ECLI:NL:RBLIM:2024:849

ECLI:NL:RBLIM:2024:849, Rechtbank Limburg, 21-02-2024, C/03/324112 / HA ZA 23-488

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 21-02-2024
Datum publicatie 29-02-2024
Zaaknummer C/03/324112 / HA ZA 23-488
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Incidentele vordering strekkende tot verwijzing naar de kantonrechter afgewezen. Dat voldoening aan de vordering in de hoofdzaak gedaagde vermoedelijk minder zal kosten dan € 25.000,00 betekent niet dat de vordering voor eiser duidelijk een waarde van minder dan € 25.000,00 vertegenwoordigt.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/324112 / HA ZA 23-488

Vonnis in incident van 21 februari 2024

in de zaak van

1. [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] ,

2. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2],

beiden wonend te [woonplaats] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. R.R.F.J. Palmen,

tegen

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. W.E. Widdershoven.

Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties 1 t/m 15

de incidentele conclusie tot onbevoegdheid met producties 1 en 2

de incidentele conclusie van antwoord.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] zijn eigenaar van het pand staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres 1] .

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] is eigenaar van het pand staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres 2] .

De percelen van partijen grenzen zijlings aan elkaar. In 2022 heeft er op verzoek van [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] een grensreconstructie door het kadaster plaatsgevonden en zijn de kadastrale erfgrenzen opnieuw ingemeten en bepaald.

3. Het geschil

in de hoofdzaak

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] vorderen dat de rechtbank, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] zal veroordelen om:

1) primair binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de Californische cipres in de

verboden zone aan de voorzijde van de woning te verwijderen, subsidiair deze binnen deze

termijn zodanig terug te snoeien dat deze boom geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis ingebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

2) primair om binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de vijgenboom en rozenstruik in de verboden zone te verwijderen, subsidiair deze binnen deze termijn terug te snoeien en teruggesnoeid houden tot maximaal 2 meter een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis ingebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

3) primair binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de Laurierkers te verwijderen,

subsidiair deze binnen deze termijn zodanig terug te snoeien en teruggesnoeid houden van deze boom dat deze geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt een en ander op straffe

van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat

gedaagde daarmee na betekening van het vonnis ingebreke blijft zulks met een maximum

van € 10.000,00;

4) binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de vlechtmatten voor zover die op het

perceel van eisers staan te verwijderen en verwijderd te houden alsmede Kaukasische

klimop op het perceel van eisers te verwijderen en verwijderd te houden en voorts

gedaagde te veroordelen om minimaal 2 keer per jaar de Kaukasische klimop te snoeien

en wel in het voorjaar tussen 1 april en 1 mei en in het najaar tussen 1 september en 1 oktober een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per

keer dat gedaagde met het plegen van onderhoud ingebreke blijft;

5) binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de takken van de okkernoot en de hazelaar voor zover die over de erfgrens en boven het perceel van eisers hangen, terug te snoeien en teruggesnoeid te houden, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis ingebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

6) binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de takken van de klimhortensia voor

zover die over de erfgrens en boven het perceel van eisers hangen terug te snoeien en voorts gedaagde te veroordelen om minimaal 2 keer per jaar de klimhortensia te snoeien en wel in het voorjaar tussen 1 april en 1 mei en in het najaar tussen 1 september en 1 oktober een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per keer dat gedaagde met het plegen van onderhoud ingebreke blijft;

7) binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de cv-afvoer te verwijderen althans zodanig aan te passen dat deze voldoet een de daarvoor geldende regelgeving, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis ingebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

8) binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de onrechtmatige hinder, bestaande

uit het wegnemen van licht en het veroorzaken van geluidsoverlast door het zeil op de

carport, te beëindigen en beëindigd te houden, een en ander op straffe van het verbeuren

van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee

na betekening van het vonnis ingebreke blijft zulks met een maximum van € 10,000,00;

9) in de kosten van dit geding, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente hierover te vanaf 5 dagen na het in deze te wijzen vonnis.

in het incident

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert dat de rechtbank de zaak verwijst naar de kamer voor kantonzaken.

Hij stelt daartoe dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Ter onderbouwing heeft [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en offerte bijgevoegd, waarin de kosten voor het verwijderen en snoeien van de planten zijn begroot op € 3.147,82. Met het verwijderen van de CV-afvoer en het zeil op de carport, zijn geen dan wel lage kosten gemoeid aldus [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] .

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] voeren verweer. Zij stellen dat de vorderingen zoals die namens hen zijn ingesteld, alle van onbepaalde waarde zijn. Wat de financiële consequenties voor [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] zijn, indien hij zal worden veroordeeld, is niet relevant voor het antwoord op de vraag of er sprake is van duidelijke aanwijzingen dat de vorderingen een bedrag van

€ 25.000,00 als dan niet te boven gaan.

4. 4. De beoordeling in het incident

Zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, zoals de onderhavige, worden alleen door de kantonrechter behandeld indien duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Beoordeeld dient te worden of de waarde van de vordering voor eisers in de hoofdzaak duidelijk een waarde van minder dan € 25.000,00 vertegenwoordigt. Daarbij is niet doorslaggevend wat de vermoedelijke kosten voor gedaagde in de hoofdzaak zijn bij toewijzing van deze vordering. In de onderhavige zaak kan niet worden vastgesteld welke waarde de vordering in de hoofdzaak voor eisers vertegenwoordigt, derhalve geldt de hoofdregel dat vorderingen van onbepaalde waarde door de kamer voor andere zaken dan kantonzaken worden behandeld.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] tot op heden begroot op € 614,00,

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 april 2024 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?