ECLI:NL:RBGEL:2026:808

ECLI:NL:RBGEL:2026:808

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 05/218722-25 en 10/308763-24(tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Man veroordeeld voor medeplegen gewapende overval op winkel en medeplegen van bedreigen met een nepwapen. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05.218722.25 en 10.308763.24 (tul)

Datum uitspraak : 4 februari 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] .

Raadsvrouw: mr. C.A.C. Kooijmans, advocaat in Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,- een mobiele telefoon (merk Apple, type Iphone 13 kleur groen) en/of- meerdere fotocameratoestellen en/of- meerdere cameralenzen,in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- voorzien van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of met een capuchon en/of een balaclava en/of een bivakmuts en/of een (scooter)helm, in ieder geval met gezichtsbedekking, voornoemde camerawinkel in te gaan en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 1] en/of- hierbij tegen die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 1] te zeggen en/of te schreeuwen: "Niet bewegen! Op de grond gaan liggen, dan gebeurt er niets" en/of “Als jullie gewoon rustig mee werken, overkomt jullie niks’’ en/of- de mobiele telefoon van die [aangever 2] te pakken en/of te grissen en/of- (een) of meer vitrinekast(en) kapot te slaan en/of- fotocameratoestellen en/of de cameralenzen uit deze vitrinekast(en) te pakken en/of te grissen;

feit 2 hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 17 juli 2025 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 4] meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door die [aangever 4] een vuurwapen, althans een vuurwapengelijkend voorwerp te tonen en/of voor te houden en/of op/tegen de borst van die [aangever 4] tezetten en/of die [aangever 4] daarbij de woorden toe te voegen: "Ik schiet!" en/of "Ik ga schieten!", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2. De officier van justitie heeft gesteld dat bij beide feiten sprake is van medeplegen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat niet is gebleken dat verdachte geweld tegen het personeel van de camerawinkel heeft gepleegd, zodat hij van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Verder is er volgens verdachte geen echt vuurwapen gebruikt bij de overval, maar een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Uit het dossier blijkt niet dat dit voorwerp een echt vuurwapen zou zijn geweest, reden waarom verdachte ook van dit deel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw bepleit dat de aangifte van [aangever 4] niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van dit feit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

feit 1

Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij op 17 juli 2025 omstreeks 09:30 uur met twee medewerkers aanwezig was in zijn camerawinkel in Geldermalsen. [aangever 1] hoorde dat iemand riep dat zijn medewerkers op de grond moesten gaan liggen. Vervolgens kwam de man naar het kantoor van [aangever 1] toe. De man dwong hem op de grond te gaan liggen en vervolgens over de grond te kruipen om bij zijn medewerkers te gaan liggen. De man droeg een soort bivakmuts en had een vuurwapen vast, waarmee hij hen bedreigde. Na ongeveer twee minuten rende de man weer terug de winkel in. [aangever 1] ging de winkel in en zag dat een vitrinekast kapot was geslagen. Meerdere camera’s en cameralenzen waren weggenomen.

Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat hij op 17 juli 2025 werkzaam was bij de [bedrijf] in Geldermalsen. [aangever 2] zat achter zijn bureau achter de toonbank. [aangever 2] hoorde dat iemand de winkel in kwam rennen. [aangever 2] zag via een scherm dat er twee personen in de winkel waren. Eén persoon liep vanaf de ingang naar de vitrines. De andere persoon kwam op [aangever 2] afgelopen. Deze persoon had een vuurwapen in zijn hand en richtte deze op [aangever 2] . De man schreeuwde dat hij op de grond moest gaan liggen en riep: "Niet bewegen! Op de grond gaan liggen, dan gebeurt er niets." De man griste de telefoon van [aangever 2] , een groene iPhone 13, van zijn bureau. [aangever 2] en zijn collega [aangever 3] gingen op de grond liggen. [aangever 2] hoorde dat de man met het wapen en de andere persoon met elkaar communiceerden. Aan het stemgeluid hoorde hij dat de personen mannen waren. De man in de winkel zei tegen de man met het wapen dat zijn tas vol zat.

Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat hij iemand door de winkel hoorde rennen. [aangever 3] draaide zich om en zag dat er iemand stond die een pistool op het hoofd van zijn collega [aangever 2] richtte. De man riep: “op de grond liggen!” Vervolgens richtte de man het vuurwapen op [aangever 3] . [aangever 3] ging gelijk liggen. Hij hoorde de man zeggen: “Als jullie gewoon rustig mee werken, overkomt jullie niks.”

