ECLI:NL:RBGEL:2026:924

ECLI:NL:RBGEL:2026:924

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer 05/238684-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 35-jarige man uit Zutphen voor het handelen in hard- en softdrugs, het bezit van diverse soorten drugs en het bezit van meerdere (vuur)wapens. De man krijgt een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.238684.25

Datum uitspraak : 9 februari 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres 1] .

raadsvrouw: mr. M.G. Bischop, advocaat in Deventer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op of in de periode van 10 maart 2025 tot en met 10 september 2025 te Zutphen,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal(telkens)opzettelijkheeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/ofafgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,- een hoeveelheid MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of- een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of- een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine, zijnde amfetamine,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehad- ongeveer 2552,30 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of- ongeveer 1053,01 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of- ongeveer 1212,98 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van eenmateriaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, en/of(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenal dan niet opzettelijkeen substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten eenhoeveelheid (ongeveer 653 gram) 2-MMCaanwezig heeft gehad;

4.hij op of in de periode van 10 maart 2025 tot en met 10 september 2025 te Zutphen,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal(telkens)opzettelijkheeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/ofafgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid hennep en/of een gebruikelijk vast mengsel van hennephars enplantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijntoegevoegd (hasjiesj), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennepen/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 1003 gram hennep(toppen), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30gram hennep, zijnde hennep, en/ofeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

6.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,- een of meerdere vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie, teweten 2 handvuurwapens, van het merk Glock 17, kaliber 9x19mm, zijnde eenvuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of- (bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weteneen of meerdere (ongeveer 88) kogelpatronen van het kaliber 9x19mm, en/of- een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten eengaspistool, van het merk Röhm, model RG 300, kaliber 6mm knal/gas, zijnde eenvuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of- (bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weteneen of meerdere (ongeveer 10) knalpatronen van het kaliber 6mm,voorhanden heeft gehad;

7.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten eendoor de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstigebedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek datdeze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van eenvuurwapen van het merk Colt, kaliber .45 ACP,voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1 tot en met 7. Ook is er voldoende bewijs voor het medeplegen door verdachte. Ten aanzien van feit 5 heeft de officier van justitie opgemerkt dat het gaat om 603 gram henneptoppen en niet om de tenlastegelegde 1003 gram.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feiten 1 en 4 bepleit dat er geen sprake is van dealen. Een van de telefoons die in de woning van verdachte is aangetroffen, met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , is door een ander dan verdachte in gebruik geweest. Ten aanzien van de gesprekken die in de telefoon met nummer [telefoonnummer 2] van verdachte zijn aangetroffen heeft de raadsvrouw opgemerkt dat verdachte af en toe softdrugs kocht voor vrienden en dat de kosten ervan werden gedeeld. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd ten aanzien van de bewezenverklaring van feiten 2, 3, 5, 6 en 7. Er is volgens de raadsvrouw geen sprake van medeplegen voor de tenlastegelegde feiten.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 en 4

De rechtbank zal de feiten 1 en 4 tegelijk beoordelen gelet op de nauwe onderlinge samenhang.

Op 10 september 2025 werd [naam] aangehouden in verband met het bezit van ruim 500 gram softdrugs die op professionele wijze was verpakt en daarmee geschikt was voor drugshandel. Verbalisanten zijn daarop naar de woning van de zus van [naam] , [naam] , gegaan, waar [naam] op dat moment stond ingeschreven. Verbalisanten troffen daar [naam] aan, die tegen de verbalisanten over [naam] verklaarde ''Oke, als hij mij naait, naai ik hem. Hij heeft handel met [verdachte] . [verdachte] woont bij [plaats] . Daar ligt ook de stash opgeslagen''.

Uit politiesystemen bleek dat [verdachte] woonachtig en ingeschreven staat in de nabijheid van [plaats] . Verbalisanten zijn daarop diezelfde dag de woning van verdachte binnengegaan. In de woning van verdachte werden grote hoeveelheden MDMA, cocaïne, amfetamine, hennep en hasj aangetroffen, alsmede 2 telefoons, een stapel ponypacks en een contant geldbedrag van € 5.090,-.

