ECLI:NL:RBLIM:2022:10695

ECLI:NL:RBLIM:2022:10695, Rechtbank Limburg, 09-03-2022, C/03/301374 / HA ZA 22-48

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 09-03-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/03/301374 / HA ZA 22-48
Rechtsgebied Civiel recht; Goederenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2024:5036
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001842

Samenvatting

Uitspreken vervroegde onteigening en vaststelling voorschot op de schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/301374 / HA ZA 22-48

Vonnis van 9 maart 2022

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

zetelend te 's-Gravenhage,

eiseres,

advocaat mr. B.S. ten Kate te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VDL VASTGOED BV,

gevestigd te Eindhoven,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VDL NEDCAR B.V.,

gevestigd te Born,

gedaagden,

advocaat mr. H. Nijman te Eindhoven.

Eiseres zal hierna de Staat genoemd worden en gedaagden zullen hierna VDL c.s. gezamenlijk danwel VDL Vastgoed en VDL Nedcar afzonderlijk worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de akte depot van 5 januari 2022 (aktenummer 1/2022), waarbij de stukken als bedoeld in artikel 23 van de Onteigeningswet (Ow) zijn gedeponeerd;

de aan VDL c.s. betekende dagvaarding van 21 januari 2022 met producties;

de exploten van 21 respectievelijk 24 januari 2022 waarbij de Staat de aan gedaagden uitgebrachte dagvaarding heeft betekend aan achtereenvolgens Petrochemical Pipeline Services B.V, Koninklijke DSM N.V., N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg en Tennet TSO B.V., onder de mededeling dat deze in de onteigeningsprocedure kunnen tussenkomen;

de conclusie van antwoord.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

De Staat vraagt de rechtbank vervroegd uit te spreken de onteigening ten name van de Staat en ten algemenen nutte van:

een gedeelte ter grootte van 1.241 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1004, groot 4.970 m² (grondplannummer 54.1), thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1760 ter grootte van 1.241 m²;

een gedeelte ter grootte van 4.864 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1291, groot 37.780 m² (grondplannummer 54.2), thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1764 ter grootte van 4.864 m²;

een gedeelte ter grootte van 2 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1291, groot 37.780 m² (grondplannummer 54.4), thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1766 ter grootte van 2 m²;

een gedeelte ter grootte van 4.600 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1009, groot 16.050 m² (grondplannummer 55.1), thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1756 ter grootte van 4.600 m²;

een gedeelte ter grootte van 262 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1228, groot 1.175 m² (grondplannummer 55.2), thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1759 ter grootte van 262 m²;

een gedeelte ter grootte van 2.675 m² van het perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1426, groot 3.140 m² (grondplannummer 55.5),

het volledige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1007, groot 3.540 m² (grondplannummer 55.6),

een gedeelte ter grootte van 184 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1005, groot 2.160 m² (grondplannummer 55.8), thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1762 ter grootte van 184 m²;

(verder: de percelen).

(Derden)belanghebbenden

De rechtbank merkt onderstaande (rechts)personen als belanghebbenden aan:

De besloten vennootschap Petrochemical Pipeline Services B.V. (hierna Petrochemical Pipeline), die een of meer zakelijke rechten als bedoel in artikel 5 lid 3 onder b van de Belemmeringswet Privaatrecht heeft op de in randnummer 10 van de dagvaarding genoemde percelen. Daarnaast blijkt uit het register van het Kadaster dat enkele percelen (zoals genoemd in randnummer 10) zijn belast met een opstalrecht en een kwalitatieve verplichting ten behoeve van deze vennootschap.

De naamloze vennootschap N.V. DSM, die een of meer zakelijke rechten als bedoel in artikel 5 lid 3 onder b van de Belemmeringswet Privaatrecht heeft op de in randnummer 11 van de dagvaarding genoemde percelen.

De naamloze vennootschap N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg (hierna WML), die een of meer zakelijke rechten als bedoel in artikel 5 lid 3 onder b van de Belemmeringswet Privaatrecht heeft op de in randnummer 12 van de dagvaarding genoemde percelen.