De camerabeelden van de [bedrijf] en de omgeving zijn uitgekeken. De verbalisant zag op de beelden dat om 09:32 uur twee verdachten op een scooter in beeld verschenen. Eén verdachte droeg een helm. De andere verdachte droeg een capuchon over zijn hoofd. Uit onderzoek is gebleken dat de man met de helm medeverdachte [medeverdachte] is. Verdachte heeft verklaard dat hij de man met de capuchon is. Op de camerabeelden werd gezien dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de winkel binnenliepen. Verdachte liep direct achter de toonbank naar het achterste gedeelte van de winkel. Te zien en te horen was dat verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op een medewerker richtte en zei: “Liggen, liggen.” Te zien was dat verdachte een mobiele telefoon van tafel pakte en meenam. [medeverdachte] ging bij binnenkomst in de winkel direct naar de vitrine en sloeg deze kapot met een hamer. Vervolgens pakte hij camera’s en cameralenzen uit de vitrine en stopte deze in een bigshopper. [medeverdachte] wilde vervolgens de winkel verlaten, maar verdachte schreeuwde dat hij meer spullen in de tas moest doen. [medeverdachte] zei: “Hij is vol. Hij is vol,” maar liep vervolgens weer terug naar de vitrines en stopte nog twee camera’s in de tas. [medeverdachte] verliet vervolgens om 09:33 uur de winkel. Na enkele seconden volgde verdachte. De mannen stapten vervolgens op de scooter en reden weg naar de Geldersestraat. Ter hoogte van de winkel Takko Fashion lieten de jongens de scooter vallen en renden te voet weg door een steegje dat uitkomt op een parkeerplaats. Omstanders renden achter de jongens aan. Op de parkeerplaats stond een Audi geparkeerd met de kofferbak open.

Verdachte werd door agenten in een bosschage op een braakliggend terrein aangetroffen en aangehouden. Door de verbalisanten werd opgemerkt dat verdachte op dat moment andere kleding droeg dan naar voren kwam uit het signalement van de verdachten. Onder medeverdachte [medeverdachte] zijn drie sets kleding in beslag genomen die hij op het moment van de aanhouding droeg.

Verdachte heeft verklaard dat zijn rol bij de overval het bedreigen van het personeel was. Hij liep naar achteren en zorgde ervoor dat de medewerkers op de grond gingen liggen. Hij had iets wat op een vuurwapen leek op de medewerkers gericht. [medeverdachte] haalde vervolgens de vitrines leeg. Verdachte heeft verklaard dat hij was ‘samengelegd’ met [medeverdachte] om de winkel te overvallen. Hij werd die dag opgehaald en toen zijn ze naar Geldermalsen gereden. Hij was gecontacteerd op Snapchat door iemand die vroeg of hij wilde werken. Hij wist dat hij naar binnen moest gaan en terug moest komen met de camera’s. Verdachte zou hier € 3000,- voor krijgen. Het voorwerp dat op een pistool leek was vooraf aan hem gegeven en toen werd er gezegd wat hij moest doen. Verdachte vond dat het als een nepwapen voelde. Toen verdachte wegrende voor de menigte, heeft hij één van de trainingspakken die hij droeg uitgedaan.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hem was verteld dat hij naar de camerawinkel moest gaan, dat hij de vitrine moest legen en de tas moest vullen.

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 17 juli 2025 samen met medeverdachte [medeverdachte] de [bedrijf] in Geldermalsen is binnengegaan en dat zij daar camera’s, cameralenzen en de telefoon van een medewerker hebben gestolen. Beide verdachten droegen iets dat hun gezichten bedekte – [medeverdachte] droeg een helm en verdachte droeg een capuchon en een bivakmuts. Verdachte had, net als zijn medeverdachte, meerdere sets kleding over elkaar aan, kennelijk bedoeld om tijdens hun vlucht niet herkend te worden aan de hand van het signalement. Zij werden voorafgaand aan de overval afgezet op een plek waar al een scooter klaar stond om naar de betreffende winkel te rijden. Op een parkeerplaats stond een auto klaar voor de vlucht, met de kofferbak open. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij een opdracht had gekregen en deze uitvoerde; hij moest de medewerkers van de camerawinkel bedreigen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en terugkomen met een gevulde tas. Daarmee acht de rechtbank de diefstal met bedreiging met geweld bewezen.

