ECLI:NL:RBGEL:2026:935

ECLI:NL:RBGEL:2026:935

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 05/040804-25; 13/309267-22 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Medeplichtigheid aan het teweegbrengen van een ontploffing door het besturen van de vluchtauto. Vrijspraak voor medeplegen. De rechtbank acht de wetenschap van het strafbare feit en het dubbele opzet bewezen. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk omdat de schade al was vergoed door de verzekeraar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.040804.25, 13-309267-22 (tul)

Datum uitspraak : 5 februari 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] .

Raadsvrouw: mr. S.D. Polat, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 31 december 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door explosieve stoffen met daaraan een elektriciteitssnoer en ontsteker, althans een explosief, voor de deur, althans in de onmiddellijke nabijheid van het pand gelegen aan de [adres] te plaatsen en vervolgens te ontsteken, waarna voornoemd explosief tot ontploffing is gekomen,

terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de buitenkant en/of de inboedel van het voornoemde

pand en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners

van de kamers/appartementen in het voornoemde pand,

te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meerdere anderen op of omstreeks 31 december 2024 te [plaats] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht door explosieve stoffen met daaraan een elektriciteitssnoer en ontsteker, althans een explosief, voor de deur, althans in de onmiddellijke nabijheid van het pand gelegen aan de [adres] te plaatsen en vervolgens te ontsteken, waarna voornoemd explosief tot ontploffing is gekomen,

terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de buitenkant en/of de inboedel van het voornoemde pand en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de kamers/appartementen in het voornoemde pand,

te duchten was,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 31 december 2024 te Amsterdam en/of [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- zijn auto ter beschikking te stellen om naar de plaats van het delict te rijden, en/of

- de mededader(s) naar de plaats van het delict te rijden en terug te rijden;

2.

hij op of omstreeks 13 mei 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 1.724,92 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 444,93 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 282,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine/metamfetamine en/of

- ongeveer 3165,56 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of

zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine/metamfetamine en/of GHB,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op dinsdag 31 december 2024 om 04:28 uur ontving de politie een melding van een explosie aan de [adres] te [plaats] . Op dit adres is een kortverblijfhuis van de [bedrijf] gevestigd, waar bewoners verblijven met uiteenlopende begeleidingsbehoeften. Op het moment van de explosie waren er ongeveer 20 bewoners en een begeleidster in het kortverblijfhuis aanwezig. De explosie had buiten plaatsgevonden in de hoek van de U-vorm van het gebouw. Daar bevond zich de keuken. Er heerste grote paniek onder de bewoners.

Ten gevolge van de explosie is veel schade aan het gebouw ontstaan. Zowel op de begane grond als op de eerste verdieping waren meerdere ruiten kapot. In een straal van circa 20 meter lagen glasscherven en delen hout, afkomstig van de keukendeur, verspreid over het plein. Buiten voor de deur van de keuken waren klinkers in de grond gezakt/gedrukt door de kracht van de explosie. Een gietijzeren rioolputdeksel voor de keukendeur was losgekomen en lag deels buiten het mangat. Het houten kozijndeel van het raam achter de ingedrukte klinkers was aan de onderzijde volledige weggeslagen, alsmede de volledige ruit. De overige ruiten in en naast de deur waren deels verbroken en deels volledig versplinterd. De ontstane druk afkomstig van de explosie is dusdanig geweest dat de beplating aan de onderzijde van de dakgoot was losgekomen. Delen waren naar beneden gevallen en delen beplatingen hingen los onder de dakgoot. Glas- en houtdelen en ruiten in zijn geheel zijn met de zonwering en al de achterliggende ruimten in geblazen. De volledige ruimte achter de keukendeur was bezaaid met glasscherven. Op de eerste verdieping was de thermopane ruit van een slaapkamer volledig verbroken ten gevolge van de explosie. Er lagen er glasdelen op het hoofdkussen van het bed.

Voor het pand lag een elektriciteitssnoer aan met een lengte van ongeveer 10 meter. Halverwege het snoer bevond zich een vertakking van de snoeren, gerealiseerd met isolatieplakband. Elektriciteitssnoeren worden gebruikt om een explosieve lading te doen ontsteken.

Het elektrasnoer heeft onderdeel uitgemaakt van de explosieve constructie. Het chemische sporenbeeld past bij een (ontplofte) explosieve lading op basis van kaliumperchloraat en aluminiumpoeder. Pyrotechnische mengsels met deze samenstelling staan ook wel bekend onder de naam flitspoeder. Flitspoeder is een krachtige explosieve stof. Het schadebeeld past bij de ontploffing van meerdere honderden grammen tot richting een kilogram flitspoeder.

Bij personen die zich op het moment van ontploffing direct achter de dichtstbijzijnde ruiten bevonden, was als gevolg van de combinatie van hitte, drukwerking en rondvliegende glasscherven zeer ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel te verwachten. Op grotere afstanden kon (ernstig) lichamelijk letsel optreden door de impact van scherven en brokstukken die door de explosie met hoge snelheden zijn weggeslingerd.

Op 31 december 2024 deed [aangever] aangifte van bedreiging als gevolg van een zakelijk conflict. Haar zus [naam] woont in het pand waar de explosie heeft plaatsgevonden. Een dag voor de explosie zou de broer van [aangever] , woonachtig aan [adres] te [plaats] , bezoek hebben gehad van twee mannen. De mannen vertelden hem dat [aangever] tot diezelfde avond de tijd had om zaken te regelen, anders zouden de mannen terugkomen en schieten of iets voor de deur neerleggen. Op 31 december 2024 ontving de broer van [aangever] via Snapchat een bericht van de mannen waarin zij de aanslag in [plaats] opeisten. Daarbij schreven zij: ' [naam] war'.

Op camerabeelden is te zien dat een zwart voertuig, lijkend op een Volkswagen Golf, op 31 december 2024 vanaf 3:36:55 uur – ongeveer 50 minuten voor de explosie – meermalen met vertraagde snelheid langs (de inrit van) het pand aan de [adres] rijdt en achteruitrijdend weer terugkomt. Ook rijdt het voertuig de oprit van de stichting op, draait op de parkeerplaats en verlaat de opritweer. Op de camerabeelden van een woning naast de [adres] is omstreeks 3:37 uur en 3:58:52 uur een gelijkend voertuig te zien waarvan het kenteken [kenteken] te lezen is.

Op de camerabeelden van de [adres] is te zien dat een gelijkend zwart voertuig omstreeks 03:58:39 uur achteruit over [adres] rijdt en met gedoofde voorlampen enkele minuten op de weg stil blijft staan. Aan de bijrijderszijde stapt een persoon uit. Er zijn geluiden te horen die duiden op een gesprek. De persoon loopt een paar keer om de auto en opent en sluit de achterste portieren en neemt plaats op de plek achter de bijrijderskant. Vanaf de achterbank wordt beweging waargenomen doordat verschillende lichten zichtbaar opschijnen. Om 04:02:22 uur rijdt het voertuig in oostelijke richting over [adres] .

Om 04:22:15 rijdt het zwarte voertuig opnieuw over [adres] en stopt ter hoogte van de inrit in [straat] , terwijl er op de achterbank bewegend licht te zien is. Om 04:24:11 uur is op de beelden te zien dat een persoon, komend uit de richting van het voertuig, via [straat] het terrein van de stichting op loopt. Hij draagt een blauwe gevulde plastic tas waar een kabel of snoer uit lijkt te steken. Om 04:26:40 uur is een harde knal te horen. Om 04:26:50 uur is een felle lichtflits te zien die bijna het gehele beeld bedekt. Enkele seconden later loopt de zelfde persoon met een versnelde pas in westelijke richting [straat] op. Het lijkt erop dat de eerder gevulde plastictas op dat moment niet of minder gevuld is.

