwijl aangeefsters bijna naakt op de behandeltafel lagen, in een afgesloten ruimte van een verder leeg gebouw, heeft verdachte aangeefsters naar het oordeel van de rechtbank gedwongen tot het dulden van de ontuchtige handelingen. Uit de verklaringen van aangeefsters volgt ook dat zij overvallen werden door het handelen van verdachte. Bovendien bevond verdachte zich niet alleen door de setting, maar ook vanuit zijn functie als professioneel massagetherapeut in een positie van gezag en overwicht ten opzichte van de aangeefsters. Onder deze omstandigheden was sprake van dwang.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 6 mei 2023 te Wageningen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten/masseren van de borsten van die [slachtoffer 1] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht terwijl die [slachtoffer 1] (als cliënt van hem, verdachte) een massagebehandeling door hem, verdachte, onderging en/of (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of

- ( hierdoor) misbruik heeft gemaakt van zijn positie als masseur ten opzichte van die [slachtoffer 1] , die (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of (daardoor) zich in een kwetsbare positie ten opzichte van hem, verdachte, bevond en/of (daardoor) in haar bewegingsvrijheid werd beperkt en/of

- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [slachtoffer 1] hiermee heeft overrompeld en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] en/of

- ( hierdoor) die [slachtoffer 1] in een zodanig weerloze en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat die [slachtoffer 1] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2.

hij op of omstreeks 31 december 2022 te Wageningen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

- het betasten/masseren van de borsten en/of de vulva van die [slachtoffer 2] en/of

- het drukken van zijn (stijve) penis tegen de arm, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] , waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht terwijl die [slachtoffer 2] (als cliënt van hem,

verdachte) een massagebehandeling door hem, verdachte, onderging en/of (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of

- ( hierdoor) misbruik heeft gemaakt van zijn positie als masseur ten opzichte van die [slachtoffer 2] , die (bijna) naakt op de massagetafel lag en/of (daardoor) zich in een kwetsbare positie ten opzichte van hem, verdachte, bevond en/of (daardoor) in haar bewegingsvrijheid werd beperkt en/of

- voornoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft verricht en/of die [slachtoffer 2] hiermee heeft overrompeld en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 2] en/of

- ( hierdoor) die [slachtoffer 2] in een zodanig weerloze en/of afhankelijke toestand heeft gebracht dat die [slachtoffer 2] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde ontuchtige handelingen kon en/of durfde te onttrekken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 en 2, telkens:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een beroepsverbod wordt opgelegd, inhoudende dat hij gedurende drie jaar niet het beroep van masseur mag uitoefenen. Tot slot is verzocht om als bijzondere voorwaarden aan verdachte een contactverbod met de slachtoffers op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om bij een bewezenverklaring aan verdachte op te leggen een forse taakstraf met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, met daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf en een proeftijd. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou leiden tot (verder) inkomensverlies, maar ook tot een verdere ontwrichting van de maatschappelijke positie van verdachte, nu hij als ZZP-er volledig afhankelijk is van zijn feitelijke inzet om in zijn levensonderhoud te voorzien.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met twee vrouwen. De slachtoffers boekten – ieder afzonderlijk – een ontspanningsmassage bij verdachte die werd aangeboden via hun werk. Terwijl de vrouwen (bijna) naakt op de massagetafel lagen, heeft verdachte hen op ongepaste wijze betast. Verdachte heeft hiermee misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de slachtoffers zich bevonden en van het vertrouwen dat zij in hem als professioneel massagetherapeut hadden gesteld. De slachtoffers waren op het moment dat zij de massage kregen alleen met verdachte in het gebouw, wat de situatie voor hen nog beangstigender maakte. Met zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Verdachte heeft ten tijde van de incidenten geen oog gehad voor de gevolgen die zijn gedrag zouden kunnen hebben voor de slachtoffers. Op de terechtzitting en uit het dossier is indringend naar voren gekomen hoezeer de gevolgen van verdachtes handelen nog altijd doorwerken in het dagelijkse leven van de slachtoffers.

