RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/472573 / KG ZA 26-394
Vonnis in kort geding van 28 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A. Adl Rudbordeh,
tegen
de naamloze vennootschap ASN BANK N.V.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ASN Bank,
advocaat: mr. M.E.G. Murris.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13 van [eiser]- de producties 1 tot en met 8 van ASN Bank- de aanvullende producties 14 en 15 van [eiser] - de mondelinge behandeling van 28 september 2026- de pleitnota van ASN Bank.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 28 september 2026 vonnis gewezen. De feiten en de motivering waarop de in dat vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd.
2. De feiten
[eiser] is eigenaar van het woonhuis met verdere aanhorigheden, ondergrond, erf en tuin, staande en gelegen aan [adres] ), kadastraal [gegevens] (hierna: de woning).
ASN Bank heeft een eerste (en tweede) recht van hypotheek op de woning. Dit hypotheekrecht is gevestigd bij hypotheekakten van 3 juli 2001 en 15 september 2006. Het hypotheekrecht is ingeschreven voor een totaalbedrag van € 221.217,86.
In artikel 7, lid 1, sub d, van de op de hypotheekakten van toepassing zijnde “Voorwaarden van Geldlening en Hypotheekverlening RegioBank” van december 1994, is bepaald dat de schuld van [eiser] zonder ingebrekestelling opeisbaar is “indien op het verbondene (…) executoriaal beslag wordt gelegd (…).”
In augustus 2024 heeft de Belastingdienst een (derde) recht van hypotheek gevestigd op de woning. De hoogte van die hypotheek bedraagt ongeveer € 30.000,00.
Op 23 april 2025 heeft de Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (hierna: de Stichting) executoriaal beslag gelegd op de woning voor een vordering van ruim € 47.000,00.
In mei 2025 heeft ASN bank een Calcasa desktop taxatie van de woning laten verrichten. De Calcasa waarde van de woning werd daarbij geschat op € 410.000,00.
In haar brief van 21 april 2026 heeft ASN Bank de totale hypothecaire schuld van [eiser] opgeëist vanwege het niet opheffen van het executoriale beslag door de Stichting. De totale opgeëiste schuld van ASN Bank bedraagt € 171.998,19. Dit bedrag bestaat uit twee hoofdsommen van respectievelijk € 25.000,00 en € 146.048,19 en een achterstand van € 950,00 die betrekking heeft op taxatiekosten.
Met een brief van 8 juni 2026 heeft de notaris [eiser] namens ASN Bank geïnformeerd waarom zij de executoriale verkoop van de woning gelast en aangekondigd dat de veiling wordt gepland op 22 september 2026 via www.openbareverkoop.nl.
[eiser] heeft ASN Bank in een e-mail van 9 september 2026 verzocht om uitstel van de veiling. Met een e-mail van 10 september 2026 heeft ASN Bank daarop gereageerd en [eiser] bericht alleen te overwegen de veiling in te trekken als aan alle navolgende voorwaarden wordt voldaan:
“- Beslagleggers dienen akkoord te gaan met het intrekken van de openbare verkoop. U dient hiervoor een schriftelijk bewijs aan te leveren.
- De belastingdienst (recht van 3e hypotheek) dient akkoord te gaan met het intrekken van de openbare verkoop. U dient hiervoor een schriftelijk bewijs aan te leveren.
- U dient de betalingsachterstand (€ 1900,-) op uw hypotheek te voldoen. Het betreft hier de in rekening gebrachte taxatiekosten in verband met het opstarten van de openbare verkoop van uw woning.
- De gemaakte veilingkosten dienen door u te worden betaald.”
[eiser] heeft een beleggingspolis bij Aegon die op 1 juni 2027 zal worden uitbetaald en waarvan de waarde op dit moment € 92.027,27 bedraagt. Deze polis is verpand aan ASN Bank.
De woning is op 22 september 2026 openbaar geveild. De hoogste bieder heeft een bod uitgebracht van € 306.000,00. Op 30 september 2026 moet ASN Bank de executiekoper bevestigen dat zij tot gunning overgaat.
3. Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
ASN Bank op straffe van een dwangsom te verbieden de executoriale veiling van de woning door te laten gaan, althans ASN Bank te gebieden de woning niet te gunnen of te leveren als gevolg van de op 22 september 2026 gehouden veiling totdat [eiser] de gelegenheid heeft gehad een regeling te treffen met de Belastingdienst en de Stichting om hun vorderingen te voldoen uit de uitkering van zijn beleggingspolis uiterlijk op 1 juli 2027;
Subsidiair
ASN Bank op straffe van een dwangsom te veroordelen de executie te schorsen totdat de rechtbank in een bodemprocedure over de opeising en executie van ASN Bank heeft beslist;
Primair en subsidiair:
ASN Bank te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
[eiser] legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag.
