RECHTBANK LIMBURG
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
17 augustus 2022 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., gevestigd te [plaats] , verzoekster 1
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 22/1596
[naam 2] B.V., gevestigd te [plaats] , verzoekster 2
gezamenlijk te noemen: verzoeksters
(gemachtigde: mr. Q.W.J. de Ruijter),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas, verweerder
(gemachtigde: mr. [naam gemachtigde] ).
Procesverloop
Bij besluit van 10 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek om openbaarmaking gedeeltelijk ingewilligd.
Bij besluit van 13 juni 2022 (het bestreden besluit), verzonden op 14 juni 2022, heeft verweerder het bezwaar van verzoeksters ongegrond verklaard.
Verzoeksters hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2022. Verzoeksters hebben zich laten vertegenwoordigen door [naam persoon] en hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De voorzieningenrechter kan een voorziening treffen, als is voldaan aan de vereisten die in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) staan vermeld. In dit artikel is bepaald dat indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. De voorzieningenrechter concludeert dat aan de twee in artikel 8:81 van de Awb neergelegde formele vereisten is voldaan, nu verzoeksters een beroepschrift hebben ingediend tegen het besluit ter zake waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd en de bestuursrechter bevoegd moet worden geacht om van de hoofdzaak kennis te nemen. Ten aanzien van de gestelde onverwijlde spoed overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
4. Ter onderbouwing van de vereiste spoed hebben verzoeksters naar voren gebracht dat zij de gevraagde documenten nodig hebben voor andere lopende beroepsprocedures, waaronder een dwangsomprocedure. Zij geven aan dat zij de gevraagde informatie graag ontvangen voordat de zaken op zitting worden behandeld zodat zij zich hierop beter kunnen voorbereiden. Verder is volgens verzoeksters de vereiste spoed gelegen in de omstandigheid dat verweerder voornemens is 61 arbeidsmigranten op straat te zetten.
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vereiste spoed in het onderhavige geval niet is aangetoond. Zij overweegt daartoe dat de lopende beroepsprocedures waaraan verzoeksters refereren nog niet op zitting zijn geagendeerd, zodat hierin niet de vereiste spoed kan zijn gelegen. Evenmin is gebleken dat de aangehaalde last onder dwangsom thans gereed is om verbeurd te worden. Voor zover verzoeksters stellen dat verweerder voornemens zou zijn om 61 arbeidsmigranten op straat te zetten, kan hierin, nog daargelaten dat een deugdelijke onderbouwing van deze stelling ontbreekt, voor deze procedure niet de vereiste spoed worden gevonden.
6. Tot slot wijst de voorzieningenrechter erop dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden en dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van mr. D.S.A.W. Raes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2022.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
Afschrift verzonden aan partijen op: 22 augustus 2022
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.