ECLI:NL:RBGEL:2026:883

ECLI:NL:RBGEL:2026:883

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer AWB-24_4640
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank ziet aanleiding om de staatssecretaris in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen. Om de gebreken te herstellen dient de staatssecretaris concreet het volgende te doen: - de staatssecretaris dient de Excel-lijsten opnieuw te bekijken en te motiveren of de standpunten in deze Excel-lijsten onder het Woo-verzoek van eiser vallen. Als standpunten wel onder het Woo-verzoek van eiser vallen dient de staatssecretaris in de e-mailinboxen van de betrokken medewerkers te kijken of er documenten bestaan over het overleg dat is gevoerd met FJZ over het al dan niet publiceren van deze standpunten; - de staatssecretaris dient opnieuw uitvraag te doen bij de betrokken medewerkers.

Uitspraak

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst

(gemachtigden: mr. S. Kokken en mr. T.G.H. Spruyt).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het openbaarmakingsverzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van eisers openbaarmakingsverzoek.

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank doet een tussenuitspraak om de staatssecretaris in de gelegenheid te stellen om de gebreken te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiser heeft op 16 april 2023 een Woo-verzoek ingediend bij de Belastingdienst. Daarbij heeft hij verzocht om openbaarmaking van:

“alle documenten bij of onder de Belastingdienst die (1) betrekking op de besluiten van DGBel of de staatssecretaris van Financiën (2) om een advies van een Kennisgroep van de Belastingdienst op het terrein van de vennootschaps- of inkomstenbelasting aan een inspecteur (3) naar aanleiding van een rechtsvraag (4) niet of voorlopig niet te publiceren in een beleidsbesluit (5) in de periode 2018 tot nu.”

Eiser heeft toegelicht dat zijn verzoek als achtergrond heeft de Nota van rechtsvraag tot eenheid van beleid (Nota), in het bijzonder paragraven 3.1.1.C en 3.1.4. Verder heeft eiser gepreciseerd dat onder de gevraagde documenten onder andere behoren:

“(a) De door B/CPP'ers aan DGBel verstuurde voorstellen om antwoorden op rechtsvragen niet of voorlopig niet te publiceren;

( b) De besluiten om antwoorden op rechtsvragen niet of voorlopig niet te publiceren;

( c) De onder (a) en (b) bedoelde antwoorden van kennisgroepen aan inspecteurs naar aanleiding van rechtsvragen;(d) De kennisgevingsminutes ter archivering en afboeking van de stukken als bedoeld in het bovenstaande tweede citaat; en

( e) Overige documenten die betrekking hebben op de afstemming tussen kennisgroepen, B/CPP'ers, DGBel, B&B, FJZ, CDVT en/of de staatssecretaris over het besluit om antwoorden op rechtsvragen van de kennisgroepen niet of voorlopig niet te publiceren.”

Omdat een besluit op zijn Woo-verzoek uitbleef, heeft eiser de staatssecretaris op 4 juni 2023 in gebreke gesteld. Op 29 juni 2023 heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek.

Met het besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het openbaarmakingsverzoek afgewezen, omdat er geen documenten zijn aangetroffen die onder de reikwijdte van eisers verzoek vallen.

Eisers beroep is vervolgens voortgezet als een inhoudelijk beroep tegen het besluit van 15 augustus 2023. In de uitspraak van 7 maart 2024 heeft rechtbank Amsterdam het beroep tegen dat besluit gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatsecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. 2.4. Met het besluit van 30 mei 2024 is eisers openbaarmakingsverzoek opnieuw afgewezen. Eiser heeft vervolgens, met instemming van de staatssecretaris, rechtstreeks beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 26 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

Wat ging er aan deze uitspraak vooraf?

3. Met het besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris eisers openbaarmakingsverzoek afgewezen, omdat er geen documenten zijn aangetroffen die onder de reikwijdte van eisers verzoek vallen.

De rechtbank Amsterdam heeft eisers beroep behandeld tegen het besluit van 15 augustus 2023 en heeft in de uitspraak van 7 maart 2024 overwogen dat eiser voldoende aanknopingspunten naar voren heeft gebracht en aannemelijk heeft gemaakt dat er bij de staatssecretaris documenten moeten zijn die onder de reikwijdte van eisers Woo-verzoek vallen. Verder volgt de rechtbank eiser in zijn standpunt dat de door de staatssecretaris gebruikte zoektermen te gesloten zijn geweest. De rechtbank Amsterdam heeft de staatssecretaris de volgende opdracht gegeven:

De rechtbank draagt verweerder daarom op om een nieuwe zoekslag uit te voeren

aan de hand van nieuwe zoektermen waarbij nagedacht kan worden over de voorstellen die eiser hiertoe gedaan heeft. Verder heeft de staatssecretaris ter zitting niet het bestaan betwist van de Excel-lijsten, zoals deze in de jaarverslagen van specifieke kennisgroepen staan genoemd met daarin overzichten van de ingenomen standpunten. De staatssecretaris dient bij een nieuwe zoekslag naar het oordeel van de rechtbank ook opnieuw naar deze Excellijsten te zoeken, met toepassing van nieuwe zoektermen en opnieuw een uitvraag te doen bij betrokken medewerkers.

