RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 4 november 2022
Zaaknummer: C/03/302296 / FA RK 22-697
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake:
[de moeder] ,
verzoekster, verder te noemen: de moeder,
wonend te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. C.M.D. de Waele, kantoorhoudend te Amsterdam;
tegen:
[de vader] ,
wederpartij, verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. E.V.S. van Baarle, kantoorhoudend te Zeewolde.
Met toepassing van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), is door de rechtbank als adviseur bij deze zaak betrokken:
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie Maastricht,
verder te noemen: de raad.
1. Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift met bijlagen (1 tot en met 60) van de moeder, ingediend op
22 februari 2022;
2. De feiten
[minderjarige] (roepnaam: [minderjarige] ) is geboren te [geboorteplaats] op
[geboortedatum] 2009 uit het inmiddels ontbonden huwelijk van de moeder en de vader.
Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2020 is, kort gezegd, bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] met ingang van 27 juni 2020 bij de vader zal zijn, dat het gezamenlijk gezag van partijen met ingang van 27 juni 2020 wordt beëindigd en dat de vader alleen het gezag over [minderjarige] toekomt en is een omgangsregeling tussen de moeder en [minderjarige] vastgesteld.
Aangezien de moeder [minderjarige] niet conform voornoemde beschikking naar de vader heeft laten gaan, heeft de vader een kortgedingprocedure gestart en naar aanleiding van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 4 augustus 2020 verblijft [minderjarige] vanaf 7 augustus 2020 bij de vader.
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen voornoemde beschikking van de rechtbank Noord-Holland. Bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2020 is, kort gezegd, deze beschikking bekrachtigd ten aanzien van de beslissingen over de hoofdverblijfplaats en het gezag, en is deze beschikking vernietigd waar het de vastgestelde omgangsregeling betreft. In de plaats daarvan heeft het hof bepaald dat als voorlopige omgangsregeling zal worden opgestart een begeleide omgang tussen [minderjarige] en de moeder van eenmaal per twee weken een dagdeel, begeleid door BJZ in Maastricht.
Vervolgens heeft het gerechtshof Amsterdam in een beschikking van 22 juni 2021 onder meer bepaald dat [minderjarige] vanaf 1 september 2021 eens in de veertien dagen een weekend bij de moeder verblijft van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige] bij aanvang van elk omgangsmoment ophaalt bij McDonald’s [woonplaats 2] en waarbij de vader [minderjarige] aan het einde van elk omgangsmoment ophaalt bij McDonald’s [woonplaats 1] .
Op 16 maart 2022 heeft een kort geding procedure gediend, waarvan op 21 maart 2022 vonnis is gewezen. Alle door de moeder na de mondelinge behandeling nog gehandhaafde verzoeken zijn afgewezen.
Bij beschikking betreffende voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv van 5 april 2022 heeft de rechtbank voorlopig de bij beschikking van het hof Amsterdam van 22 juni 2021 bepaalde omgangsregeling geschorst en bepaald dat de omgang tussen [minderjarige] en zijn moeder voorlopig, totdat daarover door de rechtbank nader wordt beslist of partijen in onderling overleg daarover nadere afspraken maken, zal plaatsvinden onder professionele begeleiding en regie van het ingezette traject bij Yvoor op de door deze hulpverlener aangegeven wijze, waarbij toegewerkt dient te worden naar de omgangsregeling zoals die door het hof Amsterdam bij beschikking van 22 juni 2021 was bepaald.
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen voornoemde beschikking van de rechtbank van 5 april 2022. Bij beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 augustus 2022 is, kort gezegd deze beschikking bekrachtigd.
3. Het verzoek
De moeder heeft verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Voor de inhoud van het verzoekschrift en de onderbouwing daarvan wordt verwezen naar de stukken en zal de rechtbank, voor zover nodig, hierna ingaan.
4. Het verweer en zelfstandig verzoek
De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd en bij wege van zelfstandig verzoek heeft de vader – na aanvulling – verzocht:
Voor de inhoud van het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek en de onderbouwing daarvan wordt thans verwezen naar de stukken. Te zijner tijd zal de rechtbank, voor zover nodig, op de standpunten en verzoeken ingaan.
5. Beoordeling
De rechtbank is in raadkamer tot de voorlopige conclusie gekomen dat er behoefte is aan nadere informatie over [minderjarige] vóórdat er inhoudelijk kan worden beslist over alle verzoeken.
De rechtbank draagt de vader op bij akte bepaalde stukken aan de rechtbank over te leggen. De vader heeft de gelegenheid om uitsluitend die stukken over te leggen en al dan niet van een toelichting te voorzien in zijn akte. De vader kan die akte ook gebruiken om de betekenis van die stukken voor de beoordeling van de verzoeken toe te lichten. Daarna krijgt de moeder de gelegenheid een akte in te dienen waarbij zij kan reageren op de overgelegde stukken en de eventueel door de vader gegeven toelichting. Ook kan de moeder die akte gebruiken om de betekenis van die stukken voor de beoordeling van de verzoeken toe te lichten.
Uitdrukkelijk wijst de rechtbank erop dat de akte en antwoordakte niet mogen worden gebruikt om buiten deze instructie van de rechtbank te treden en het in de eerdere processtukken en op zitting gevoerde debat nog eens over te doen. Indien en voor zover partijen in strijd met deze procesinstructie handelen, zal de rechtbank geen acht slaan op hetgeen in strijd met die instructie is aangevoerd.
De vader dient de volgende stukken over te leggen:
de rapporten van de middelbare school van [minderjarige] betreffende het vorige schooljaar (2021/2022) en het huidige schooljaar (2022/2023);
een schriftelijke verklaring van de mentor(en) van [minderjarige] over zijn functioneren als leerling op zijn school zowel in het vorige schooljaar als het huidige schooljaar;
een brief(verslag) van Teach Heuvelland waaruit de bevindingen en resultaten van de begeleiding van [minderjarige] door Teach Heuvelland te Maastricht blijken;
het journaal van de huisarts van [minderjarige] over de periode 1 januari 2021 tot 1 november 2022 en van de eventuele andere arts(en) die [minderjarige] in deze periode als patiënt hebben gezien.
Indien bepaalde stukken niet kunnen worden overgelegd, zal de vader moeten toelichten en onderbouwen waarom dat niet zou kunnen en met name met een verklaring van de betreffende instantie of mentor of arts.
In afwachting van de bedoelde stukken en de akte en antwoordakte wordt iedere beslissing aangehouden.
6. Beslissing
De rechtbank:
draagt de vader op de bedoelde stukken over te leggen binnen 2 weken na heden en stelt de vader in de gelegenheid die stukken van een akte te voorzien, eveneens in te dienen binnen 2 weken na heden;
stelt de moeder in de gelegenheid, nadat die stukken zijn ingediend, binnen 2 weken na de indiening ervan bij akte te reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, kinderrechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 4 november 2022.BGW