ECLI:NL:RBLIM:2024:5933

ECLI:NL:RBLIM:2024:5933, Rechtbank Limburg, 02-09-2024, ROE 23/745

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 02-09-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer ROE 23/745
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358 BWBR0024779

Samenvatting

Betreft beroep tegen een (herhaalde) weigering een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van een gedeelte van een schuur tot woning aan de Lovendaalseweg 18A in Venlo. De eerdere weigering is door de rechtbank vernietigd omdat verweerder het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gemotiveerd had weerlegd. Tegen die uitspraak is geen hoger beroep ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep tegen de (nieuwe) weigering ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK limburg

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2024

in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder,

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 23/745

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

(gemachtigde: mr. E.P.B. Moors).

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder (opnieuw) geweigerd aan eiseres een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van een gedeelte van een schuur tot woning aan de [adres] in [woonplaats] .

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van eiseres heeft een aanvullend beroepschrift ingediend.

Verweerder heeft een aanvullend verweerschrift ingediend en een aantal producties in het geding gebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2024.

Eiseres is verschenen, vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Overgangsrecht

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wabo.

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 14 april 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Voorgeschiedenis

2. Eiseres heeft op 14 april 2021 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het veranderen van een gedeelte van een schuur tot woning aan de [adres] in [woonplaats] .

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft verweerder geweigerd de gevraagde omgevingsvergunning aan eiseres te verlenen, omdat de op haar perceel gelegen langgevelboerderij in het verleden al in twee woningen is gesplitst en een derde woning op het perceel niet is gewenst.

Eiseres heeft tegen het besluit van 19 oktober 2021 beroep ingesteld bij deze rechtbank die dat beroep bij uitspraak van 4 januari 2023 gegrond heeft verklaard voor zover verweerder het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd. Partijen hebben tegen deze uitspraak geen hoger beroep ingesteld, waardoor de uitspraak onherroepelijk is.

Ter uitvoering van genoemde uitspraak heeft verweerder opnieuw op de aanvraag van 14 april 2021 beslist en opnieuw geweigerd de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Eiseres heeft daartegen (opnieuw) beroep ingesteld bij deze rechtbank.

Waarover dient de rechtbank te oordelen?

3. Volgens de zogenoemde Brummen-rechtspraak leidt het niet instellen van hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank ertoe dat de rechtbank in de nieuwe procedure moet uitgaan van de juistheid van haar eerdere oordeel voor zover zij daarbij bepaalde gronden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen, tenzij er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden dan wel van een gewijzigd rechtsregime.

In de uitspraak van 13 oktober 2010 heeft de Afdeling overwogen dat na vernietiging van een eerder besluit door eenzelfde appellant in beginsel geen nieuwe beroepsgronden kunnen worden ingebracht. Als het nieuwe besluit geen nadelige veranderingen inhoudt en er evenmin gewijzigde omstandigheden zijn, is inhoudelijke bespreking van nieuwe beroepsgronden niet aan de orde. Deze kunnen niet tot vernietiging leiden.

4. In verband met deze rechtspraak is het beroep in het onderhavige geval beperkt tot de vraag of verweerder alsnog toereikend heeft gemotiveerd dat de weigering van de omgevingsvergunning niet in strijd met gelijkheidsbeginsel is. In zijn brief van 1 mei 2024 heeft de toenmalige gemachtigde van eiseres overigens ook alle eerder ingediende beroepsgronden ingetrokken met uitzondering van de beroepsgrond dat verweerder het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen. Ter vervanging van de beroepsgrond van eiseres daarover, heeft de toenmalige gemachtigde gewezen op de passage in het inleidend beroepschrift dat de archiefstukken, waarnaar verweerder verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt dat van gelijke gevallen (bijzondere status [hoeve] ) geen sprake is, niet in het geding zijn gebracht. De (toenmalige) gemachtigde van eiseres heeft erop gewezen dat verweerder niet op deze beroepsgrond is ingegaan en hij voert aan dat het daarom onduidelijk blijft welke archiefdocumenten aan het besluit ten grondslag liggen. Op grond daarvan is betoogd dat het bestreden besluit nog steeds onvoldoende is gemotiveerd en voor vernietiging in aanmerking komt.

Het oordeel van de rechtbank

5. Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting alsnog de archiefstukken overgelegd, waarnaar in de nota van zienswijzen wordt verwezen. Uit die stukken blijkt dat wat in de nota van zienswijzen over de bijzondere status van de [hoeve] als rijksmonument en de bijzondere ontstaansgeschiedenis van de 6 woningen in het complex is vermeld, juist is. De opsplitsing in 5 woningen was in 1977 al gerealiseerd en is daarna in het opvolgend bestemmingsplan gelegaliseerd. Omdat het beroep enkel en alleen nog zag op het ontbreken van de stukken, waarnaar in de nota van zienswijzen werd verwezen, en die stukken alsnog in het geding zijn gebracht, is het beroep om die reden ongegrond.

6. Geheel ten overvloede en ter voorlichting van eiseres die niet op zitting is verschenen, overweegt de rechtbank nog dat de argumenten van verweerder om geen gelijke gevallen aan te nemen, hout snijden. De [hoeve] is een rijksmonument en de langgevelboerderij aan de [adres] niet. Binnen het rijksmonument is in lijn met de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid en het geldend beleid een ‘tweede’ woning (per bouwvlak) toegestaan binnen aaneengesloten bebouwing van een reeds bestaande woning. Aan de [adres] gaat het om toestaan van een nieuwe woning in een schuur bij een bestaande woning die eerder al is opgesplitst. Het bestemmingsplan staat wonen in een bijgebouw niet toe. Voor zover de gemachtigde van eiseres uit informatie op het omgevingsloket heeft geconcludeerd dat de schuur aan de [adres] onderdeel uitmaakt van het daarbij gelegen hoofdgebouw (de langgevelboerderij) en geen bijgebouw/bijbehorend bouwwerk bij die woning is, is die conclusie niet juist. De rechtbank heeft in de genoemde onherroepelijke uitspraak van 4 januari 2023 ook uitdrukkelijk overwogen dat het gaat om “het realiseren van een woning in de schuur bij de langgevelboerderij waarin reeds een tweede woning is gerealiseerd. De schuur waarop de omgevingsvergunningaanvraag ziet, is gelegen in een van beide bouwvlakken. De derde woning op het perceel c.q. de tweede woning binnen dit bouwvlak is dus niet toegestaan ingevolge het bestemmingsplan”.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.J.A. Smitsmans, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.A. Timmers, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 2 september 2024

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 2 september 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.M.J.A. Smitsmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?