ECLI:NL:RBLIM:2025:11812

ECLI:NL:RBLIM:2025:11812, Rechtbank Limburg, 02-04-2025, C/03/326334 / HA ZA 24-28

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 02-04-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer C/03/326334 / HA ZA 24-28
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Civiel recht. Bodemzaak. Eindvonnis. Aanneming van werk/ bouwrecht.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/326334 / HA ZA 24-28

Vonnis van 2 april 2025

in de zaak van

1. [eiser sub 1] , en2. [eiseres sub 2] ,

beiden wonende te [woonplaats 1] ,

eisers,

hierna afzonderlijk te noemen: [eiser sub 1] respectievelijk [eiseres sub 2] en samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. D.N. Lavain,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. D. Coskun LLM.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 12 producties;- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 2 producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie;- de brief d.d. 17 juli 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

- het B-formulier d.d. 25 september 2024 met 1 productie van [gedaagde] ;

- de aanvullende producties 13 tot en met 23 van [eisers] ;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 oktober 2024;

- de akte in conventie van 18 december 2024 met productie 24 van [eisers] ;

- de akte in reconventie van 18 december 2024 met productie 3 van [gedaagde] ;

- de antwoordakte in conventie d.d. 29 januari 2025 van [gedaagde] ;

- de antwoordakte in reconventie d.d. 29 januari 2025 van [eisers] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisers] hebben in 2021 een boerderij gekocht, gelegen aan de [adres] te [woonplaats 1] (hierna ook: de boerderij). Het pand is een rijksmonument. Om de woning bewoonbaar te maken, diende het grotendeels te worden gesloopt om vervolgens weer te worden opgebouwd.

Voor het verrichten van de sloopwerkzaamheden en het maken van funderingswerken hebben [eisers] met [gedaagde] , op grond van vier door [gedaagde] opgestelde offertes, in november 2022 vier overeenkomsten van aanneming van werk met elkaar gesloten (dagvaarding, productie 4). In één van die overeenkomsten is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“Contract0022126

(…)

Dit voorstel d.d. 17/1113/11/2022 is op basis van offerte 01 Ref.0022126 d.d. 9-11-2022

(…)

Onderdeel: Stut- en sloopwerkzaamheden

(…)

-veldbakstenen behouden. Opslag op terrein voor hergebruik.

(…)

-stutten en stempelen tbv sloopwerkzaamheden, zie stut en stempelplan.

-het treffen van stabiliteit voorzieningen zoals is aangegeven in het rapport stut en Stempelplan.

(…)

Sloop schoorsteen.

(…)

Op deze aanbieding zijn de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2012, herzien december 2014 van toepassing (…)”

Bij de offerte zijn de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 (AVA 2013) gevoegd. Blijkens de aanhef van deze AVA 2013 zijn deze voorwaarden vastgesteld op 27 maart 2013 en herzien in december 2014.”

Deze offerte zal hierna ook worden aangeduid als de offerte ‘stut- en sloopwerkzaamheden’

Daarnaast zijn er drie andere overeenkomsten tot stand gekomen op basis van:

- offerte 02 Ref.0022126 d.d. 9-11-2022, een overeenkomst voor het verrichten van heiwerk (hierna: de offerte ‘heiwerk’);

- offerte 03 Ref.0022126 d.d. 9-11-2022, een overeenkomst voor het verrichten van vlechtwerk (hierna de offerte ‘vlechtwerk’);

- offerte 04 Ref.0022126 d.d. 13-11-2022, een overeenkomst voor het aanbrengen van de betonfundering (hierna de offerte ‘fundering beton’).

De prijs voor de overeengekomen werkzaamheden bedroeg voor de vier overeenkomsten gezamenlijk € 116.285,48 (inclusief btw).

[eiser sub 1] was ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten eigenaar van [naam bedrijf 1] , welke bedrijf zich onder meer bezig hield met het maken van constructieberekeningen. De berekeningen die zijn gemaakt in het kader van de werkzaamheden aan de boerderij en die aan [gedaagde] zijn verstrekt, zijn aangeleverd door [naam bedrijf 1] .

[gedaagde] is in het najaar van 2022 met de werkzaamheden begonnen.

