RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 06/007708-93
Datum uitspraak: 30 oktober 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek [kliniek] ,
[adres] in [plaats] .
Raadsman: mr. M.A.D. Kok, advocaat in Ermelo.
Procedure
Aan betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof in Arnhem van 17 juni 1994 onder andere de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Deze maatregel is ingegaan op 19 augustus 1994 en is het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 16 september 2024.
Bij vordering van 14 juli 2026, ingekomen op 17 juli 2026, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 9 oktober 2026 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft aangevoerd dat de laatste verlengingsperiode een aantal gebeurtenissen hebben plaatsgevonden waarover betrokkene niet transparant is geweest. In de komende periode dient te worden bezien of betrokkene in staat is eerder aan de bel te trekken. Daarvoor is, zoals ook de behandelaar adviseert, één jaar te kort.
De raadsman van betrokkene heeft primair gepleit voor aanhouding van de beslissing voor het doen opstellen van een maatregelenrapport. Subsidiair heeft de raadsman gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. De raadsman heeft aangevoerd dat met een voorwaardelijke beëindiging niet zoveel wijzigt ten opzichte van de huidige situatie.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van meer personen. De maatregel is daarom niet gemaximeerd.
Stoornis
De kliniek schrijft in het rapport dat betrokkene een licht verstandelijke beperking heeft. Daarnaast is sprake van een ongespecificeerde parafiele stoornis, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
In zijn vroege jeugd is betrokkene blootgesteld aan ernstige traumatisering en verwaarlozing. Deze ervaringen hebben blijvende gevolgen gehad voor zijn ontwikkeling op alle levensgebieden. Er is sprake van complexe en uitzonderlijke problematiek op het gebied van seksuele ontwikkeling. In de loop van de jaren is er een persoonlijkheidsstoornis ontstaan met antisociale en afhankelijke trekken. Hij is sterk afhankelijk van de waardering van anderen en vertoont in sociale interacties regelmatig grensoverschrijdend gedrag.
De rechtbank overweegt dat hieruit blijkt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Betrokkene woont sinds 2011 bij [instelling] in [plaats] . Hij neemt actief deel aan dagbesteding, houdt zich aan afspraken en maakt gebruik van onbegeleide wandelmomenten. Het contact met medebewoners wisselt, met name onder invloed van spanningen. Bij spanningen in de groep of persoonlijke stress neemt de kans op conflicten toe. Betrokkene beïnvloedt dan soms negatief de groepsdynamiek en zoekt vaker de discussie op. De frequentie en intensiteit van deze momenten zijn de afgelopen twee jaar toegenomen.
Sinds maart 2025 lijkt sprake van een periode van relatieve stabiliteit. De gerichtheid op kinderen vormt een blijvende risicofactor, waarbij met name de beperkte openheid maakt dat signalen niet altijd tijdig zichtbaar zijn. Betrokkene blijkt geneigd problemen pas te delen op het moment dat deze niet langer te vermijden zijn of wanneer de consequenties aanzienlijk dreigen te worden. In juli 2025 heeft betrokkene openheid van zaken gegeven over een langdurige geheime relatie die inmiddels geëindigd was. De relatie ging gepaard met gevoelens van angst en afhankelijkheid. Het bespreekbaar maken van de relatie en het beëindigen ervan heeft geleid tot merkbare afname van spanning. Er heeft toen een tijdelijke terugplaatsing plaatsgevonden binnen [kliniek] (29 juli 2025).Het is van belang om eerder zicht krijgen op onderliggende spanningen die anders pas laat duidelijk worden. Daarbij wordt specifiek ingezet op het vroegtijdig signaleren en bespreekbaar maken van spanningen, mede gezien het gegeven dat betrokkene problemen doorgaans pas in een laat stadium deelt. Regelmatige, laagdrempelige contactmomenten zijn van belang om zicht te krijgen op onderliggende factoren die kunnen bijdragen aan spanningsopbouw.
Betrokkene heeft diverse verloven die naar wens verlopen.