Om 04:27:00 uur rent een persoon met een blauwe tas ter hoogte van de oprit naar de [bedrijf] [straat] op en slaat vervolgens rechtsaf [adres] in. Door de heg zijn de koplampen van een voertuig zichtbaar. De persoon rent in de richting van het voertuig. Om 04:27:29 rijdt het voertuig weg over [adres] .

Het voertuig met kenteken [kenteken] heeft op 31 december 2024 in de nacht een reisbeweging van Amsterdam richting [plaats] en terug gemaakt heeft. Het voertuig werd op deze datum om 3:31 uur en om 4:30 uur op wegen in [plaats] geregistreerd. Het voertuig met dit kenteken is een zwarte Volkswagen Golf die in gebruik is bij verdachte [verdachte] .

Verdachte is op 31 december 2024 in de nacht en de vroege ochtend in deze auto van Amsterdam naar [plaats] gereden. Dit deed hij samen met een vriend. In [plaats] aangekomen pakte deze vriend een blauwe tas van de achterbank en stapte uit, waarna verdachte in de auto op hem heeft gewacht. Toen de vriend terugkwam is verdachte met hem teruggereden naar Amsterdam.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het onder feit 1 primair en onder feit 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw primair bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Er is geen discussie over dat verdachte medeverdachte heeft vervoerd en daar rondom het terrein heeft gewacht. Echter, het voor een bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtigheid benodigde (ten minste voorwaardelijke) opzet van verdachte op het (grond)delict kan volgens de verdediging op basis van de bewijsmiddelen tegenover de ontkenning van verdachte niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld.

Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen, omdat verdachte geen bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan het gronddelict.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen. Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander die daarbij een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Op basis van de eerder genoemde bewijsmiddelen staat vast dat er in de vroege ochtend van 31 december 2024 een explosie heeft plaatsgevonden op de [adres] te [plaats] . Op basis van voornoemde vaststaande feiten acht de rechtbank bewezen dat daarvan gemeen gevaar voor de buitenkant en de inboedel van het voornoemde pand en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de kamers/appartementen in het voornoemde pand te duchten was.

Tevens staat vast dat verdachte in de nacht en vroege ochtend van 31 december 2024 samen met een vriend van Amsterdam naar [plaats] en weer terug is gereden. Ook kan worden vastgesteld dat verdachte zich in zijn auto enige tijd voorafgaand en gedurende de explosie heeft opgehouden in de directe nabijheid van de plaats delict. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte (mede)pleger was van, of medeplichtig was aan het veroorzaken van die explosie. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.

Onderzoek telefoon verdachte

De politie heeft onderzoek gedaan naar de telefoon (Apple iPhone 14 Pro) die onder verdachte in beslag is genomen. Uit de bevindingen blijkt dat het zeer aannemelijk is dat verdachte ook de gebruiker is van deze onder hem in beslaggenomen telefoon, nu daarop diverse documenten staan de gegevens van [verdachte] , waaronder een factuur van Hertz, een brief van de belastingdienst en een instapkaart van Easy Jet en er een Whatsapp account op staat dat gekoppeld is aan een telefoonnummer waarvan de politie onder meer door tap gesprekken heeft vastgesteld dat dit door verdachte wordt gebruikt. De rechtbank acht dan ook bewezen dat dit de telefoon van verdachte is.

Op de telefoon werden in de navigatie-applicatie Google Maps drie als zoekopdrachten ingevoerde adressen aangetroffen die op basis van de hiervoor vastgestelde feiten in verband kunnen worden gebracht met de explosie.. Het gaat om de adressen [adres] , [adres] en [adres] . Deze adressen komen allemaal (uitsluitend) voor in [plaats] . Uit nader onderzoek door de politie volgt dat de zoekopdrachten op 31 december 2024 om respectievelijk 03:48:32 uur, 02:44:24 uur en 03:37:52 uur zijn uitgevoerd.

