ECLI:NL:RBLIM:2015:11406

ECLI:NL:RBLIM:2015:11406

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 20-05-2015
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer C/04/127034 / HA ZA 13-359
Rechtsgebied Civiel recht; Goederenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2015:11407
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2022:1346

Samenvatting

Tussenvonnis. Deskundigenbenoemingsvonnis. Zie ook arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1346.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/04/127034 / HA ZA 13-359

Vonnis van 20 mei 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. G.M.W. Scaf,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaatsnaam] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. H. Jansen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 18 februari 2015

de akte uitlating van [eiser] van 18 maart 2015

het schrijven van de advocaat van [gedaagden] van 16 maart 2015

het schrijven van de advocaat van [eiser] van 22 april 2015

het e-mailbericht van de advocaat van [gedaagden] van 22 april 2015.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

De rechtbank heeft in haar vonnis van 18 februari 2015 aangekondigd dat zij voornemens is (een) deskundige(n) te benoemen. Bij dat vonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over aantal en persoon van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze(n) voor te leggen vragen. Van die gelegenheid hebben partijen gebruik gemaakt.

Partijen hebben te kennen gegeven dat volstaan kan worden met de benoeming van één deskundige. Omdat het voorstel van partijen ten aanzien van de te benoemen deskundige niet gelijkluidend was, heeft de rechtbank zelf een deskundige aangezocht en heeft zij [deskundige] , verbonden aan Volantis BV, bereid gevonden om in de onderhavige zaak als deskundige te worden benoemd. De offerte, inhoudende een begroting van de kosten van de voorgestelde deskundige, is aan partijen toegezonden en partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de beoogde deskundige en diens begroting. Ook van die gelegenheid hebben partijen gebruik gemaakt.

Bij schrijven van 22 april 2015 heeft de advocaat van [eiser] te kennen gegeven dat [eiser] - ervan uitgaande dat de deskundige is gespecialiseerd in constructie- en stabiliteitsberekeningen - kan instemmen met benoeming van de voorgestelde deskundige.

Bij e-mailbericht van 22 april 2015 heeft de advocaat van [gedaagden] te kennen gegeven niet te kunnen instemmen met benoeming van de voorgestelde deskundige omdat uit de offerte onvoldoende duidelijk is of Volantis BV, naast expertise op het gebied van bouwkunde, voldoende expertise heeft om een deugdelijke beoordeling van de beweerde schade te maken (schade-expert).

De rechtbank gaat voorbij aan het door [gedaagden] gestelde. Aan de deskundige zijn, ten behoeve van het opstellen van de offerte, op voorhand de vragen toegezonden die partijen beantwoord wensen te zien. Daarvan maken onderdeel uit de vragen naar de schade die volgens [eiser] aan zijn pand is ontstaan. De deskundige heeft niet aangegeven dat die vragen door hem niet beantwoord kunnen worden. Daar komt bij dat het een deskundige vrij staat om voor specifieke onderdelen van een opdracht een derde in te schakelen. Zo de voorgestelde deskundige al niet zou kunnen rapporteren over de beweerde schade staat dat derhalve aan diens benoeming niet in de weg.

Ten aanzien van de begroting van de kosten van de voorgestelde deskundige heeft [eiser] aangevoerd dat de deskundige enkel de locatie [adres 1] (en niet ook [adres 2] ) hoeft te bezoeken. Hij heeft op grond daarvan verzocht het honorarium aan te passen. De rechtbank gaat aan het door [eiser] gestelde voorbij: het is aan de deskundige om te bezien welke werkzaamheden de opdracht met zich mee zullen brengen. Daar komt bij dat het te verwachten verschil in honorarium (waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat thans slechts sprake is van een begroting van de kosten) naar verwachting verwaarloosbaar zal zijn.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de heer [deskundige] benoemen als deskundige. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Omdat [eiser] met een toevoeging procedeert, zal echter aan hem geen voorschot worden opgelegd.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende (vraag)punten:

1. Beschrijf de schade die u constateert aan:

a. de (binnen- en buitenzijde van de) linker zijgevel van de woning van [eiser] ;

b. de bestrating van de weg langs de linker zijgevel van de woning en het achterterrein van [eiser] ;

c. de keermuur gelegen in het verlengde van de linker zijgevel van de woning van [eiser] ;

2. Is de onder vraag 1 beschreven schade volgens u veroorzaakt doordat met de (volle) mesttankwagen, de zodenbemester en de tractor met hooipers over de weg langs en het achterterrein van de woning van [eiser] is gereden? Wilt u uw antwoord per onderdeel (a, b en c) beargumenteren?