De besloten vennootschap Tennet TSO B.V. (hierna Tennet) die een opstalrecht nutsvoorzieningen heeft op het gedeelte van het perceel zoals genoemd in randnummer 13 van de dagvaarding.

De Staat heeft aan VDL Vastgoed aangeboden een bedrag van € 183.210,00 voor de overdracht in eigendom, vrij van lasten en rechten van de te onteigenen gronden van VDL Vastgoed, te weten de gronden genoemd in rov. 2.1. sub 1 tot en met 3.

De Staat heeft aan VDL Nedcar aangeboden een bedrag van € 604.058,00 voor de overdracht in eigendom, vrij van lasten en rechten van de te onteigenen gronden van VDL Nedcar, te weten de gronden genoemd in rov. 2.1. sub 4 tot en met 8.

Verder heeft de Staat aan VDL Nedcar een schadebeperkend aanbod gedaan tot overname van het na onteigening overblijvende perceelsgedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1426 met een oppervlakte van 465 m² belast met de onder sub 9 tot en met 13 van de dagvaarding genoemde zakelijke rechten doch overigens vrij van lasten en rechten, voor een bedrag van € 5.580,00.

De Staat heeft aan de beperkt gerechtigden Tennet en Petrochemical Pipeline aangeboden hun beperkte rechten na onteigening opnieuw te vestigen. Hun leidingen kunnen gehandhaafd blijven, zodat zij volgens de Staat geen schade lijden.

De Staat heeft met de beperkt gerechtigden WML en NV DSM een regeling getroffen. Met inachtneming van deze regeling lijden deze derden-belanghebbenden ook geen schade.

VDL c.s. heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde vervroegde onteigening, maar verwerpt het aanbod tot schadeloosstelling. Gelet hierop en het feit dat verder is voldaan aan de in de Onteigeningswet gestelde vereisten, zal de door de Staat gevorderde vervroegde onteigening worden uitgesproken.

Voorschot

De rechtbank zal op grond van artikel 54i Ow het door de Staat te betalen voorschot op de schadeloosstellingen aan VDL c.s. conform het daartoe strekkende verzoek van de Staat, bepalen op 100% van het door de Staat daartoe aangeboden bedragen, derhalve op € 183.210,00 voor VDL Vastgoed en € 604.058,00 voor VDL Nedcar.

Algemeen

Bij beschikkingen van 15 juli 2021 (C/03/293490 / HA RK 21-229 en C/03/29349 / HA RK 21-230, waarbij wordt opgemerkt dat de beschikking in eerst genoemde zaak nog is hersteld bij beschikking van 28 juli 2021) zijn op grond van artikel 54a Ow reeds een rechter-commissaris en drie deskundigen benoemd. De vervroegde plaatsopneming heeft plaatsgevonden op 2 november 2021.

Ingevolge het bepaalde in artikel 54j Ow zal de rechtbank de reeds bij beschikkingen van 15 juli 2021 benoemde deskundigen de opdracht geven tot het begroten van de schade welke door de onteigening zal worden toegebracht. De rechtbank zal de datum waarop de deskundigen hun advies aan de rechtbank omtrent de omvang van de schadeloosstelling ter griffie dienen te deponeren, bepalen op vijf maanden na heden, derhalve op 10 augustus 2022. Deze relatief late datum heeft ermee te maken dat door COVID-19 de uitgebreidere bezichtiging van het gehele terrein van VDL pas medio maart 2022 zal plaatsvinden (althans zo heeft de griffier van mr. Sluysmans begrepen), zodat de deskundigen ook niet in staat zullen zijn eind april 2022, zoals tijdens de descente aanvankelijk afgesproken, het concept advies aan partijen voor te leggen. De rechtbank gaat ervan uit dat de deskundigen zelfstandig met partijen een nadere termijn voor het toezenden van het concept advies zullen afspreken.

De rechtbank zal overeenkomstig hetgeen is afgesproken tijdens de vervroegde opname reeds nu bepalen dat partijen (in plaats van de bezwaar- en verweerschriftprocedure) in staat zullen worden gesteld om te reageren op het door de deskundigen aan partijen te verstrekken concept-rapport, welke reactie met het commentaar van de deskundigen daarop zal worden opgenomen in het definitieve rapport.

