ECLI:NL:RBLIM:2025:11808

ECLI:NL:RBLIM:2025:11808, Rechtbank Limburg, 02-04-2025, C/03/320319 / HA ZA 23-320

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 02-04-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer C/03/320319 / HA ZA 23-320
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2023:6459
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2024:7180
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 CELEX:32012R1215 EU:32012R1215

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Tussenvonnis. Benoeming deskundige.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/320319 / HA ZA 23-320

Vonnis van 2 april 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat: mr. G. Willemsen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SERVAPLANT B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat: mr. A.S. Douma.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Servaplant genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 september 2024,

- de akte uitlating benoeming deskundige van Servaplant,

- de akte uitlaten van [eiseres] ,

- het bericht van de rechtbank van 24 februari 2025,

- de brief van 17 maart 2025 van Servaplant.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

Bij tussenvonnis van 11 september 2024 heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een deskundige te benoemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de deskundige, de aan de deskundige te stellen vragen en eventueel aanvullende vragen voor te stellen. Partijen hebben bij akte na tussenvonnis zich aldus uitgelaten.

De rechtbank heeft partijen bij bericht van 24 februari 2025 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de offerte van de door de rechtbank aangezochte deskundige, de heer ing. E.W.H.M. Janssen van Heidehuizen Expertise B.V. (hierna: de heer Janssen). Servaplant heeft bij brief van 17 maart 2025 zich aldus uitgelaten. [eiseres] heeft zich niet uitgelaten over de offerte van de heer Janssen.

De te benoemen deskundige

[eiseres] stelt dat in deze zaak de praktische toepassing van een aantal (beschermings)middelen in een boomgaard aan de orde is. Om die reden geeft [eiseres] de voorkeur aan een deskundige die begrijpt hoe dat (micro)systeem en de praktijk van de fruitteelt in elkaar zit. [eiseres] stelt voor om de heer [naam 1] (hierna: de heer [naam 1] ) van DEKRA Experts als deskundige te benoemen, omdat hij gespecialiseerd is in spuit- en gewasschades aan akkerbouw en fruitteeltgewassen. Hij beschikt volgens [eiseres] over een geldige spuitlicentie en weet door zijn opgedane ervaring wat in de branche gebruikelijk is. [eiseres] is in tegenstelling tot Servaplant van mening dat het voor de beantwoording van de vragen niet van belang is dat een deskundige wetenschappelijke kennis heeft om tests (in een laboratorium) uit te kunnen voeren. [eiseres] maakt bezwaar tegen de door Servaplant voorgestelde personen voor de benoeming als deskundige.

Servaplant stelt dat een deskundige die gespecialiseerd is in spuit- en gewasschades aan akkerbouw en fruitteeltgewassen niet geschikt is om de vragen in de onderhavige procedure te beantwoorden. Servaplant maakt om die reden bezwaar tegen de benoeming van de heer [naam 1] als deskundige. Volgens Servaplant is het voor de beantwoording van de vragen van belang dat een deskundige wordt benoemd die voldoende wetenschappelijke kennis als agrarisch ingenieur heeft om – al dan niet op basis van onderzoek c.q. tests – iets te kunnen zeggen over de causale relatie tussen schade en het gebruik van de middelen die door [eiseres] zijn gebruikt in combinatie met temperatuur, UV-licht, doseringen, combinaties met andere middelen en gebruikswijze. Bovendien stelt Servaplant dat een deskundige moet worden benoemd die geen banden heeft met de Nederlandse fruitteelt-branche, zodat het bestaan van eigen belangen van de deskundige bij de uitkomst van het onderzoek zoveel mogelijk kan worden uitgesloten. Servaplant heeft naar voren gebracht dat zij de voorkeur geeft aan de benoeming van landbouwwetenschapper en eigenaar van een (ecologisch) fruitteeltbedrijf, de heer [naam 2] , als deskundige. Indien de rechtbank bezwaren heeft tegen deze deskundige, stelt Servaplant de benoeming van ecotoxicoloog, de heer [naam 3] , voor.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van Servaplant dat per definitie een deskundige dient te worden benoemd die voldoende wetenschappelijke kennis heeft om onderzoeken en/of tests in een laboratorium uit te kunnen voeren. Het gaat er immers in eerste instantie niet om dat onderzoek in een testomgeving wordt gedaan naar het (mogelijke) bestaan van een causale relatie tussen (kort gezegd) de door [eiseres] gebruikte middelen en de ontstane schade, maar veeleer om een onderzoek daarnaar aan de hand van de daadwerkelijke feiten en omstandigheden, zoals die in deze casus spelen. De rechtbank heeft met de door haar voorgestelde vragen ook deze praktische toepassing beoogd. De rechtbank is van oordeel dat een deskundige die gespecialiseerd is in spuit- en gewasschades aan akkerbouw en fruitteeltgewassen geschikt moet worden geacht om in onderhavige zaak als deskundige het benodigde onderzoek te kunnen uitvoeren. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het de deskundige vrij staat om nadere kennis bij derden te verkrijgen. De deskundige dient zich dan wel te houden aan de daarbij behorende procedurele eisen, zoals deze nader zijn uitgewerkt in de Leidraad deskundigen in civiele zaken (hierna: de Leidraad). Servaplant heeft daarnaast het door haar ingenomen standpunt dat een deskundige die in de Nederlandse fruitteelt-branche zit bij de uitkomst van het onderzoek een eigen belang zou hebben, niet nader onderbouwd, waardoor de rechtbank ook dit verweer verwerpt.

De rechtbank zal, met in achtneming van het hiervoor overwogene, een deskundige benoemen die gespecialiseerd is in spuit- en gewasschades aan akkerbouw en fruitteeltgewassen. Nu Servaplant bezwaren heeft tegen de heer [naam 1] , zal de rechtbank zelf een deskundige benoemen. De rechtbank heeft daarvoor het landelijk register van gerechtelijk deskundigen geraadpleegd. De rechtbank zal overgaan tot de benoeming de heer Janssen tot deskundige in deze zaak.

De heer Janssen heeft kenbaar gemaakt dat voor de technische kennis en de beantwoording van de gestelde vragen gebruik zal worden gemaakt van de dienstverlening van de agrometeorologisch specialist en gewasbeschermingsdeskundige, de heer [naam 4] eigenaar van AgroMeteorology gevestigd in Apeldoorn (hierna: de heer [naam 4] ). De rechtbank is van oordeel dat het, zoals hiervoor overwogen, de heer Janssen vrij staat om bij de beantwoording van de vragen (nadere) kennis bij de heer [naam 4] in te winnen, waarbij wel acht dient te worden geslagen op de procedurele eisen uit de Leidraad. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat zij geen enkele twijfel heeft over de onafhankelijkheid van de heer [naam 4] en Servaplant ook niets heeft gesteld waaruit anders blijkt. De enkele vrees dat hij mogelijk niet onafhankelijk zou zijn, is ongefundeerd. De rechtbank verwerpt om die reden de stelling van Servaplant dat de onafhankelijkheid van de heer [naam 4] nader geadstrueerd zou moeten worden.

De vraagstelling

[eiseres] heeft geen opmerkingen over de door de rechtbank bij tussenvonnis van 11 september 2024 (r.o. 4.3.3) geformuleerde vragen. [eiseres] heeft geen aanvullende vragen gesteld.

Servaplant kan zich ook vinden in de door de rechtbank bij tussenvonnis geformuleerde vragen en heeft tevens aanvullende vragen gesteld. Servaplant acht het van belang dat de te benoemen deskundige wordt verzocht zich uit te laten over de vraag of (i) een Captan-houdende fungicide, meer in het bijzonder de middelen Merpan, Captosan en/of Malvin, in combinatie met hitte en/of UV-licht zelfstandig schade hebben veroorzaakt en in hoeverre de dosering en vervuiling daarbij een rol kan hebben gespeeld en de vraag of (ii) de middelen Lecitec en Tecomin in combinatie met hitte en/of UV-licht schade hebben veroorzaakt. Servaplant acht het verder van belang dat de deskundige de vraag wordt gesteld of (iii) de mix van Captan-houdende fungicide samen met de middelen Lecitec en Tecomin kort voor een hitteperiode schade kan veroorzaken, rekening houdend met de omstandigheid dat de overgelegde spuitmiddelenregistratie niet overeenstemt met de verklaringen van de heer [naam 5] en de heer [naam 6] omtrent het gebruik van Captan tussen 7 en 27 juli 2022. Servaplant acht het verder nog van belang dat de deskundige aangeeft (iv) in hoeverre sprake is geweest van afdoende proefmarkeringen op het perceel van [eiseres] om het causaal verband te kunnen vaststellen.

[eiseres] maakt bezwaar tegen de door Servaplant geformuleerde vragen. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de vragen van Servaplant zijn gebaseerd op nieuwe ingebrachte verweren, feiten en producties en suggestieve vragen zijn die besloten liggen in de door de rechtbank geformuleerde vragen om daarom buiten beschouwing moeten worden gelaten. [eiseres] maakt ook bezwaar tegen de door Servaplant voorgestelde vragen dat de deskundige zich uit dient te laten over de mogelijke werking van Captan. [eiseres] stelt dat in onderhavige procedure zou zijn vastgesteld dat het fruit dat enkel met Captan en niet met de middelen van Servaplant behandeld was, juist geen schade had. Volgens [eiseres] is om die reden een onderzoek naar de werking van Captan niet gerechtvaardigd.

De rechtbank overweegt omtrent de aan de deskundige voor te leggen vragen als volgt.

De rechtbank ziet aanleiding om de door Servaplant voorgestelde vraag (i) namelijk of een Captan-houdend fungicide in combinatie met hitte en/of UV-licht zelfstandig schade heeft veroorzaakt, aan de vraagstelling toe te voegen. Deze vraag is namelijk een nadere invulling van de (bij tussenvonnis van 11 september 2024) geformuleerde vraag 4 van de rechtbank. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van [eiseres] dat in deze procedure zou zijn vastgesteld dat het fruit dat enkel met Captan en niet met de middelen van Servaplant behandeld was juist geen schade had en om die reden een onderzoek naar de werking van Captan niet gerechtvaardigd zou zijn. Op dit moment staat namelijk niet vast in hoeverre het middel Merpan met de werkzame stof Captan van invloed is geweest op de schade. Naar het oordeel van de rechtbank berust het betoog van [eiseres] op een onjuiste lezing van het vonnis van 11 september 2024.

De rechtbank ziet aanleiding om de vraag (iii) of de mix van Captan-houdende fungicide samen met de middelen Lecitec en Tecomin kort voor een hitteperiode schade aan de appels en peren kunnen veroorzaken, gedeeltelijk toe te voegen aan de deskundige te stellen vragen. Meer specifiek zal de rechtbank het deel van de vraag dat betrekking heeft op de tegenstrijdige informatie uit de spuitmiddelenregistratie en de verklaringen van de heer [naam 5] en de heer [naam 6] buiten beschouwing laten. De heer [naam 6] heeft namelijk tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het perceel inderdaad op 21 juli 2022 ook bespoten is met het middel Merpan met de werkzame stof Captan en dat hij dit in zijn rapport onjuist had vermeld. De rechtbank acht het om die reden niet meer van belang om de (aanvankelijk tegenstrijdige) informatie uit de spuitmiddelenregistratie en de verklaringen van de heer [naam 5] en de heer [naam 6] mee te nemen in de vragen aan de deskundige nu immers vaststaat wanneer met het middel Merpan met de werkzame stof Captan is gespoten.

De rechtbank ziet aanleiding om de overige vragen (ii) en (iv) van Servaplant ook aan de vraagstelling toe te voegen.

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de volgende vier vragen toevoegen aan de aan de deskundige te stellen vragen:

Kan een Captan-houdende fungicide, meer in het bijzonder de middelen Merpan, Captosan en/of Malvin, in combinatie met hitte en/of UV-licht zelfstandig schade hebben veroorzaakt aan de appels en peren, in hoeverre speelt de dosering daarbij een rol en in hoeverre kan vervuiling daarbij een rol hebben gespeeld?

Kunnen de middelen Lecitec en Tecomin in combinatie met hitte en/of UV-licht schade hebben veroorzaakt aan de appels en peren?

Geeft de mix van Captan-houdende fungicide samen met de middelen Lecitec en Tecomin kort voor een hitteperiode schade aan de appels en peren als het gelijktijdig gebruikt wordt (in hoeverre is de mix het probleem)?

In hoeverre is sprake geweest van afdoende proefmarkeringen op de kwekerij van [eiseres] om de causale relatie tussen gebruikte middelen en de schade te kunnen vaststellen?

Deskundigenbericht

De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen.

De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal de rechtbank, overeenkomstig de begroting gemaakt door de te benoemen deskundige, vaststellen op een bedrag van € 14.967,10 (inclusief btw). De heer Janssen heeft verklaard dat de kosten van de heer [naam 4] ook begrepen zijn in de kostenbegroting en dat hij de door de heer [naam 4] gemaakte kosten integraal zal doorberekenen. Servaplant heeft bij brief van 17 maart 2025 verklaard dat zij akkoord gaat met de hoogte van de kostenbegroting. [eiseres] heeft geen opmerkingen over de kostenbegroting gemaakt.

