ECLI:NL:RBGEL:2026:912

ECLI:NL:RBGEL:2026:912

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer 05/366580-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte wegens diefstal met een valse sleutel van een bedrag van in totaal bijna € 380.000,-. Gedurende ruim één jaar boekte de man via internetbankieren steeds (grote) geldbedragen van de rekening van zijn schoonvader naar zijn eigen rekening. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 15 maanden. Vordering van de benadeelde partij toegewezen tot het weggenomen bedrag. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot immateriële schade, omdat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05-366580-24

Datum uitspraak : 6 februari 2026

Verstek

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 januari 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 april 2022 tot en met 22 mei 2023 te Bennekom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in totaal (ongeveer) 373.837,30 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 april 2022 tot en met 22 mei 2023 te Bennekom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk in totaal (ongeveer) 373.837,30 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als tot het internetbankieren van voornoemde [aangever] toegang hebbende, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met een valse sleutel. Van medeplegen is geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

In de periode van 28 april 2022 tot en met 22 mei 2023 zijn zonder toestemming van aangever [aangever] 59 overboekingen gedaan van zijn rekeningnummer [rekeningnummer 1] naar rekeningnummer [rekeningnummer 2] . Dit laatste rekeningnummer staat op naam van [verdachte] (verdachte) en/of [medeverdachte] (de echtgenote van verdachte, tevens medeverdachte). In totaal is een bedrag van € 373.837,30 overgeboekt.

Uit onderzoek is gebleken dat tussen 1 mei 2023 en 22 mei 2023 161 keer is ingelogd op de applicatie voor internetbankieren, waarbij twee keer daadwerkelijk een overboeking plaatsvond van de rekening van aangever naar de rekening van verdachte en medeverdachte. Bij elke inlogsessie stond een IP-adres van KPN vermeld.

Uit de historische gegevens van KPN volgt dat steeds vanaf één adres is ingelogd op het internetbankieren van aangever, namelijk het woonadres van verdachte en medeverdachte.

Verder is uit onderzoek gebleken dat vanaf de rekening van verdachte en medeverdachte tussen 28 april 2022 en 2 november 2022 in totaal 299 transacties zijn gedaan met een totaalbedrag van € 312.285,10 naar rekening [rekeningnummer 3] op naam van [bedrijf 1] . Dit rekeningnummer hoort bij de online beleggingsbroker DeGiro.

Aan dit DeGiro-account stonden de persoonsgegevens van verdachte gekoppeld. De klantenservice van DeGiro bevestigde dat wanneer iemand een account wil aanmaken diens identiteit geverifieerd moet worden met een geldig identiteitsbewijs. Hieruit volgt dat verdachte dit account zelf heeft aangemaakt.

In de periode van 9 september 2022 tot en met 13 maart 2023 zijn daarnaast 100 IDEAL-transacties gedaan met een waarde van € 7.546,80 euro aan [bedrijf 2] . [bedrijf 2] is een online gokbedrijf.

De rechtbank overweegt dat al het voorgaande erop wijst dat verdachte de persoon is geweest die de bedragen van de rekening van aangever naar zijn eigen rekening heeft overgeboekt. Verdachte heeft voor deze omstandigheden, die redengevend zijn voor het bewijs, geen verklaring gegeven die dit ontzenuwt. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte verantwoordelijk is voor deze overboekingen en kennelijk toegang had tot deze bankrekening terwijl hij hiervoor geen toestemming had van de rekeninghouder, aangever.

Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde diefstal met een valse sleutel.

De rechtbank acht medeplegen niet bewezen. Niet gebleken is dat de medeverdachte wetenschap had van deze overboekingen. De enkele omstandigheid dat de rekening waar de bedragen naartoe overgeboekt werden een en/of-rekening betrof is onvoldoende om te oordelen dat daarmee sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 april 2022 tot en met 22 mei 2023 te Bennekom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in totaal (ongeveer) 373.837,30 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim één jaar schuldig gemaakt aan diefstal met een valse sleutel. Telkens opnieuw heeft hij via internetbankieren (grote) geldbedragen overgeboekt van de rekening van zijn schoonvader naar zijn eigen rekening. Hiermee heeft hij uiteindelijk een zeer groot geldbedrag (van in totaal bijna € 380.000,-) gestolen van de benadeelde. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verdachte dit geld lijkt te hebben gebruikt om in zijn gokverslaving, waaronder het beleggen in aandelen, te voorzien. Verdachte heeft daarmee alleen oog gehad voor eigen geldelijk gewin en hij heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelde, die daarmee de opbrengst van zijn verkochte woning in rook zag opgaan.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Door geen enkele verantwoordelijkheid te nemen is ook zijn echtgenote – als mede tenaamgestelde van de rekening – als verdachte aangemerkt. Verdachte heeft daarmee het vertrouwen dat zij in hem had gesteld op ernstige wijze geschaad.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op zijn strafblad waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Gelet op de hoogte van het weggenomen geldbedrag, de pleegperiode en de straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 384.000,36 aan materiële schade en € 50.000,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij wat betreft de materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 373.837,30, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, nu geen sprake is van een rechtstreeks verband tussen het handelen van verdachte en de gevorderde schade.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de materiële schade niet inhoudelijk is betwist. Deze schadepost is ten aanzien van het bedrag, voor zover dat overeenkomt met het in de tenlastelegging genoemde bedrag van € 373.837,30, voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering wat betreft de materiële schade tot voornoemd bedrag kan worden toegewezen. Ten aanzien van het meer gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Van een aantasting in de persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hier op beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daarvoor is nodig dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld aan de hand van informatie afkomstig van een psychiater of psycholoog. Dit is niet de enige grond op basis waarvan een aantasting in de persoon op andere wijze kan komen vast te staan. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen ook de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. In beginsel zal degene die zich hierop beroept dat met concrete gegevens moeten onderbouwen. In sommige gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder zo’n nadere concrete onderbouwing.

De rechtbank constateert dat het bestaan van geestelijk letsel niet is gesteld en dat een onderbouwing met concrete gegevens waaruit blijkt dat niettemin sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze ontbreekt. Naar het oordeel van de rechtbank is tot slot de aard en de ernst van de normschending in dit geval, zonder iets af te doen aan de ernst van het bewezenverklaarde en de impact die dit ongetwijfeld op de benadeelde partij heeft gehad, niet zodanig dat, zonder een concrete onderbouwing, een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

De rechtbank concludeert dat de vordering ten aanzien van het smartengeld onvoldoende is onderbouwd. Daarom zal zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering.

Verdachte is vanaf 22 mei 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;

 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.E. Snijders
  • mr. W. Bruins

Griffier

  • mr. A.I. Warringa

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?