RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 9943201 \ CV EXPL 22-2846
Vonnis van 14 december 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEASEPROCES B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Leaseproces B.V.,
gemachtigde: mr. A. Frederiksen,
tegen
[gedaagde] ,
te [adres] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M. de Boorder.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Door ondertekening van een offerte is op 4 mei 2006 een overeenkomst tot stand gekomen tussen Leaseproces B.V. en [gedaagde] met de volgende inhoud:
“Hierbij bevestigen wij u dat wij bereid zijn om voor u een procedure te voeren tegen Dexia Bank voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton.
Naast de onderzoekskosten van € 125,- dient u een bedrag van € 196,- aan griffierechten te betalen. Dit bedrag wordt door de rechtbank in rekening gebracht. U betaalt dus in totaal het bedrag van € 321,-.
Wij berekenen hiervoor de volgende percentages over het resultaat, d.w.z. het voordeel voor u ten opzichte van het bemiddelingsvoorstel Duisenberg:
30% over de eerste € 10.000,-;
20% over het meerdere tot € 20.000,-;
10% over het meerdere tot € 30.000,-;
5% over het meerdere vanaf € 30.000,-.
Deze percentages zijn ook verschuldigd als met Dexia een schikking wordt getroffen. Voor een schikking is altijd uw toestemming nodig.
(…)
Betaling van de onderzoekskosten van € 125,-, alsmede de griffierechten a € 196,- door middel van een automatische incasso. Door ondertekening van deze offerte machtigt u ons tot incasso van dit bedrag van uw rekeningnr. (…).”
Eveneens op 4 mei 2006 heeft [gedaagde] een volmacht ondertekend waarin zij
“verklaart bij dezen volmacht te geven aan Mr. G. van Dijk, kantoorhoudende aan de Kabelweg 37, 1014 BA Amsterdam, met recht van substituties, om namens haar in het geschil met Dexia Bank Nederland N.V. (hierna: “Dexia”) terzake van het bovengenoemde contract:
alle naar zijn oordeel noodzakelijke correspondentie en overleg met Dexia te voeren en Dexia te verzoeken om alle correspondentie uitsluitend naar Leaseproces te Amsterdam te zenden,
een gerechtelijke procedure aan te spannen tegen Dexia terzake van bovengenoemd geschil en om in die procedure tevens verweer te voeren tegen eventuele tegenvorderingen van Dexia.
(…)”
Bij beschikking van 25 januari 2007 heeft het Gerechtshof Amsterdam een overeenkomst tussen Dexia en anderen verbindend verklaard (de zogenaamde Duisenbergregeling). Leaseproces B.V. heeft voor [gedaagde] een opt-out verklaring uitgebracht, waarmee [gedaagde] niet gebonden was aan de Duisenbergregeling.
[gedaagde] heeft op 17 december 2013 een vaststellingsovereenkomst met Dexia gesloten. Leaseproces B.V. was niet betrokken bij en niet bekend met deze vaststellingsovereenkomst. [gedaagde] heeft met het sluiten van de vaststellingsovereenkomst voordeel genoten ten opzichte van de Duisenbergregeling.
3. Het geschil
Leaseproces B.V. vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. [gedaagde] te veroordelen om aan Leaseproces B.V. tegen bewijs van kwijting te betalen:
een bedrag van € 2.947,12 in hoofdsom;
een bedrag van € 90,72 ter zake vervallen rente tot en met 15 juni 2022;
de wettelijke rente over € 2.947,12 vanaf 16 juni 2022 tot de dag der algehele voldoening;
subsidiair
II. te verklaren voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld tegenover Leaseproces B.V.;
III. [gedaagde] te veroordelen aan Leaseproces B.V. tegen bewijs van kwijting te betalen:
Een bedrag van € 2.947,12 in hoofdsom;
Een bedrag van € 575,75 ter zake vervallen rente tot en met 15 juni 2022;
De wettelijke rente over € 2.947,12 vanaf 16 juni 2022 tot de dag der algehele voldoening;
primair en subsidiair
IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Leaseproces B.V. van een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 419,71, althans een in goede justitie van te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2022 tot de dag der algehele voldoening;
V. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het geding en de nakosten.
Aan haar vordering legt leaseproces B.V. ten grondslag de tussen partijen gesloten overeenkomst van 4 mei 2006. Ingevolge die overeenkomst heeft Leaseproces B.V. de belangen behartigd van en werkzaamheden verricht voor [gedaagde] . Bij factuur van 21 november 2020 heeft Leaseproces B.V. een bedrag van € 2.947,12 bij [gedaagde] in rekening gebracht.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Leaseproces B.V. ingevolge de tussen partijen op 4 mei 2006 gesloten overeenkomst gehouden was een procedure tegen Dexia te voeren. Dit heeft Leaseproces B.V. niet gedaan. Na vele jaren te hebben afgewacht heeft [gedaagde] uiteindelijk zelf een schikking met Dexia getroffen. Dit mede nu [gedaagde] van de BKR-registratie af wilde en dit met het afwachten door Leaseproces B.V. niet gebeurde.
Op de stellingen van partijen zal hier, voor zover relevant, worden ingegaan.
4. De beoordeling
Partijen zijn verdeeld over de uitleg van de op 4 mei 2006 tussen hen gesloten overeenkomst.
De tussen partijen gesloten overeenkomst is aan te merken als een zogenaamde no-cure, no-pay-overeenkomst. Indien [gedaagde] een voordeel behaalt ten opzichte van de Duisenbergregeling dient zij een (overeengekomen) percentage van dat voordeel aan Leaseproces B.V. te betalen. Wordt er geen voordeel behaald, dan is [gedaagde] niets aan Leaseproces B.V. verschuldigd (buiten de onderzoekskosten en het griffierecht).
Uit de overeenkomst van 4 mei 2006 volgt dat Leaseproces B.V. bereid was om voor [gedaagde] een procedure te voeren voor de rechtbank. Inherent aan het voeren van een procedure is naar het oordeel van de kantonrechter, de aan zo’n procedure voorafgaande buitengerechtelijke werkzaamheden. Genoegzaam kan worden vastgesteld dat Leaseproces B.V. (buitengerechtelijke) werkzaamheden ten behoeve van [gedaagde] heeft verricht. [gedaagde] heeft immers onweersproken herhaaldelijk stukken aangeleverd en inlichtingen verstrekt om die werkzaamheden van Leaseproces B.V. mogelijk te maken.
Het verweer van [gedaagde] komt er eigenlijk op neer dat het voor [gedaagde] (allemaal) te lang duurde en zij uiteindelijk zelf met Dexia, al dan niet via bemiddeling van een derde partij, een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. Gesteld noch gebleken is echter dat [gedaagde] haar ongenoegen over de duur van de gang van zaken aan Leaseproces B.V. kenbaar heeft gemaakt, dat zij Leaseproces B.V. tot actie heeft gemaand of Leaseproces B.V. in gebreke heeft gesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter had dit wel op de weg van [gedaagde] gelegen. Nu ligt er een nog steeds geldige overeenkomst tussen Leaseproces B.V. en [gedaagde] ter zake het tussen Dexia en [gedaagde] bestaande geschil en sluit [gedaagde] buiten weten van Leaseproces B.V. een vaststellingsovereenkomst met Dexia.
Vaststaat dat [gedaagde] voordeel heeft genoten ten opzichte van de Duisenbergregeling. Onweersproken is dat de tussen Dexia en [gedaagde] gesloten overeenkomst van effectenlease met een restschuld is geëindigd, welke [gedaagde] in beginsel (deels) aan Dexia diende te betalen. Ingevolge de met Dexia gesloten vaststellingsovereenkomst keert Dexia aan [gedaagde] nog een bedrag uit. Ingevolge de overeenkomst van 4 mei 2006 is [gedaagde] dan een vergoeding aan Leaseproces B.V. verschuldigd, inhoudende een percentage over het behaalde voordeel. [gedaagde] heeft niet betwist dat het door haar behaalde voordeel € 10.455,86 bedraagt, terwijl zij evenmin de juistheid van de door Leaseproces B.V. berekende vergoeding ad € 2.947,12 heeft betwist. De door Leaseproces B.V. gevorderde hoofdsom is hiermee voldoende komen vast te staan en de primaire vordering zal worden toegewezen.
Leaseproces B.V. vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Leaseproces B.V. heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom en rente
€
3.037,84
- buitengerechtelijke incassokosten
€
419,71
+
totaal
€
3.457,55
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Leaseproces B.V. als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
107,22
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
€
436,00
(2,00 punten × € 218,00)
Totaal
€
1.230,22
De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Leaseproces B.V. te betalen een bedrag van € 3.457,55, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.947,12, met ingang van 16 juni 2022 en over € 419,71 vanaf 14 juni 2022, telkens tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Leaseproces B.V. tot dit vonnis vastgesteld op € 1.230,22,
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 109,00 aan salaris gemachtigde,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2022.