In de periode van 17 november 2022 tot en met 29 december 2022 hebben [eisers] zes facturen van [gedaagde] ontvangen en betaald voor een totaalbedrag van € 123.231,19.

Op 11 juli 2023 heeft in opdracht van [eisers] een bouwkundige inspectie van de door [gedaagde] verrichtte werkzaamheden plaatsgevonden door het bureau Loyal Experts. Loyal Experts is lid van het Nederlands Register Bouwkundige Inspecteurs. De bevindingen zijn vastgelegd in het rapport van de deskundige d.d. 19 juli 2023 (dagvaarding, productie 8). Dit rapport zal hierna worden aangehaald als het deskundigenrapport dan wel het rapport.

De deskundige concludeert omtrent de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden (rapport, pag. 7 en 17):

“(…)

- Tijdens het betonstorten is de bekisting weggevaagd, waardoor veel te veel beton is verwerkt, maar ookis weggelopen. Hierdoor zijn de “oren” voor de buitenmuren niet beschikbaar voor de verdere constructie opbouw van dit rijksmonument.

- De constructeur heeft voor de instandhouding van het bestaande gedeelte een stut- en schoorplan gemaakt. Dit plan is onprofessioneel uitgevoerd door de aannemer.

- De uitgekomen materialen van dit rijksmonument zijn niet beschut voor hergebruik opgeslagen. Hierdoor zullen meer materialen voor de restauratie moeten worden aangekocht.

(…)

Uit de gemaakte opmerking/constateringen kan niet anders geconcludeerd worden, dan dat hier werk is uitgevoerd, dat zeer zeker niet professioneel is uitgevoerd en zeer niet aan de kwalificatie van Goed en Deugdelijk werk.

Herstelwerkzaamheden zoals geconstateerd dienen door aannemer [naam bedrijf 2] , dhr. [gedaagde] of in opdracht te worden uitgevoerd. Voor het geval dat aannemer [naam bedrijf 2] niet/niet voldoende uitvoert, is een Herstel kosten raming bijgevoegd; dit om de werkzaamheden door een derde partij uit te laten voeren.”

In de herstelkostenraming heeft de deskundige de kosten voor de herstelwerkzaamheden begroot op een bedrag van € 46.362,21.

Bij brief van 20 juli 2023 van [eisers] (dagvaarding, productie 9) is het deskundigenrapport aan [gedaagde] toegezonden en is hij gesommeerd om de geconstateerde gebreken uiterlijk 3 augustus 2023 te herstellen. Daarbij is aangezegd dat, indien [gedaagde] na 3 augustus 2023 in verzuim zou komen te verkeren, [eisers] in plaats van nakoming vervangende schadevergoeding zouden vorderen.

[gedaagde] heeft geen herstelwerkzaamheden uitgevoerd. In de brief van 16 augustus 2023 van [eisers] aan [gedaagde] (dagvaarding, productie 10) is onder meer het volgende geschreven:

“U hebt niet aan uw contractuele verplichtingen richting client voldaan en u heeft voldoende kans gehad om de gebreken deugdelijk te laten herstellen. (…)

Deze brief is dan ook een omzettingsverklaring zoals bedoeld in artikel 87 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. (…)”

Krachtens daartoe bij beschikking van 7 december 2023 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank verleend verlof hebben [eisers] conservatoir beslag laten leggen onder derden alsmede op diverse roerende zaken van [gedaagde] .

Bij brief van 18 december 2023 aan [gedaagde] (dagvaarding, prod. 12) hebben [eisers] de overeenkomsten met [gedaagde] ontbonden.

3. Het geschil

In conventie

[eisers] vorderen - samengevat - dat de rechtbank:

a. a) een deskundigenbericht beveelt;

b) voor recht verklaart dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de met [eisers] gesloten aannemingsovereenkomsten en dientengevolge verplicht is om de door [eisers] geleden schade te vergoeden;

c) voor zover nodig de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomsten ontbindt per datum vonnis;

d) [gedaagde] veroordeelt om aan [eisers] een schadevergoeding te betalen van € 46.362,21 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 dan wel 4 augustus 2023;

e) [gedaagde] veroordeelt om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 40,00 per dag over de periode 1 januari 2023 (dan wel 4 augustus 2023) tot 18 december 2023;

f) [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de proceskosten, beslagkosten, expertisekosten, de buitengerechtelijke incassokosten en nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na het wijzen van het vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoofdelijke veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

In reconventie

[gedaagde] vordert in reconventie dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

[eisers] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag aan [gedaagde] van € 63.535,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten over dit bedrag,

[eisers] hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente hierover indien die kosten niet binnen 14 dagen na het wijzen van dit vonnis zijn betaald.

