ECLI:NL:RBGEL:2026:992

ECLI:NL:RBGEL:2026:992

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 05/176363-20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Beschikking

Samenvatting

Pij-verlenging met acht maanden. Voor een soepele en zorgvuldige overgang naar een leven volledig buiten de RJJI, heeft betrokkene de komende tijd nog baat bij de nabijheid van het behandelteam en de continuering van de begeleiding en zorg. Betrokkene kan binnenkort beginnen aan zijn Scholings- en trainingsprogramma.

Uitspraak

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in [plaats] .

Raadsvrouw: mr. J.E. Kremer, advocaat in Nijmegen.

De procedure

De meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken van deze rechtbank heeft bij vonnis van 5

januari 2021 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor

jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis onder meer

veroordeeld voor twee diefstallen met geweld en afpersing. De termijn van de

maatregel is ingegaan op 20 januari 2021.

Bij beslissing van 3 januari 2023 is de PIJ-maatregel verlengd met een termijn van 15

maanden. Bij beslissing van 23 april 2024 is de maatregel nogmaals met 15 maanden

verlengd. Bij beslissing van 1 juli 2025 is de maatregel verlengd met 7 maanden. Hierdoor eindigt de maatregel voorwaardelijk op 3 februari 2026 en onvoorwaardelijk op 3 februari 2027.

De officier van justitie heeft op 8 december 2025 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met acht maanden.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:

- het advies van RJJI De Hunnerberg van 24 november 2025;

- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.

Tijdens de zitting van 27 januari 2026 zijn gehoord:

- betrokkene;

- zijn raadsvrouw;

- mevrouw R.C. Hoes, als GZ-psycholoog werkzaam bij [plaats] ;

- de officier van justitie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd.

Het standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft aangegeven dat hij uitkijkt naar het Scholings- en Trainingsprogramma (STP). De aanvraag voor het STP is gedaan. In de wetenschap dat het STP naar alle waarschijnlijkheid op 1 maart 2026 zal starten neemt betrokkene de PIJ-verlenging met acht maanden voor lief.

De raadsvrouw heeft zich niet verzet tegen de verlenging van de PIJ-maatregel met acht maanden.

Het advies van RJJI De Hunnerberg

Uit het adviesrapport van 24 november 2025 komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.

Op grond van het huidige gedragsbeeld van betrokkene zijn op 10 november 2025 de eerder gestelde classificaties (van 7 april 2024) geactualiseerd. Hieruit volgt dat bij betrokkene sprake is van een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD), een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis (door prenatale blootstelling aan alcohol), een stoornis in cannabisgebruik (matig, deels in remissie binnen een gereguleerde setting) en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale - en borderline trekken. Tevens is er sprake van een laagbegaafd niveau van cognitief functioneren.

Betrokkene verblijft momenteel op de laag beveiligde unit (LBU) van de RJJI. De doelgroep van de LBU bestaat uit jeugdigen die vanwege hun strafrechtelijke titel in een JJI moeten verblijven, maar gebaat zijn bij een lager beveiligingsniveau dan wordt gehanteerd binnen de reguliere afdelingen.

Betrokkene laat al langere tijd een stijgende lijn in zijn ontwikkeling laten zien. Zijn antisociale - en borderline trekken komen steeds minder sterk naar voren en zijn sociale- en copingvaardigheden zijn verder uitgebreid. De mate van negatieve beïnvloedbaarheid is afgenomen. De terugvallen in middelengebruik (cannabis en alcohol) zijn in frequentie en duur afgenomen (slechts één positieve urinecontrole), al blijft het voor betrokkene lastig om volledig abstinent te blijven.

In de afgelopen periode is het beeld wisselend geweest en is sprake geweest van een (eenmalige) terugval in delinquent gedrag (het ontvreemden van een horloge van een groepsgenoot), waardoor het STP werd uitgesteld. Betrokkene heeft hiervoor verantwoordelijkheid genomen en is hierover in gesprek gegaan met het behandelteam. Ten tijde van deze terugval heeft betrokkene zijn medicatie niet (volledig) zoals voorgeschreven ingenomen, waardoor het impulsieve gedrag van betrokkene de overhand heeft genomen. Wanneer betrokkene eenmalig of gedurende een periode zijn medicatie weigert, is dit vaak een signaal dat hij minder goed in zijn vel zit. Wanneer betrokkene zijn medicatie goed inneemt, lukt het hem om zijn impulsiviteit te reguleren.