ASN Bank maakt misbruik van haar bevoegdheid. [eiser] heeft zijn hypotheek altijd correct betaald. ASN Bank is als eerste hypotheekhouder volledig beschermd door de wettelijke rangregeling. De woning heeft een taxatiewaarde van € 410.000,00 zodat na aftrek van alle schulden sprake is van een aanzienlijke overwaarde. De woning is niet verhuurd en er is geen acuut risico op waardevermindering. Er bestaat een concrete en reële uitweg in de vorm van de beleggingspolis die op 1 juni 2027 wordt uitgekeerd en die voldoende is om de vordering van de Stichting en de Belastingdienst integraal te voldoen. ASN Bank weigert echter medewerking en stelt onuitvoerbare voorwaarden waardoor zij [eiser] de toegang tot een redelijke regeling onthoudt. Subsidiair is het doorzetten van de executie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. ASN Bank heeft slechts een vordering van € 950,00 op [eiser] in verband met het taxeren van de woning. Daartegenover is sprake van een overwaarde van ongeveer € 160.000,00 en is een concrete aflossingsbron aanwezig die binnen negen maanden beschikbaar is, zonder dat de verhaalspositie van ASN Bank in gevaar is. Als de woning daadwerkelijk wordt verkocht en geleverd aan een derde wordt [eiser] dakloos. Ook loopt [eiser] dan ruim €100.000,00 aan overwaarde mis. Zijn spoedeisend belang is dan ook evident.
ASN Bank voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van hem in de proceskosten.
ASN Bank voert – kort weergegeven – het volgende aan.
Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid. De executieopbrengst is ruim hoger dan de som van de openstaande hypotheekschuld en de vorderingen van de Stichting en de Belastingdienst. Met het surplus van meer dan € 150.000,00 (met inbegrip van de waarde van de beleggingspolis) kan [eiser] zonder opeisbare schulden met een schone lei beginnen. Hij kan dan ofwel een nieuwe hypothecaire financiering aangaan en een andere woning kopen ofwel (tijdelijk) een huurwoning betrekken. Gesteld noch onderbouwd is dat [eiser] met acuut behoud van juist deze woning een zodanig bijzonder belang heeft dat dit aan gunning en levering in de weg zou moeten staan. De door [eiser] gestelde “concrete en reële uitweg” in de vorm van de beleggingspolis biedt geen oplossing. Deze polis is verpand aan ASN Bank. Dit betekent concreet dat bij uitkering de openstaande hypotheekschuld van [eiser] bij ASN Bank met dit bedrag zal worden verlaagd. De uitkering komt dus niet aan [eiser] zelf toe en hij kan dus niet op 1 juni 2027 of op enig ander moment vrij over dit geld beschikken. Er bestaat geen aanleiding voor het opleggen van dwangsommen. Bij een toewijzing van de vorderingen zal ASN Bank vrijwillig voldoen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Het spoedeisend belang volgt hier uit de aard van de vordering.
Tussen partijen is niet in geschil dat ASN Bank als hypotheekhouder op grond van artikel 3:268 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de bevoegdheid heeft om de woning executoriaal te verkopen. De vraag is daarom of ASN Bank misbruik maakt van deze bevoegdheid op grond van artikel 3:13 BW (hierna: misbruik van recht). Slechts onder bijzondere omstandigheden wordt aangenomen dat hiervan sprake is. Misbruik van recht kan onder meer worden aangenomen als de hypotheekhouder geen redelijk te respecteren belang heeft bij parate executie, mede gelet op de belangen aan de zijde van de schuldenaar die door de executie zullen worden geschaad, of als er daardoor aan de zijde van de schuldenaar een noodsituatie zou ontstaan. De voorzieningenrechter volgt ASN Bank in haar standpunt dat geen sprake is van misbruik van recht. Daarvoor acht zij het volgende van belang.