[eisers] voeren verweer. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Inleiding

Het in conventie en in reconventie te beoordelen geschil, vloeit voort uit de verbouwing van de boerderij, die [eisers] in 2021 hebben gekocht. Voor de eerste fase van de verbouwing hebben zij in november 2022 de vier aanneemovereenkomsten gesloten met [gedaagde] . Die overeenkomsten verplichtten [gedaagde] , kort gezegd, om (i) een deel van de bebouwing te slopen, om (ii) op grond van een opgesteld stutplan het niet gesloopte deel afdoende te stutten en om (iii) beton te storten voor de vloer van het nieuw op te bouwen deel van de boerderij. [eiser sub 1] heeft een eigen bedrijf (gehad) dat zich onder meer bezig hield met het maken van constructieberekeningen. [eiser sub 1] heeft de constructieberekeningen aangeleverd in verband met de werkzaamheden die [gedaagde] zou uitvoeren. Volgens [eisers] heeft [gedaagde] de aangenomen werkzaamheden niet naar behoren verricht, waardoor zij schade hebben geleden. In conventie vorderen [eisers] vergoeding van deze schade. In reconventie stelt [gedaagde] dat hij bij de uitvoering van de werkzaamheden extra werkzaamheden heeft verricht die niet in de overeenkomsten waren voorzien. Omtrent deze werkzaamheden en de prijs die [gedaagde] daarvoor zou rekenen, hebben partijen aanvullende afspraken gemaakt. [gedaagde] heeft twee facturen verzonden waarin hij conform de door hem gestelde afspraken de extra werkzaamheden heeft gefactureerd. Deze facturen zijn onbetaald gelaten.

In conventie

De stellingen en onderbouwing van de vorderingen in conventie door [eisers]

Ter onderbouwing van de vordering hebben [eisers] in de dagvaarding allereerst in algemene bewoordingen gesteld dat het werk niet deugdelijk is uitgevoerd. Ter illustratie (dagvaarding, 5) hebben zij vervolgens de volgende zeven concrete voorvallen genoemd, die volgens hen tekortkomingen zijn in de nakoming van de aanneemovereenkomsten:

- het verwijderen van de oorspronkelijke vloer is ondeskundig uitgevoerd;

- de constructieberekeningen zijn niet gevolgd;

- de oorspronkelijke materialen zijn niet voor hergebruik behouden;

- er is onvoldoende afgegraven en het staal is te hoog aangebracht;

- het stut- en stempelplan is onkundig uitgevoerd;

- beton is verkeerd gestort;

- er is een verkeerde bestelling voor het staal gedaan, hetgeen heeft geleid tot een vertraging bij het storten van het beton;

- er zijn onvoldoende voorbereidingen getroffen bij het storten van het beton, waardoor [eisers] zelf aanpassingen moest (laten) verrichten.

[eisers] hebben daarbij niet gesteld welke concrete verbintenissen voortvloeiend uit welke van de vier aanneemovereenkomsten daarmee door [gedaagde] zouden zijn geschonden. Ter onderbouwing van hun standpunt hebben [eisers] wel het deskundigenrapport overgelegd. Uit dit rapport volgt dat de deskundige van oordeel is dat er op een aantal punten ondeugdelijk werk is geleverd. [eisers] hebben echter nagelaten om in hun dagvaarding concreet te stellen welke contractuele verplichtingen [gedaagde] heeft geschonden met betrekking tot de door de deskundige genoemde gebreken. De deskundige heeft de schade (in verband met herstelwerkzaamheden) begroot op € 46.362,21, zijnde het bedrag dat [eisers] in deze procedure vorderen. [eisers] hebben in de dagvaarding niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze deze schade door de deskundige is berekend. In het bijzonder hebben zij in de dagvaarding geen toelichting gegeven op de herstelkostenraming die de deskundige heeft opgesteld (pag. 20-22 deskundigenrapport) en hebben zij aldus ook niet gesteld op welke tekortkoming uit welke overeenkomst iedere kostenpost betrekking heeft. Ook hebben [eisers] ter onderbouwing van de hoogte van de schade in de dagvaarding een tabel opgenomen bestaande uit drie kolommen (dagvaarding, 17) waarin zij voor 18 herstelposten hebben vermeld welk bedrijf tegen welke prijs de herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd. Dit betreft een totaalbedrag van € 38.130,31. Ook voor deze tabel geldt dat [eisers] niet hebben gesteld op welke tekortkoming uit welke overeenkomst iedere (herstel)kostenpost betrekking heeft. De totale schade is volgens [eisers] nog niet bekend, zodat zij belang hebben bij de gevorderde verklaring voor recht (dagvaarding, 43; akte in conventie 8).

