ECLI:NL:RBGEL:2026:780

ECLI:NL:RBGEL:2026:780

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 05/238453-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 27-jarige man voor het medeplegen van het dealen en het in bezit hebben van heroïne en cocaïne. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, op.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/238453-24

Datum uitspraak : 16 januari 2026.

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

Raadsvrouw: mr. S. Kuijpers, advocaat in Hoofddorp.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 23 juli 2024 in de gemeente Apeldoorn, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 23 juli 2024 in de gemeente Apeldoorn, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25,19 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,44 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2a. Overwegingen ten aanzien van de rechtmatigheid van het bewijs

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat er sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek dat niet hersteld kan worden. De verdediging stelt zich, met verwijzing naar de Landeck-jurisprudentie, op het standpunt dat met het onderzoek naar de telefoons van verdachte een niet-gerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte is gemaakt. Gelet daarop verzoekt de verdediging om de resultaten van het onderzoek naar de telefoons uit te sluiten van het bewijs. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat strafvermindering moet volgen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gesteld dat de Landeck-jurisprudentie hier niet opgaat. Ten aanzien van de dealtelefoon is er geen sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Ten aanzien van de privé-telefoon ziet de officier van justitie ook geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer omdat het onderzoek duidelijk afgebakend is gedaan. Daarnaast heeft de raadsvrouw niet geconcretiseerd en onderbouwd welk persoonlijk nadeel daardoor is veroorzaakt. Tot slot stelt de officier van justitie dat als het aan de rechter-commissaris was voorgelegd, er hoogstwaarschijnlijk toestemming voor was gegeven. Als subsidiair standpunt heeft de officier van justitie gesteld dat, wanneer de rechtbank concludeert dat er wel sprake is geweest van een vormverzuim, dit niet tot een rechtsgevolg moet leiden.

Beoordeling door de rechtbank

Privé-telefoon van verdachte

De rechtbank is van oordeel dat er weliswaar sprake is geweest van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv, maar dat hier geen rechtsgevolg aan moet worden verbonden

De rechtbank is van oordeel dat volgens de recente Landeck-jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en de daarop voortbouwende Hoge Raad-jurisprudentie voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris is vereist voor onderzoek aan een smartphone, als te verwachten is dat dit onderzoek een meer dan geringe inbreuk zal opleveren op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker. Van zo’n inbreuk is volgens de Hoge Raad al sprake, wanneer door het onderzoek inzicht wordt verkregen in de communicatie die door middel van de smartphone is uitgewisseld. Nu het hoofddoel van het onderzoek aan de (prive-)telefoon was om meer dan oppervlakkig inzicht te krijgen in de communicatie die daarmee was uitgewisseld, had het Openbaar Ministerie voorafgaand aan het onderzoek toestemming moeten vragen aan de rechter-commissaris. Doordat dit niet is gedaan, is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv.

De rechtbank zal echter geen rechtsgevolgen verbinden aan dit vormverzuim, op grond van het volgende.

Ten eerste is de privé-telefoon onderzocht in 2023. Onder de destijds geldende jurisprudentie was het niet zonder meer duidelijk dat voor een dergelijk onderzoek toestemming van een rechter-commissaris nodig was. Er kan dus niet gezegd worden dat het Openbaar Ministerie destijds willens en wetens een rechtsnorm heeft geschonden door de telefoon zonder deze toestemming te onderzoeken. Dit relativeert de ernst van het vormverzuim, en maakt dat sanctionering om het Openbaar Ministerie ervan te weerhouden dergelijke vormverzuimen in de toekomst te blijven plegen, zoals de raadsman heeft bepleit, niet nodig is.

Ten tweede gaat de rechtbank, gelet op de ernst en de aard van de verdenking (handel in verdovende middelen op redelijk grote schaal en gedurende langere tijd) in het kader waarvan het onderzoek aan de telefoon is verricht, er vanuit dat de rechter-commissaris, indien daartoe verzocht, toestemming zou hebben gegeven om de privé-telefoon te onderzoeken. Ook dit relativeert de ernst van het vormverzuim.

Ten derde heeft de verdediging het nadeel voor de verdachte als gevolg van het vormverzuim maar zeer beperkt concreet gemaakt, door bijvoorbeeld te wijzen op specifieke privacygevoelige gegevens die door het onderzoeksteam zijn ingezien.

Bovenstaande leidt ertoe dat de rechtbank geen rechtsgevolg verbindt aan het vormverzuim, en de informatie die door het onderzoek van de privé-telefoon is verkregen voor het bewijs zal gebruiken.

Dealtelefoon

De rechtbank is van oordeel dat de Landeck-jurisprudentie niet van toepassing is op de zogenoemde ‘dealtelefoon’, nu deze telefoon niet privé werd gebruikt, maar enkel voor de handel in verdovende middelen.

2b. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide feiten. Volgens de officier van justitie volgt uit het dossier dat verdachte zich ook al in 2020 en 2021 heeft bezig gehouden met de handel in verdovende middelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van een deel van de tenlastegelegde periode, nu op basis van dit dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat hij (met een ander) gedeald zou hebben in de jaren 2020 en 2021. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 29 t/m 32;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 46;

- het proces-verbaal forensisch onderzoek verdovende middelen, p. 52 t/m 61;

- rapporten NFiDENT, p. 62 t/m 68;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 96 t/m 97;

- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 36 t/m 39;

- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris, p. 2;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 december 2025.