Ondanks deze terugval is inmiddels weer sprake van de stijgende lijn in zijn ontwikkeling. Betrokkene zet zich in voor een positief toekomstperspectief. Hij werkt vier dagen volledig betaald bij een boomkwekerij. Er is een uitstroomplek beschikbaar voor betrokkene bij [plaats] (begeleid wonen in een eigen studio) vanaf het moment dat het STP van start gaat. Betrokkene betaalt nu alvast huur om de plek bij [plaats] vast te houden. Tot slot heeft betrokkene op dit moment een vriendin. Zij is een erg steunende factor voor betrokkene. Anderzijds speelt binnen de relatie soms de borderline problematiek van betrokkene op. Betrokkene volgt samen met zijn vriendin Multidimensionele Familie Therapie (MDFT) en hij staat open voor andere behandelingen en interventies.

Het recidiverisico wordt ingeschat als matig binnen de huidige kaders en de behandelomgeving waar betrokkene zich bevindt. Indien de kaders van de PIJ-maatregel nu wegvallen wordt het risico hoger ingeschat. Betrokkene heeft de begeleiding en zorg van het behandelteam nog nodig.

Op dit moment wordt met eendaags onbegeleid verlof toegewerkt naar het STP. Het STP is helpend omdat het behandelteam nog op de achtergrond aanwezig is en (indien nodig) bij verhoogde risico- of probleemsituaties laagdrempelig een stap naar voren kan doen om betrokkene te helpen en ondersteunen. Voor het toewerken naar en vormgeven van het STP wordt geadviseerd om de PIJ-maatregel met acht maanden te verlengen. Een kortere periode zal onvoldoende zijn om het STP op een zorgvuldige en bestendige manier vorm te kunnen geven.

De toelichting van de deskundige tijdens de zitting

Mevrouw Hoes heeft duidelijk gemaakt dat alleen de laatste stap in de aanvraag van het STP, de goedkeuring van DIZ (Divisie Individuele Zaken), nog moet worden afgewacht. Mevrouw Hoes ziet hierin geen obstakel voor het starten van het STP. Bij de vorige verlengingszitting was het perspectief voor betrokkene ook al goed. Sinds de vorige zitting heeft betrokkene echter een aantal tegenslagen gehad (afwijzing van een vervolgplek en het overlijden van moeder). Het is jammer dat het incident met het horloge heeft plaatsgevonden, maar betrokkene heeft hier ook weer van geleerd. Betrokkene zet zich goed in en profiteert van de begeleiding. Het medicatiegebruik van betrokkene is wisselend, maar betrokkene is open richting het behandelteam over zijn medicatiegebruik.

Een STP duurt gemiddeld zes maanden. Echter, de problematiek van betrokkene is deels blijvend aanwezig. Betrokkene kan daar bij vlagen beter of minder goed mee omgaan. Om dat te ondervangen en gezien het feit dat het STP nog moet starten, is het advies om de PIJ-maatregel met acht maanden te verlengen.

De beoordeling door de rechtbank

Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:

- de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;

- de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.

Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel is geïndiceerd.

De maatregel is aan betrokkene opgelegd voor twee diefstallen met geweld en afpersing. Dit

zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van

het lichaam van één of meer personen.

Bij betrokkene is sprake van complexe (deels blijvende) problematiek. Het risico op

recidive binnen de huidige kaders wordt als matig ingeschat. Bij het wegvallen van de kaders van de PIJ-maatregel wordt het recidiverisico hoger ingeschat. Dit maakt dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist.

De rechtbank vindt een verlenging van de PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig

mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. Betrokkene laat al geruime tijd een positieve ontwikkeling zien. Gelet op de goede stappen die betrokkene heeft gezet kan betrokkene naar alle waarschijnlijkheid binnenkort starten met het STP, de laatste fase van de maatregel. Om de overgang naar een leven volledig buiten de RJJI soepel en zorgvuldig te laten verlopen, heeft betrokkene de komende tijd nog baat bij de nabijheid van het behandelteam en de continuering van de begeleiding en zorg.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de PIJ-maatregel conform het advies moet worden verlengd met een termijn van acht maanden.

Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 20 januari 2021 en eindigt na eerdere verlengingen bij beschikking van 3 januari 2023 met vijftien maanden, bij beschikking van 23 april 2024 met vijftien maanden en bij beschikking van 1 juli 2025 met zeven maanden zonder verlenging voorwaardelijk op 3 februari 2026. De rechtbank verlengt de maatregel nu met acht maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld weglopen), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 1 oktober 2026 en onvoorwaardelijk op 1 oktober 2027.

De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.

De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissingDe rechtbank:

verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene], voornoemd, voor een periode van acht maanden.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.M. van Poecke, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. G.M.L. Tomassen en mr. M.W. Stoet, als kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.

mr. Stoet is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. van Poecke

Griffier

  • mr. H.J. Damen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?