Aldus hadden [eisers] hun vordering in de dagvaarding niet inzichtelijk en voldoende gemotiveerd onderbouwd. Door deze wijze van procederen was immers niet duidelijk gemaakt waarom bepaalde werkzaamheden van [gedaagde] als een tekortkoming moeten worden aangemerkt en tot welke schade ieder van die tekortkomingen heeft geleid. Om die reden zijn [eisers] na de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld om bij akte de vordering nader te onderbouwen en inzichtelijk te maken, in het bijzonder door concreet weer te geven:

- welke tekortkomingen er zijn ten aanzien van de uitvoering van de werkzaamheden;

- welke verbintenis uit welke offerte daarmee is geschonden, dan wel welke overheidsregeling er eventueel is geschonden, waardoor het werk niet aan de te stellen eisen voldoet;

- welke schade er door iedere tekortkoming is veroorzaakt.

[eisers] hebben in hun akte in conventie hun vordering aldus meer inzichtelijk gemaakt en hebben zij uiteindelijk het volgende aan hun vorderingen ten grondslag gelegd.

In hun akte in conventie hebben [eisers] hun vorderingen aldus nader concreet onderbouwd door de tabel uit de dagvaarding (nummer 17) aan te vullen met een kolom waarin is aangegeven op welke offerte de herstelwerkzaamheden betrekking hadden en met een kolom waarin wordt vermeld in welk opzicht er ten aanzien van die offerte er een tekortkoming was. Aan de tabel zijn (ten opzichte van de tabel in de dagvaarding) nog 3 schadeposten toegevoegd. De tekortkomingen betreffen blijkens deze aangepaste tabel het foutief voorbereiden en storten fundering beton op grond van de offerte ‘fundering beton’ alsmede het schenden van twee verplichtingen uit hoofde van de offerte ‘stut- en sloopwerkzaamheden’, te weten: het foutief uitvoeren van het stut- en stempelplan en het onkundig slopen van de bakstenen muren en opslaan van de bakstenen waardoor deze niet kunnen worden hergebruikt. De schade wordt in deze tabel begroot op € 46.278,53.

Het verweer in conventie van [gedaagde]

heeft in zijn conclusie van antwoord per fase van de bouwwerkzaamheden een overzicht gegeven van de werkzaamheden die zijn verricht. De rechtbank begrijpt hieruit, alsmede uit de antwoordakte in conventie dat door [gedaagde] , samengevat, de volgende verweren worden gevoerd.

[eiser sub 1] is zelf actief in de bouwwereld en zou de werkzaamheden begeleiden en mede uitvoeren. De overeenkomsten zijn dus aangegaan tussen twee professionele partijen (cva, 3).

De constructieberekeningen zijn door [eiser sub 1] aangeleverd. De werkzaamheden zijn onder leiding van [eiser sub 1] uitgevoerd (cva, 4). Hij heeft regelmatig meegewerkt aan de uitvoering van de werkzaamheden, inclusief het plaatsen van schoren. Daarmee heeft hij ingestemd met de gevolgde werkwijze en is zijn eigen handelen bepalend geweest voor de uitvoering (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 10).

De werkzaamheden zijn voltooid binnen een termijn van drie maanden conform de planning (cva, 5).