Verder werd op de telefoon twee video’s aangetroffen die zijn gemaakt op 31 december 2024 rondom het tijdstip van de explosie. Om 01:24:23 uur werd een video gemaakt waarin drie biljetten van 200 euro te zien zijn. Om 04:44:01 - 16 minuten na de explosie - werd een video gemaakt vanaf de bestuurderspositie van een auto met hetzelfde interieur als de voornoemde Volkswagen Golf. De politie herkende de locatie als de A1 ter hoogte van Amersfoort in de rijrichting van Amsterdam (naar de rechtbank ambtshalve bekend een logische rijroute, komende vanuit [plaats] , naar Amsterdam). Op het beeld is te zien dat de snelheid van de auto tot boven de 200 km/u oploopt.

Uit nader onderzoek naar de telefoon van verdachte is gebleken dat op 31 december 2024 om 02:41:15 uur via Facetime een uitgaand gesprek plaatsvond met het telefoonnummer dat op naam staat van medeverdachte [medeverdachte] .

Medeverdachte [medeverdachte]

is door de politie als verdachte gehoord en heeft verklaard dat hij de persoon is die op voornoemde camerabeelden te zien is. In de nacht van 31 december 2024 heeft iemand hem in Amsterdam opgehaald en naar de [adres] in [plaats] gebracht. Bijna daar aangekomen, een beetje in de buurt, heeft hij in de blauwe tas gekeken. Aldaar heeft hij het explosief uit de blauwe tas gehaald en bij het pand van de stichting geplaatst. Vervolgens heeft hij het elektriciteitssnoer over het pad uitgerold en van een afstand aangestoken, terwijl hij zijn handelingen filmde met zijn telefoon. Na de explosie is hij terug naar de auto gerend en is hij naar huis gebracht. heeft niet verklaard wie de persoon is die hem naar [plaats] heeft gebracht.

De politie heeft de telefoons van [medeverdachte] , een iPhone 11 en een iPhone 13, in beslag genomen en onderzocht. Op de iPhone 11 werd de video aangetroffen die door [medeverdachte] is gemaakt ten tijde van de explosie. Op deze video, gemaakt op 31 december 2024 om 4:26:21 uur, is de explosie in [plaats] te zien vanaf het moment dat de ontsteking wordt geactiveerd.

Uit het onderzoek naar de iPhone 11 volgt verder dat [medeverdachte] op 31 december 2024 om 2:40:49 en 2:41:16 uur via Facetime werd gebeld door een account gekoppeld aan e-mailadres [e-mailadres] , dat in gebruik is bij verdachte.

Op de iPhone 13, in gebruik bij [medeverdachte] , zijn door de politie meerdere afbeeldingen zijn aangetroffen waarop een persoon een Nederlandse identiteitskaart van [verdachte] vasthoudt en fotografeert.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [medeverdachte] kent.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte en de medeverdachte elkaar niet alleen kennen, maar dat zij zich ook allebei in [plaats] bevonden ten tijde van de explosie en in de directe nabijheid van de plaats delict. Uit het onderzoek naar de telefoons van verdachte en zijn medeverdachte volgt bovendien dat zij op 31 december 2024 omstreeks 2:41 uur, enkele uren voor de explosie, contact met elkaar hebben gehad via Facetime. Hoewel verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting niet heeft willen verklaren over de identiteit van de persoon die hij die nacht naar [plaats] heeft vervoerd, leidt de rechtbank uit het voorgaande af dat [medeverdachte] degene is die bij verdachte in de auto zat.

Wetenschap

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van al het voorgaande ook worden vastgesteld dat verdachte er wetenschap van moet hebben gehad dat [medeverdachte] naar [plaats] reisde om bij het pand aan de [adres] een ontploffing teweeg te brengen.

Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte volgt immers dat in de uren voor de explosie drie adressen die een relatie hebben met de explosie zijn ingevoerd in Google Maps. Daarbij gaat het niet alleen om het adres waar de explosie heeft plaatsgevonden, maar ook om het adres [adres] , zijnde het woonadres van de broer van aangeefster [aangever] , die een dag na de explosie een bericht ontving waarin de explosie in [plaats] werd opgeëist.

Uit de opgevraagde ANPR-gegevens is gebleken dat het voertuig van verdachte een klein uur voor de explosie in [plaats] is gearriveerd. Uit de camerabeelden kan worden afgeleid dat verdachte in die tijd tot aan de explosie heeft rondgereden in de directe omgeving van de [adres] . Daarbij is hij meerdere keren op lage snelheid en achteruit langs het pand gereden en heeft hij langere periodes in de directe nabijheid van het pand (met gedoofde koplampen) stilgestaan. Bij gebrek aan een dit ontzenuwende verklaring van verdachte of andere ontlastende informatie in het dossier leidt de rechtbank uit deze gang van zaken af dat verdachte bezig was met een voorverkenning ten behoeve van het plaatsen van het explosief en het vervolgens zo snel en goed mogelijk wegkomen. Dit laatste vindt steun in het feit dat verdachte met een zeer hoge snelheid terug naar Amsterdam is gereden, zoals is gebleken uit de video die hij 16 minuten na de explosie in de auto met zijn telefoon heeft gemaakt.

Op de camerabeelden is ook te zien dat bijrijder [medeverdachte] zich in het uur voorafgaand aan de explosie in en rond de auto van verdachte heeft bewogen en op de achterbank van de auto is gaan zitten. [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij in de buurt van het plaats delict in de blauwe tas is gaan kijken. Ook is te zien dat [medeverdachte] een blauwe tas bij zich droeg toen hij het terrein van stichting betrad om het explosief te plaatsen. Bij de politie heeft [medeverdachte] bevestigd dat in deze blauwe tas het explosief zat dat hij bij het pand tot ontploffing heeft gebracht. Verdachte heeft zelf bij de politie verklaard dat zijn passagier een blauwe tas van de achterbank van zijn auto pakte, alvorens hij in [plaats] uitstapte.

Verdachte zelf heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat hem was verteld dat zijn medeverdachte in [plaats] een sleutel ging ophalen. Die verklaring schuift de rechtbank in het licht van wat hiervoor is overwogen als ongeloofwaardig terzijde.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte op de hoogte is geweest van het plan van [medeverdachte] om het explosief bij het pand te plaatsen en te ontsteken.

Medeplegen of medeplichtigheid

Aan verdachte is primair ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het teweegbrengen van de explosie. Uit de voorgaande bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [medeverdachte] de explosie teweeg heeft gebracht door het explosief te ontsteken. Niet is gebleken dat verdachte zelf handelingen heeft uitgevoerd die rechtstreeks hebben geleid tot de explosie. Wel heeft hij zijn auto beschikbaar gesteld aan [medeverdachte] en heeft hij zowel voorafgaand aan als na de explosie opgetreden als chauffeur. Hoewel het dossier aanleiding geeft om te vermoeden dat verdachte mogelijk een grotere rol heeft gespeeld bij (de voorbereiding van) het delict, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte om van medeplegen te kunnen spreken. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van verdachte is van onvoldoende gewicht om te kunnen worden gekenmerkt als een significante bijdrage. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

De rechtbank is van oordeel dat er wel sprake is van medeplichtigheid aan het teweegbrengen van de ontploffing, zoals subsidiair ten laste is gelegd. Voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Zoals hiervoor is overwogen, had verdachte naar het oordeel van de rechtbank zowel voorafgaand, tijdens als na de explosie wetenschap van het door [medeverdachte] gepleegde delict. Door zijn auto beschikbaar te stellen en op te treden als chauffeur, heeft verdachte zowel opzet gehad op het behulpzaam zijn aan en het verschaffen van middelen ten behoeve van het delict, als op het delict zelf. Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2

Vrijspraak ten aanzien van het onderdeel ‘medeplegen’.

Aan verdachte is het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van de in de tenlastelegging genoemde harddrugs ten laste gelegd. Op basis van het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat sprake was van het plegen van het delict in vereniging met een of meer anderen. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.

Bekennende verdachte

Er is overigens sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen aantreffen verdovende middelen kelder, p. 11, 13-14.

- het proces-verbaal van bevindingen aantreffen verdovende middelen woonkamer, p. 15-17.

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 23 en 24;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen en de bijbehorende rapporten NFiDENT, p. 33-38, 40-41, 43-58, 60-65, 69-85;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 januari 2026.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

een of meerdere anderen op of omstreeks 31 december 2024 te [plaats] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht door explosieve stoffen met daaraan een elektriciteitssnoer en ontsteker, althans een explosief, voor de deur, althans in de onmiddellijke nabijheid van het pand gelegen aan de [adres] te plaatsen en vervolgens te ontsteken, waarna voornoemd explosief tot ontploffing is gekomen,

terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten de buitenkant en/of de inboedel van het voornoemde pand en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de kamers/appartementen in het voornoemde pand,

te duchten was,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 31 december 2024 te Amsterdam en/of [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- zijn auto ter beschikking te stellen om naar de plaats van het delict te rijden, en/of

- de mededader(s) naar de plaats van het delict te rijden en terug te rijden;

2.

hij op of omstreeks 13 mei 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 1.724,92 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 444,93 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 282,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine/metamfetamine en/of

- ongeveer 3.165,56 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, en/of

zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine/metamfetamine en/of GHB, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in voorarrest is doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat een straf gelijk aan het voorarrest in combinatie met een flink voorwaardelijk deel onder algemene voorwaarden passend zou kunnen zijn. Ook kan – in plaats van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf – worden gekeken naar de mogelijkheid van een forse taakstraf. Verder heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht om in strafmatigende zin mee te wegen dat verdachte zorg draagt voor zijn minderjarige dochter en er rekening mee te houden verdachte – in het kader van het onder feit 2 tenlastegelegde – zijn verantwoordelijkheid neemt en inzicht toont.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte is medeplichtig geweest aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing bij een gebouw dat als woning diende voor 20 mensen, middenin de nacht. Die explosie had een dusdanige kracht dat de klinkers van de bestrating werden ingedrukt en een kuil ontstond, een gietijzeren putdeksel uit het mangat kwam, ruiten zijn vernield, kozijndelen zijn weggeslagen en een deel van de dakgoot loskwam. De explosie heeft het leven en de gezondheid van de bewoners acuut in gevaar gebracht en voor hen daarbij angst, stress en ongerief veroorzaakt en grote schade veroorzaakt. De explosie brengt daarbij ook meer in het algemeen grote gevoelens van onveiligheid met zich en zorgt voor onrust in de maatschappij. Hoewel de motieven voor het teweegbrengen van de explosie niet volledig duidelijk zijn geworden, lijkt het er sterk op dat er die nacht sprake was van een aanslag. Het dossier bevat aanwijzingen dat mogelijk een afrekening in verband met een zakelijk conflict aan het delict ten grondslag heeft gelegen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich op geen enkele wijze om de levens, gezondheid, woningen, en spullen van de – veelal kwetsbare – bewoners van het kortverblijfhuis heeft bekommerd. Terwijl hij enige tijd in de omgeving van het kortverblijfhuis heeft rondgereden, heeft kunnen zien dat het om woningen ging en zich er gelet op het tijdstip van bewust moet zijn geweest dat daar – midden in de nacht – mensen lagen te slapen, heeft hij er aan bijgedragen dat medeverdachte het plan voerde. Ook nadien heeft hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en de gevolgen daarvan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid harddrugs. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen zoals cocaïne en MDMA grote risico’s voor de gezondheid oplevert voor de gebruikers, en vaak leidt tot maatschappelijke teloorgang en ontwrichting met ellendige gevolgen ook voor de directe omgeving en naasten van die gebruikers. De handel in drugs gaat bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en geweld. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit ernstige maatschappelijke probleem. Ook hierin laat verdachte zien dat hij uitsluitend uit is op eigen gewin, ook als dat ten koste gaat van het leven en gezondheid van (vele) anderen.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar vaker is veroordeeld voor strafbare feiten en dat ten tijde van de gepleegde strafbare feiten sprake was van een nog lopende proeftijd vanwege een voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het advies van de reclassering, opgemaakt op 20 oktober 2025. Daaruit volgt dat de reclassering, gelet op de ontkennende houding van verdachte, geen concrete verbanden kan leggen tussen zijn persoon, zijn omstandigheden en het (vermeende) delict. Mogelijk is bij verdachte sprake geweest van naïviteit en risicovolle contacten. Tot februari 2025 was er sprake van een reclasseringstoezicht in het kader van een eerdere veroordeling. Verdachte pleegde het onderhavige feit gedurende dat toezicht en de toen geldende proeftijd. Gezien het bestaan van schulden geldt financiën in algemene zin als risicofactor. De reclassering kan op dit moment geen beschermende factoren vaststellen. Aangezien betrokkene een grotendeels ontkennende verdachte is en niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, kan de reclassering in relatie tot onderhavige zaak ook geen adequate risicoschatting maken. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Er worden geen mogelijkheden gezien om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen, aangezien verdachte de feiten beging terwijl er sprake was van een toezicht en een forensische behandeling.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank verder gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, onder meer door - ten aanzien van het drugsfeit - te kijken naar de zogenaamde LOVS oriëntatiepunten voor straftoemeting. Gezien de ernst van de feiten en het gegeven dat verdachte deze feiten in zijn proeftijd heeft gepleegd, is naar het oordeel van de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere jaren op zijn plaats.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren passend en geboden. Zij zal deze dan ook opleggen.

De tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht op de straf.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van de civiele vordering

Namens de benadeelde partij [bedrijf] is een vordering tot materiële schadevergoeding ingediend.

Uit de vordering volgt dat de geleden materiële schade ten bedrage van € 110.384,26 volledig is vergoed door de verzekering en dat de resterende niet-vergoede schade € 0,- bedraagt. Ter terechtzitting is bevestigd dat er geen schadebedrag resteert. De officier van justitie en de verdediging hebben om deze reden ter terechtzitting geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (met parketnummer 13-309267-22)

De politierechter heeft verdachte op 27 januari 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de vordering tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak, de duur van de voorlopige hechtenis en de aard van de zaak waarin deze voorwaardelijke straf is opgelegd.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10. De beoordeling van het beslag

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten is onder verdachte beslag gelegd op de volgende voorwerpen en geldbedragen:

De officier van justitie heeft verzocht om de tassen verbeurd te verklaren, omdat daarin drugs werd aangetroffen. Ten aanzien van de audiocombinatie heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de audiocombinatie onderdeel uitmaakte van de auto die door verdachte werd gebruikt bij het plegen van het bewezenverklaarde onder feit 1. Aan de audiocombinatie heeft destructief onderzoek plaatsgevonden naar de vervoersbewegingen van verdachte. In het kader van proportionaliteit is de auto geretourneerd aan de rechthebbende, maar de officier van justitie heeft verzocht om dit onderdeel van de auto verbeurd te verklaren. Voorts heeft de officier van justitie verzocht om de geldbedragen terug te geven aan verdachte als rechthebbende.

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.

De rechtbank zal de tassen en de audiocombinatie verbeurd verklaren, nu deze zijn gebruikt bij het begaan van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de geldbedragen zijn verkregen door middel van de bewezenverklaarde strafbare feiten. De rechtbank zal daarom de teruggave aan verdachte gelasten van de volledige geldbedragen.

11. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 48, 49, 55, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet.

12. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf]

 verklaart de benadeelde partij [bedrijf] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

De beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 13-309267-22)

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 27 januari 2023 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken (parketnummer 13-309267-22);

De beslissing op het beslag

 verklaart verbeurd de inbeslaggenomen tassen en de audiocombinatie van de Volkswagen Golf.

 gelast de teruggave van geldbedragen ter waarde van € 700,- en € 1.000,- aan verdachte.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?