De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of daarbij sprake is van medeplegen. De rechtbank stelt voorop dat het medeplegen van een strafbaar feit bewezen kan worden verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal ook dan van voldoende gewicht, voldoende significant, moeten zijn.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] kwamen samen in één auto aan in Geldermalsen, reden samen op een voor de overval klaarstaande scooter naar de camerawinkel en voerden direct bij binnenkomst ieder hun taak uit. [medeverdachte] liep direct naar de vitrine en begon deze stuk te slaan met een hamer. Hij begon vervolgens de door hem meegebrachte tas te vullen met camera’s en cameralenzen. Verdachte liep direct achter de toonbank en begon de medewerkers te bedreigen. Op de camerabeelden was te zien en te horen dat verdachte en [medeverdachte] tijdens de overval met elkaar communiceerden. [medeverdachte] gaf aan dat de tas vol zat en verdachte gaf aan dat [medeverdachte] de tas verder moest vullen. Uit het voorgaande blijkt dat verdachte en [medeverdachte] functioneerden als een team, waarbij ieder direct bij binnenkomst zijn eigen rol pakte. Ook bij de vlucht uit de winkel kozen zij ervoor om samen op de scooter weg te gaan en samen naar de klaarstaande vluchtauto te rennen. De rechtbank leidt hieruit af dat er een nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen verdachte en [medeverdachte] die bestond uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank is van oordeel dat daarmee sprake is van medeplegen.

De rechtbank acht feit 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onderdeel “vuurwapen”, nu uit het dossier niet is gebleken dat het een echt vuurwapen betrof. Ook is niet gebleken dat verdachte of medeverdachte [medeverdachte] geweld heeft gebruikt tegen de medewerkers van de camerawinkel. De rechtbank zal verdachte daarom ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

feit 2

Aangever [aangever 4] heeft verklaard dat hij zag dat er een scooter uit de richting van [bedrijf] kwam en dat de twee personen die op de scooter reden omvielen. [aangever 4] riep “opzouten” naar de twee personen. De jongen met de zwarte helm riep: “Ik schiet!”. [aangever 4] zag dat de jongen een klein zwart vuurwapen vasthield. De personen renden weg in de richting van de parkeerplaats op de Badweg in Geldermalsen. [aangever 4] rende achter de personen aan en wilde hen vastpakken. Er ontstond een kleine worsteling. De persoon met de helm hield het vuurwapen tegen zijn borst en zei iets in de trant van: “ik schiet” of “ik ga schieten.”

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat de verdachten uit de [bedrijf] kwamen rennen. De jongens stapten op de scooter. De jongen achterop had een wapen in zijn rechterhand.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij [aangever 4] naar buiten zag rennen. [getuige 2] zag twee jongens op een scooter aan komen rijden. De jongens riepen: “schieten!”. [aangever 4] zei tegen [getuige 2] dat één van de jongens een wapen had.

Verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwapen nog in zijn handen had toen hij op de scooter stapte. Verdachte heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] reed en dat hij achterop zat.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [aangever 4] met het nepwapen heeft bedreigd en daarbij heeft geroepen: “ik schiet” of “ik ga schieten”. Hoewel de verklaring van [aangever 4] het enige directe bewijsmiddel is dat verdachte hem (op deze wijze) heeft bedreigd, is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring op essentiële punten wordt ondersteund door de verklaringen van getuigen en de verklaring van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij het nepwapen in zijn handen had toen hij op de scooter stapte. Dit werd ook gezien door getuige [getuige 1] , die verklaarde dat één van de jongens op de scooter een wapen in zijn hand vasthield. Hieruit volgt voor de rechtbank dat verdachte het nepwapen nog bij zich droeg op het moment dat hij de winkel verliet en op de scooter wegvluchtte samen met [medeverdachte] . De verklaring van [aangever 4] - dat er naar hem werd geroepen dat men zou schieten - wordt bovendien ondersteund door de getuigenverklaring van getuige [getuige 2] , die hoorde dat er door de jongens “schieten” werd geroepen. Nu de verklaring van [aangever 4] op belangrijke punten wordt ondersteund, acht de rechtbank deze betrouwbaar. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte [aangever 4] heeft bedreigd door een vuurwapen op hem te richten, te roepen dat hij zou schieten, het vuurwapen tegen de borst van [aangever 4] te zetten en te herhalen dat hij zou of ging schieten.

