6. Artikel 1 van de Wet rechten burgerlijke stand luidt als volgt:
‘Geene gelden mogen worden geheven ter zake van het opmaken van akten of andere verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand, behalve in de gevallen en op de wijze bij of krachtens deze wet voorzien’.
7. Op basis van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet rechten burgerlijke stand is er een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen recht verschuldigd voor elk afschrift van een akte van burgerlijke stand als bedoeld in artikel 23b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
8. De betreffende algemene maatregel van bestuur is het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Legesbesluit akten burgerlijke stand, zoals dat gold ten tijde hier van belang, bedraagt het recht voorde door eiser gevraagde geboorteakte
€ 11,80.
9. Derhalve is er voor het heffen van een recht voor het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte aldus een wettelijke grondslag aanwezig. Of er al dan niet sprake is van een ‘dienst’ die rechtstreeks en in overheersende mate een individualiseerbaar particulier belang betreft en niet in overheersende mate tot de vervulling van de publieke taak van de overheid behoort, is hierbij gelet op de hiervoor genoemde wettekst niet van belang. De verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011 gaat daarom, anders dan eiser stelt, naar het oordeel van de rechtbank niet op.
10. Het beroep is ongegrond.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.H. Machiels, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.A.M. Bocken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
24 december 2014.
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
Afschrift verzonden aan partijen op: 24 december 2014
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.