RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.299887.24
Datum uitspraak : 30 januari 2026
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsman: mr. J. Vlug, advocaat in Deventer.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 19 juni 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland,
een of meer wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een vuurwapen, van het merk Samopal, type T40416-1952, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), van het merk Wischo, type 489019, kaliber 9mm Glatt, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (grendelgeweer), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), van het merk Mas M1936, type 57094, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), wapennummer [wapennummer 1], zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), type La Coruna 1950, wapennummer [wapennummer 2], zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
voorhanden heeft gehad
2.
hij op of omstreeks 19 juni 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland,
een of meer wapen(s) van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie,
te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een of meerdere vuursteenpistolen en/of een musket heeft vervaardigd/getransformeerd/voor derden hersteld/voorhanden gehad/gedragen/ vervoerd;
3.
hij op of omstreeks 19 juni 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland
een gewoonte heeft gemaakt van het zonder erkenning vervaardigen en/of transformeren van een of meer wapen(s), te weten:
- CZ, model Samopal, kaliber 9x19 mm, wapencategorie III onder 1, en/of;
- MAS, model 1936, kaliber 7,5x54mm, wapencategorie III onder 1;
- La Coruna, model 1950, kaliber 7,9x57mm, wapencategorie III onder 1
Telkens zijnde wapen(s) van categorie III van de Wet wapens en munitie
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder feit 3 tenlastegelegde, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte wapens heeft vervaardigd dan wel getransformeerd.
3. De bewezenverklaring
in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op of omstreeks 19 juni 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland,
een of meer wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een vuurwapen, van het merk Samopal, type T40416-1952, zijnde een vuurwapen
- een vuurwapen (geweer), van het merk Wischo, type 489019, kaliber 9mm Glatt, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (grendelgeweer), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), van het merk Mas M1936, type 57094, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), wapennummer [wapennummer 1], zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- een vuurwapen (geweer), type La Coruna 1950, wapennummer [wapennummer 2], zijnde een
vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
voorhanden heeft gehad
2.
hij op of omstreeks 19 juni 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland,
een of meer wapen(s) van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie,
te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerpen dat die een ernstige bedreiging van personen konden vormen en/of dat die zodanig op een wapen geleeken dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt wasren, namelijk een of meerdere vuursteenpistolen en/of een musket vervaardigd/getransformeerd/voor derden hersteld/voorhanden heeft gehad/gedragen/ vervoerd;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 2:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 en 2 wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 120 uur met een proeftijd van 2 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de bepleitte vrijspraak voor feit 2 en 3, een geheel voorwaardelijke straf bepleit. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het onbegrijpelijk is dat de betreffende replica’s strafbaar zijn gesteld, in tegenstelling tot de originele wapens waarvan het bezit wel is toegestaan. Aangevoerd is dat verdachte door deze zaak zijn wapenverlof heeft moeten inleveren en daarmee al gestraft is. Ook is verwezen naar het blanco strafblad en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals ook uit het reclasseringsadvies naar voren is gekomen.
Als liefhebber en verzamelaar van antieke wapens had verdachte naast vrijgestelde wapens ook vier vuurwapens in zijn bezit die niet zodanig voor gebruik ongeschikt waren gemaakt dat zij onder de vrijstelling vielen. Het bezit van deze wapens is dan ook strafbaar. Deze wapens lagen in een garagebox. De regelgeving omtrent (antieke) vuurwapens is complex. Dit maakt dat van verdachte, als verzamelaar, extra zorgvuldigheid wordt verwacht bij de afweging welke wapens hij wel en niet voorhanden mag hebben en dat hij zich ervan vergewist dat de wapens voldoen aan de geldende regelgeving. Verdachte had hiervoor onvoldoende oog waardoor hij in de fout is gegaan. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. De aanwezigheid van strafbare vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico mee voor de veiligheid van personen wanneer er met die vuurwapens kan worden geschoten.
In de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting wordt voor het bezit van een verboden vuurwapen zoals bewezenverklaard onder feit 1 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden als uitgangspunt gehanteerd. De rechtbank acht deze straf in dit geval niet passend. Verdachte had namelijk de vier antieke vuurwapens als hobby voorhanden en niet vanwege criminele doeleinden. Er is geen enkele indicatie aanwezig van enige kwade bedoeling bij verdachte met deze antieke wapens. Verdachte heeft een blanco strafblad. Het feit heeft inmiddels ruim twee en een half jaar geleden plaatsgevonden. Verdachte is in de tussentijd niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. Hij heeft zich van meet af aan meewerkend opgesteld en heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Door deze zaak is zijn wapenverlof ingetrokken waardoor hij als sportschutter enorm is geraakt. Verdachte is erg geschrokken en is zich ervan bewust dat hij voortaan goed door een gespecialiseerd deskundige moet laten controleren of de wapens zijn vrijgesteld of niet. De rechtbank acht gelet op dit alles een gevangenisstraf dan ook niet nodig om herhaling te voorkomen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke taakstraf van 100 uur met een proeftijd van 2 jaar als duidelijk signaal aan verdachte voor de toekomst. De rechtbank ziet geen reden voor oplegging van bijzondere voorwaarden en zal daarom volstaan met de algemene voorwaarde geen strafbaar feit te plegen.
Voor feit 2, het voorhanden hebben van nabootsingen van vuursteenpistolen, zal de rechtbank geen straf of maatregel opleggen. Uit wapenonderzoek blijkt dat deze nabootsingen er qua vorm en afmeting hetzelfde uitzien als de originele vuursteenpistolen en daarom vallen onder artikel 2, categorie I sub 7 van de Wet wapens en munitie. De rechtbank kan niet uitleggen waarom het voorhanden hebben van deze niet-schietende imitaties wel strafbaar is, terwijl het bezit van de originele pistolen is vrijgesteld en daarmee niet strafbaar is. De rechtbank gaat dan ook uit van een omissie in de wet op dit punt.
8. De beoordeling van het beslag
Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat hij afstand heeft gedaan van alle wapens en wapenonderdelen waarvan is komen vast te staan dat het voorhanden hebben hiervan (zonder verlof) in strijd is met de wet. De wapens die bij verdachte in beslag genomen zijn en waarvan het bezit door verdachte niet in strijd is met de wet, moeten worden teruggegeven aan verdachte.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14c, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
10. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt voor feit 1 een taakstraf op van 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;
bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
bepaalt dat voor feit 2 geen straf of maatregel wordt opgelegd;
gelast de teruggave van de in beslag genomen vrijgestelde (vuur)wapens aan verdachte.