3. Als u de huidige toestand van de zijgevel, bestrating en keermuur in acht neemt, welke (horizontale) belasting is volgens u dan maximaal toelaatbaar opdat er geen verdere schade wordt aangebracht aan voormelde eigendommen van [eiser] ? Kunt u deze maximale belasting uitdrukken in totaalgewicht en in aslast?

4. Kunt u het onder 3 gegeven antwoord zodanig vertalen dat duidelijk wordt wat het maximaal toelaatbare totaalgewicht en de maximale toelaatbare aslast mag zijn van de voertuigen die rijden over de weg langs en het achterterrein van de woning van [eiser] ?

5. Wat zal oorspronkelijk (dus vóór het ontstaan van de onder 1 beschreven schade) volgens u de maximale toelaatbare (horizontale) belasting van de linker zijgevel, de bestrating en de keermuur van de woning van [eiser] zijn geweest. Kunt u ook deze maximale belasting uitdrukken in totaalgewicht en in aslast?

6. Kunt u het onder 5 gegeven antwoord zodanig vertalen dat duidelijk wordt wat in dat geval het maximaal toelaatbare totaalgewicht en de maximale toelaatbare aslast mag zijn van de voertuigen die rijden over de weg langs en het achterterrein van de woning van [eiser] ?

7. Hoe groot schat u de risico’s voor (verdere) beschadiging van de constructie en stabiliteit van (de linkerzijgevel van) de woning van [eiser] in als er in de huidige situatie met de mesttankwagen, de zodenbemester en de tractor met hooipers wordt gereden over de weg langs de linkerzijgevel van de woning van [eiser] ?

8. Als deze risico’s zich zouden verwezenlijken, tot welke gevolgen zou dit (kunnen) leiden? Hoe zou de geconstateerde schade zich onder die omstandigheden ontwikkelen?

9. Acht u het in het onderhavige geval mogelijk dat een schadeveroorzakende gebeurtenis later nog “nawerkt” en tot (verdere) scheurvorming in de constructie van de woning van [eiser] leidt?

10. Wat is de meest voor de hand liggende oorzaak van de schade aan (1) de bestrating van de weg, (2) de zijgevel van de woning van [eiser] en (3) de keermuur? Is bij het ontwerp en de uitvoering van de bouwwerken (afdoende) rekening gehouden met de functie van de weg en het voorkomen van schade (TGB 1972)? Hebben beheer en onderhoudsactiviteiten bijgedragen aan de schade?

11. Wat is de mate van zekerheid dat de oorza(a)k(en), die voortvloei(t)(en) uit beantwoording van vraag 10, ook daadwerkelijk de oorzaak van de schade is? Indien moet worden geconcludeerd dat niet voor alle schadeaspecten dezelfde meest voor de hand liggende oorzaak bestaat, kunt u dan per schadeaspect de mate van zekerheid van (de meest voor de hand liggende) oorzaken vaststellen?

12. Kunt u aangeven wanneer de schade is ontstaan, althans wanneer de oorzaak is ingetreden? Als u concludeert dat de schade het gevolg is van het gebruik van de weg, kunt u dan aangeven of de schade is ontstaan door het gebruik van de weg door/namens [gedaagden] vanwege de erfdienstbaarheid?

13. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

benoemt tot deskundige:

[deskundige] , verbonden aan Volantis B.V.,

correspondentieadres: Postbus 470, 5900 AL Venlo,

bezoekadres: Sint Jansweg 20c, Venlo

telefoon: 077-351 55 51

emailadres: mail@volantis.nl

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 6.300,00,

legt aan [eiser] geen voorschot op,

het onderzoek

bepaalt dat [eiser] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige er op dat:

de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundige er op dat:

uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.11. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren,

overige bepalingen

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 7 oktober 2015,

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser] op een termijn van vier weken,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2015.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand