ECLI:NL:RBLIM:2024:10347

ECLI:NL:RBLIM:2024:10347, Rechtbank Limburg, 04-12-2024, 03.001842.24

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 04-12-2024
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 03.001842.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03/001842-24, 03/224967-24 (ttz.gev.), 03/037178-23 (tul), 03/072336-22 (tul) en 03/243102-18 (tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 december 2024

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd in [P.I.] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 20 november 2024. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Slachtoffers [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ), [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ), [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ), [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) en [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] is op de zitting gehoord. Namens de benadeelde partij [slachtoffer 3] is ter terechtzitting gehoord haar zoon [naam 1] .

De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) met het parketnummer 03/207491-24.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er - nadat in parketnummer 03/001842-24 ter terechtzitting van 20 september 2024 een aanpassing van de omschrijving van de feiten is toegelaten en ter terechtzitting van 20 november 2024 wijziging van de feiten 2 en 3 is toegelaten - kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

03/001842-24

Feit 1: op 2 januari 2024 in Maastricht heeft geprobeerd uit een woning aan de [adres 2] goederen toebehorend aan [naam 2] weg te nemen door middel van braak;

Feit 2: op 4 december 2023 in Elsloo heeft geprobeerd uit een woning aan de [adres 3] goederen toebehorend aan [slachtoffer 1] weg te nemen door middel van braak;

Feit 3: in de periode van 2 tot en met 5 december 2023 in Valkenburg aan de Geul uit een woning aan de [adres 4] een televisie toebehorend aan [slachtoffer 2] heeft weggenomen door middel van braak en inklimming;

Feit 4: op 31 december 2023 in Maastricht uit een woning aan de [adres 5] een hoeveelheid juwelen, toebehorend aan [naam 3] heeft weggenomen door middel van braak en inklimming;

Feit 5: in de periode van 7 december 2023 tot en met 2 januari 2024 in Maastricht een laptop voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 6: op 31 december 2023 in Maastricht in de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning aan de [adres 6] een geldbedrag van € 3.000,00 heeft weggenomen door middel van braak, terwijl de diefstal gepaard is gegaan met (bedreiging met) geweld tegen [slachtoffer 3] ;

Feit 7: in de periode van 29 tot en met 30 december 2023 in Maastricht samen met een ander in een woning op het [adres 7] een hoeveelheid juwelen en geldbedragen toebehorend aan [naam 10] en/of [slachtoffer 4] heeft weggenomen door middel van braak en verbreking;

Feit 8, primair: in de periode van 6 tot en met 7 december 2023 in Maastricht een laptop toebehorend aan [slachtoffer 5] heeft weggenomen door middel van braak;

Feit 8, subsidiair: op 2 januari 2024 in Maastricht een laptop voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 9: in de periode van 21 december 2023 tot en met 1 januari 2024 in Maastricht uit een woning aan het [adres 8] goederen toebehorend aan [slachtoffer 6] heeft weggenomen door middel van braak;

Feit 10: in de periode van 21 december 2023 tot en met 1 januari 2024 in Maastricht opzettelijk goederen toebehorend aan [slachtoffer 6] heeft vernield.

03/224967-24

in de periode van 16 tot en met 22 mei 2024 in Sittard meermalen [naam 4] (hierna: [naam 4] ) mondeling heeft bedreigd.

3. De voorvragen

Onder feit 5 en onder feit 8 subsidiair is hetzelfde feitencomplex ten laste gelegd. Ter zitting heeft de officier van justitie aangegeven dat het de uitdrukkelijke bedoeling van de steller van de tenlastelegging is geweest de heling van de laptop op 2 januari 2024 aan verdachte te verwijten (feit 8 subsidiair). Dat maakt dat niet duidelijk is waar het feit zoals tenlastegelegd onder 5 betrekking op heeft. Op dit punt voldoet de dagvaarding niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Om die reden zal de rechtbank de dagvaarding voor zover die betrekking heeft op feit 5 partieel nietig verklaren.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de in parketnummer 03/001842-24 onder feit 8, primair ten laste gelegde diefstal van een laptop. Voor de diefstal van de laptop ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs.

Het standpunt van de verdediging

03/001842-24

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde onder de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 8 primair, 9 en 10.

Met betrekking tot feit 6 heeft de verdediging verzocht de verdachte partieel vrij te spreken van de in de tenlastelegging omschreven geweldshandelingen. Voor feit 7 en feit 8 subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

03/224967-24

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van de bedreiging van [naam 4] .

Voor zover van belang worden de inhoudelijke standpunten van de officier van justitie en de verdediging hierna uitvoeriger uiteengezet in de daarop betrekking hebbende overwegingen van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

03/001842-24

Vrijspraak van feit 1, feit 8 primair, feit 9 en feit 10

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen van het tenlastegelegde onder feit 1, feit 8 primair, feit 9 en feit 10. De rechtbank zal de verdachte dan ook van deze feiten vrijspreken.

Bewezenverklaring in verband met de bekennende verklaring van de verdachte ter zake feit 7 en feit 8 subsidiair

Aangezien de verdachte deze feiten ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

feit 7:

de aangifte van [naam 5] , namens [slachtoffer 4] , van 30 december 2023, pagina 337;

de bij deze aangifte behorende goederenbijlage van 16 januari 2024, pagina 340 tot en met 342;

de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 november 2024.

feit 8, subsidiair:

de aangifte van [slachtoffer 5] van 7 december 2023, pagina 441;

het proces-verbaal van doorzoeking [adres 1] in Maastricht van 3 januari 2024, pagina 631 en 632;

de daarbij behorende kavellijst, pagina 635 en 636;

de kennisgeving van inbeslagneming van 2 januari 2024 betreffende laptop zilverkleurig, serienummer [nummer] ;

de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 november 2024.

De rechtbank komt ook tot een bewezenverklaring van de feiten 2, 3, 4 en 7. De rechtbank komt eveneens tot een bewezenverklaring van feit 6 met uitzondering van het tenlastegelegde gepleegde geweld.

De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het navolgende.

Feit 2

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat op 4 december 2023 tussen 07.30 uur en 22.45 uur geprobeerd is in te breken in haar woning gelegen aan de [adres 3] in Elsloo.

Op 4 december 2023 omstreeks 07.30 uur verliet haar vriend de woning, die was afgesloten en in onbeschadigde toestand. Om 22.45 uur, kwamen aangeefster en haar vriend terug bij hun woning en zagen dat de deur rechts van de woning open stond. In het portiek lag een plank op de grond, afkomstig van de deur. De deur die zich aan de achterste zijde van het terrein bevond, stond open. Er was braakschade te zien op het kozijn van de keukendeur en de knip van het klapraampje boven de keukendeur was kapot. Op het raam links van de keukendeur zagen ze afdrukken lijkend op braakschade.

Op de locatie [adres 3] in Elsloo is forensisch onderzoek verricht. In het woonkamerraam, in de rechts gelegen raamvleugel met kozijn zijn sporen van braak in de vorm van indruk-, tegendruk- en krassporen aangetroffen. In de achterdeur en het sluitkozijn van de achterdeur zijn sporen van braak aangetroffen in de vorm van indruk-, tegendruk- en krassporen. Het uitzetijzer van het bovenlicht was met een touwtje vastgemaakt. De schroeven van het uitzetijzer waren uit het kozijn. Op de ruit van het bovenlicht, aan de binnenzijde, waren vegen en fragmenten van handschoenen zichtbaar. Gezien de plaats van aantreffen en het feit dat het fragmenten van handschoenen waren, betroffen dit dadersporen. Van de handschoensporen op deze ruit is een epitheel-spoor afgenomen en voorzien van SIN-nummer AAQX2179NL.

Uit forensisch DNA-onderzoek verricht door The Maastricht Forensic Institute (hierna: TMFI) is gebleken dat de bemonstering AAQX2179NL een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man, bevat. Mogelijke donor van celmateriaal is de verdachte.

De hypothese dat de bemonstering van het spoor DNA bevat van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen wordt veel waarschijnlijker geacht dan de hypothese dat de bemonstering van het spoor DNA van drie onbekende, niet verwante personen betreft.

De verdachte heeft bij de rechter-commissaris over dit feit verklaard dat hij met een vriend in de woning is geweest.

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er braaksporen zijn aangetroffen en dat één van die sporen dadersporen betroffen. Het onderzoek van die sporen heeft een DNA-mengprofiel opgeleverd waarvan het ‘extreem veel waarschijnlijker’ is dat dit van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen afkomstig is dan van drie onbekende, niet verwante personen.

De rechtbank stelt voorop dat er geen enkele twijfel bestaat aan de door het TMFI opgestelde deskundigenrapportage. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding te veronderstellen dat één van de andere donoren die in het DNA mengprofiel voorkomen als mogelijke dader zou kunnen worden aangemerkt. Te meer daar de verdachte volgens zijn eigen verklaring bij de rechter-commissaris in de woning aanwezig is geweest.

Feit 3

Bewijsmiddelen

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 2 december 2023 omstreeks 14.00 uur zijn woning, gelegen aan [adres 4] in Valkenburg aan de Geul, via de voordeur heeft verlaten. Hij heeft de woning afgesloten en onbeschadigd achtergelaten.

Op 5 december 2023 heeft hij omstreeks 14.30 uur geprobeerd met zijn sleutel de voordeur van de woning te openen. Dit lukte niet omdat, naar later bleek, aan de binnenzijde een sleutel in het cilinderslot zat, waardoor de deur van buitenaf niet geopend kon worden.

In het hekwerk aan de achterzijde van de tuin zat een gat van ongeveer 15 centimeter. De enige manier waarop de tuin kan worden betreden is via de achterzijde van de tuin, middels inklimming over het hek. De achterdeur was niet volledig gesloten, het bovenste gedeelte van het achterraam was geopend en aan de buitenzijde van het achterraam stond een krukje onder het geopende raam. Op het witte krukje stonden afdrukken van schoenzolen.Aan de buitenzijde van het keukenraam, op de vensterbank, waren voetafdrukken zichtbaar. In de woning waren diversen kasten en lades geopend en de inhoud daarvan lag verspreid over de vloer. Op de binnenzijde van de deur aan de achterzijde van de woning, die toegang biedt tot de tuin, stak een sleutel in het sleutelgat, die aangever er niet ingestoken had.In de woonkamer stond een stoel met een zwart leren zitvlak, waarop voetafdrukken zichtbaar waren. Op de eerste verdieping, in de slaapkamer aan de linkerzijde vanaf de trap, was het bureau overhoop gehaald. Hier stond voorheen een televisie van het merk Samsung. Deze televisie was weggenomen.

Uit het forensisch onderzoek in de woning gelegen aan [adres 4] in Valkenburg aan de Geul is uit het sporenbeeld geconcludeerd dat de dader vermoedelijk via de oprit van huisnummer [huisnummer 1] naar de achtertuin is gelopen waar hij over het hekwerk is geklommen om naar de achtertuin van huisnummer [adres 4] te lopen. Daar is de dader via het keukenraam de woning binnengetreden. De dader heeft de voordeur op slot gedaanen de woning doorzocht. De dader is vermoedelijk via de keukendeur naar deachtertuin gelopen en heeft via dezelfde route het perceel verlaten.

Op het inklimraam in de bijkeuken is een epitheel-spoor afgenomen en voorzien van SIN-nummer AAQQ7351NL.

Uit forensisch DNA-onderzoek verricht door TMFI is gebleken dat de bemonstering AAQQ7351NL een onvolledig DNA-profiel van een man bevat. Mogelijke donor van celmateriaal is de verdachte.

De hypothese dat het spoor DNA van de verdachte bevat wordt extreem veel waarschijnlijker geacht dan de hypothese dat de bemonstering DNA van een onbekende, niet verwant persoon bevat.

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat in de woning is ingebroken en dat een televisie uit de woning is weggenomen. Forensisch onderzoek naar sporen op een inklimraam heeft een onvolledig DNA-profiel opgeleverd, afkomstig van een man, waarbij geconcludeerd wordt dat het extreem veel waarschijnlijker is dat het monster DNA van de verdachte bevat dan van een onbekende, niet verwante persoon.