Recidivegevaar
Binnen de huidige gestructureerde setting wordt het recidiverisico als beheersbaar ingeschat, mits sprake blijft van toezicht, duidelijke afspraken en beperking van risicovolle contacten. Risicoverhogende factoren zijn onder andere eenzaamheid, behoefte aan acceptatie, alcoholgebruik en onvoldoende begrenzing in sociale of seksuele situaties. Heimelijkheid vergroot het recidiverisico doordat het toezicht en de noodzakelijke externe sturing wegvalt, waardoor spanningsopbouw en risicovol (met name seksueel) en delictgerelateerd gedrag zich buiten beeld kunnen ontwikkelen en niet tijdig worden gecorrigeerd.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Uit de adviezen en uit de ter terechtzitting door de deskundige gegeven toelichting, blijkt dat de risicobepalende stoornissen nog aanwezig zijn en het recidiverisico hoog is bij directe beëindiging van de maatregel. Aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel is daarmee voldaan.
De kliniek heeft in het rapport beschreven dat geen wezenlijke verandering in functioneren wordt verwacht. Betrokkene blijft aangewezen op een beschermde woonvorm binnen een forensisch kader, met intensieve begeleiding en toezicht. Betrokkene heeft ter terechtzitting gezegd dat hij graag bij [instelling] wil blijven en dat dat ook kan. Volgens de kliniek is voortzetting van verblijf binnen [instelling] aangewezen, met focus op stabiliteit, veiligheid en het voorkomen van risicovol gedrag. Daarbij blijven continuïteit, voorspelbaarheid en een eenduidige begeleidingsstijl cruciaal. Vanuit proefverlof kan naar voorwaardelijke beëindiging worden toegewerkt. De kliniek heeft twijfels bij de duurzaamheid of haalbaarheid van het huidige proefverlof en of transmuraal verlof het maximaal haalbare perspectief is. De kliniek en de reclassering hebben andere ideeën bij het verdere verloop van de maatregel. De reclassering ziet in de huidige vorm een zeer beperkte rol voor zichzelf weggelegd en adviseert daarom toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging. In die situatie worden zij meer ‘in stelling’ gebracht, en blijft de rol van [kliniek] wezenlijk. Ter terechtzitting heeft de reclassering geadviseerd tot aanhouding van de beslissing zodat de reclassering in gesprek kan met de kliniek en betrokkene, onderzoek kan worden gedaan naar die mogelijkheden en om een plan te maken.
Wel is er overeenstemming dat zorgvuldig moet worden onderzocht of en onder welke voowaarden een volgende stap in het resocialisatietraject verantwoord is.
De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging
nog niet aan de orde is. De inbedding van betrokkene in de kliniek is op dit moment nog erg belangrijk voor betrokkene. Indien nodig kan vanuit [kliniek] extra ondersteuning worden geboden. Betrokkene kan daar zijn verhaal kwijt zonder bang te hoeven zijn voor de consequenties. Er is gedurende de afgelopen jaren een vertrouwensrelatie opgebouwd, die echter nog niet heeft geleid tot openheid. De rechtbank is daarom van oordeel dat de stap naar voorwaardelijke beëindiging op dit moment nog te groot is.
Daar tegenover staat dat de gebeurtenis waarover de zorgen van de kliniek bestaan gezien de heimelijkheid ervan, inmiddels van meer dan een jaar geleden dateren en dat sinds ruim een jaar sprake is van een periode van relatieve stabiliteit. Normaliter is proefverlof de aanloop richting een voorwaardelijke beëindiging. Het proefverlof van betrokkene loopt inmiddels al ruim vijf jaar. De rechtbank acht het van belang dat het proces van betrokkene wel in beweging blijft. Er bestaat verschil in visie tussen enerzijds de kliniek, [instelling] en de mentor, en anderzijds de reclassering over hoe het nu verder moet en kan. Een zorgvuldige afweging, na gedegen onderzoek van de mogelijkheden, is noodzakelijk. De rechtbank zal niet overgaan tot aanhouding van de beslissing, zoals door de reclassering en de raadsman is voorgesteld, maar zal de verlenging van de terbeschikkingstelling beperken tot de duur van één jaar. In de komende periode kan dan worden onderzocht of en onder welke
voorwaarden een verdere stap in het resocialisatietraject verantwoord is.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom met één jaar verlengen.
De beslissing
De griffier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met één jaar.