Ook ten aanzien van dit feit moet de rechtbank beoordelen of sprake is van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dat sprake is van medeplegen.

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] hebben samen een gewapende overval gepleegd, waarbij verdachte in de winkel personen met het (nep)wapen heeft bedreigd. Vervolgens zijn zij vanaf de [bedrijf] gezamenlijk op een scooter gevlucht, terwijl verdachte het (nep)wapen nog in zijn handen had. [medeverdachte] wist en kon zien dat verdachte op dat moment een (nep)wapen bij zich droeg. Vervolgens heeft verdachte op voornoemde wijze [aangever 4] bedreigd. Door op deze wijze gezamenlijk te vluchten, geldt dat verdachte en [medeverdachte] ook wat betreft de bedreiging van [aangever 4] , zo bewust en nauw hebben samengewerkt dat sprake is van medeplegen van dat misdrijf.

De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1 hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,- een mobiele telefoon (merk Apple, type Iphone 13 kleur groen) en/of- meerdere fotocameratoestellen en/of- meerdere cameralenzen,in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] en/of [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- voorzien van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of met een capuchon en/of een balaclava en/of een bivakmuts en/of een (scooter)helm, in ieder geval met gezichtsbedekking, voornoemde camerawinkel in te gaan en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 1] en/of- hierbij tegen die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 1] te zeggen en/of te schreeuwen: "Niet bewegen! Op de grond gaan liggen, dan gebeurt er niets" en/of “Als jullie gewoon rustig mee werken, overkomt jullie niks’’ en/of- de mobiele telefoon van die [aangever 2] te pakken en/of weg te grissen en/of- (een) of meer vitrinekast(en) kapot te slaan en/of- fotocameratoestellen en/of de cameralenzen uit deze vitrinekast(en) te pakken en/of te grissen;