Ten slotte zal een nieuws- en advertentieblad worden aangewezen overeenkomstig het in de Ow bepaalde.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

spreekt uit ten name van de Staat en ten algemenen nutte de vervroegde onteigening, vrij van alle lasten en rechten daarop rustende, van:

een gedeelte ter grootte van 1.241 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1004, groot 4.970 m², zoals aangeduid met grondplannummer 54.1 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen, thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1760 ter grootte van 1.241 m²;

een gedeelte ter grootte van 4.864 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1291, groot 37.780 m², zoals aangeduid met grondplannummer 54.2 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen, thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1764 ter grootte van 4.864 m²;

een gedeelte ter grootte van 2 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1291, groot 37.780 m² zoals aangeduid met grondplannummer 54.4 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen, thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1766 ter grootte van 2 m²;

een gedeelte ter grootte van 4.600 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1009, groot 16.050 m² zoals aangeduid met grondplannummer 55.1 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen, thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1756 ter grootte van 4.600 m²;

en gedeelte ter grootte van 262 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1228, groot 1.175 m² zoals aangeduid met grondplannummer 55.2 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen, thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1759 ter grootte van 262 m²;

een gedeelte ter grootte van 2.675 m² van het perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1426, groot 3.140 m², zoals hiervoor sub 4 genoemd en aangeduid met grondplannummer 55.5 op de aan dit vonnis gehechte kaart met bijbehorend Grensovereenstemmingsformulier,

het volledige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1007, groot 3.540 m², zoals aangeduid met grondplannummer 55.6 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen,

een gedeelte ter grootte van 184 m² van het voormalige perceel kadastraal bekend gemeente Born, sectie I, nummer 1005, groot 2.160 m² zoals aangeduid met grondplannummer 55.8 op de bij het KB van 8 november 2021 behorende grondplantekeningen, thans bekend als gemeente Born sectie I nummer 1762 ter grootte van 184 m²;

bepaalt het door de Staat aan VDL Vastgoed te betalen voorschot op de schadeloosstelling op € 183.210,00,

bepaalt het door de Staat aan VDL Nedcar te betalen voorschot op de schadeloosstelling op € 604.058,00,

bepaalt dat de Staat desverlangd het bijkomende aanbod - genoemd onder rov. 2.5 - gestand dient te doen,

bepaalt het door de Staat aan Tennet en Petrochemical Pipeline te betalen voorschot op de schadeloosstelling op nihil,

verstaat dat de Staat met WML en NV DSM een regeling heeft getroffen, zodat ten aanzien van deze derden-belanghebbenden geen bedrag van (het voorschot) op de schadeloosstelling meer hoeft te worden bepaald,

draagt de deskundigen mr. J.A.M.A. Sluysmans, mr. H.J.A. van Hoogmoed en ing. P.J.T.E. van Helvoort op de schade te begroten van VDL c.s. en Tennet en Petrochemical Pipeline, welke door de onteigening zal worden toegebracht,

draagt de deskundigen op om – alvorens een definitief rapport ter griffie te deponeren – uiterlijk op een door hen met partijen af te spreken datum een concept rapport aan partijen toe te zenden en partijen in de gelegenheid te stellen om daar binnen vier weken op te reageren, en wijst de deskundigen erop dat in het definitieve rapport gemotiveerd dient te worden ingegaan op de eventuele reacties van partijen,

verstaat dat de deskundigen voor zover nodig door de zorg van de Staat in het bezit worden gesteld van de gedingstukken,

verstaat dat partijen hebben afgezien van het recht om een bezwaarschrift in te dienen tegen het definitieve rapport,

wijst aan als nieuwsblad, waarin dit vonnis bij uittreksel binnen acht dagen nadat het gezag van gewijsde heeft gekregen en de aankondiging als bedoeld in artikel 28 Ow door de zorg van de griffier zullen worden geplaatst, “Dagblad de Limburger”, editie Zuid,

verwijst de zaak naar de rol van 10 augustus 2022 voor depot deskundigenbericht,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?