Hoe heeft de staatssecretaris de nieuwe zoekslag verricht?

4. De staatssecretaris heeft gezocht in de archiefsystemen Docman en Digidoc en op de netwerkschijven van het ministerie van Financiën. Binnen deze bronnen is gefilterd op alle directies en afdelingen die onder het DGBel vallen. Er is gezocht op documenten waar de term ‘kennisgroep’ in voorkomt, in combinatie met de term ‘standpunt’ of ‘besluit’ in combinatie met de term ‘politiek’ of ‘strategisch’ of budgettair’ of ‘werkgelegenheid’ of ‘staatssteun’ of ‘eu recht’ of ‘weerstand’. Dit alles in de combinatie met de term ‘niet’ in de dichte nabijheid van de term ‘openbaren’, ‘publiceren’, ‘naar buiten brengen’ of ‘stil/intern houden’. Ook is gezocht op documenten waar de term ‘niet’ in de dichte nabijheid van de term ‘openbaren’, ‘publiceren’ of ‘naar buiten brengen’ of ’stil/intern houden’ in voorkomen, in combinatie met de term ‘standpunt’ of ‘antwoord’, in combinatie met de term ‘rechtsvraag’ of ‘kennisgevingminute’, in combinatie met de term ‘kennisgroep’, ‘inkomstenbelasting’, ‘ib’, ‘vpb’ of ‘vennootschapsbelasting’.

Wat is de omvang van het geschil?

5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de juiste zoektermen zijn gebruikt en dat in de juiste systemen is gezocht (Docman en Digidoc). Wel is in geschil of de in de Exel-lijst opgenomen standpunten die door de staatssecretaris zijn overgelegd bij het verweerschrift onder de reikwijdte van eisers openbaarmakingsverzoek vallen. Ook is in geschil of de staatssecretaris een zoekslag had moeten verrichten in de persoonlijke e-mailinboxen van de betrokken medewerkers. Verder is in geschil of de staatssecretaris opnieuw een uitvraag had moeten doen voor het gehele openbaarmakingsverzoek bij de betrokken medewerkers. Tot slot acht eiser het ongeloofwaardig dat de huidige zoekslag geen documenten heeft opgeleverd die onder de reikwijdte van zijn Woo-verzoek vallen.

Vallen de in de Excel-lijsten opgenomen standpunten onder het openbaarmakingsverzoek?

6. Uit het bestreden besluit blijkt dat Excel-lijsten bestaan waarin kennisgroepen hun werkzaamheden bijhouden. In de Excel-lijsten zijn volgens de staatssecretaris niet alleen standpunten opgenomen naar aanleiding van rechtsvragen, maar ook memo’s, helpdeskvragen en adviezen. Uit het bestreden besluit blijkt dat de staatsecretaris heeft beoordeeld of uit die Excel-lijsten blijkt dat de werkwijze van de Nota is gevolgd, maar dat dat niet het geval is. Daarom vallen de in de Excel-lijsten opgenomen standpunten volgens de staatssecretaris niet onder eisers openbaarmakingsverzoek. De staatssecretaris heeft ter illustratie een e-mailwisseling overgelegd met leden van de kennisgroepen over een aantal standpunten dat is opgenomen in de Excel-lijsten.

Eiser stelt zich op het standpunt dat de in de Excel-lijsten opgenomen standpunten onder zijn openbaarmakingsverzoek vallen. Uit de e-mails over de Excel-lijsten volgt dat sommige standpunten niet worden gepubliceerd vanwege het misbruikkarakter, dan wel om strategische redenen. Dat zijn juist standpunten die onder eisers openbaarmakingsverzoek vallen.

