RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/345038 / KG ZA 25-340
Vonnis in kort geding van 30 oktober 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
HANKOOK TIRE AND TECHNOLOGY CO., LTD.,
te Seongnam-si (Zuid-Korea),
eisende partij,
hierna te noemen: Hankook,
advocaat: mr. A.W.P. Marsman, mr. H.J. van der Post,
tegen
CREVENTIC B.V.,
te Gennep,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Creventic,
advocaat: mr. O.Y. Vrijhoef, mr. P.G.M. Brouwer.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de producties van Hankook- de conclusie van antwoord- de producties van Creventic- de mondelinge behandeling van 13 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de spreekaantekeningen van Hankook- de spreekaantekeningen van Creventic.
2. De feiten
Hankook is een rechtspersoon naar het recht van Zuid-Korea. Hankook is
bandenproducent.
Creventic is organisator van autoraces, waaronder de 24H Series. Creventic is een vennootschap naar Nederlands recht en richt zich daarbij op races binnen Europa.
Sinds 2014 heeft Hankook Creventic gesponsord. De huidige sponsorovereenkomst, die diverse malen is verlengd, heeft een looptijd tot eind 2025. In artikel 5.2 van de sponsorovereenkomst is een voorkeursrecht opgenomen, wat het volgende inhoudt:“Hankook will be offered exclusive right of first refusal for renewal of this Agreement until June 30, 2025 with the intention of publicly announcing future years' partnership before the final race of 2025.
If no confirmation of continuation is forthcoming from Hankook by this date, other opportunities for sponsor and tire supply can be pursued by ORGANIZER (dat is Creventic, toevoeging rechtbank). For the avoidance of doubt, ORGANIZER is keen to see early agreement of a continuing partnership with Hankook for future years' activity.”
Op 15 april 2024 heeft Creventic aan Hankook een opzeggingsbrief gestuurd
strekkende tot beëindiging van de tussen Creventic en Hankook bestaande sponsorrelatie met ingang van 31 december 2024. Bij brief van 30 mei 2024 heeft Hankook aan Creventic laten weten dat de beëindiging ongeldig was en dat de sponsorovereenkomst van kracht is gebleven. Op 30 mei 2024 heeft Creventic, zonder instemming van Hankook, de beëindiging van de sponsorovereenkomst in de pers aangekondigd en de nieuwe samenwerking met Michelin als exclusieve bandenleverancier en titelsponsor van de 24H-series vanaf 2025 aangekondigd.
Partijen zijn vervolgens hierover gaan procederen. In hoger beroep heeft het hof ’s-Hertogenbosch op 27 mei 2025 arrest gewezen. In dit arrest is bepaald dat de sponsorovereenkomst met Hankook niet rechtsgeldig is beëindigd en dat deze voortduurt tot eind 2025. Het hof heeft Creventic geboden om te voldoen aan het voorkeursrecht van artikel 5.2. van de sponsovereenkomst: “onder meer door Hankook de mogelijkheid te bieden deze overeenkomst vóór 30 juni 2025 te verlengen onder dezelfde voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn aangeboden of aanvaard”.
Hankook heeft daarop aangegeven dat zij de gehele overeenkomst tussen Creventic en Michelin wil inzien (hierna verder te noemen: ‘de Michelin overeenkomst’). Creventic heeft daarop gereageerd dat dit mogelijk is op voorwaarde dat Hankook een geheimhoudingsovereenkomst tekent. Dat heeft Hankook geweigerd. Vervolgens heeft Creventic op 17 juni 2025 een document aan Hankook gemaild, dat volgens Creventic de voorwaarden betreft die zij met Michelin is overeengekomen.