De rechtbank heeft geen enkele twijfel aan de in de deskundigenrapportage vervatte conclusie van het TMFI. De verdediging heeft als verweer gevoerd dat bij het formuleren van de hypotheses ten onrechte is uitgegaan van niet met de verdachte verwante personen en heeft betoogd dat de berekening van de bewijswaarde wellicht anders zou zijn indien als uitgangspunt voor hypothese 2 zou worden genomen dat de bemonstering DNA bevat van een onbekende maar wél met de verdachte verwante persoon. Nu dit verweer iedere verdere onderbouwing ontbeert en zich richt tegen een DNA-onderzoek dat via een geaccrediteerde methode tot stand is gekomen, zal de rechtbank hieraan voorbij gaan.

De rechtbank acht de onder feit 3 ten laste gelegde woninginbraak dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

Bewijsmiddelen

Aangever [naam 6] heeft verklaard dat zijn vrouw op 31 december 2023 omstreeks 21.00 uur hun woning gelegen aan de [adres 5] in Maastricht heeft verlaten. De woning was afgesloten en aan de binnenkant van de achterdeur stak een sleutel. Op 1 januari 2024 omstreeks 01.40 uur lukte het de vrouw van aangever niet de voordeur met de sleutel te openen. Wel kreeg zij de achterdeur met de sleutel open, omdat er, anders dan toen zij de woning verliet, geen sleutel meer in het slot aan de binnenzijde van die deur zat.

Op de eettafel in de woonkamer lag een envelop met foto's op tafel die normaal in de kast liggen. Aan de binnenzijde van de voordeur staken de sleutels die zij bij het verlaten van de woning op de achterdeur had laten zitten. Op de eerste verdieping stonden de deuren van de kamers open en de kamers waren overhoop gehaald, de kastjes en lades stonden open. Op de zolder was ook alles overhoop gehaald en stonden de kastjes open.Op de eerste etage in de werkkamer van de vrouw des huizes was een zwart juwelenkistje leeggehaald dat sieraden bevatte die van haar moeder waren geweest. Aan de buitenkant van de voordeur zat ter hoogte van het slot een beschadiging op de deur en op het kozijn ter grootte van een kleine platte schroevendraaier.

Aangever heeft verklaard dat zijn buurman camerabeelden van zijn deurbel heeft waarop te zien is dat een onbekende man aan de poort van diens woning voelt. Dit vond plaats op 31 december 2023 omstreeks 21.44 uur.

Aangever heeft aanvullend verklaard dat hij heeft geconstateerd dat de zogenaamde ‘koekoek’ naar het kelderraam van zijn woning, welke normaliter met een luchtrooster is afgedekt, openstond. Het metalen rooster stond rechtop tegen de woning en het raam naar de kelder was kapot. Aangever zag een voetafdruk op de muur staan die niet van hemzelf of zijn vrouw afkomstig was.

Er is forensisch onderzoek verricht op de locatie [adres 5] in Maastricht.

Tijdens dit onderzoek is op de voordeur van de woning, ter hoogte van het slot, een kras gevonden die vermoedelijk veroorzaakt is door een meegebrachte kop-schroevendraaier. In de kelder op de grond lag glas afkomstig uit het raam van de koekoek. Bij het raam van de koekoek, op de vloer, bevonden zich platen van polystyreen (piepschuim). In het piepschuim zaten meerdere schoen-indruksporen die zijn veiliggesteld onder SIN-nummer AAKM1597NL.

Bij een doorzoeking in de woning van de verdachte werden onder meer vier paar schoenen van het merk Nike in beslag genomen.

Er is vergelijkend schoensporenonderzoek verricht tussen het schoenindrukspoor met SIN-nummer AAKM1597NL (spoor 1) en twee paar Nike schoenen van de verdachte, maat 42,5, zwart/groen en grijs van kleur, aangeduid als schoenen A en B.

Op grond van het vergelijkend schoensporenonderzoek concludeert de onderzoeker dat

spoor 1 is veroorzaakt met een rechterschoen, soortgelijk aan de rechterschoenen A en

B.

De in de aangifte vermelde beelden van de deurbel van de buurman, wonend [adres 9] in Maastricht zijn gevorderd en veiliggesteld. Bij onderzoek aan de verkregen camerabeelden is het beeld aangetroffen van een ‘onbekende man’ die zich op zondag 31 december 2023 omstreeks 21.45 uur ophield op de oprit van de bewoner [adres 5] in Maastricht. De afbeelding van de onbekende man is geplaatst op ‘BlueFocus’ waarbij om herkenning van de ‘onbekende man’ is gevraagd. Drie verbalisanten hebben op grond van deze afbeelding de verdachte herkend.

In verband met deze inbraak zijn de camerabeelden, gericht op de voordeur van de woning van verdachte, van 31 december 2023 bekeken.

[verdachte] verliet de woning om 18.07 uur.Om 20.24 uur ging de partner van [verdachte] de woning binnen.[verdachte] kwam kort na zijn partner aan en liep ook de woning binnen.Om 21.13 uur kwam [verdachte] kort naar buiten, pakte een rugzak uit de kast buiten naast devoordeur en liep weer naar binnen.Om 21.40 uur verliet [verdachte] de woning met andere kleding.Om 23.03 uur kwam [verdachte] weer thuis.Om 23.14 uur verliet [verdachte] de woning met zijn partner.Om 02.11 uur kwamen [verdachte] en zijn partner thuis.Om03.48 uur kwam [verdachte] naar buiten, pakte een rugzak uit de kast naast de voordeur en ging de woning weer binnen.Om 03.59 uur verliet [verdachte] de woning.Om07.27 uur kwam [verdachte] weer thuis met een tas in zijn linkerhand en een volle rugzak.Om 07.37 uur kwam [verdachte] naar buiten, legde de rugzak weer in de kast naast de voordeur en ging weer naar binnen.

In het chatverkeer tussen de verdachte (‘ [nickname 1] ’) en medeverdachte [medeverdachte] (‘ [nickname 2] ’) op 2 januari 2024 is het volgende gewisseld:

[nickname 1] zegt: “Ik was 31 december de hele dag thuis bij mij samen met jou. Laat me niet zakken je bent mijn alibi.”

[nickname 2] zegt hierop: “Ik laat jou zeker niet vallen wij waren samen de hele dag.”

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt vast dat de verdachte om 21.40 uur zijn woning gelegen aan het [adres 1] heeft verlaten en dat hij om 23.03 uur weer terug kwam bij zijn woning. De verdachte wordt herkend op beelden die, vier minuten na zijn vertrek bij zijn eigen woning op de oprit van de [adres 9] zijn genomen. De afstand tussen zijn woning en de [straat] is binnen die tijd te overbruggen. Vervolgens blijkt dat in de naastgelegen woning op [huisnummer 3] tussen 21:00 en 01:40 uur in de nacht is ingebroken en dat er bij die inbraak een schoenspoor wordt aangetroffen dat mogelijk is veroorzaakt met een rechter schoen, soortgelijk aan twee rechter schoenen van de verdachte. Bovendien vraagt de verdachte in het aangehaalde chatgesprek van 2 januari 2024 aan zijn vriendin hem een alibi voor die bewuste avond (31 december 2023) te geven.

Al die feiten in onderling verband en samenhang bekeken, maken dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte diegene was die in de woning aan de [adres 5] heeft ingebroken.

Feit 6

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat op 31 december 2023 tussen 04.00 en 06.00 uur door een man in haar woning aan de [adres 6] in Maastricht is ingebroken. Die man heeft een geldbedrag weggenomen dat eigendom is van een sportclub die door haar zoon [naam 1] wordt beheerd.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 20 november 2024 verklaard dat hij op 31 december 2023 in de woning aan de [adres 6] in Maastricht heeft ingebroken. Hij heeft een klauwhamer uit de schuur van aangeefster genomen. Hij heeft vervolgens de schuifpui aan de achterkant van de woning met de klauwhamer opengebroken en is de woning binnen gegaan. Hij heeft eerst de benedenverdieping doorzocht en is vervolgens naar boven gegaan. In één van die kamers heeft hij geld gevonden en meegenomen. In de woning is de verdachte op enig moment geconfronteerd met aangeefster, die in de woning aanwezig was ten tijde van de inbraak.

Bewijsoverwegingen

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de woning aan de [adres 6] in Maastricht heeft ingebroken en dat hij daar geld, toebehorende aan een ander, heeft weggenomen.

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte jegens aangeefster geweld heeft gepleegd. De verdachte heeft dit met klem ontkend. Hoewel aangeefster in haar aangifte wel over de dit geweld heeft verklaard en ook heeft verklaard daardoor letsel te hebben opgelopen, heeft de politie niets gerelateerd over bij aangeefster waargenomen letsel. Nu aangeefster bovendien heel wisselend heeft verklaard over door de verdachte tegen haar verrichte geweldshandelingen en over waar zij zich bevond toen dit geweld jegens haar werd uitgeoefend, kan de rechtbank, bij gebreke van bewijs dat de verklaring van aangeefster ondersteunt, niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat er daadwerkelijk sprake is geweest van uitgeoefend geweld jegens aangeefster. Dat maakt dat de rechtbank, gelet op het geldende adagium “in dubio pro reo” de verdachte partieel vrij zal spreken van de gepleegde geweldshandelingen.

03/224967-24

[naam 7] heeft namens [naam 4] , plv. vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting [PI] , aangifte gedaan van bedreiging, gepleegd tussen 16 mei 2024 om 02.35 uur en 17 mei 2024 om 14.00 uur. Aangeefster heeft verklaard dat naar aanleiding van vermoedens tot invoer van contrabanden door verdachte (als gedetineerde), is besloten om de door hem gevoerde telefoongesprekken uit te luisteren. In een op 17 mei 2024 om 10.03 uur gevoerd gesprek is onder meer het volgende beluisterd.

De verdachte zegt (vertaald vanuit het Limburgs dialect):

Moet je eens kijken dan kan ik [naam 8] bellen en [naam 9] snap je. Want ik laat datniet over mijn kant gaan snap je.Ik heb [naam 8] al gebeld gisteren en [naam 9] heb ik ze uitgelegd en ze hebben megezegd ja kijk waar hij uithangt dan regelen we dat wel, snap je?Komt goed. Zeg maar niet te veel over de telefoon anders heb ik straks weer gezeiverhier maar die krijgt zijn straf wel.Maak je geen zorgen. Zoek dat gewoon even uit voor me en dan zet ik [naam 8] er op en[naam 9] , klaar. Dan laat ik dat wel regelen, komt goed. (..)[naam 4] heet hij. [naam 4] de directeur. Die vieszak. (..)Maar die krijgt ze op de zak, die laat ik op de blaren zitten, heb ik hem ook gezegd,ik hou jou verantwoordelijk."

Op 22 mei 2024 werd gerapporteerd, in verband met de overplaatsing van de verdachte naar de Penitentiaire Inrichting in [plaatsnaam] dat de verdachte toen hij werd opgehaald dreigende taal in de richting van de directeur van Penitentiaire Inrichting [PI] uitte. Zijn woorden hadden de volgende strekking: ik weet waar hij woont en zal zorgen dat er wat mannetjes bij hem langs gaan. Hij zal stront vreten en zal weten met wie hij te doen heeft.

De audiobestanden van de telefoongesprekken die in de Penitentiaire Inrichting zijn opgenomen, zijn tevens door de politie beluisterd. Bij de beschrijving van de gehoorde personen wordt vermeld dat NN1 klinkt als een man en dat NN2 klinkt als een vrouw.

Om 02:05 op de tijdlijn van de VLC mediaplayer wordt door de stem van NN1 gezegd (vertaald vanuit het Limburgs dialect):“Je moet een kijken, dan kan ik [naam 8] toch bellen, die [naam 9] . Snap je, want ik laat dat niet over mijn kant gaan. Ik heb [naam 8] al gebeld, die [naam 9] gister. Ik heb ze uitgelegd. Ze hebben mij gezegd, ja kijk waar hij uithangt dan regelen wij dat wel".Om 03:43 op de tijdlijn van de VLC mediaplayer wordt door NN1 gezegd (vertaald vanuit het Limburgs dialect):

"Maar hij krijgt ze op de zak. Let maar op. Let maar op. Hij krijgt zijn straf.”