De rechtbank volgt eisers betoog dat uit de overgelegde e-mailwisseling blijkt dat er wel degelijk zoekresultaten zijn die mogelijk onder eisers openbaarmakingsverzoek vallen. Zo wijst eiser terecht op het standpunt met kenmerk ‘IBR 20.37’ waarin staat dat dit zich niet leent voor opname (de rechtbank begrijp: in een beleidsbesluit) vanwege het misbruikkarakter. Ook staat onder ‘221021 overzicht kennisgroepstandpunten voor AB besluit’ op pagina 15 onderste advies: “Twijfel (…) strategisch (…) vooralsnog niet opnemen.” Uit de e-mailwisseling blijkt ook dat in ieder geval voor ‘IBR 20.37’ overleg is geweest met FJZ. De staatssecretaris heeft desgevraagd op zitting geen uitleg kunnen geven over hoe dit overleg heeft plaatsgevonden, mondeling dan wel schriftelijk. Niet valt uit te sluiten dat documentatie bestaat van dit overleg dat het openbaarmakingsverzoek van eiser raakt. Eiser verzoekt namelijk onder meer om overige documenten die betrekking hebben op de afstemming (cursivering rechtbank) tussen kennisgroepen, B/CPP'ers, DGBel, B&B, FJZ, CDVT en/of de staatssecretaris over het besluit om antwoorden op rechtsvragen van de kennisgroepen niet of voorlopig niet te publiceren. Het standpunt van de staatssecretaris dat eisers openbaarmakingsverzoek enkel ziet op afstemming van standpunten om niet over te gaan tot publicatie conform de werkwijze van de Nota, volgt de rechtbank niet. Dit is een te enge lezing van eisers openbaarmakingsverzoek. Eiser heeft weliswaar een stuk van de Nota opgenomen als toelichting bij zijn verzoek, maar het openbaarmakingsverzoek is breder geformuleerd. Een engere lezing van eisers openbaarmakingsverzoek verhoudt zich ook niet tot de door de staatssecretaris gehanteerde brede zoektermen en de informele zoekslag die zou zijn verricht. Verder heeft de staatssecretaris op de zitting gesteld dat de hiervoor genoemde standpunten niet onder eisers openbaarmakingsverzoek vallen omdat niet is besloten deze niet te publiceren wegens strategische redenen. Het is voor de rechtbank echter onduidelijk waarom de genoemde redenen om niet over te gaan tot publicatie van de hiervoor geciteerde standpunten, niet vanwege strategische redenen zouden zijn. Dit wordt in ieder geval ten aanzien van één van de standpunten als reden genoemd.

Gelet op het voorgaande, is het openbaarmakingsverzoek van eiser te eng geïnterpreteerd. Daarbij is het voor de rechtbank onduidelijk hoe is gezocht in de Excel-lijsten en waarom de daarin opgenomen standpunten niet onder eisers openbaarmakingsverzoek vallen. Dit betekent dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.

Had de staatsecretaris ook de e-mailservers moeten doorzoeken?

7. Eiser stelt dat ten onrechte niet is gezocht op de e-mailservers van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën. Gelet op de sterke aanwijzingen dat standpunten om strategische/politieke redenen geheim worden gehouden, is het noodzakelijk om in ieder geval de e-mailinboxen te doorzoeken van de leden van de kennisgroepen en van de medewerkers van de Corporate Dienst Vaktechniek van het DGBel.

De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat hij niet gehouden was de e-mailservers van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën te doorzoeken. Uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam kan namelijk niet worden afgeleid dat er een zoekslag uitgevoerd moest worden op de e-mailservers. Daarbij komt dat de doorzochte archiefsystemen Docman en Digidoc en de netwerkschijven ook gearchiveerde e-mails omvatten.

De rechtbank is van oordeel dat uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet kan worden afgeleid dat de staatssecretaris in andere systemen had moeten zoeken dan dat is gedaan in het besluit van 15 augustus 2023 (Docman en Digidoc). Uit de uitspraak blijkt dat de staatssecretaris tijdens die zitting heeft toegelicht dat niet in de e-mailinboxen van de ambtenaren is gezocht. De rechtbank heeft hierin blijkbaar geen aanleiding gezien om de staatssecretaris de opdracht te geven om alsnog een zoekslag te verrichten in de

e-mailinboxen van medewerkers.

Het voorgaande laat echter onverlet dat in deze e-mailinboxen wellicht e-mails te vinden zijn van het overleg dat is gevoerd in het kader van de in de Excel-lijsten opgenomen standpunten. Als na nadere bestudering blijkt dat de in de Exel-lijsten opgenomen standpunten wel onder het Woo-verzoek vallen, ligt het op de weg van de staatssecretaris om ook in de persoonlijke e-mailinboxen van de betrokken medewerkers te zoeken of documenten bestaan over het overleg dat is gevoerd met FJZ over het al dan niet publiceren van deze standpunten.

Had de staatssecretaris opnieuw uitvraag moeten doen bij de betrokken medewerkers?

8. Eiser stelt dat de staatssecretaris opnieuw uitvraag had moeten doen bij de betrokken medewerkers. Uit het bestreden besluit blijkt namelijk niet dat dit is gedaan, terwijl de rechtbank Amsterdam de staatssecretaris heeft opgedragen om opnieuw uitvraag te doen.