Bij mail van 27 juni 2025 heeft Hankook aan Creventic het volgende meegedeeld: “Based on the information you have provided to us, Hankook understands that Creventic has offered Hankook the exclusive right of first refusal for renewal of the Creventic BV-Agreement in the sense of Article 5.2 of the Creventic BV-Agreement on the following terms.” Vervolgens somt Hankook voorwaarden op die grotendeels overeenkomen met de voorwaarden die Creventic in haar aanbod van 17 juni 2025 heeft genoemd, maar op een aantal punten wijkt de tekst van de opgesomde voorwaarden af. Hankook sluit haar mail daarna af met de mededeling dat zij de opgesomde voorwaarden heeft aanvaard en dat zij hiermee de sponsorovereenkomst heeft verlengd: “Hankook hereby agrees to the abovementioned terms. Hankook hereby exercises its exclusive right of first refusal for renewal of the Creventic BV-Agreement based on Article 5.2 of the Creventic BV-Agreement. This email qualifies as a confirmation of continuation of the Creventic BV-Agreement in the sense of Article 5.2 of the Creventic BV-Agreement.”
Bij mail van 29 juni 2025 heeft Creventic geantwoord dat Hankook de voorwaarden niet heeft aanvaard. Creventic stelt zich op het standpunt dat de sponsorovereenkomst tot een einde is gekomen. Volgens Hankook is er echter een verlengingsovereenkomst tot stand gekomen.
3. Het geschil
Hankook vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de
voorzieningenrechter – samengevat:
Primair:
( a) Creventic gebiedt de verlengingsovereenkomst na te komen, althans Creventic gebiedt de sponsorovereenkomst te verlengen onder de voorwaarden zoals overeengekomen op 27 juni 2025, op verbeurte van een dwangsom,
Subsidiair:
( b) Creventic gebiedt het voorkeursrecht op verlenging van de sponsorovereenkomst in artikel 5.2 van de sponsorovereenkomst na te komen door Hankook de mogelijkheid te bieden deze overeenkomst te verlengen onder de voorwaarden zoals aangeboden op 17 juni 2025 maar met uitzondering van ‘de betwiste voorwaarden’, op straffe van een dwangsom,
In beide gevallen:
( c) Creventic gebiedt om Hankook afschrift van althans inzage in de Michelin overeenkomst te verstrekken, op straffe van een dwangsom,
( d) Creventic veroordeelt in de kosten van het geding, met nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente.
Hankook legt aan deze vorderingen nakoming van de verlengingsovereenkomst dan wel nakoming van het voorkeursrecht in de sponsorovereenkomst ten grondslag. Ook stelt zij recht te hebben op afschrift van dan wel inzage in de Michelin overeenkomst zodat zij kan vaststellen of Creventic aan Hankook dezelfde voorwaarden heeft aangeboden als waaronder zij met Michelin heeft gecontracteerd.
Creventic voert verweer. Creventic concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Hankook, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Hankook, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Hankook in de kosten van deze procedure. Creventic voert aan dat er geen verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen waardoor er van nakoming daarvan geen sprake kan zijn. Zij stelt dat zij het voorkeursrecht in de sponsorovereenkomst al is nagekomen. Hankook heeft onvoldoende belang bij afschrift van dan wel inzage in de Michelin overeenkomst. Hankook kan namelijk hoe dan ook niet aan de voorwaarden voldoen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Hankook is gevestigd in Zuid-Korea en Creventic in Nederland. Hierdoor heeft de zaak een internationaal karakter. De voorzieningenrechter dient daarom eerst te beoordelen of hij rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.
Op grond van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de herschikte EEX-Vo) staat het partijen vrij om een forumkeuze te maken. Volgens Hankook hebben partijen dat gedaan op grond van artikel 23.2 van de sponsorovereenkomst. Creventic heeft dit niet betwist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben partijen daarmee een geldige keuze forumkeuze gemaakt voor de Nederlandse rechter. Aangezien Creventic in Gennep is gevestigd, is de rechtbank Limburg de relatief bevoegde Nederlandse rechter, waardoor de voorzieningenrechter bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil.
Op grond van artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad (hierna: Rome I) staat het partijen vrij om in handelszaken het op een overeenkomst toepasselijk recht aan te wijzen. De voorzieningenrechter constateert dat partijen in artikel 23.1 van de sponsorovereenkomst hebben gekozen voor het Nederlands recht. Daarmee hebben partijen naar het oordeel van de voorzieningenrechter een geldige rechtskeuze gemaakt voor het Nederlands recht.