Kort hierna (vertaald vanuit het Limburgs dialect): "Ik zit vast maar ik heb ook mensen buiten. Wereldje is maar klein. Het komt goed, zeg maar niet te veel over de telefoon, anders heb ik dadelijk weer gezever hier. Hij krijgt zijn straf, die krijgt zijn straf wel. Maak je geenzorgen, die krijgt zijn straf. Zoek dat gewoon even uit voor me en daarna zet ik die[naam 8] er op, en [naam 9] , klaar. Laat ik dat wel regelen, komt goed."Om 06:43 op de tijdlijn van de VLC mediaplayer wordt door NN1 gezegd (vertaald vanuit het Limburgs dialect):

"[naam 4] heet hij. [naam 4] de directeur. Die vieszak."Om 07:32 op de tijdlijn van de VLC mediaplayer wordt door NN1 gezegd (vertaald vanuit het Limburgs dialect):

"Maar die krijgt ze op de zak, die laat ik op de blaren zitten, heb ik hem ook gezegd, ik hou jou verantwoordelijk." Kort gevolgd door: "Die krijgt zijn straf wel, maak je geen zorgen. Die krijgt zijn straf."

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de mannelijke deelnemer aan de gesprekken is en dat zijn vriendin, mevrouw [medeverdachte] , de vrouwelijke deelnemer aan de gesprekken is.

Bewijsoverweging

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wist dat de telefoongesprekken geen vertrouwelijk karakter hadden en afgeluisterd werden. [verdachte] zegt immers tegen [medeverdachte] : “zeg maar niet teveel over de telefoon, anders heb ik dadelijk weer gezever hier”, waaruit naar het oordeel van de rechtbank blijkt dat [verdachte] rekening hield met het feit dat de telefoonlijn werd getapt door de autoriteiten. De door de verdachte geuite bewoordingen zijn naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de aard van de bewoordingen en de context waarin die bewoordingen zijn gedaan, zonder meer bedreigend. Het “iemand op de zak geven” betekent in het Limburg dialect immers fysiek gewelddadig worden jegens die persoon. De verdachte heeft deze bedreigende uitlatingen in de richting van [naam 4] gedaan en die uitingen zijn laatstgenoemde ter kennis gekomen. Dat de verdachte dit alles heeft gezegd omdat hij emotioneel was onder de gegeven omstandigheden, nu hij een al langer durend conflict had met [naam 4] , doet er niet aan af dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging. Het verweer van de verdediging kan dan ook niet slagen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

03/001842-24 2op 4 december 2023 te Elsloo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning, aan de [adres 3] te Elsloo, alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om zich die wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van verbreking, een deur en een raam en een sluitkozijn van voornoemde woning en een slot van de tuinpoort van de woning heeft verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3in de periode van 2 december 2023 tot en met 5 december 2023 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, uit een woning, aan de [adres 4] te Valkenburg, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een televisie, toebehorend aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

4op 31 december 2023 te Maastricht, uit een woning aan de [adres 5] te Maastricht, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een hoeveelheid juwelen, toebehorende aan [naam 6] , heeft weggenomen met hetoogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

6op 31 december 2023 te Maastricht tussen 04.00 uur en 06.00 uur, uit een woning, gelegen aan de [adres 6] te Maastricht, een geldbedrag van 3000 euro toebehorend aan een ander dan aan verdachte heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

7in de periode van 29 december 2023 tot en met 30 december 2023 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 7] , te Maastricht, alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een hoeveelheid juwelen en meerderegeldbedragen, toebehorend aan [naam 10] en/of [slachtoffer 4] , heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

8subsidiair

op 2 januari 2024 te Maastricht, een laptop voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

03/224967-24

in de periode van 16 mei 2024 tot en met 22 mei 2024 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, meermalen [naam 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door tegen [medeverdachte] telefonisch te zeggen:"Ik heb [naam 8] al gebeld, die [naam 9] gisteren. Ik heb ze uitgelegd. Ze hebben megezegd, ja kijk waar hij uithangt dan regelen we dat wel"en“Maak je geen zorgen, die krijgt zijn straf. Zoek dat gewoon even uit voor me en danzet ik [naam 8] er op en [naam 9] , klaar. Dan laat ik dat wel regelen, komt goed"en" [naam 4] heet hij. [naam 4] de directeur. Die vieszak.Maar die krijgt ze op de zak, die laat ik op de blaren zitten, heb ik hem ook gezegd,ik hou jou verantwoordelijk"en door tegen medewerkers van DV&O en van PI [PI] te zeggen:"Ik weet waar hij woont en zal zorgen dat er wat mannetjes bij hem langs gaan. Hijzal stront vreten en zal weten met wie hij te doen heeft"althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welke woorden die [naam 4] hebben bereikt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

03/001842-24

Feit 2

Poging tot diefstal in een woning waar de schuldige zich buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevond en waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking

Feit 3

Diefstal in een woning waar de schuldige zich buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevond en waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Feit 4

Diefstal in een woning waar de schuldige zich buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevond en waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Feit 6

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Feit 7

Diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond en waar de schuldige zich buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevond en, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

Feit 8, subsidiair

Opzetheling

03/224967-24

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van vier jaren op te leggen met aftrek van de periode die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft - nadat door hem voor het merendeel van de feiten vrijspraak is

gepleit - betoogd dat de aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf lager zou moeten zijn dan de periode die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak en vier voltooide woninginbraken, aan opzetheling en aan bedreiging. Het plegen van een woninginbraak is een zeer naar feit, dat vaak bij de slachtoffers gedurende lange tijd gevoelens van onveiligheid achterlaat. Immers, iemand heeft inbreuk gemaakt op hetgeen zij als hun veilige thuis beschouwden. Als strafverzwarende factor geldt dat een van de woninginbraken in vereniging werd gepleegd. Bij feit 6 was bovendien de hoogbejaarde en, gezien haar vergevorderde leeftijd, zeer kwetsbare bewoonster van de woning thuis ten tijde van de woninginbraak. Die woninginbraak heeft om die reden op haar, zo deelde haar zoon mede tijdens het door hem namens haar uitgeoefende spreekrecht, een bijzonder grote impact gehad. Haar toch al wankele psychische gesteldheid is na de inbraak snel verslechterd, omdat zij bang was in haar eigen woning. De verdachte heeft alleen zijn eigen gewin voor ogen gehad, ook door zich schuldig te maken aan heling. Hiernaast heeft de verdachte, terwijl hij in detentie verbleef, de plv. directeur van de Penitentiaire Inrichting, de heer [naam 4] , bedreigd. De verdachte vat tegen hem door de heer [naam 4] genomen maatregelen kennelijk op als een persoonlijke vete, waarna hij het vervolgens - zo lijkt het - volstrekt normaal vindt om de heer [naam 4] , die enkel zijn werk doet, te bedreigen.

De rechtbank houdt in strafverzwarende zin ook rekening met het zeer omvangrijke strafblad van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte zich in het verleden zeer veelvuldig schuldig heeft gemaakt aan vermogensdelicten, terwijl hij bovendien nog in meerdere proeftijden liep ter zake soortgelijke feiten.

De rechtbank ziet geen factoren die een mitigerende werking op de straf hebben.

De rechtbank acht dan ook geen andere dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf is gelet op de LOVS oriëntatiepunten (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). Daarin wordt bij woninginbraken in geval van veelvuldige recidive een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden als uitgangspunt genomen. Bij die 28 maanden voor vier voltooide woninginbraken moet worden opgeteld dat de verdachte zich voorts schuldig heeft gemaakt aan een poging tot woninginbraak, een heling en een bedreiging, waarvoor ook enkele maanden gevangenisstraf zullen worden opgelegd.

Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen van drie jaren met aftrek van de periode die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

8. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vorderingen van de benadeelde partijen (03/001842-24)

[slachtoffer 1] , feit 2

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 482,32 aan materiële schade. Deze vordering is opgebouwd uit de posten ‘bruto uurloon [slachtoffer 1] ’ van

€ 128,65, ‘bruto uurloon [naam 11] ’ van € 173,68 en ‘aanschaf twee camera’s’ van € 119,99.

[slachtoffer 2] , feit 3

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.075,00, bestaande uit

€ 575,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. De materiële schade is opgebouwd uit de posten ‘tv Samsung’ van € 350,00, ‘verrekijker’ van € 75,00 en ‘foto’s, familiefoto’s’ van € 150,00.

[slachtoffer 3] , feit 6

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 3.906,09, bestaande uit

€ 2.906,09 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade. De materiële schade is opgebouwd uit de posten ‘schade aan schuifdeur van de woonkamer’ van € 156,09 en ‘ontvreemd cash geld en herinneringsmunten’ van € 3.000,00. Van het totale schadebedrag aan materiële schade van € 3.156,09 werd reeds een bedrag van € 250,00 ter zake de post ontvreemd cash geld vergoed door de verzekeringsmaatschappij, zodat resteert € 2.906,09.

[slachtoffer 4] , feit 7

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 11.312,66. Deze vordering is opgebouwd uit de posten ‘contant geld’ van € 2.500,00 en € 9.812,66.

Op het totaalbedrag is een bedrag van € 1.000,00 in mindering gebracht dat reeds is vergoed door Confident.

[slachtoffer 5] , feit 8

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van € 986,40 aan materiële schade. Deze vordering is opgebouwd uit de posten ‘HP laptop’ van € 639,00, ‘laptophoes’ van € 52,00, ‘portemonnee’ van € 59,95, ‘id-kaart’ van € 75,80, ‘pinpas’ van € 4,95, ‘universiteitspas’ van € 11,50 en ‘tas’ van € 143,20.

[slachtoffer 6] , feiten 9 en 10

De benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert een schadevergoeding van € 1.784,13, bestaande uit

€ 1.284,13 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. De materiële schade is opgebouwd uit de posten ‘eigen risico inboedelverzekering’ van € 914,91 en ‘beveiligingskosten’ van € 369,22.

Alle benadeelden hebben verzocht om vermeerdering van de toe te wijzen bedragen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

[slachtoffer 1] , feit 2

De officier van justitie acht de posten voldoende onderbouwd en de vordering geheel toewijsbaar.

[slachtoffer 2] , feit 3

De officier van justitie acht de materiële schadeposten onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij dient hierin niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Met betrekking tot de immateriële schade verzoekt zij de rechtbank gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.

[slachtoffer 3] , feit 6

De officier van justitie acht de materiële kosten voor reparatie van de schuifdeur toewijsbaar, evenals het resterende geldbedrag van € 2.750,00.

De immateriële schade van € 1.000,00 acht zij eveneens toewijsbaar.

[slachtoffer 4] , feit 7

De officier van justitie acht de posten voldoende onderbouwd en de vordering geheel toewijsbaar.

[slachtoffer 5] , feit 8

De officier van justitie acht de vordering niet toewijsbaar uitgaande van de gerekwireerde vrijspraak voor diefstal van de laptop. Overigens is de laptop reeds aan [slachtoffer 5] geretourneerd.

[slachtoffer 6] , feiten 9 en 10

De officier van justitie acht de posten voldoende onderbouwd en de vordering geheel toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging

[slachtoffer 1] , feit 2

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de kosten voor aanschaf van camera’s af te wijzen.

[slachtoffer 2] , feit 3

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, primair in verband met de bepleite vrijspraak, subsidiair omdat onvoldoende is aangetoond dat de genoemde items gestolen zijn dan wel onvoldoende de hoogte van de schade is aangetoond. De immateriële schadevergoeding ontbeert juridische grondslag.

[slachtoffer 3] , feit 6

De verdediging heeft zich voor wat betreft de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor de immateriële schade heeft de verdediging verzocht rekening te houden met afwezigheid van de geweldscomponent en verzoekt de rechtbank om die reden de immateriële schade te matigen.

[slachtoffer 4] , feit 7

De verdediging heeft de hoogte van de gevorderde geldbedragen betwist. Nu de verzekeraar onvoldoende grondslag heeft gezien om het gevorderde bedrag te vergoeden, zal deze voor het merendeel moeten worden afgewezen.

[slachtoffer 5] , feit 8

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er geen schade meer is omdat de laptop is teruggegeven.

[slachtoffer 6] , feiten 9 en 10

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, primair in verband met de bepleite vrijspraak, subsidiair omdat de beveiligingskosten onvoldoende zijn onderbouwd. De immateriële schade ontbeert juridische grondslag.

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 1] , feit 2

De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in zijn geheel (voor een bedrag van € 482,32) toewijsbaar. De kosten voor de aanschaf van camera’s betreft, volgens bestendige rechtspraak (ECLI:NL:HR:2021:840), rechtstreekse schade die uit het strafbare feit is voortgevloeid, nu de benadeelde partij daarmee haar gevoel voor veiligheid heeft hersteld. Aangezien tegen de gevorderde uurlonen geen verweer is gevoerd, zijn deze posten zonder meer toewijsbaar.

[slachtoffer 2] , feit 3

Nu de omvang van de materiële schade - bij gebrek aan nadere onderbouwing - niet nauwkeurig is vast te stellen, zal de rechtbank die schatten op € 100,00 voor de televisie en

€ 100,00 voor de verrekijker en de foto’s samen.

De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 lid 1 BW komt in de volgende gevallen (samengevat) vergoeding van ander nadeel in aanmerking:

wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen (het oogmerk is gericht op smart);

ij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze;

bij aantasting van de nagedachtenis van de overledene.

De door de benadeelde partij gegeven onderbouwing voor immateriële schade, leidt niet tot de gevolgtrekking dat sprake is van aantasting van de persoon op andere wijze. De benadeelde partij heeft onvoldoende onderbouwd dat daarvan sprake is. De benadeelde partij zal derhalve met betrekking tot de immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

[slachtoffer 3] , feit 6

Het materiële deel van de vordering is door de verdediging niet weersproken. Nu de vordering de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voorkomt voor zover deze ziet op de schade aan de schuifpui van € 156,09 acht de rechtbank deze vordering toewijsbaar.

Ter zake de vordering tot vergoeding van het resterende geldbedrag van € 2.750,00 zal de rechtbank de benadeelde niet ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij was immers geen eigenaar van het weggenomen geldbedrag en uit het dossier blijkt niet dat zij namens de eigenaar van het geldbedrag gerechtigd was tot het indienen van een vordering. Aanhouding van de zaak om de benadeelde partij alsnog in de gelegenheid te stellen een machtiging over te leggen, acht de rechtbank in dit stadium van de procedure een onevenredige belasting van het strafproces.

De gevorderde immateriële schadevergoeding van € 1000,00 acht de rechtbank een billijk bedrag voor de door de benadeelde geleden schade. De verdediging heeft ook niet betwist dat er sprake is van immateriële schade, maar alleen aangevoerd dat de vergoeding hiervoor gematigd dient te worden. De rechtbank wijst deze schade echter integraal toe.

[slachtoffer 4] , feit 7

De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] deels toewijsbaar, namelijk voor zover deze ziet op het in het woonhuis aangetroffen geldbedrag van € 2.500,00. Op dit bedrag wordt het door de verzekeraar vergoede bedrag van € 1.000,00 in mindering gebracht. De rechtbank zal de benadeelde partij in haar vordering voor zover deze ziet op het gevorderde bedrag van € 9.812,66 niet-ontvankelijk verklaren. Overeenkomstig het standpunt van de verzekeringsmaatschappij is de rechtbank van oordeel dat het door de accountant opgestelde kasboek-saldo van € 10.785,92 per 31 augustus 2023 onvoldoende grondslag biedt om hierop een vordering van een aantal maanden later te baseren.

[slachtoffer 5] , feit 8

De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2024, pagina 756 van het procesdossier, blijkt dat de tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte aangetroffen en inbeslaggenomen laptop is gelinkt aan een insluiping in een woning op 7 december 2023 in een woning aan de [adres 10] in Maastricht. Bij de afhandeling van het beslag van verdachte is de laptop geretourneerd aan de aangever van die insluiping, [slachtoffer 5] .

Nu overigens aan de vordering van [slachtoffer 5] een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

[slachtoffer 6] , feiten 9 en 10

Nu aan de vordering van [slachtoffer 6] een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9. De vorderingen tenuitvoerlegging

03/037178-23

De officier van justitie heeft op 10 oktober 2024 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 10 mei 2023 opgelegde voorwaardelijke hechtenis van twee weken.

03/072336-22

De officier van justitie heeft op 10 oktober 2024 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 5 oktober 2022 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

03/243102-18

De officier van justitie heeft op 10 oktober 2024 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 6 april 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 497 dagen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vorderingen tenuitvoerlegging. Zij acht de vorderingen toewijsbaar aangezien alle feiten in de drie lopende proeftijden zijn gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht alle vorderingen tenuitvoerlegging af te wijzen. Het Openbaar Ministerie heeft, door niet eerder melding te maken van het voornemen deze tenuitvoerleggingen te zullen vorderen, bij de verdachte het vertrouwen gewekt dat deze vorderingen uit zouden blijven, hetgeen in strijd is met de beginselen van goede procesorde.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van strijd met de beginselen van goede procesorde, aangezien het Openbaar Ministerie reeds tijdens de eerste pro-forma zitting van 16 april 2024 heeft aangekondigd bij de inhoudelijke behandeling van de zaak vorderingen tenuitvoerlegging aan te brengen.

Nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijden aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straffen op zijn plaats is. De rechtbank ziet in hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht ook geen aanleiding daarvan af te wijken. Daarom zal de rechtbank de vorderingen van de officier van justitie toewijzen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen gelasten.

10. Het beslag

Gelet op de door de verdachte gepleegde woninginbraken en op het gegeven dat hij zelf ter terechtzitting van 20 november 2024 heeft verklaard dat hij de rugzak aan een vriend wilde geven die inbrekerswerktuig nodig had, zal de rechtbank de rugzak en het breekijzer onttrekken aan het verkeer, nu het onder die omstandigheden voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De overige inbeslaggenomen goederen zullen aan de verdachte worden teruggegeven, nu het strafvorderlijk belang zich hier niet (meer) tegen verzet.

11. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 36f, 45, 57, 285, 311 en 416 WvSr.