De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat hij niet opnieuw uitvraag hoefde te doen bij de betrokken medewerkers, behalve bij de Excel-lijsten betrokken medewerkers. Uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijkt namelijk dat de uitvraag enkel gold ten aanzien van de Excel-lijsten. Voor zover niet gelijk duidelijk was hoe iets geïnterpreteerd moest worden uit de aangetroffen Excel-lijsten, is er door een Woo-coördinator van de Belastingdienst een uitvraag gedaan bij de betrokken medewerkers.

De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris voor het gehele openbaarmakingsverzoek opnieuw uitvraag had moeten doen bij de betrokken medewerkers. Anders dan de staatssecretaris stelt, blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet dat de nadere uitvraag alleen ziet op de bij de Excel-lijsten betrokken medewerkers. De staatssecretaris dient dus opnieuw uitvraag te doen bij de betrokken medewerkers. Omdat eisers openbaarmakingsverzoek breder had moeten worden geïnterpreteerd, moet deze navraag ook ruimer worden geformuleerd dan enkel de vraag of de werkwijze van de Nota is toegepast. De rechtbank verwijst kortheidshalve naar hetgeen zij hierover onder 6.2 heeft overwogen.

Zijn er verder aanknopingspunten om aan te nemen dat de zoekslag onvolledig is geweest?

9. Eiser stelt zich tot slot op het standpunt dat er wel degelijk documenten zijn over het niet publiceren van standpunten van kennisgroepen. Hij verwijst hiervoor naar het evaluatierapport “van bindend advies tot publicatie concept beleidsbesluit”, verschillende openbaargemaakte stukken in het kader van andere Woo-procedures en een presentatie op het congres Kennnisgroepstandpunten van 6 november 2025. De conclusie dat de zoekslag niets heeft opgeleverd acht eiser dan ook ongeloofwaardig. Subsidiair stelt eiser dat hij met het voorgaande in ieder geval aannemelijk heeft gemaakt dat de verrichte zoekslag onvolledig is geweest.

De rechtbank stelt vast dat zij hiervoor heeft geoordeeld dat de zoekslag op twee punten onvolledig is geweest, te weten de Excel-lijsten en de uitvraag bij de medewerkers. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat er verder aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de zoekslag onvolledig is geweest, dan wel dat de uitkomst daarvan ongeloofwaardig is. Immers tussen partijen is niet in geschil dat de staatssecretaris, voor het overige, de nadere zoekslag heeft verricht volgens de instructies van de rechtbank Amsterdam en daarbij de door eiser geopperde brede zoektermen heeft gebruikt. De staatssecretaris heeft verder in beroep toegelicht dat, anders dan eiser in beroep veronderstelt, van een vernauwing van de zoekresultaten naar rechtsvragen en officiële besluiten geen sprake is geweest.

Verzoek tot inschakelen extern forensisch bureau

10. Eiser verzoekt de rechtbank een extern forensisch bureau aan te wijzen ter ondersteuning van de staatssecretaris bij de opnieuw uit te voeren zoekslag. De rechtbank ziet daar op dit moment geen aanleiding toe en wijst het verzoek daarom af.

Conclusie en gevolgen

11. Zoals hiervoor is overwogen is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Dit is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak.

De rechtbank ziet aanleiding om de staatssecretaris in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen met inachtneming van deze tussenuitspraak. Dat herstellen kan met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van (een gedeelte van) het nu bestreden besluit. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de staatssecretaris de gebreken kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak. Om de gebreken te herstellen dient de staatssecretaris concreet het volgende te doen:- de staatssecretaris dient de Excel-lijsten opnieuw te bekijken en met inachtneming van het overwogene onder 6.2 te motiveren of de standpunten in deze Excel-lijsten onder het Woo-verzoek van eiser vallen. Als standpunten wel onder het Woo-verzoek van eiser vallen dient de staatssecretaris in de e-mailinboxen van de betrokken medewerkers te kijken of er documenten bestaan over het overleg dat is gevoerd met FJZ over het al dan niet publiceren van deze standpunten;

- de staatssecretaris dient opnieuw uitvraag te doen bij de betrokken medewerkers.

De staatssecretaris moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of het gebruikmaakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. Als de staatssecretaris gebruikmaakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de staatssecretaris.

Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

 draagt de staatssecretaris op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of het gebruikmaakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;

 stelt de staatssecretaris in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

 stelt eiser in de gelegenheid binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de staatssecretaris als hij gebruikmaakt van deze mogelijkheid;

 houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Gaastra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand