De procedure
De meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken van deze rechtbank heeft bij vonnis van 2 maart 2021 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis veroordeeld voor het medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meerdere malen gepleegd, en voor het gegevens doorgeven met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht, meerdere malen gepleegd.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 4 februari 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 9 januari 2024 is de PIJ-maatregel verlengd voor de duur van 24 maanden.
De officier van justitie heeft op 12 december 2025 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 24 maanden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:
- het PIJ-verlengingsadvies van 27 oktober 2025;
- het geïntegreerd psychologisch en psychiatrisch Pro Justitia-rapport van 14 november 2025;
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.
Tijdens de zitting van 27 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene (via videoverbinding);
- zijn raadsvrouw;
- de deskundige de heer M. Mulder, werkzaam als psycholoog bij [plaats] (via videoverbinding);
- de officier van justitie.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd.
Het standpunt van betrokkene
Betrokkene heeft aangegeven graag in [plaats] te willen blijven. Hij heeft het erg naar zijn zin in [plaats] .
Zijn raadsvrouw heeft gewezen op een lopende strafzaak bij de rechtbank Noord-Nederland (vanwege aanrandingen van vrouwelijke begeleiders). In deze zaak zal waarschijnlijk op 30 januari 2026 uitspraak worden gedaan. In deze zaak is door deskundigen geadviseerd om aan verdachte de maatregel tot ter beschikkingstelling met dwangverpleging (hierna: tbs-maatregel) op te leggen. De officier van justitie heeft de tbs-maatregel ook geëist en de raadsvrouw heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De raadsvrouw is van mening dat de huidige PIJ-maatregel moet worden verlengd, in ieder geval tot de tbs-maatregel (in voornoemde andere zaak) onherroepelijk is.
Rapportages
Het PIJ-verlengingsadvies van 27 oktober 2025
Uit het PIJ-verlengingsadvies van 27 oktober 2025 komt, zakelijk weergegeven, het
volgende naar voren.
Betrokkene is een 24-jarige kwetsbare en beperkt belastbare jongeman die snel overprikkeld en overvraagd raakt. Er is sprake van een autismespectrumstoornis, ADHD, een hechtingsstoornis, een licht verstandelijke beperking, en een laag sociaal en emotioneel ontwikkelingsniveau. Bij betrokkene is de aandoening PVNH9 vastgesteld, een genetische afwijking in de hersenen, die het beeld bij betrokkene deels kan verklaren. Er is sprake van psychopathie (die tot uiting komt in prikkelhonger/neiging tot verveling, pathologisch liegen, gebrek aan berouw of schuldgevoel, een gebrekkige beheersing van het gedrag, gedragsproblemen op jonge leeftijd, impulsiviteit en een schending van voorwaarden), waardoor weinig responsiviteit in de behandeling te verwachten is.
Betrokkene heeft sinds begin februari 2022 op verschillende afdelingen (groepsgerichte observatieafdeling en individueel gerichte behandelafdeling) binnen [plaats] verbleven. Vanwege aangiften van grensoverschrijdend gedrag op de individueel gerichte behandelafdeling is de huidige status van betrokkene onzeker. Afschaling naar een lager beveiligingsniveau is op dit moment onmogelijk.
Op dit moment functioneert betrokkene met één op één begeleiding binnen de veilige context van een gesloten afdeling (waarbinnen veel duidelijkheid, holding en structuur wordt geboden) relatief stabiel, maar er is sprake van een zeer fragiel evenwicht.
Met het huidige kader en risicomanagement wordt het risico op recidive bij intramuraal verblijf ingeschat als matig. Zonder het kader van de PIJ-maatregel en verblijf binnen de huidige behandelcontext wordt het recidiverisico als hoog ingeschat.
Betrokkene heeft nog geen verlofmarge. Hij heeft alleen begeleide vrijheden binnen de kliniek. Zelf geeft betrokkene aan angstig te zijn voor de wereld buiten de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) en niet naar buiten te willen.
Zonder professioneel toezicht zal betrokkene zich op geen enkel terrein zelfstandig staande kunnen houden. Naar verwachting zal hij levenslang aangewezen zijn op professionele begeleiding, waarbij hij intensief ondersteund wordt in ontwikkelingstaken en sociale situaties en hem externe structuur en toezicht wordt geboden.
Het geïntegreerd psychologisch en psychiatrisch Pro Justitia-rapport van 14 november 2025
Uit het geïntegreerd psychologisch en psychiatrisch Pro Justitia-rapport van 14 november 2025 komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Betrokkene is gediagnosticeerd met een verstandelijke - ontwikkelingsstoornis (matig), een autismespectrumstoornis (niveau 2). De psycholoog diagnosticeert betrokkene tevens met een aandachtsdeficiëntie- hyperactiviteitsstoornis, gecombineerd beeld periventriculaire heterotopia (type) 9 (PVNH9). De psychiater spreekt liever van een aandachttekortstoornis met hyperactiviteit, samenhangend met PVNH 9.