Spoedeisend belang
Voor de ontvankelijkheid van Hankook in kort geding dient Hankook spoedeisend belang te hebben bij de gevraagde voorzieningen. Hankook stelt dat zij dit heeft omdat zij op korte termijn moet starten met de voorbereidingen voor het 2026-raceseizoen, dat al binnen enkele maanden (december 2025) zal aanvangen. Het is daarom van groot belang dat snel komt vast te staan dat Hankook de titelsponsor en leverancier is voor de 24H-races voor 2026. Bovendien wordt Hankook de zichtbaarheid en publiciteit ontnomen en gaat die naar haar belangrijkste concurrent Michelin, zolang Creventic haar verplichtingen niet nakomt. Er staan dan ook grote financiële en aanzienlijke reputationele belangen op het spel volgens Hankook. Daarmee heeft Hankook haar spoedeisend belang naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gesteld.
Toetsingskader kort geding
In een kort geding wordt aan de voorzieningenrechter gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat er na het kort geding ook een gewone rechtszaak zal volgen, de bodemprocedure genaamd. In het kort geding moet de voorzieningenrechter beoordelen hoe groot de kans is dat de eisende partij de bodemprocedure zal winnen. Als dat in hoge mate waarschijnlijk is, kan de spoedmaatregel die daarop vooruit loopt in kort geding worden toegewezen. In deze zaak moet de voorzieningenrechter dus beoordelen of het in hoge mate waarschijnlijk is dat de vorderingen van Hankook in een bodemprocedure zullen worden toegewezen.
Geen verlengingsovereenkomst tot stand gekomen
De primaire vordering houdt in dat de voorzieningrechter Creventic gebiedt de verlengingsovereenkomst na te komen althans Creventic te gebieden de sponsorovereenkomst te verlengen op de voorwaarden zoals overeengekomen op 27 juni 2025. Hankook heeft gesteld dat er een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen doordat zij het aanbod van Creventic van 17 juni 2025 tot het aangaan van een nieuwe sponsorovereenkomst heeft aanvaard bij mail van 27 juni 2025. Volgens Hankook dient Creventic deze verlengingsovereenkomst na te komen.
Creventic heeft gemotiveerd betwist dat Hankook haar aanbod heeft aanvaard. Volgens Creventic is Hankook op meerdere punten van de gestelde voorwaarden afgeweken. Door af te wijken van de voorwaarden heeft Hankook het aanbod niet aanvaard, maar een nieuw aanbod gedaan. Dat aanbod heeft Creventic vervolgens verworpen. Er is volgens Creventic dus geen verlengingsovereenkomst tot stand gekomen.
De voorwaarden waarop Hankook is afgeweken zijn volgens Creventic:
a. Kwaliteit van de banden:De door Hankook voorgestelde band (de Hankook Trofeo) is volgens Creventic aantoonbaar inferieur aan de kwaliteit van de Michelin Pilot op het gebied van rondetijdprestatie, bandendegradatie en consistentie. Daarnaast heeft Hankook de Trofeo-band nog niet eens getest en/of ontwikkeld op de bandenmaten van de raceauto’s die aan de 24H-Series deelnemen, hetgeen ernstige twijfels meebrengt over de veiligheid van de band.
Banden met RFID-chips voor ‘real time tracking integration’:Volgens Creventic heeft Hankook niet uitgelegd of zij de Trofeo-banden wel kan uitrusten met RFID-chips. Het aanbod van Hankook gaat ook niet in op technische eisen en doelstellingen. Zo gaat Hankook’s voorstel bijvoorbeeld niet in op het beschikbaar stellen van gegevens voor Balance of Performance (BoP) doeleinden, of op het tonen van informatie over de banden aan het eind van de pitlane, of op het leveren en installeren van RFID-leessystemen.
Duurzaamheid en productieplaats:Hankook voldoet niet aan het vereiste dat productie in Europa plaatsvindt met 80% productie van slick-banden in emissieloze fabrieken. Daarnaast voldoet Hankook niet aan de vereiste certificaten voor maatschappelijk verantwoorde en duurzame productie, namelijk ISO 140001 (Environmental Management Systems) en SA8000 (Social Accountability Standard) of internationaal erkende equivalenten.
