ECLI:NL:RBLIM:2019:7906

ECLI:NL:RBLIM:2019:7906, Rechtbank Limburg, 28-08-2019, AWB - 18 _ 1849

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 28-08-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 18 _ 1849
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Roermond
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001947 BWBR0001950 BWBR0003630 BWBR0005537

Samenvatting

AW. Herwaardering functie. Artikel 5a BBRA. Persoonlijke- of organieke schaal. Kader organisatie- en formatiebeheer Rijkswaterstaat. Ingangsdatum inschaling.

Uitspraak

4. De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 5, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA), voor zover hier van belang, wordt de salarisschaal welke voor de ambtenaar geldt, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, bepaald met inachtneming van de zwaarte van zijn functie en van bijzondere regelingen, als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. Ingevolge het derde lid wordt de zwaarte van de functie bepaald binnen de in de bijlage B van dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door of in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde normeringsstelsel

Op grond van artikel 5a, eerste lid, van het BBRA kan de ambtenaar die zich niet kan verenigen met de uitkomst van de bepaling van de zwaarte van zijn functie als bedoeld in artikel 5, derde lid, het voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, bevoegde gezag verzoeken die waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen.

5. Over de vraag of verweerder ten onrechte de persoonlijke schaal van eiseres heeft aangepast in plaats van de formatieve/organieke schaal overweegt de rechtbank het volgende.

De functiewaarderingsprocedure bestaat (doorgaans) uit drie stappen: een beschrijving van de functie, waardering van de vervulde functie en inpassing van de ambtenaar in een salarisschaal. Er is sprake van drie afzonderlijke beslispunten, resulterend in drie besluiten in de zin van de Awb. In de praktijk zal dikwijls sprake zijn van één schriftelijk stuk. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiseres is gericht tegen haar inpassing in een salarisschaal (derde stap).

6. Blijkens de brief van eiseres van 2 december 2016 heeft zij een verzoek tot herwaardering ingediend op grond van artikel 5a van het BBRA. Zij is van mening dat zij langdurig taken heeft uitgevoerd in een parallelle functie met meerdere collega’s met dezelfde taken en functie op S12-niveau. Blijkens het herwaarderingsrapport wordt geadviseerd om het niveau van de werkzaamheden van Senior adviseur Bedrijfsvoering Juridische Zaken te waarderen op een schaal 12-niveau.

7. Volgens de Leidraad Personele Regelingen van 12 december 2016 (Leidraad) houdt een persoonlijke schaal in, dat een medewerker in een hogere schaal wordt bezoldigd dan de formatieve schaal waarop de functie is gewaardeerd. Dit wordt volgens de Leidraad zowel voor de medewerker als de organisatie onwenselijk geacht. De meest ideale situatie, volgens de Leidraad, is uiteraard dat de scheefgroei van persoonlijke schalen ongedaan wordt gemaakt. Het is dus zaak om medewerkers naar een organieke functie te begeleiden, die in overeenstemming is met het persoonlijke bezoldigingsniveau. Het is dus nadrukkelijk de bedoeling dat er geen nieuwe persoonlijke schalen meer worden toegekend.

8. In het in maart 2016 vastgestelde Kader organisatie- en formatiebeheer Rijkswaterstaat (het Kader) is beschreven hoe binnen RWS wordt omgegaan met het beschrijven en waarderen van functies: “indien aan een medewerker aantoonbaar zwaardere taken wordt opgedragen die het niveau van een formatieve schaal overstijgen kan dit niet leiden tot aanpassing van de (waardering van) een organieke functie” en “indien de uitslag van het waarderingsonderzoek van een medewerker hoger uitvalt, heeft de medewerker recht op deze hogere schaal. Het schaalniveau van de organieke functie wordt niet aangepast, maar de medewerker wordt zo snel als mogelijk verplaatst naar een functie overeenkomstig het schaalniveau van de feitelijk opgedragen functie van de medewerker”.

9. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit is gebaseerd op het advies van de Bezwarenadviescommissie van 11 januari 2018. In dit advies wordt met betrekking tot de aanpassing van de persoonlijke in plaats van de organieke schaal verwezen naar voormelde werkwijze uit het Kader. Deze werkwijze komt de Bezwarenadviescommissie alleszins redelijk voor.

De rechtbank overweegt hierover dat voornoemd Kader is gebaseerd op de brief van de Directeur-Generaal van RWS van 10 juli 2012 en de nota Bestuur RWS van 26 maart 2015 en moet worden geïnterpreteerd met inachtneming hiervan. In voormelde brief wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds een structurele verandering van werk, hetgeen in principe zal moeten leiden tot een aanpassing van de formatie inclusief bijbehorende waardering (hier kan alleen sprake van zijn als aantoonbaar sprake is van nieuwe taken of een taakverzwaring), en anderzijds een individuele aangelegenheid, die niet tot een structurele herwaardering zal moeten leiden (hiervoor zijn voor het management andere beloningsinstrumenten beschikbaar). Voorts is in de Nota vermeld dat “de formatie van RWS niet in beton gegoten zit. Er zal altijd periodiek onderhoud nodig zijn om de formatie goed aan te laten sluiten op de (toekomstige) ontwikkelingen in het werk van RWS. Uitgangspunt is dat de organisatieonderdelen zelf verantwoordelijk zijn voor hun O&F-beheer”.

Aangezien niet in geschil is dat aan eiseres structureel en niet incidenteel zwaardere werkzaamheden zijn opgedragen, hetgeen ook blijkt uit het herwaarderingsrapport, is de rechtbank van oordeel dat de hiervoor beschreven werkwijze uit het Kader, met inachtneming van het gestelde in voornoemde brief van de DG en de Nota, niet van toepassing is op het verzoek van eiseres.

10. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verweerder door middel van zijn besluitvorming, waarbij aan eiseres een persoonlijke schaal is toegekend, tem onrechte heeft nagelaten een besluit te nemen op het verzoek van eiseres over de inpassing van haar in een organieke salarisschaal. Dit betekent dat het bestreden besluit moet worden vernietigd.

11. Over de ingangsdatum van de inschaling overweegt de rechtbank het volgende.

Op grond van vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld: ECLI:NL:CRVB:2016:2261) geldt als ingangsdatum van inschaling het tijdstip waarop, binnen een redelijke termijn na het verzoek daartoe, de uitkomst van het functie-onderzoek door het bevoegd gezag is vastgesteld. Voor zover is beoogd met ingang van een datum gelegen voor dit verzoek hoger te worden ingeschaald, dient dit te worden aangemerkt als een verzoek om terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit. In dit kader is eiseres gehouden nieuwe feiten of omstandigheden aan te voeren (artikel 4:6 Awb).

12. Verweerder heeft de (persoonlijke) schaal van eiseres per 1 januari 2017 aangepast. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen aanleiding bestond voor een eerdere ingangsdatum van deze aanpassing. Het had naar het oordeel van de rechtbank namelijk op de weg van eiseres gelegen om eerder een verzoek om herwaardering in te dienen dan 2 december 2016. Zij stelt immers sedert 1 april 2013 deze functie volledig uit te oefenen. Van feiten of omstandigheden die hieraan in de weg zouden hebben gestaan, is de rechtbank niet gebleken.

13. Aan een bespreking van de overige beroepsgronden van eiseres (mobiliteit, gelijkheidsbeginsel) komt de rechtbank gelet op het vorenstaande niet meer toe.

14. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

16. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

€ 1024,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.T. Coenegracht (voorzitter), en

mr. F.A.G.M. Vluggen en mr. P.J.M. Bruijnzeels, leden, in aanwezigheid van

mr. E.W. Seylhouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2019.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op: 28 augustus 2019

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.A.G.M. Vluggen
  • mr. P.J.M. Bruijnzeels

Griffier

  • mr. E.W. Seylhouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?