In de slaapkamer en in de auto van verdachte werden 2 telefoons aangetroffen die vervolgens door de politie zijn uitgelezen. In beide telefoons zijn onder meer WhatsAppgesprekken aangetroffen. De rechtbank zal hieronder enkele berichten opnemen.

De telefoon met nummer [telefoonnummer 1] lag volgens verdachte in zijn slaapkamer. De gebruiker van het telefoonnummer chatte onder de naam [accountnaam]. In deze telefoon stonden meerdere Whats-Appgesprekken, onder andere met contact [naam] tussen 23 april 2025 en 6 juni 2025:

‘’(23-04-2025)

[naam] : Jooo

[naam] : Al wat gehoort over die cali

(24-04-2025)

[accountnaam] (owner): Jaaa

[accountnaam] (owner): Met uurtje is die er :smiley:

(29-04-2025)

[accountnaam] (owner): Die goeie voor jou is er

[naam] : Joo krijg alleen ma gezeur met die cali, niet stoned en geen goede smaak, kan k em ruilen voor haze dat ik gewoon bij betaal

[accountnaam] (owner): Ja prima

[accountnaam] (owner): Ik krijg die wel makkelijk weg

(30-04-2025)

[accountnaam] (owner): Maar wil je die sannie niet zien??

[accountnaam] (owner): Ik geef je stukkie mee als je wilt kan je ff kijken

[accountnaam] (owner): En assie zit ik achteraan word geregeld

[naam] : Heb nog maar wil wel ff kijke, wat is de prijs van 100g dan?

(01-05-2025)

[accountnaam] (owner): 26

(25-05-2025)

[naam] : Doe ma onsje van die kali en 3ons haze

[accountnaam] (owner): :duimpje:

(26-05-2025)

[accountnaam] (owner): Ik ben er al

[accountnaam] (owner): Dus als je tijd heb liefst voor 7 ergebs

[naam] : Jahtoch kom k na het eten meteen langs

(05-06-2025)

[naam] : Joo hoeduur is mdma dan

(06-06-2025)

[accountnaam] (owner): Ligt eraan he

[naam] : Waaraan

[accountnaam] (owner): Hoeveel

[naam] : 1.5 ons

[accountnaam] (owner): 6bar totaal

[accountnaam] (owner): Jij mag em voor 5 hebbe

[accountnaam] (owner): Ik heb die brute brute maar is 28’’.

Daarnaast waren in deze telefoon gesprekken te lezen met het contact [naam], gevoerd in de periode van 14 maart 2025 tot en met 10 juni 2025:

‘’(14-03-2025)

[naam] : Effe snel vraagje

[naam] : Heb je toevallig nog snel thuis

[accountnaam] (owner): Nee dat moet ik vragen man

[naam] : Oke en hoeveel kost me dat

[accountnaam] (owner): Moet ik ff vragen hoor je morgen wel

(08-05-2025)

[accountnaam] (owner): En anders moet je ff langs mijn kameraad voor die groen

[naam] : Heb nog geen groen nodig het ging mij om die :poes:

(17-05-2025)

[accountnaam] (owner): Bro als je nog die hazes moet dan moet je snel zijn :smiley:

[naam] : Jah zou je voor mij 50 gr appart kunnen houden wou woensdag langs komen

[accountnaam] (owner): Oké

[naam] : Zou je dat willen doen?

[accountnaam] (owner): Ligt al apart :duimpje: :duimpje:

(09-06-2025)

[naam] : Hey maat

[naam] : Jij hebt zeker geen mdma snoepjes of wel?

[naam] : Zo niet Ken jij dan misschien iemand die dat heeft

[accountnaam] (owner): Zal ff vragen

[accountnaam] (owner): Hoeveel dan

(10-06-2025)

[accountnaam] (owner): Dan weet ik nog steeds niet hoeveel

[naam] : Nee dat klopt 5gr?

[accountnaam] (owner): Oh ik dacht dat je snoepjes wou

[accountnaam] (owner): 60

[naam] : Mdma?

[accountnaam] (owner): Ja

[naam] : Maar wat kosten die als ik er 20 neem

[accountnaam] (owner): 40

[naam] : Oh das nog te doen en hoeveel mg zijn die?

[accountnaam] (owner): 200

[naam] : Oke oke ik kom er nog op terug deze week

[accountnaam] (owner): :duimpje: :duimpje:’’.

De telefoon met nummer [telefoonnummer 2] , die werd aangetroffen in de auto van verdachte, was volgens verdachte bij hem in gebruik. Uit deze telefoon kwamen diverse WhatsApp-gesprekken naar voren, onder andere met contact [naam] op 10 maart 2025:

’(10-03-2025)

[verdachte] (owner): Yoyoyo

[verdachte] (owner): alles ngoed?? Ik was je nummer kwijt

[verdachte] (owner): Neef ik ga je eerlijk zeggen

[verdachte] (owner): Je hebt nog steeds de beste :duimpje:

[naam] : Jow Ja lekker

[verdachte] (owner): Ik heb nu nog mensen die vragen :smiley: dus kan wel iets gebruiken

[naam] : Whahahahha jij bent ook echte apparaat. Eef

[naam] : Hoeidt met jou dan

[verdachte] (owner): Ja gaat wel goed

[verdachte] (owner): Ik heb die andere ook nog dat loopt ook allemaal wel door

[verdachte] (owner): Maar toch zijn er sommige fijnproevers hahaha

[verdachte] (owner): Is brug al terug?

[naam] : Nee neef hij heb noh

[naam] : Is niet terug’’.

Ook stond in deze telefoon een Whats-Appgesprek met het contact [naam] tussen 28 mei 2025 en 13 juni 2025:

‘’(28-05-2025)

[naam] : Heb je morgen toevallig tijd voor een bakkie m en poes?

[verdachte] (owner): :duimpje: :duimpje: :duimpje:

[verdachte] (owner): Ik ben vrij dus zeg maar hoelaat

[naam] : 12u?

[verdachte] (owner): :duimpje: :duimpje:

(13-06-2025)

[naam] : (..) van jouw perongeluk verwijderd en er moet nog wat vereffend worden… iets met een rug en eenbeetje geloof ik… weet jij het nog?

[naam] : Ik weet nog wel wat mijn bestelling was… heb je toevallig zondag tijd voor een bakkie?

[verdachte] (owner): Rug rond is prima broer

[verdachte] (owner): Ja hoor zie je zondag :duimpje: :duimpje: geen stresssss

[naam] : O top man! Zondag rond 13?’’.

Verder werd er nog een gesprek gevoerd met contact [naam] tussen 13 maart 2025 en 22 augustus 2025:

‘’(13-03-2025)

[naam] : Batelinkert hoes nou

[naam] : Hije nog wat moois Kush baby Kush

[verdachte] (owner): Morgen heb ik die

[naam] : Lekker pikkie

(24-03-2025)

[naam] : Pikki hoes nou?

[naam] : 2x (..)

[naam] : Hoeveel kost het

[naam] : Piele ??

[naam] : Morgen tijd pik?

[verdachte] (owner): Morgenavond maat ben ik thuis vanaf 6 :duimpje: :duimpje:

[verdachte] (owner): 2x 10 is 130 goed

(25-03-2025)

[naam] Lekker maar! Zie ik je straks

[naam] : Pikkie Bennie al thuus

[verdachte] (owner): Ja man :duimpje:

[naam] : Lekker pikkie kan ik al langskomen

(01-06-2025)

[naam] : Goedemorgen pikki.. hije ook nog hasj?

[verdachte] (owner): Nee van de week weer denk ik

[naam] : [naam] wou 10g hasj als je dat niet hebt 10 g Kush

[verdachte] (owner): Ik heb ook kali als die wil

[naam] : Ja doe maar die kali pikkie

(22-08-2025)

[naam] : Hebbie ook nog hasj

[verdachte] (owner): Ja zal ik ff pakken :duimpje: :duimpje: :duimpje:

[verdachte] (owner): Tot straks maat

[naam] : 50 hasj, 120 haze

[verdachte] (owner): Pak ik dat ff maat ik ben er half 2 :duimpje: :duimpje: :duimpje:’’.

Ook werd op deze telefoon de app Telegram aangetroffen met daarin 36 chats. De naam die door de gebruiker van de telefoon was opgegeven betrof [accountnaam]. Het meest recente bericht was van 20 augustus 2025 om 17:52 uur.

Conclusie

De rechtbank stelt allereerst voorop dat ‘cali’, ‘haze’,’kush’, ‘assie’, ‘sannie’, ’snel’, ‘poes’ en ‘M’, allemaal termen zijn waarmee verschillende soorten soft-en/of harddrugs wordt aangeduid. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande voorts vast dat beide onder verdachte inbeslaggenomen telefoons bij hem in gebruik waren. De telefoon met nummer [telefoonnummer 1] werd aangetroffen in de slaapkamer van verdachte. Verdachte heeft geen verklaring gegeven waarom deze telefoon op zijn naam stond, zich in zijn slaapkamer bevond en bij wie deze dan wel in gebruik was.

Daar komt bij dat in de telefoon met nummer [telefoonnummer 2] , waarvan verdachte heeft bekend dat deze bij hem in gebruik was, een Telegram-account werd aangetroffen met de gebruikersnaam [accountnaam], terwijl in de telefoon met nummer [telefoonnummer 1] op WhatsApp gebruik werd gemaakt van de gebruikersnaam [accountnaam]. Gelet op deze sterke overeenkomst in gebruikersnamen, in samenhang bezien met de vindplaats van de telefoon en het ontbreken van een onderbouwde verklaring van verdachte, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte ook de gebruiker was van de telefoon met nummer [telefoonnummer 1] .

Verder volgt de rechtbank verdachte niet in zijn verklaring dat hij via telefoonnummer [telefoonnummer 2] uitsluitend contact onderhield met vrienden met wie hij gezamenlijk drugs aanschafte en de kosten deelde. Uit de inhoud en strekking van de chatgesprekken volgt dat verdachte verdovende middelen aanbood, dat hij sprak over verschillende soorten drugs, dat hij hoeveelheden en prijzen benoemde en dat afspraken werden gemaakt over leveringen en betalingen. Deze communicatie past niet bij het gezamenlijk inkopen of delen van kosten, maar bij het verkopen en afleveren van verdovende middelen.

Deze conclusie vindt steun in de overige bewijsmiddelen, in het bijzonder de in de woning van verdachte aangetroffen (grote) hoeveelheden hard- en softdrugs. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk verkopen en verstrekken van MDMA, cocaïne, amfetamine, hasj en hennep.

De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake is van medeplegen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanknopingspunten in het dossier, zodat verdachte van dit onderdeel op de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12 met bijlagen p. 14-34;

- de NFiDENT-rapporten van 11 september 2025 p. 157-158 en de NFiDENT-rapporten van 17 en 18 september p. 176 t/m 185;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.

De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake is van medeplegen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen in het dossier, zodat verdachte van dit onderdeel op de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het NFI-rapport identificatie van drugs, p. 186-187;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.

De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake is van medeplegen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen in het dossier, zodat verdachte van dit onderdeel op de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12 met bijlagen p. 14-34;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 188;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.

Anders dan de officier van justitie heeft bepleit komt de rechtbank wel tot bewezenverklaring van 1003 gram henneptoppen, zoals op de tenlastelegging is opgenomen. Uit het dossier volgt dat er zowel 603 gram henneptoppen als 400 gram henneptoppen in de woning van verdachte werden aangetroffen.

De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake is van medeplegen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen in het dossier, zodat verdachte van dit onderdeel op de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Feit 6

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van onderzoek Glock vuurwapens, p. 114-116 met bijlagen p. 117-123;

- het proces-verbaal van onderzoek wapen aan de kogelpatronen, p. 134-136 met bijlagen p. 137-139;

- het proces-verbaal van onderzoek Rohm vuurwapen, p. 124-126 met bijlagen p. 127-130;

- het aanvullend proces-verbaal van bevindingen, p. 1-2;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.

De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake is van medeplegen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen in het dossier, zodat verdachte van dit onderdeel op de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Feit 7

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 140-141 met bijlagen p. 143-145;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.

De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake is van medeplegen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen in het dossier, zodat verdachte van dit onderdeel op de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feiten 1 tot en met 7 van het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op of in de periode van 10 maart 2025 tot en met 10 september 2025 te Zutphen,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal(telkens) opzettelijkheeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,- een hoeveelheid MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of- een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of- een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende amfetamine, zijnde amfetamine,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehad- ongeveer 2552,30 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA, zijnde MDMA, en/of- ongeveer 1053,01 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of- ongeveer 1212,98 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van eenmateriaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, en/of(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenal dan niet opzettelijkeen substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten eenhoeveelheid (ongeveer 653 gram) 2-MMCaanwezig heeft gehad;

4.hij op of in de periode van 10 maart 2025 tot en met 10 september 2025 te Zutphen,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal(telkens)opzettelijkheeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/ofafgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid hennep en/of een gebruikelijk vast mengsel van hennephars enplantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijntoegevoegd (hasjiesj), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennepen/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 1003 gram hennep(toppen), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30gram hennep, zijnde hennep, en/ofeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

6.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,- een of meerdere vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie, teweten 2 handvuurwapens, van het merk Glock 17, kaliber 9x19mm, zijnde eenvuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of- (bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weteneen of meerdere (ongeveer 88) kogelpatronen van het kaliber 9x19mm, en/of- een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten eengaspistool, van het merk Röhm, model RG 300, kaliber 6mm knal/gas, zijnde eenvuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of- (bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weteneen of meerdere (ongeveer 10) knalpatronen van het kaliber 6mm,

voorhanden heeft gehad;

7.hij op of omstreeks 10 september 2025 te Zutphen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten eendoor de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstigebedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek datdeze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van eenvuurwapen van het merk Colt, kaliber .45 ACP, voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2a onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 5:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 6:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot vuurwapens van categorie III, meermalen gepleegd

feit 7:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd vanwege zijn blanco strafblad en meewerkende houding. De raadsvrouw heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van een grote hoeveelheid drugs en het handelen in drugs. In het algemeen geldt voor verdovende middelen, zowel hard- als softdrugs, dat zij verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaan met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt toegebracht. Met het dealen in diverse soorten drugs heeft verdachte een actieve bijdrage geleverd aan de instandhouding van verslavingen en het criminele drugscircuit. Daarbij heeft verdachte enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en bewust de keuze gemaakt om te dealen.

Daarnaast heeft verdachte ook twee vuurwapens met bijpassende munitie en een gaspistool voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en het ongecontroleerde bezit ervan leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Dat die risico’s zich realiseren blijkt uit de veelheid van geweldsincidenten waarbij vuurwapens worden gebruikt en (dodelijke) slachtoffers vallen. Verdachte had verder ook nog een nepwapen voorhanden. Het nepwapen was moeilijk te onderscheiden van een werkelijk vuurwapen en in de praktijk worden ook dit soort wapens vaak ingezet voor criminele activiteiten. De rechtbank neemt de feiten verdachte erg kwalijk.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft in aanmerking genomen het uittreksel justitiële documentatie van 24 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van Opiumwet- of Wet Wapens en Munitie-delicten.