Bij dit soort strafbare feiten past in beginsel de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals ook is gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank constateert echter dat het gaat om oude feiten, gepleegd in 2022 en 2023. Gelet op dit tijdsverloop, acht de rechtbank het niet meer opportuun om aan verdachte nog een gevangenisstraf op te leggen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verdachte zijn leven – behoudens de door de verdediging genoemde financiële tegenvallers – op orde lijkt te hebben en in deeltijd werkzaam is als huisschilder. Ook is hij blijkens zijn strafblad niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank acht het handelen van verdachte wel dusdanig ernstig, dat zij aan hem de maximale taakstraf van 240 uren zal opleggen. Daarnaast zal de rechtbank, om de ernst van het bewezenverklaarde uit te drukken en verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel van de straf wordt een proeftijd van 3 jaren verbonden. Tot slot zal de rechtbank verdachte als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen om als masseur werkzaam te zijn, nu de bewezenverklaarde feiten tijdens de uitoefening van zijn beroep als masseur zijn begaan. Deze bijkomende straf wordt, uit een oogpunt van preventie en om mogelijke recidive te voorkomen, opgelegd voor een termijn van 3 jaren.

Omdat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte in de afgelopen jaren contact heeft

gezocht met de slachtoffers, ziet de rechtbank geen aanleiding om een contactverbod op te

leggen zoals door de officier van justitie is gevorderd (en namens de slachtoffers is

verzocht).

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend:

1) [slachtoffer 1] vordert in verband met feit 1 € 385,00 aan materiële schade en

€ 5.000,00 aan immateriële schade;

2) [slachtoffer 2] vordert in verband met feit 2 € 49,12 aan materiële schade en

€ 5.000,00 aan immateriële schade,

telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de

schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de

benadeelde partijen in het geheel kunnen worden toegewezen, met toekenning van de

wettelijke rente en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair verzocht om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering, gelet op de bepleite vrijspraken. Subsidiair wordt verzocht om de vorderingen te matigen. Daarbij is onder meer aangevoerd dat in jurisprudentie waarin verdergaande handelingen werden verricht, de schade werd vastgesteld op € 3.000,00.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

[slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 385,00 aan eigen risico in verband met behandelingen door een psycholoog. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen en de gevorderde schade. Uit de namens de benadeelde overgelegde stukken volgt dat er een behandeltraject in gang is gezet om de psychische klachten die naar aanleiding van het incident zijn ontstaan te behandelen. De rechtbank zal het niet betwiste bedrag van € 385,00 daarom in het geheel toewijzen. Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 30 maart 2024.

[slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 49,10, bestaande uit gemaakte reiskosten voor afspraken met de psycholoog. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen en de gevorderde schade. Uit de namens de benadeelde overgelegde stukken volgt dat er verschillende afspraken hebben plaatsgevonden bij een psycholoog naar aanleiding van grensoverschrijdend gedrag van een masseur. De rechtbank acht het aannemelijk dat daarvoor de genoemde reiskosten zijn gemaakt. Zij zal het niet betwiste bedrag van € 49,10 in het geheel toewijzen. Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 26 februari 2026.

Smartengeld

Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezenverklaarde feit immateriële schade hebben geleden. Door de gedragingen van verdachte is de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij geschonden. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De aard en ernst van de normschending brengt mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelden zo voor de hand liggen dat de benadeelde partijen hiermee op andere wijze in hun persoon zijn aangetast, waarmee aan de wettelijke vereisten zoals genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is voldaan.

Bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schade zoekt de rechtbank in het geval van beide benadeelden aansluiting bij de categorie ‘ernstig’ zoals opgenomen in ‘De Rotterdamse Schaal’ als het gaat om geestelijk letsel als gevolg van een aanranding. In beide gevallen ging het om een eenmalige aanranding waarbij verdachte ontblote lichaamsdelen heeft betast. Bij die categorie wordt als uitgangspunt een schadevergoeding tussen de € 1.000,00 en € 5.000,00 gehanteerd. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de aard en ernst van de handelingen en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen.

Naar maatstaven van billijkheid zal de rechtbank aan benadeelde partij [slachtoffer 1] een smartengeld van € 2.500,00 toekennen. Aan benadeelde partij [slachtoffer 2] zal een smartengeld van € 3.000,00 worden toegekend. In het geval van [slachtoffer 2] wordt een hoger bedrag toegekend, omdat in haar geval verdergaande ontuchtige handelingen bewezen zijn verklaard dan bij [slachtoffer 1] . Verdachte is over deze bedragen wettelijke rente verschuldigd vanaf de hierna te noemen data.

Conclusie

In totaal worden de volgende bedragen toegewezen:

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

De in het strafproces gemaakte proceskosten worden ten aanzien van bovengenoemde benadeelden tot op heden begroot op nihil.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 28, 31, 36f, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 119 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van masseur voor de duur van 3 jaren.

Beslissingen ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

Beslissingen ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en

mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 februari 2026.

Mr. R.D. Leen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.C. Gerritsen
  • mr. R.D. Leen

Griffier

  • mr. H. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?