12. De beslissing

Vrijspraak 03/001842-24
[slachtoffer 2] , feit 3
[slachtoffer 3] , feit 6
[slachtoffer 4] , feit 7
[slachtoffer 5] , feit 8
[slachtoffer 6] , feiten 9 en 10

De rechtbank:

T.a.v. 03/001842-24, feit 5:

- verklaart de dagvaarding voor het tenlastegelegde onder feit 5 nietig;

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1, feit 8 primair, feit 9 en feit 10;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen 03/001842-24

[slachtoffer 1] , feit 2

- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van

€ 482,32 bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en

veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een

bedrag van € 1.500,00 bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 30 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

[slachtoffer 4] van een bedrag van € 1.500,00 bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

De vorderingen tenuitvoerlegging

03/037178-23

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 10 mei 2023, gewezen onder parketnummer 03/037178-23, te weten hechtenis van twee weken;

03/072336-22

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 5 oktober 2022, te weten gevangenisstraf van zes maanden;

03/243102-18

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 6 april 2021, te weten gevangenisstraf van 497 dagen.

Beslag

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter, mr. C.G.A. Wouters en mr. M.A.M. Pijnenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 december 2024.

Buiten staat

Mr. Pijnenburg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlasteleggingen

Aan de verdachte is - nadat in parketnummer 03/001842-24 ter terechtzitting van 20 september 2024 aanpassing van de omschrijving van de feiten is toegelaten en ter terechtzitting van 20 november 2024 wijziging van de feiten 2 en 3 is toegelaten - ten laste gelegd dat

03/001842-24

1hij op of omstreeks 2 januari 2024 te Maastricht ter uitvoering van hetdoor verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning, aan de[adres 2] te Maastricht, alwaar hij, verdachte, zich buiten wetenof tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meer goederen datgeheel of ten dele aan [naam 2] , in elk geval aan een anderdan aan verdachte toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaatsvan het misdrijf te verschaffen en/of dat weg te nemen goed onder zijnbereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/ofinklimming, door inkepingen in een kozijn te maken terwijl deuitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek vanStrafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )2hij op of omstreeks 4 december 2023 te Elsloo ter uitvoering van het doorverdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning, aan de [adres 3][adres 3] te Elsloo, alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil vande rechthebbende bevond, een of meer goederen dat geheel of ten deleaan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachtetoebehoorde(n)weg te nemen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf te verschaffen en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik tebrengen door middel van braak en/of verbreking van een deur en/of raam en/of sluitkozijn van voornoemde woning en/of van een slot van de tuinpoort van de woning,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek vanStrafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3hij in de periode van 2 december 2023 tot en met 5 december 2023 te Valkenburg,

gemeente Valkenburg aan de Geul, uit een woning, aan de [adres 4] teValkenburg, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van derechthebbende bevond, een televisie, in elk geval enig goed, die geheelof ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot deplaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goedonder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbrekingen/of inklimming;( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

4hij op of omstreeks 31 december 2023 te Maastricht, uit een woning, aande [adres 5] te Maastricht, alwaar verdachte zich buitenweten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een hoeveelheidjuwelen, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [naam 6] , inelk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachtezich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dieweg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middelvan braak en/of verbreking en/of inklimming;( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

5hij in de periode van 7 december 2023 tot en met 2 januari 2024 teMaastricht, een laptop, althans een goed heeft verworven, voorhandenheeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van deverwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een doormisdrijf verkregen goed betrof;( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )

6hij op of omstreeks 31 december 2023 te Maastricht tussen 04.00 uur en06.00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uiteen woning, gelegen aan de [adres 6] te Maastricht, eengeldbedrag van 3000 euro in elk geval enig goed, dat/die geheel of tendele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachtetoebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot deplaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goedonder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbrekingen/of inklimmingwelke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van gewelden/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met hetoogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door:- die [slachtoffer 3] bij haar schouders te pakken en haar vervolgens uit bed tetrekken en/of op grond te gooien en/of- de alarmketting over het hoofd van die [slachtoffer 3] te trekken en/of- een ijzeren kistje in de richting van die [slachtoffer 3] te gooien;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

7Hij op of omstreeks de periode 29 december 2023 en 30 december 2023te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop eenwoning stond, te weten [adres 7] , te Maastricht, alwaar verdachteen/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van derechthebbende bevond(en), een hoeveelheid juwelen en/of meerderegeldbedragen, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [naam 10][naam 10] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aanverdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijlverdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onderzijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,verbreking en/of inklimming;( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

8hij op of omstreeks in de periode van 6 december 2023 tot en met 7december 2023 te Maastricht, een laptop, in elk geval enig goed, diegeheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot deplaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goedonder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbrekingen/of inklimming;( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordelingmocht of zou kunnen leiden:Hij op of omstreeks 2 januari 2024 te Maastricht, een laptop, althans eengoed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeftovergedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhandenkrijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijfverkregen goederen betrof;( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)

9hij in of omstreeks 21 december 2023 tot en met 1 januari 2024 teMaastricht, uit een woning gelegen aan het [adres 8] teMaastricht, een of meer geldbedragen, huissleutels, etenswaren, eencamera en/of een deurbel, in elk geval enig goed, die geheel of ten deleaan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe teeigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijfheeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeftgebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

10hij in of omstreeks 21 december 2023 tot en met 1 januari 2024 teMaastrichtopzettelijk en wederrechtelijk een of meer televisies, kerstdecoratie, eenventilator, stoelen, muren, een koffietafel en/of een vuilnisbak, in elkgeval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aaneen ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaargemaakt en/of weggemaakt;( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

03/224967-24

hij in of omstreeks de periode van 16 mei 2024 tot en met 22 mei 2024 te Sittard,gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland, meermalen[naam 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zwaremishandeling, door tegen [medeverdachte] telefonisch te zeggen:"Ik heb [naam 8] al gebeld, die [naam 9] gisteren. Ik heb ze uitgelegd. Ze hebben megezegd, ja kijk waar hij uithangt dan regelen we dat wel"en/ofMaak je geen zorgen, die krijgt zijn straf. Zoek dat gewoon even uit voor me en danzet ik [naam 8] er op en [naam 9] , klaar. Dan laat ik dat wel regelen, komt goed"en/of" [naam 4] heet hij. [naam 4] de directeur. Die vieszak.Maar die krijgt ze op de zak, die laat ik op de blaren zitten, heb ik hem ook gezegd,ik hou jou verantwoordelijk"en/ofdoor tegen medewerkers van DV&O en/of van PI [PI] te zeggen:"Ik weet waar hij woont en zal zorgen dat er wat mannetjes bij hem langs gaan. Hijzal stront vreten en zal weten met wie hij te doen heeft"althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welke woorden die [naam 4] hebben bereikt;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?