ECLI:NL:RBLIM:2023:7696

ECLI:NL:RBLIM:2023:7696

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 15-11-2023
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer C/03/316241 / JE RK 23-597 en C/03/323726 / JE RK 23-1907
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Roermond

Zaaknummers: C/03/316241 / JE RK 23-597 en C/03/323726 / JE RK 23-1907

Datum uitspraak: 15 november 2023

Beschikking van de rechtbank over een ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg,

locatie Maastricht, hierna te noemen: de Raad,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

De rechtbank merkt in de zaak van de ondertoezichtstelling als toehoorder en in de zaak van de gesloten jeugdhulp als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

hierna te noemen: de GI.

In de zaak met zaaknummer C/03/316241 / JE RK 23-597 wederom gezien de stukken waaronder de beschikking van 15 mei 2023.

1. Het (verdere) verloop van de procedure

Het (verdere) procesverloop in de zaak met zaaknummer C/03/316241 / JE R23- 597 blijkt uit de volgende stukken:

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ingekomen bij de griffie op 31 maart 2023;

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ingekomen bij de griffie op 27 oktober 2023;

de beschikking van de kinderrechter van 15 mei 2023.

Het procesverloop in de zaak met zaaknummer C/03/323726 / JE RK 23-1907 blijkt uit de volgende stukken:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 oktober 2023;

de instemmende verklaring van 26 oktober 2023 met bijbehorende aanvulling van 2 november 2023 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 14 november 2023 heeft de rechtbank de mondelinge behandeling in de zaak met zaaknummer C/03/316241 / JE RK 23-597 met gesloten deuren voortgezet. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met het verzoek machtiging gesloten jeugdhulp C/03/323726 / JE RK 23-1907 en de strafzaken waarin [minderjarige] als verdachte is aangemerkt met de parketnummers 03.127192.23, 03.044040.23 (tul) en 03.288359.23 en de vordering gevangenhouding parketnummer 03.127192.23.

Daarbij waren aanwezig:

[minderjarige] , bijgestaan door mr. J.J. Baltus;

de vader;

- de moeder;

een vertegenwoordiger van de Raad;

twee vertegenwoordigers van de GI;

de officier van justitie.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn vader.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Ter onderbouwing van het verzoek stelt de Raad dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en verder afglijdt. Eerder ingezette hulpverlening heeft dit helaas niet kunnen voorkomen. Ook opgelegde straffen hebben niet het beoogde resultaat gehad. Het lukt [minderjarige] niet om zich gedurende een langere periode aan afspraken te houden. [minderjarige] onttrekt zich herhaaldelijk aan het gezag en begeleiding van de jeugdreclassering. Antisociale vrienden hebben een negatieve invloed op [minderjarige] . [minderjarige] gaat al anderhalf jaar niet naar school. Er is sprake van een stoornis in cannabisgebruik en een normoverschrijdende gedragsstoornis. [minderjarige] ontwikkelt onvoldoende naar zelfstandigheid. Zijn ouders praten zijn gedrag goed en vragen telkens nieuwe kansen. Op deze manier leert [minderjarige] onvoldoende verantwoordelijkheid te dragen voor zijn eigen gedrag. Het lijkt erop dat de ouders niet (meer) kunnen en/of willen meewerken aan hulpverlening, dus is een gedwongen kader van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Met meer begrenzing krijgt [minderjarige] waarschijnlijk meer grip op zijn leven en minder kans om toe te geven aan primaire impulsen en cannabisgebruik.

De Raad verzoekt tevens een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.

Ter zitting heeft de Raad aangevuld dat beide verzoeken worden gehandhaafd. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Op dit moment zijn veiligheid, stabiliteit en nabijheid belangrijk voor [minderjarige] . Hij heeft strafbare feiten gepleegd en er zijn signalen dat [minderjarige] onderdeel uitmaakt van een crimineel netwerk. Ondanks de goede intenties die [minderjarige] (telkens) opnieuw heeft, blijkt uit het verleden dat hij een hele periode niet heeft meegewerkt aan de hulpverlening. Er is op dit moment te weinig vertrouwen in de woorden van [minderjarige] . Zowel de GI als de Raad hebben contact gehad met de plaatsingscommissie. Er is op dit moment een plek voor [minderjarige] beschikbaar bij Via Jeugd in Cadier en Keer. De ouders proberen goede keuzes te maken, maar er moet systemisch worden ingestoken zodat hun gezagspositie wordt hersteld.

4. Het standpunt van de belanghebbenden

De vader is het eens met een ondertoezichtstelling, maar vindt een gesloten plaatsing een te grote stap. De vader vindt dat [minderjarige] nog een kans verdient om zich te bewijzen en naar school kan gaan. Hij heeft naar voren gebracht dat [minderjarige] de tijd die hij vast heeft gezeten als traumatisch heeft ervaren. Hij zou naar school kunnen, maar vanwege de enkelband heeft de school toen aangegeven dat [minderjarige] eerst een paar maanden moest gaan werken. Hij had een baan gevonden, maar is daar - kort voordat hij een contract kon tekenen – ontslagen. Werk zoeken lukte hem niet en toen sloeg de verveling toe. Bij het horen van het advies dat de enkelband met zes maanden moest worden verlengd, werd het [minderjarige] teveel. Hij heeft zijn enkelband doorgeknipt en had meteen spijt, maar zag geen weg terug. Hij heeft niet in een onveilige situatie gezeten, want hij was bij zijn broer of zijn moeder. Zowel de vader als ook de moeder hebben dit niet gemeld, omdat [minderjarige] anders het vertrouwen in hen kwijt zou raken. [minderjarige] heeft zich uiteindelijk zelf gemeld.

De moeder sluit zich aan bij hetgeen door de vader naar voren is gebracht.

5. De mening van [minderjarige]

heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij niet gesloten geplaatst wil worden. Hij begrijpt dat hij in het verleden kansen heeft gehad die hij verprutst heeft. [minderjarige] wil weer naar school en verder met zijn leven. Hij heeft een vriendin en met haar ziet hij een kans op een goede toekomst. [minderjarige] wil graag bij zijn vader wonen. [minderjarige] heeft spijt van de keuzes die hij heeft gemaakt. In de jeugdgevangenis is hij in contact gekomen met jongens die niets te verliezen hebben. Hij voelt zich daar niet thuis en wil niet zo worden als deze jongens. [minderjarige] geeft aan dat hij bij een gesloten plaatsing bij dit soort type jongeren komt en dat zou juist meer kapot maken. [minderjarige] wil meewerken aan een ondertoezichtstelling en ziet daar het nut wel van in.

6. De beoordeling

Ondertoezichtstelling

Uit het bepaalde in artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een minderjarige onder toezicht kan worden gesteld indien deze zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn gezaghebbende ouder(s), door hen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Voorts dient de verwachting gerechtvaardigd te zijn dat de gezaghebbende ouders binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat zijn te dragen.

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De rechtbank is van oordeel dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Er is sprake van een onvoldoende stabiel opvoedklimaat, waarin [minderjarige] in een loyaliteitsconflict tussen ouders lijkt te zijn gekomen. Hij heeft een moeilijke tijd gekend met de partner van zijn vader, waarop zijn vader heeft besloten een eigen woning te zoeken waar hij samen woont met [minderjarige] . De vader verblijft een deel van de tijd thuis maar ook een deel van de tijd in de woning van zijn vrouw. Dat betekent dat [minderjarige] een deel van de tijd alleen in de woning verblijft. De band met zijn moeder is er een van aantrekken en afstoten. [minderjarige] heeft veel moeite met de nieuwe partner van de moeder. [minderjarige] heeft niet veel contact met zijn moeder. [minderjarige] gaat al geruime tijd niet naar school en heeft geen zinvolle dagbesteding. Hij is meerdere malen in contact gekomen met politie en justitie vanwege het plegen van strafbare feiten. Er is mogelijk sprake van een crimineel netwerk waar [minderjarige] onderdeel van uitmaakt. Het is van belang dat er rust komt voor [minderjarige] zodat hij zich op een veilige manier kan ontwikkelen. De rechtbank vindt het positief om te horen dat de ouders nu open staan voor hulpverlening. Hulpverlening in het verleden is ontoereikend gebleken en dit in combinatie met de (eerder) ambivalente houding van de ouders richting de hulpverlening, maakt dat hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk is.

De verwachting is vooralsnog gerechtvaardigd dat binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn de ouders weer in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] te dragen.

De rechtbank zal daarom [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

Gesloten jeugdhulp

Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2 Jeugdwet (Jw) kan de kinderrechter een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven (gesloten jeugdhulp), indien (a) de jeugdige onder toezicht is gesteld, (b) de voogdij over de jeugdige bij een gecertificeerde instelling berust, of (c) degene die, anders dan bedoeld onder b, de wettelijke vertegenwoordiger is, met de opneming en het verblijf instemt. Een machtiging gesloten jeugdhulp kan slechts worden verleend indien deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei-of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid belemmeren. Ook dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1. lid 6 Jw dient bij het verzoek ook te zijn overgelegd een instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper, die de jeugdige met het ook daarop kort van tevoren heeft onderzocht. Een dergelijke verklaring van 26 oktober 2023, aangevuld op 2 november 2023, bevindt zich bij de stukken.

Uit de door de Raad aangevoerde en ter zitting toegelichte gronden - die worden onderschreven door de gedragswetenschapper - die de rechtbank overneemt en tot de hare maakt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [minderjarige] ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft, die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Het zelfbepalende gedrag vanuit de normoverschrijdende gedragsstoornis, zijn onvoorspelbare houding ten aanzien van het al dan niet meewerken aan hulpverlening en de periodes dat hij onvindbaar was, maken het noodzakelijk dat er moet worden ingegrepen met een gesloten plaatsing. Eerdere beloftes die [minderjarige] heeft gemaakt om mee te werken en te veranderen, zijn niet nagekomen. In plaats van verbetering is zichtbaar dat [minderjarige] aan het afglijden is. Het is belangrijk dat er nu een periode van stabilisatie komt, waarin gekeken kan worden naar een perspectiefplan betreffende wonen en dagbesteding/school en de rol van ouders daarbij. Nú moet er doorgepakt worden, zeker omdat [minderjarige] , zo is de rechtbank gebleken, echt van goede wil is en het anders wil gaan aanpakken, hoewel het hem tot op heden, met alle hulp en goede bedoelingen, niet is gelukt. [minderjarige] wordt over ongeveer een jaar 18. Het is van belang dat een goede basis wordt gelegd voor een nieuwe start zodat [minderjarige] tot aan het bereiken van de meerderjarigheid nog optimaal kan profiteren van de mogelijkheden aan steun die hem nu nog geboden kunnen worden. De rechtbank is van oordeel dat het verlenen van een machtiging gesloten plaatsing op dit moment noodzakelijk is om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen zodat hij zich kan focussen op zijn ontwikkeling en kans maakt de positieve draai te maken.

De rechtbank zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor een periode van 4 maanden. De rechtbank acht deze kortere termijn, anders dan de verzochte termijn van 6 maanden, voldoende om een plan in de steigers te zetten en van daaruit verder te werken. De rechtbank wijst het verzoek voor het overige af.

Onder verwijzing naar artikel 6.1.12 lid 1 Jw wijst de rechtbank erop dat een verleende machtiging gesloten jeugdhulp van rechtswege bij voorraad uitvoerbaar is.

7. De beslissing

De rechtbank:

In de zaak met zaaknummer C/03/316241 / JE RK 23-597:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg met ingang van 14 november 2023 tot 14 november 2024;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

In de zaak met zaaknummer: C/03/323726 / JE RK 23-1907

verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang 16 november 2023 tot 16 maart 2024;

wijst het overige af.

Deze beslissing is schriftelijk gegeven en op schrift gesteld op 15 november 2023 door

mr. M.B.T.G. Steeghs, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. M.A. Teeuwissen, allen kinderrechter, in aanwezigheid van M.S.E.M. Oude Hengel, griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B.T.G. Steeghs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?