Periode

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat de verdachte in de periode van 1 januari 2020 tot 1 januari 2022 bezig was met de handel in cocaïne en heroïne. Getuige [getuige 1] heeft op 23 juli 2024 verklaard dat hij ongeveer sinds 2 jaar cocaïne bij verdachte en medeverdachte heeft gekocht. Getuige [getuige 2] heeft op 18 februari 2025 bij de rechter-commissaris verklaard dat hij tot het verhoor bij de politie op 1 augustus 2024 ongeveer vanaf 2 tot 2,5 jaar geleden cocaïne afnam van de verdachte en de medeverdachte. Gelet op de verklaring van verdachte, die ondersteund worden door de verklaringen van [getuige 1] en van [getuige 2] , stelt de rechtbank de periode waarin verdachte cocaïne en heroïne heeft gedeald vast op 1 januari 2022 tot en met 23 juli 2024. De rechtbank merkt daarbij nog op dat uit de notitie, die voor het eerst is aangemaakt in 2020, die op de telefoon is aangetroffen met namen en telefoonnummers van afnemers, niet met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat verdachte en de medeverdachte zich toen al bezighielden met dealen. Er is niet vastgesteld wat de inhoud van de notitie was in 2020, terwijl de inhoud wel tussentijds kan zijn gewijzigd, zodat de enkele constatering dat het bestand in 2024 een bepaalde inhoud had, nog niet de conclusie rechtvaardigt dat het die inhoud ook bevatte in 2020.

Feit 2:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 29 t/m 32;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 46;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 52 t/m 61;

- meerdere schriftelijke bescheiden, te weten: Rapporten NFiDENT, p. 62 t/m 68;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 december 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 23 juli 2024 in de gemeente Apeldoorn, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 23 juli 2024 in de gemeente Apeldoorn, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25,19 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,44 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, gelet op het vormverzuim en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest in combinatie met een hoge taakstraf bepleit.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 2,5 jaar samen met medeverdachte schuldig gemaakt aan het medeplegen van de handel in cocaïne en heroïne. Het gebruik van harddrugs levert grote gezondheidsrisico’s voor de gebruikers op. Verder gaat de handel in harddrugs vaak gepaard met andere strafbare feiten die ondermijnend en maatschappij-ontwrichtend werken. Verdachte heeft door harddrugs in te kopen en weer te verkopen een bijdrage geleverd aan het in stand houden van deze markt. Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid cocaïne en heroïne voorhanden gehad.

Uit de justitiële documentatie van verdachte van 6 november 2025 blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 27 maart 2025 waaruit volgt dat verdachte vanaf de start van de schorsing een positieve houding heeft getoond. Verdachte is fulltime gaan werken in het familiebedrijf van zijn oom. Hij heeft een vast dienstverband en is op alle onderdelen van het bedrijf inzetbaar. Verdachte benoemt dat het hebben van dagstructuur, zinvolle daginvulling en voldoende (legaal) inkomen hem goed doen. Vanuit de cognitieve vaardigheidstraining wordt de conclusie getrokken dat verdachte niet impulsief is en in staat is bewuste keuzes te maken. Verdachte ziet het nastreven van luxe en geld alsmede het gebrek aan zinvolle daginvulling als belangrijkste redenen voor zijn delictgedrag. Verdachte zegt door de detentie doordrongen te zijn geraakt dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt en accepteert de gevolgen die dit voor hem heeft. Om verdachte ook in de toekomst te weerhouden van recidive in de criminaliteit adviseert de reclassering een (forse) voorwaardelijke straf met een lange proeftijd, als stok achter de deur. Door de stabiliteit van verdachte op alle levensgebieden acht de reclassering reclasseringstoezicht niet geïndiceerd.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 30 maanden in vereniging beziggehouden met de handel in cocaïne. Daar komt bij dat hij 25,19 gram cocaïne en 0,44 gram heroïne aanwezig heeft gehad. In beginsel rechtvaardigen deze feiten een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank houdt echter rekening met de proceshouding van verdachte en het feit dat verdachte sinds zijn schorsing een positieve lijn heeft ingezet. De rechtbank is echter van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest in combinatie met een forse taakstraf, zoals bepleit door de verdediging, onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de lange pleegperiode. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur is daarom passend en geboden.

De rechtbank zal wel een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen als flinke stok achter de deur.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de dagen die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht met een proeftijd van drie jaren passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de telefoon moet worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de auto en het geldbedrag van € 614,- stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze verbeurd moeten worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de telefoon moet worden geretourneerd aan verdachte omdat de relatie met de strafbare feiten niet is vastgesteld. Het geldbedrag van € 614,- kan verbeurd worden verklaard. Ten aanzien van de auto stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat deze terug moet naar de rechthebbende(n), omdat deze auto van de ouders van verdachte is. Indien ervan uit wordt gegaan dat de auto is betaald met de inkomsten uit de handel, dan stelt de verdediging zich subsidiair op het standpunt dat de auto verbeurd kan worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave van de Volkswagen Polo aan de rechthebbenden (de ouders van verdachte) gelasten omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat deze auto is aangeschaft met geld afkomstig uit de handel in verdovende middelen.

De rechtbank zal de telefoon die aan verdachte toebehoort met behulp waarvan de feiten zijn begaan of voorbereid verbeurdverklaren.

De rechtbank zal het geldbedrag van € 614,- dat geheel uit de baten van feit 1 is verkregen verbeurdverklaren.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

 verklaart verbeurd de mobiele telefoon (Apple iPhone met goednummer 3258540);

 verklaart verbeurd het geldbedrag van € 614,-;

 gelast de teruggave van de Volkswagen Polo aan de rechthebbende(n);

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Bril
  • mr. I.S. Termaat

Griffier

  • mr. D. van Doorn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?