Bandenmaat 19-inch: Hankook biedt geen 19-inch bandenmaat aan, waardoor meerdere typen auto's niet (meer) zouden kunnen deelnemen aan de 24H-Series. Het is vrijwel uitgesloten dat een bandenmaat die niet specifiek is getest of ontwikkeld voor deze auto’s, zonder meer dezelfde kwaliteit en veiligheid kan bieden.
Facturatie/betaling:Hankook voldoet niet aan de voorwaarde van directe facturatie en betaling aan Creventic. Zij wijkt af door facturatie en betaling weer via een derde partij (C&R) te laten verlopen.
Hankook heeft hierop gereageerd door te stellen dat zij 25 van de 28 voorwaarden die haar in het aanbod van Creventic zijn gesteld kan nakomen en ‘evenaren’, waarmee zij bedoelt dat wat zij aanbiedt overeenkomstig is aan wat Michelin biedt en dus als aanvaarding geldt. De overige 3 van de 28 voorwaarden noemt zij de ‘betwiste voorwaarden’. Deze voorwaarden maken volgens Hankook geen onderdeel uit van de oorspronkelijke sponsorovereenkomst. Volgens Hankook mocht Creventic haar deze voorwaarden niet stellen omdat het voorkeursrecht haar recht geeft op verlenging van de sponsorovereenkomst. Bovendien zijn de ‘betwiste voorwaarden’ volgens Hankook niet aan te merken als kernbedingen, waardoor het voor de totstandkoming van de overeenkomst niet van belang is of partijen op die ondergeschikte punten overeenstemming hebben bereikt. Hankook betwist verder ook dat Creventic deze voorwaarden met Michelin is overeengekomen, zodat Creventic ook om die reden de ‘betwiste voorwaarden’ niet aan haar had mogen stellen. Hoe dan ook stelt Hankook dat zij de ‘betwiste voorwaarden’ heeft aanvaard en daaraan kan voldoen. Hankook vat de ‘betwiste voorwaarden’ als volgt samen:
- De bandenkwaliteit:Hankook stelt dat de Trofeo-band van Hankook dezelfde of zelfs een betere kwaliteit heeft dan de Pilot band van Michelin. Door de Trofeo-band aan te bieden aanvaardt zij dus de door Creventic gestelde voorwaarde op dit punt.
- Banden met RFID-chips en corresponderende mobiele applicatie:Hankook stelt de voorwaarde te hebben aanvaard dat zij banden met RFID-chips en de gewenste mobiele applicatie zal leveren. Of zij deze voorwaarde kan nakomen is volgens haar niet relevant voor de vraag of een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen.
- Duurzaamheid:Hankook stelt dat zij de voorwaarde die wordt gesteld op het gebied van duurzaamheid heeft aanvaard doordat zij heeft toegezegd haar banden te produceren in faciliteiten met een ISO 14001, FIA 3 Star of equivalente standaard. Eveneens zal zij haar banden met minimale emissies produceren. Zij kan dus evenaren wat Michelin op dit punt biedt.
Hankook stelt verder dat de bandenmaat geen onderdeel was van de voorwaarden die Creventic in het aanbod van 17 juni 2025 heeft gesteld. Het was daarom geen voorwaarde die zij moest aanvaarden en waarbij zij het aanbod van Michelin moet evenaren. Daarnaast stelt zij de gewenste maat te kunnen leveren. Over de facturatie en betaling stelt Hankook dat Creventic pas in de procedure voor het eerst het standpunt heeft ingenomen dat Hankook de wijze van facturering niet kan nakomen en dit bovendien geen voorwaarde is die aan Michelin is gesteld. Bovendien kan Hankook de wijze van facturering nakomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij de totstandkoming van een overeenkomst het volgende geldt. Een overeenkomst tussen twee partijen komt tot stand door een aanbod van één partij, en de aanvaarding van dat aanbod door de andere partij (artikel 6:217 lid 1 BW). Als een partij in haar aanvaarding van het aanbod afwijkt, geldt die ‘aanvaarding’ als een nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod (artikel 6:225 lid 1 BW). Als er slechts op ondergeschikt punten wordt afgeweken komt er toch een overeenkomst tot stand, tenzij degene die het (oorspronkelijke) aanbod deed onverwijld bezwaar maakt tegen de verschillen (artikel 6:225 lid 2 BW).
De voorzieningenrechter merkt op dat de voorwaarden die Creventic heeft gesteld in het aanbod aan Hankook zijn toegesneden op Michelin en Michelin producten. Dit vloeit voort uit het arrest van het hof waarin aan Creventic is opgedragen om Hankook de mogelijkheid te bieden de sponsorovereenkomst te verlengen onder dezelfde voorwaarden als Michelin heeft aanvaard. Uiteraard kan Hankook niet precies dezelfde producten leveren als Michelin. Vandaar dat Hankook bijvoorbeeld banden van haar zelf heeft aangeboden, waarbij de discussie tussen partijen zich erop toespitst of de kwaliteit van de Hankook band de kwaliteit van de Michelin band evenaart. Een zelfde soort discussie wordt gevoerd over de technische eisen waar de RFID-chips met mobiele applicatie aan moeten voldoen. Of Hankook een voorstel heeft gedaan dat gelijkwaardig is aan wat in het aanbod van Creventic wordt gevraagd over bandenkwaliteit en de RFID-chips met mobiele applicatie is niet eenvoudig te beoordelen. Partijen hebben hierover uitgebreid stellingen ingenomen en het is waarschijnlijk dat hierover deskundig advies moet worden ingewonnen als het tot een bodemprocedure zou komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onzeker welke partij op deze punten in een bodemprocedure in het gelijk gesteld gaat worden.
Voor de voorwaarden die zijn gesteld bij duurzaamheid en facturatie/betaling is dat anders: de voorzieningenrechter is van oordeel dat Hankook het aanbod van Creventic van 17 juni 2025 niet heeft aanvaard maar een duidelijk afwijkend voorstel heeft gedaan op diverse punten, wat Creventic heeft verworpen. Dit betreft de volgende voorwaarden.
Locatie productiefaciliteit
In het aanbod van Creventic staat dat de te leveren banden moeten worden geproduceerd in Europa in het kader van de duurzaamheid. In het voorstel van Hankook staat dat alle banden in Zuid-Korea zullen worden geproduceerd.
Certificering productiefaciliteit
Creventic noemt als voorwaarde een ISO 140001 en SA8000 certificaat, of internationaal erkende equivalenten. In het voorstel van Hankook ontbreekt het SA8000 certificaat of een equivalent daarvan.
Emissies productiefaciliteit In het aanbod van Creventic staat dat minstens 80% van de ‘slick’ banden geproduceerd moet worden in ‘zero emission plants’. In het voorstel van Hankook staat dat Hankook zich zal inspannen om de banden met ‘minimal emissions’ te produceren.
Facturatie/betaling: Creventic heeft directe facturatie van alle kosten als voorwaarde genoemd in haar aanbod. In het aanbod van Creventic staat namelijk dat facturen voor alle bedragen,‘including fixed and variable fees’, zonder tussenpersoon aan de sponsor worden gestuurd en eveneens zonder tussenpersoon uitbetaald. In het voorstel van Hankook moeten ‘fixed and variable fees’ worden ingediend bij en uitbetaald door een serviceprovider (C&R).
Het is dan ook niet in hoge mate waarschijnlijk dat in een eventuele bodemprocedure het bestaan van een verlengingsovereenkomst zal worden aangenomen.
