RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 7501824 \ CV EXPL 19-515
Vonnis van de kantonrechter van 2 oktober 2019
in de zaak van:
[eiseres] ,
wonend aan de [adres] ,
[plaatsnaam] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. M.J.H. Verburg,
tegen:
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon DE STAAT DER NEDERLANDEN,gevestigd te 's-Gravenhage,
2. de stichting STICHTING VBV (VERZEKERINGSBUREAU VOERTUIGCRIMINALITEIT),gevestigd te Apeldoorn,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. P.C.E. Bosland.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties
de conclusie van antwoord van de Staat met producties
de conclusie van antwoord van VbV met producties
de conclusie van repliek
de conclusie van dupliek van de Staat met producties
de conclusie van dupliek van VbV met producties
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Op 28 juli 2015 heeft een grootschalig strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden op onder andere het bedrijfsterrein aan de [plaatsnaam] te [plaatsnaam] (verder aan te halen als “het bedrijfsterrein”). Het bedrijfsterrein behoort toe aan de opa van eiseres. Op last van de officier van justitie werd op grond van verdenking van diefstal en/of heling van voertuigen en voertuigonderdelen, een grote hoeveelheid bij de onderzoeking op het bedrijfsterrein aangetroffen voertuigen, waaronder de Volkswagen Golf Cabrio met kenteken [kentekennummer] (hierna “de Golf Cabrio”) en voertuigonderdelen door de politie strafvorderlijk in beslag genomen.
Bij overeenkomst van 29 juli 2015 heeft de politie in opdracht van het Openbaar Ministerie (verder aan te halen als “het OM”) aan de Stichting VbV Derden de strafvorderlijk in beslag genomen voorwerpen in bewaring gegeven. Daarnaast heeft het OM de Stichting VbV Derden per gelijke datum gemachtigd als bedoeld in artikel 117 van het Wetboek van Strafvordering om de in beslag genomen goederen waarvoor zij als bewaarder is aangesteld, te verkopen of (wanneer het ongewenst is dat de goederen weer in het verkeer worden gebracht) te vernietigen. De bewaringsovereenkomst en de machtiging tot verkoop of vernietiging zijn diverse keren verlengd, laatstelijk op 17 mei 2016.
Na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank, heeft VbV op de strafvorderlijk in beslag genomen goederen conservatoir beslag gelegd.
In het proces-verbaal Deeldossier H van 1 augustus 2016 (productie 2 bij de conclusie van antwoord van de Staat) staat over de Golf Cabrio onder de rubriek “voertuig met vermoedelijk een vals VIN” opgenomen:
“Bij het voertuig werd het door de fabrikant aangebrachte VIN nummer [VIN-nummer] aangetroffen. Het motornummer kon niet meer worden vastgesteld, daar het motornummer was weggeslepen. Voor dit voertuig is het Nederlandse kenteken [kentekennummer] afgegeven.
Brondocument: Proces-verbaal identiteitsonderzoek voorzien van het registratienummer [registratienummer].”
Het hiervoor genoemde proces-verbaal identiteitsonderzoek van 2 oktober 2015 was voor de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) aanleiding om bij besluit van 17 november 2015 het kenteken van de Golf Cabrio vervallen te verklaren. Eiseres heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.
Op 11 mei 2017 heeft de Stichting VbV Derden de Golf Cabrio verkocht.
Op 8 september 2017 heeft eiseres een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering ingediend om het strafvorderlijk beslag op de Golf Cabrio te beëindigen en deze auto aan eiseres terug te geven.
Bij beschikking van 21 november 2017 heeft de raadkamer van de rechtbank eiseres niet ontvankelijk verklaard in haar beklag omdat niet is gebleken dat de Golf Cabrio door de officier van justitie in beslag is genomen.
Bij brief van 28 augustus 2018 heeft de officier van justitie aan eiseres bericht dat zij op het moment van de behandeling van het klaagschrift door de officier van justitie foutief is geïnformeerd en dat de Golf Cabrio bij het politieonderzoek van 28 juli 2015 wel strafvorderlijk in beslag is genomen.
3. Het geschil
Eiseres is van mening dat gedaagden ieder voor zich, tegenover haar een onrechtmatige daad hebben begaan en aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade als gevolg van het verlies van eigendom van de Golf Cabrio waarvan eiseres stelt eigenaar te zijn. De Staat heeft onrechtmatig gehandeld door de Golf Cabrio zonder strafvorderlijk beslag aan VbV Derden in bewaring te geven en een machtiging tot vervreemding af te geven. VbV heeft onrechtmatig gehandeld door eiseres niet door te verwijzen naar VbV Derden als bewaarder van de auto. Verder acht eiseres VbV als bestuurder van VbV Derden aansprakelijk voor het niet nakomen door VbV Derden van haar verplichtingen.
Eiseres vordert:
Primair
Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 17.950,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2015.
Subsidiair
Te verklaren voor recht dat gedaagden op grond van onrechtmatige daad jegens eiseres aansprakelijk zijn voor de door haar geleden en nog te lijden schade met hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot vergoeding van de door eiseres geleden schade, waarvan de hoogte door de rechtbank in goede justitie wordt bepaald.
Met hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van de door eiseres gemaakte buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 4.000,-- exclusief btw, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag, alsmede hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten en nakosten.