Uit het reclasseringsrapport van 12 januari 2026 volgt dat het leefgebied financiën en het psychosociaal functioneren van verdachte als delictgerelateerd wordt aangemerkt. Verdachte is op 24 oktober 2025 geschorst uit de voorlopige hechtenis onder oplegging van bijzondere voorwaarden. In het kader van het schorsingstoezicht is verdachte gestart met de training Cognitieve Vaardigheden, welke is gericht op het verbeteren van onder meer probleemoplossend vermogen, het leren vragen van hulp en het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van gedrag op korte en lange termijn. Gebleken is dat verdachte als gevolg van een bedrijfsongeval, waarbij hij letsel aan zijn polsen heeft opgelopen, vermoedelijk psychische klachten heeft ontwikkeld. Verdachte heeft aangegeven ook hiervoor behandeling te willen ondergaan. De reclassering schat het risico op recidive als gemiddeld en acht dat dit risico kan worden verminderd indien verdachte zijn cognitieve en probleemoplossende vaardigheden verder ontwikkelt. Nu de ingezette interventies zich nog in een beginfase bevinden, vindt de reclassering het van belang dat het toezicht en de begeleiding worden voortgezet om het recidiverisico te beperken. De reclassering adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden in de vorm van een meldplicht, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden en ambulante behandeling.

De straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende 6 tot 12 maanden met enige regelmaat is het uitgangspunt een gevangenisstraf van 12 maanden. Ten aanzien van het bezit van 4.000-5.000 gram harddrugs is het uitgangspunt een gevangenisstraf van 15 maanden. Voor het bezit van 500-2.500 gram softdrugs is dat een taakstraf van 100 uren. Wat betreft het bezit van een vuurwapen in de woning onder categorie 3 is het uitgangspunt een gevangenisstraf van 4 maanden, voor een gaspistool een gevangenisstraf van 3 maanden en voor een nabootsing van een vuurwapen een gevangenisstraf van 1 maand. Voor het voorhanden hebben van diverse soorten munitie is het uitgangspunt een geldboete vanaf €100,-.

Gelet op de ernst en de hoeveelheid van de feiten ziet de rechtbank geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit is de rechtbank van mening dat verdachte in een periode van ruim 6 maanden stevig heeft gedeald. Dit blijkt onder meer uit het aantal diverse afnemers waarmee verdachte contact had, de hoeveelheid drugs die in zijn woning lagen en dat er afnemers waren die soms voor honderden euro’s tegelijk drugs bestelden bij verdachte. Daarnaast had verdachte meerdere wapens bij hem thuis liggen. De rechtbank acht de feiten te ernstig om af te doen met een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden, zoals verzocht.

Tegelijkertijd ziet de rechtbank aanleiding om bij de bepaling van de strafmaat af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Daarbij weegt de rechtbank mee dat sinds het plegen van de strafbare feiten er geen nieuwe verdenkingen tegen verdachte zijn gerezen en dat verdachte gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft meegewerkt aan de opgelegde voorwaarden. Ook is gebleken dat verdachte beschikt over stabiele huisvesting bij zijn moeder en concrete plannen heeft om zijn HBO-opleiding te hervatten en stage te lopen bij zijn voormalige werkgever. Deze omstandigheden duiden erop dat verdachte stappen heeft gezet in de goede richting en zijn leven wil veranderen. De rechtbank acht het van belang dat verdachte, na het uitzitten van de gevangenisstraf, verder gaat met het reclasseringstoezicht en behandeling die gericht is op het verminderen van het recidiverisico. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden en met aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen contant geld van € 5.090,- verbeurd kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen geldbedrag in de woning van verdachte lag en niet afkomstig was van drugshandel, zodat het moet worden teruggegeven aan verdachte.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte is op 10 september 2025 aangehouden door de politie. In de woning van verdachte werd er naast hoeveelheden drugs en wapens ook een contant geldbedrag à € 5.090,- aangetroffen. Het geldbedrag (goednummer [nummer] ) zal worden verbeurd verklaard, nu met betrekking tot dit goed feiten 1 en 4 zijn begaan.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 2 a, 3, 10, 10b en 11 van de Opiumwet;

- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

 bepaalt dat deze een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 4 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

 stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- verdachte blijft zich gedurende de proeftijd melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 5 werkdagen dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] ;

- verdachte neemt binnen de proeftijd deel aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

- verdachte laat zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek De Boog of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling.

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

 hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de verbeurdverklaring het verkeer van € 5.090,- ( [nummer] );

 heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y.M.J.I. Baauw
  • mr. M.G.E. ter Hart

Griffier

  • mr. N.D. van Egdom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?