feit 2 hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 17 juli 2025 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 4] meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door die [aangever 4] een vuurwapen, althans een vuurwapengelijkend voorwerp te tonen en/of voor te houden en/of op/tegen de borst van die [aangever 4] tezetten en/of die [aangever 4] daarbij de woorden toe te voegen: "Ik schiet!" en/of "Ik ga schieten!", althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 44 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies van 8 januari 2026.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft erop gewezen dat verdachte heeft ervaren wat de consequenties zijn van zijn gedrag en dat bij hem gevoelens van schaamte tegenover zijn slachtoffers en familie overheersen. Verdachte is gemotiveerd om aan zichzelf te werken en wil meewerken aan de voorwaarden van de reclassering om zo verder te bouwen aan zijn toekomst. Inmiddels heeft verdachte in detentie verschillende cursussen gevolgd. De raadsvrouw heeft erop gewezen dat verdachte een first offender is. Zij heeft daarnaast gewezen op de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het feit en dat bij verdachte mogelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht een flink voorwaardelijk strafdeel op te leggen, zodat verdachte met de reclassering aan de slag kan gaan.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader [medeverdachte] schuldig gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval op de winkel [bedrijf] in Geldermalsen. Verdachte liep achter de toonbank door het kantoor binnen en bedreigde drie aanwezige medewerkers met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Zijn mededader heeft met een hamer een vitrine ingeslagen en vulde vervolgens een tas met camera’s en cameralenzen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een bedreiging, nu hij tijdens de vlucht vanuit de camerawinkel een omstander heeft bedreigd met het nepwapen. Slachtoffers van dergelijke overvallen kunnen daarvan veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Met zijn handelwijze heeft verdachte het gevoel van veiligheid van de slachtoffers aangetast. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten veel maatschappelijke onrust en een toename van gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Dit geldt temeer nu verdachte en zijn mededader de overval op klaarlichte dag hebben gepleegd en er ten tijde van de overval veel winkelend publiek in het centrum van Geldermalsen was. Veel van die omstanders zijn getuige geweest van de overval en een aantal van hen heeft verdachte en zijn mededader op de vlucht achtervolgd en staande proberen te houden. Eén van die omstanders is daarbij zelfs gewond geraakt omdat hij door de vluchtauto overreden werd, die werd bestuurd door een onbekend gebleven persoon.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 2 oktober 2025 waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld. Aan verdachte is daarbij onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Tijdens de onderhavige feiten liep verdachte nog in de proeftijd van deze straf, maar dat heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de reclasseringsrapportage van de Reclassering Nederland d.d. 8 januari 2026. In relatie tot de onderhavige feiten worden het psychosociaal functioneren en de financiën als delictgerelateerde criminogene factoren beschouwd. Vanuit een financieel motief ging verdachte akkoord om een overval te plegen. Verdachte is op impulsieve wijze overgegaan tot het plegen van het delict. Hij heeft niet stilgestaan bij de mogelijke gevolgen van zijn handelen, zowel voor de slachtoffers als zichzelf. Het is daarom van belang dat verdachte een gedragsinterventie volgt gericht op de versterking van de cognitieve vaardigheden. Daarnaast is het in de ogen van de reclassering van belang dat er structuur en regelmaat wordt ingebouwd in het leven van verdachte. Na detentie heeft verdachte geen plek om naar terug te keren. Uit het onderzoek van de reclassering komt naar voren dat er bij verdachte hoogstwaarschijnlijk sprake is van een licht verstandelijke beperking, welk beeld binnen detentie door de casemanager wordt herkend. Om te voorzien in de noodzakelijke begeleiding en structuur is het geïndiceerd dat verdachte begeleid gaat wonen. Dit kan verder worden gerealiseerd door de gestarte studie voort te zetten en te voorzien in een vaste dagstructuur. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Bij een veroordeling adviseert de reclassering om een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, het volgen van de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met de medeverdachte(n) en slachtoffers en het hebben van dagbesteding. De rechtbank neemt dit advies over.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan worden volstaan. De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geeft als oriëntatiepunt voor een overval van een winkel met licht geweld of bedreiging met geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren. In dit geval zijn bovendien meerdere strafverzwarende factoren aan de orde, zoals de omvang van de schade, het feit dat sprake is van medeplegen en het gebruik van een nepwapen. Verder geven de oriëntatiepunten voor een bedreiging waarbij een (nep)vuurwapen wordt getoond (feit 2) als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. In strafverzwarende zin neemt de rechtbank ook mee dat de overval heeft plaatsgevonden op klaarlichte dag, waarbij sprake is van meerdere slachtoffers. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden. Om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en omdat de rechtbank het belang inziet van de geadviseerde voorwaarden, zal zij van deze gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaar. Aan dit voorwaardelijke deel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 250,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gevraagd om hoofdelijke toewijzing van de vordering.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, nu deze onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte bereid is om de schade te vergoeden.

Overweging van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost niet is betwist. De vordering is niet onderbouwd door middel van stukken. De benadeelde partij heeft ter terechtzitting evenwel toegelicht dat er schade is vergoed door de verzekering, maar dat hij een bedrag van € 250,- aan eigen risico heeft moeten betalen. De rechtbank overweegt dat het gebruikelijk is dat er een bedrag aan eigen risico door verzekeraars wordt gerekend en acht het door de benadeelde gevorderde bedrag redelijk. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en schat de schade op € 250,-.

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

Verdachte is vanaf 17 juli 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

Hoofdelijke toewijzing

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 10.308763.24)

De politierechter in de rechtbank Rotterdam heeft verdachte op 2 oktober 2024 veroordeeld tot (onder meer) een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

verdachte zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2, 3029 AK Rotterdam , telefoonnummer 088 804 1302. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

verdachte actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa+ of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider. Mocht er uit deze training naar voren komen dat een ambulante behandeling noodzakelijk is, kan deze te zijner tijd worden opgestart;

verdachte indien de reclassering dit nodig acht verblijft in een instelling voor begeleid wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er een geschikte plek is gevonden. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

verdachte gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben -in welke vorm dan ook, ook niet via derden- met de aangevers en medeverdachten, tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de reclassering en daarbij de aanwijzingen van de reclassering worden opgevolgd. Sociale media zijn hierbij inbegrepen (geen contact via Facebook, Snapchat, WhatsApp of andere online platforms);

verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en scholing, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 2 oktober 2024 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten twee maanden gevangenisstraf (parketnummer 10.308763.24);

 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. Arts (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A. van Leeuwen
  • mr. S. Jansen

Griffier

  • mr. V. Buscop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?