Zonder intensief toezicht en begeleiding/behandeling wordt de kans op recidive van een geweldsdelict als hoog ingeschat. Binnen het kader van de PIJ-maatregel en wanneer betrokkene verblijft binnen de kliniek in combinatie met de intensieve begeleiding die betrokkene ontvangt wordt de kans op geweldsrecidive laag tot matig ingeschat. Betrokkene zal gezien de blijvende pathologie de rest van zijn leven afhankelijk blijven van intensieve zorg, toezicht en begeleiding. Het is een verantwoorde stap om betrokkene voorzichtig te resocialiseren naar een lager beveiligingsniveau, niveau 2, als de intensiteit van zorg en ondersteuning gelijk blijft. Vanuit dit beveiligingsniveau kan gekeken worden welke stappen verder genomen kunnen worden die rekening houden met de beperkte draagkracht van betrokkene.
Het advies luidt om de PIJ-maatregel met 24 maanden te verlengen. Een verlenging met 24 maanden geeft behandelaars en de verantwoordelijke JJI ruim de tijd om te bepalen welke maatregel aan het einde van de PIJ-maatregel nodig is, en geeft betrokkene rust en duidelijkheid. Voortzetting van het verblijf en behandeling binnen [plaats] sluit op dit moment het beste aan bij de behandel- en begeleidingsbehoeften van betrokkene. Mocht het advies van het Pro Justia-onderzoek (van april 2025) tot het opleggen van een tbs met dwangverpleging door de rechtbank worden overgenomen, dan kan de behandeling van betrokkene binnen [plaats] worden voortgezet.
De toelichting van de deskundigen tijdens de zitting
De heer Mulder heeft ter terechtzitting toegelicht dat betrokkene bij een verlenging van de PIJ-maatregel in [plaats] kan blijven. Dit is ook het geval als de PIJ-maatregel, afhankelijk van de uitkomst in de lopende zaak in Noord-Nederland, zal overgaan in een tbs-maatregel. Er zal dan een alternatief traject op maat volgen.
De beoordeling door de rechtbank
Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:
- de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;
- de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundigen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel is geïndiceerd.
De maatregel is opgelegd wegens misdrijven tegen of die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De rechtbank heeft in het veroordelend vonnis namelijk overwogen dat de door verdachte geuite bedreigingen door de slachtoffers zeer serieus zijn genomen en zij zich hierdoor angstig hebben gevoeld. Na een bedreiging door verdachte is voorts de Jumbo supermarkt in Groesbeek ontruimd. Hieruit volgt dat de slachtoffers van in ieder geval deze bedreiging er van uit gingen dat deze mogelijk zou worden uitgevoerd. Bij betrokkene is sprake van complexe en grotendeels blijvende problematiek. Het recidiverisico wordt zonder verlenging van de maatregel als hoog ingeschat. Gelet hierop, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist.
De rechtbank vindt verlenging van de PIJ-maatregel ook in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van betrokkene. De rechtbank overweegt daarbij dat betrokkene, gelet op de blijvende pathologie, naar verwachting voor de rest van zijn leven aangewezen is op professionele begeleiding, intensieve ondersteuning en toezicht. Betrokkene heeft vooralsnog alleen begeleide vrijheden binnen de kliniek. Betrokkene heeft op dit moment zelf ook niet de wens om zich buiten de kliniek te begeven. De buitenwereld maakt hem angstig. Het is in het belang van betrokkene dat hij in [plaats] kan blijven en dat de huidige behandeling en begeleiding kan worden voortgezet.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de PIJ-maatregel conform het advies moet worden verlengd met een termijn van 24 maanden.
Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 4 februari 2022 en eindigt na een eerdere verlenging bij beschikking van 9 januari 2024 met 24 maanden zonder verlenging voorwaardelijk op 14 januari 2026. De rechtbank verlengt de maatregel nu met 24 maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld in het geval van weglopen) of op de voet van artikel 6:2:22 lid 1 Wetboek van Strafvordering komt te vervallen (vanwege oplegging van tbs met dwangverpleging), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 4 januari 2028 en onvoorwaardelijk op 4 januari 2029.
De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.
De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene], voornoemd, voor een periode van 24 maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.M. van Poecke, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. G.M.L. Tomassen en mr. M.W. Stoet, als kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.
mr. Stoet is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.