De voorzieningenrechter verwerpt het argument van Hankook dat wat zij noemt ‘de betwiste voorwaarden’ geen kernelementen van de sponsorovereenkomst zijn en dus ook zonder overeenstemming hierover een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen. Deze gedachtegang van Hankook miskent namelijk de aard van een voorkeursrecht. Een voorkeursrecht is geen recht op verlenging van een bestaande overeenkomst en ook geen optierecht op een nieuwe overeenkomst. Het voorkeursrecht geeft alleen het recht op een aanbod tot het aangaan van een nieuwe overeenkomst, in dit geval een aanbod van Creventic om een nieuwe sponsovereenkomst te sluiten. In dit aanbod mogen andere en nieuwe voorwaarden worden gesteld dan in de oorspronkelijke sponsorovereenkomst. Bij duurovereenkomsten zoals de sponsorovereenkomst in deze zaak kunnen vele omstandigheden veranderen na verloop van tijd waardoor het wenselijk kan worden van alles aan te passen. Dat is zeker het geval als een sponsorrelatie al 10 jaar voortduurt. Er is in die tijd op het gebied van klimaat veel veranderd en het stellen van duurzaamheidseisen is dan te verwachten. Ook is het te verwachten dat er na 10 jaar nieuwe eisen aan de bandkwaliteit worden gesteld en de bijbehorende ICT-applicaties.
De voorzieningenrechter verwerpt ook het argument van Hankook dat de ‘betwiste voorwaarden’ slechts ondergeschikte punten zijn zodat er ook zonder overeenstemming hierover een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen. Bandenkwaliteit kan in ieder geval niet als een ondergeschikt punt worden beschouwd in een sponsorovereenkomst die ziet op banden. Hetzelfde geldt voor de RFID-chips met mobiele applicatie die het mogelijk maken om tijdens races direct in te spelen op technische staat van de banden. Ook duurzaamheid is in deze tijd moeilijk weg te zetten als een onbelangrijk punt. Hoe dan ook heeft Creventic onverwijld bezwaar gemaakt tegen de afwijking van het aanbod op deze punten, zodat op grond van artikel 6:225 lid 2 BW niet van een aanvaarding daarvan kan worden gesproken.
De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het voor de vraag of er een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen niet van belang is of de voorwaarden in de Michelin overeenkomst afwijken van het aanbod dat Creventic aan Hankook heeft gedaan. Hoe dan ook heeft Hankook op dat aanbod gereageerd met afwijkende voorwaarden, waar Creventic meteen afwijzend op heeft gereageerd. Er is dus geen sprake van aanvaarding waardoor er geen verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen.
De primaire vordering tot nakoming van de verlengingsovereenkomst door Creventic zal dan ook worden afgewezen.
Ook de primaire vordering om Creventic te gebieden de sponsorovereenkomst te verlengen op de voorwaarden zoals overeengekomen op 27 juni 2025 zal worden afgewezen. Voor toewijzing bestaat geen juridische grondslag om dezelfde redenen als waarom er geen verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen.
Geen recht op nieuw aanbod Creventic zonder ‘betwiste voorwaarden’
De subsidiaire vordering houdt in dat Creventic het gebod krijgt om het voorkeursrecht na te komen door Hankook de mogelijkheid te geven de overeenkomst te verlengen conform het aanbod van Creventic op 27 juni 2025 maar zonder ‘de betwiste voorwaarden’. Zoals hiervoor al overwogen geeft het voorkeursrecht Creventic in zijn algemeenheid het recht om de ‘betwiste voorwaarden’ te stellen. Op grond van het arrest van het hof hadden de ‘betwiste voorwaarden’ volgens Hankook echter niet mogen worden gesteld als ze niet ook met Michelin zijn overeengekomen. Volgens het gebod van het hof moet Creventic aan Hankook hetzelfde aanbieden als aan Michelin, aldus Hankook.
Creventic heeft een mail van 9 oktober 2025 van Michelin overgelegd waarin wordt gesteld dat de sponsorovereenkomst met Creventic onder geheimhouding valt omdat er concurrentiegevoelige informatie in staat. Michelin wil wel bevestigen dat in de sponsorovereenkomst tussen Creventic en Michelin de voorwaarden staan die in een bijgevoegd document staan. Ook dat document heeft Creventic in het geding gebracht.
De voorzieningenrechter constateert dat de eisen die aan de bandenkwaliteit worden gesteld in het aanbod van Creventic overeenkomen met de Michelin voorwaarden. Dat is ook zo voor de RFID-chips en de mobile applicatie. Ook de duurzaamheidseisen in de Michelin voorwaarden komen overeen met de voorwaarden in het aanbod dat Creventic aan Hankook heeft gedaan. Het is dan ook alleszins aannemelijk dat Creventic de ‘betwiste voorwaarden’ ook met Michelin is overeengekomen en dat dit in de bodemprocedure zal worden aangenomen. Overigens blijkt wel uit een vergelijking dat de voorwaarden niet op alle punten gelijk zijn: zo staat in het aanbod van Creventic dat Hankook haar per race een ‘Championship fee’ van € 50.000,- moet betalen, terwijl dat niet in de voorwaarden van Michelin staat. Juist de ‘betwiste voorwaarden’ komen echter overeen. Dat Michelin niet de waarheid spreekt over de ‘betwiste voorwaarden’ is zonder nadere onderbouwing niet aannemelijk. De voorzieningenrechter onderkent dat Michelin er belang bij heeft de sponsorovereenkomst met Creventic te behouden. Daaruit volgt echter niet automatisch dat zij niet de waarheid spreekt. Uit het feit dat er verschillen zitten tussen de voorwaarden in het document van Michelin en de voorwaarden die Creventic aan Hankook heeft gesteld, lijkt bovendien juist te volgen dat Michelin wel eerlijk inzage geeft: anders had zij deze verschillen wel ‘weg gepoetst’.
Hankook heeft dan ook geen recht op een aanbod zonder de ‘betwiste voorwaarden’. Hieruit volgt dat de subsidiaire vordering van Hankook zal worden afgewezen.
Geen recht op afschrift van of inzage in de Michelin overeenkomst
Hankook wil afschrift van of inzage in de Michelin overeenkomst. Hankook stelt dat de voorwaarden in het aanbod van 27 juni 2025 niet overeenkomen met de voorwaarden die aan Michelin worden gesteld. Daarmee komt Creventic volgens Hankook het arrest van het hof niet na, waarin zij werd geboden om Hankook de mogelijkheid te bieden de tussen hen geldende overeenkomst te verlengen onder dezelfde voorwaarden als Creventic met Michelin is overeengekomen. Door inzage in de Michelin overeenkomst kan zij vaststellen of er daadwerkelijk verschillen zijn zodat zij belang hierbij heeft.
Creventic stelt dat Hankook onvoldoende belang heeft bij inzage en dat zij een gewichtige reden heeft om geen inzage te verschaffen. De overeenkomst bevat namelijk bedrijfsgevoelige informatie van Michelin. Zij heeft inzage aangeboden onder de voorwaarde dat Hankook een geheimhoudingsverklaring zou tekenen, maar Hankook heeft dit geweigerd.
Hankook heeft hierop gereageerd door te stellen dat Creventic de voorwaarde van geheimhouding niet mocht stellen en ook geen gewichtige reden heeft om de inzage te weigeren. In sponsorovereenkomsten staat volgens Hankook geen bedrijfsgevoelige informatie. Bovendien weet Hankook immers toch al wat er in de overeenkomst staat, als Creventic de echte voorwaarden van de Michelin overeenkomst heeft overgelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt hierover als volgt. Een partij heeft recht op afschrift van of inzage in gegevens die een ander onder zich heeft, als die gegevens betrekking hebben op hun onderlinge rechtsverhouding en als die partij voldoende belang heeft bij die inzage (artikel 194 lid 1 Rv). Inzage kan geweigerd worden als een gewichtige reden zich daartegen verzet (artikel 194 lid 2 sub b Rv). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is aan het vereiste dat Hankook voldoende belang heeft niet voldaan. Zoals hiervoor overwogen, is het namelijk alleszins aannemelijk dat juist de ‘betwiste voorwaarden’ met Michelin zijn overeengekomen. Daarom zal inzage niet tot een aanbod van Creventic zonder de ‘betwiste voorwaarden’ leiden en dus ook niet tot een nieuwe sponsorovereenkomst.
De vordering tot afschrift van of inzage in de Michelin overeenkomst zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
Hankook is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Creventic worden begroot op:
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat
€
1.661,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.553,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van Hankook af,
veroordeelt Hankook in de proceskosten van € 2.553,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Hankook niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Hankook tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koster-van der Linden en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.
JF