Ter zitting is gebleken dat de Stichting het executoriaal beslag op de woning heeft gelegd op basis van een vonnis van maart 2023. [eiser] heeft destijds een betalingsregeling getroffen met de Stichting, maar is eind oktober 2023 gestopt met betalen nadat volgens hem een controle op aangeleverde stukken uitbleef. De Stichting was daarna niet meer bereid een nieuwe betalingsregeling te treffen. Samen met zijn (toenmalige) financieel adviseur heeft [eiser] vervolgens onderzocht of er andere mogelijkheden waren om de vorderingen van de Stichting en de Belastingdienst te voldoen. De financieel adviseur zag die mogelijkheid met name in een herfinanciering van de hypotheek en het afkopen van de verpande beleggingspolis. ASN Bank heeft bevestigd dat de financieel adviseur van [eiser] dit verzoek vorig jaar bij haar heeft gedaan en dat die opties zijn onderzocht. Uit de door ASN Bank overlegde stukken blijkt echter dat dit verzoek is geannuleerd omdat [eiser] niet voor de gestelde deadline van 10 april 2025 had bevestigd of dat verzoek moest worden voortgezet. Ook beschikte ASN Bank niet over alle benodigde stukken. Verder heeft ASN Bank ter zitting onweersproken gesteld dat in maart van dit jaar een medewerker van haar bij [eiser] op huisbezoek is geweest en met hem heeft besproken dat hij de problemen met de beslagleggers moet proberen op te lossen en, indien dat niet lukt, hij het huis in de onderhandse verkoop moet zetten. ASN Bank heeft [eiser] dus geruime tijd gegeven om zelf met een oplossing te komen.
De stelling van [eiser] dat de oplossing zit in het vrijgeven van de beleggingspolis kan niet worden gevolgd. Op die polis zit een pandrecht van ASN Bank dat bij het aangaan van de (aflossingsvrije) hypotheek als zekerheid is gesteld naast het recht van hypotheek. Dit pandrecht vervalt van rechtswege bij het aflossen van de hypotheek, bijvoorbeeld door een herfinanciering. Zoals hiervoor overwogen heeft ASN Bank deze optie vorig jaar met [eiser] verkend, maar heeft dit tot niets geleid. ASN Bank kan dit pandrecht, dat is gekoppeld aan de hypotheek, dus niet zomaar vrijgeven. Als het pandrecht wel kan worden vrijgegeven, strekt dit alleen tot het aflossen van (een deel van) de hypotheekschuld van [eiser] aan ASN Bank. [eiser] kan dit geld dus niet aanwenden om de vorderingen van de Sichting en de Belastingdienst te voldoen.
De omstandigheid dat [eiser] bij gunning aan de hoogste bieder ruim € 100.000,00 aan overwaarde misloopt, betekent niet dat ASN Bank haar recht niet mag uitoefenen. Dat de opbrengst lager is, is inherent aan een executoriale verkoop bij een tekortschietende hypotheekgever. Dat de betalingsachterstand aan ASN Bank slechts € 950,00 bedraagt doet daar niet aan af, nu de reden voor het opeisen van de hypotheekschuld niet is gelegen in deze achterstand, maar primair in het feit dat door andere beslagleggers executoriaal beslag op de woning is gelegd. Daarbij heeft ASN Bank met stukken onderbouwd dat de Stichting bij herhaling en met toenemende urgentie heeft verzocht de executieverkoop van de woning te starten. Ook heeft de Stichting ter zake dit kort geding uitdrukkelijk medegedeeld niet in te stemmen met beëindiging of intrekking van de executiemaatregelen zonder volledige betaling van haar vordering. Op grond van artikel 545 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een 'treuzelende hypotheekhouder' ook door beslagleggers worden gedwongen de executie met een zekere spoed door te zetten. Daarnaast zal [eiser] ook bij gunning van het huidige bod niet achterblijven met een restschuld, maar houdt hij - na aflossing van alle schulden - nog ruim € 150.000,00 over.
Dat het voor [eiser] moeilijk wordt een nieuwe woning te vinden waar hij met zijn honden kan verblijven leidt evenmin tot de conclusie dat ASN Bank in redelijkheid niet kan overgaan tot gunning aan de hoogste bieder. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat [eiser] al sinds 23 april 2025 tekortschiet als hypotheekgever en er inmiddels ook een langere periode is verstreken na de aanzegging van de executie door ASN Bank op 21 april 2026. [eiser] heeft er dus al langere tijd rekening mee moeten houden dat hij op zoek moet naar vervangende woonruimte, terwijl hij niet heeft gesteld en evenmin is gebleken dat hij daarnaar heeft gezocht.
Gelet op het voorgaande is dan ook onvoldoende aannemelijk dat ASN Bank misbruik maakt van haar bevoegdheid tot parate executie of dat zij in redelijkheid en billijkheid niet tot parate executie mocht overgaan. De vorderingen worden dan ook afgewezen.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASN Bank worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026. De feiten en de motivering waarop de beslissing steunt, zijn afzonderlijk vastgelegd op 6 oktober 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!