Gedaagden voeren ieder afzonderlijk verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Aan de orde is de vraag of eiseres schade heeft geleden door onrechtmatig handelen van gedaagden. De schade bestaat volgens eiseres uit het verlies van de eigendom van de Golf Cabrio. Gedaagden hebben tegen deze vordering als meest verstrekkend verweer gemotiveerd aangevoerd dat niet is gebleken dat eiseres eigenaar was van de Golf Cabrio en dus geen schade heeft geleden. Naar het oordeel van de kantonrechter slaagt dit verweer. Aan dit oordeel liggen de volgende overwegingen ten grondslag.
De stelplicht en bewijslast van de eigendom van de Golf Cabrio ligt bij eiseres. Zij beroept zich immers op de rechtsgevolgen van het verlies van eigendom.
Hoewel een tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister geen sluitend bewijs levert van de eigendom van dat voertuig, kan het in samenhang met andere feiten en omstandigheden wel een sterke aanwijzing vormen voor de eigendom van het voertuig. Eiseres heeft geen bewijs overgelegd dat de Golf Cabrio op 28 juli 2015, het moment van het politieonderzoek en de door eiseres bestreden strafvorderlijke inbeslagname en in bewaring nemen door VbV Derden, op haar naam stond geregistreerd. Eiseres heeft evenmin een verklaring gegeven voor het ontbreken van dergelijk bewijs. Eiseres heeft volstaan met het overleggen van andere stukken zoals een verzekeringspasje en een premienota waarop het kenteken van de Golf Cabrio staat vermeld, een besluit van de RDW waarbij de tenaamstelling van het kenteken van de Golf Cabrio vervallen wordt verklaard, documentatie over een aanrijding met de Golf Cabrio op 3 juli 2013, een kopie van het kentekenbewijs en een schorsingsverslag. Deze stukken vormen echter geen deugdelijke onderbouwing van de door eiseres gestelde eigendom van de Golf Cabrio.
De verzekeringspapieren zeggen niets over de eigendom van de verzekerde auto. Immers ook een niet eigenaar kan een verzekering voor een auto afsluiten. Verder vormt de door eiseres overgelegde premienota geen bewijs van verzekering nu niet kan worden vastgesteld dat deze nota is betaald. De enkele vermelding “betaald” op het acceptgiro gedeelte van de nota is geen bewijs van betaling. Bovendien is onduidelijk waar de auto is verzekerd. Het verzekeringspasje vermeldt namelijk dat de auto tot 22 april 2016 is verzekerd bij Goudse terwijl de eerder genoemde premienota voor de personenautoverzekering afkomstig is van Unigarant en geldt voor de periode tot en met 8 april 2016.
Het besluit van de RDW tot vervallenverklaring van de tenaamstelling is weliswaar aan eiseres gericht en heeft betrekking op de Golf Cabrio, maar dateert van 17 november 2015. Deze datum is ruim gelegen na de datum van inbeslagname van de Golf Cabrio en zegt dus niets over de tenaamstelling, laat staan de eigendom op 28 juli 2015. De tenaamstelling kan namelijk naderhand zijn gewijzigd.
De aanrijding heeft plaatsgevonden op 3 juli 2013, dus ruim voor de datum van inbeslagname. Los van de omstandigheid dat uit de overgelegde documentatie niet kan worden afgeleid dat eiseres op dat moment eigenaar was van de auto, zegt een eventuele eigendom van de Golf Cabrio op dat moment niets over die eigendom op het moment van in beslagname ruim twee jaar later. Om die reden valt zonder nadere toelichting en onderbouwing, die niet is gegeven, niet in te zien wat de wederpartij bij de aanrijding ( [wederpartij] ) en/of de medewerkster van SRK rechtsbijstand ( [medewerkster] ) kunnen weten over de eigendom van de Golf Cabrio op 28 juli 2015. Eiseres heeft op dat punt niet voldaan aan haar stelplicht.
Het kentekenbewijs vermeldt evenmin als het schorsingsverslag van de RDW aan wie dit is afgegeven of op wiens naam de auto staat geregistreerd. Zodoende kunnen deze stukken niet bijdragen aan een onderbouwing van de door eiseres gestelde eigendom van de Golf Cabrio.
Het voorgaande, in samenhang met de omstandigheid dat de Golf Cabrio is aangetroffen op het bedrijfsterrein van de opa van eiseres (en niet bij haar woning), bij het klaagschrift een afstandsverklaring van de Golf Cabrio is gevoegd van de opa van eiseres en het ontbreken van een aankoopnota of ander eigendomsbewijs, maakt dat eiseres niet althans in onvoldoende mate heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht van de eigendom van de Golf Cabrio. Om die reden bestaat geen grond om eiseres toe te laten tot nadere bewijslevering.
Nu niet kan worden vastgesteld dat eiseres op het moment van inbeslagname had te gelden als eigenaar van de Golf Cabrio, kan ook niet worden vastgesteld dat eiseres de door haar gestelde schade als gevolg van verlies van eigendom van die auto heeft geleden. De vordering tot schadevergoeding is reeds daarom niet toewijsbaar. De overige stellingen van eiseres behoeven dan ook geen bespreking meer.
Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van de Staat en VbV worden begroot op ieder een bedrag van € 960,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 x tarief € 480,--)
Dit vonnis zal tot zover uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen af,
veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van de Staat gevallen en tot op heden begroot op € 960,--,
veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van VbV gevallen en tot op heden begroot op € 960,--,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.
type: CB
coll:
Dit vonnis is verbeterd en gewijzigd, zoals blijkt uit het aangehechte herstelvonnis, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast wordt beschouwd.
De griffier, De rechter,