Servaplant merkt bij brief van 17 maart 2025 wel op dat zij uit de kostenbegroting niet kan opmaken wat het voorgestelde ‘desktoponderzoek’ precies behelst. Servaplant stelt dat zij vermoedt dat dit slechts een literatuuronderzoek betreft, hetgeen volgens haar onvoldoende en/of zelfs overbodig is. Hetzelfde geldt volgens Servaplant voor de optionele schouw. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige vrij is in de opzet van zijn onderzoek en als hij van mening is dat in het kader van zijn onderzoek een desktoponderzoek (literatuuronderzoek) plaatsvindt en/of optionele schouw nodig is, dan dient dit ook te geschieden. De rechtbank zal het al dan niet uitvoeren van een desktoponderzoek en/of optionele schouw aan het inzicht van de deskundige overlaten, waarbij de deskundige wel de kosten daarvan in relatie tot de noodzaak in ogenschouw dient te houden.

Het verzoek van Servaplant dat partijen voorafgaand aan het onderzoek door de deskundige moeten worden gehoord, laat de rechtbank over aan het eigen inzicht van de deskundige. Dat neemt niet weg dat de rechtbank inschat dat het inderdaad raadzaam kan zijn om partijen voorafgaand aan het onderzoek te horen, een en ander conform randnummer 5.3.2. van de Leidraad.

In het tussenvonnis van 11 september 2024 is al aangekondigd dat [eiseres] het voorschot op de kosten van de deskundige moet deponeren. De rechtbank zal thans dienovereenkomstig beslissen.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

benoemt tot deskundige:

de heer ing. E.W.H.M. Janssen,

Heidehuizen Expertise B.V.,

Heidehuzen 5,

9246 WJ Olterterp,

e.janssen@heidehuizen.nl,

06-23833072.

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

Kunt u aangeven wat de oorzaak is van de aangetroffen schade aan de appels en peren in de fruitkwekerij van [eiseres] ?

Kunt u aangeven in hoeverre de weersomstandigheden van invloed zijn geweest op de aangetroffen schade op het fruit dat op 15 juli 2022 vanaf 8.00 uur tot 18.00 uur is bespoten met de combinatie Lecitec en Tecomin?

Kunt u aangeven in hoeverre het gebruik van de spuitdoppen Albuz TVI met 90% driftreductie van invloed is geweest op het ontstaan van de schade?

Kunt u aan de hand van de spuitregistratie uit de Agromanager van [eiseres] aangeven in hoeverre het gebruik van het middel Merpan met de werkzame stof Captan van invloed is geweest op het ontstaan van de schade? Indien het antwoord is dat dit van invloed is geweest, kunt u dan tevens aangeven in hoeverre van invloed is geweest dat [eiseres] het middel Merpan met de werkzame stof Captan heeft gebruikt in een hogere concentratie 1,8 kilo per 250 liter heeft gebruikt dan toegestaan is volgens de wettelijke voorschriften 1,8 kilo per 1500 liter?

Kan een Captan-houdende fungicide, meer in het bijzonder de middelen Merpan, Captosan en/of Malvin, in combinatie met hitte en/of UV-licht zelfstandig schade hebben veroorzaakt aan de appels en peren, in hoeverre speelt de dosering daarbij een rol en in hoeverre kan vervuiling daarbij een rol hebben gespeeld?

Kunnen de middelen Lecitec en Tecomin in combinatie met hitte en/of UV-licht schade hebben veroorzaakt aan de appels en peren?

Geeft de mix van Captan-houdende fungicide samen met de middelen Lecitec en Tecomin kort voor een hitteperiode schade aan de appels en peren als het gelijktijdig gebruikt wordt (in hoeverre is de mix het probleem)?

In hoeverre is sprake geweest van afdoende proefmarkeringen op de kwekerij van [eiseres] om de causale relatie tussen gebruikte middelen en de schade te kunnen vaststellen?

Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 14.967,10 (inclusief btw),

bepaalt dat [eiseres] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

bepaalt dat [eiseres] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige erop dat:

de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundige erop dat:

uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:

indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van zes weken,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.

type: FL

coll:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.E.J. Noelmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?