Met betrekking tot het storten van het beton heeft [gedaagde] gesteld dat er tijdens het storten van het beton 7,7 m3 meer is gebruikt dan was besteld. [eiser sub 1] heeft de bekisting verzorgd en nam tijdens het storten van het beton de taak op zich om het beton te nivelleren en te dichten (cva, 20). Alle werkzaamheden inclusief de bekisting zijn uitgevoerd onder toezicht van [eiser sub 1] (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 4). Zowel het gebruikte beton als de bekisting voldeden aan de specificaties en normen (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 5). Eventuele afwijkingen in de bekisting zijn veroorzaakt door het slechte weer en de zachte ondergrond, waardoor aanvullende werkzaamheden noodzakelijk waren.

Er is telkens in overleg met [eisers] naar oplossingen gezocht, zodat dit niet aan [gedaagde] kan worden aangerekend (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 6). De schoren zijn geplaatst overeenkomstig het door [eisers] goedgekeurde stempel- en schoorplan (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 8).

De opnieuw te gebruiken bouwmaterialen zijn opgeslagen op de door [eisers] aangewezen plaatsen. [eiser sub 1] hield zelf toezicht op de opslag en stemde ermee in. Hij heeft zelf meegewerkt aan de opslag van de materialen (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 12-14).

Het contract is naar tevredenheid uitgevoerd (cva, 26). De werkzaamheden die [gedaagde] dan wel door hem ingeschakelde derden hebben uitgevoerd, vertonen geen gebreken (cva, 28).

Gezien de betrokkenheid van [eiser sub 1] bij het toezicht op en de uitvoering van de werkzaamheden, kunnen [eisers] niet achteraf stellen dat de uitvoering van de werkzaamheden gebrekkig is geweest (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 23).

De vordering van € 46.362,21 stemt niet overeen met de onderbouwing met de overgelegde facturen (antwoordakte in conventie van [gedaagde] , 24).

De beoordeling van de vordering in conventie

- algemeen

De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast (proces-verbaal van de mondeling behandeling) dat door hen is gecontracteerd op basis van de door [gedaagde] opgestelde offertes die als productie 4 bij dagvaarding in het geding zijn gebracht. De door [gedaagde] als productie 1 in het geding gebrachte offertes, die op onderdelen afwijken van de door [eisers] ingebrachte versies, blijven voor de beoordeling dus buiten beschouwing. De overeenkomsten zijn gesloten in november 2022, zodat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Stb. 2019, 382 en zie voor de inwerkingtreding Stb. 2023, 113, pag. 4-5) niet op deze overeenkomsten van toepassing is. Door [eisers] is onbetwist gesteld dat op grond van de offertes de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2012 (herzien december 2014) van toepassing zijn op álle werkzaamheden. De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vorderingen dan ook uit van de toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk (hierna: AVA) op alle overeenkomsten, hoewel slechts in de offerte ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ naar die voorwaarden wordt verwezen. Nu aan de offerte ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ de AVA 2013 (herzien in december 2014) zijn gehecht (en dus niet de AVA 2012), op welke voorwaarden door [eisers] ook feitelijk een beroep wordt gedaan, gaat de rechtbank er hierna bij de beoordeling vanuit dat de tekst van deze algemene voorwaarden van toepassing is.

- de door [gedaagde] gestelde regievoering door [eiser sub 1]

De rechtbank verwerpt het verweer van [gedaagde] dat eventuele tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomsten hem niet kunnen worden toegerekend, omdat [gedaagde] de werkzaamheden onder regie van [eiser sub 1] zou hebben uitgevoerd en dat [eiser sub 1] door zelf mee te werken verantwoordelijk is voor eventuele tekortkomingen althans daarmee zou hebben ingestemd. Daartoe geldt het volgende.

Tussen partijen staat op zich vast dat [eisers] de noodzakelijke (door [eiser sub 1] opgestelde) constructieberekeningen hebben aangeleverd en dat [eiser sub 1] betrokkenheid had bij de uitvoering van de werkzaamheden. [eiser sub 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling echter betwist dat hij de regie voerde over de werkzaamheden of dat hij anderszins een rol had bij de aansturing van de werkzaamheden. Alleen de controle achteraf van de door [gedaagde] verrichtte werkzaamheden werd door [eiser sub 1] samen met de gemeente gedaan, zo heeft hij ter zitting verklaard.

[eisers] hebben er tijdens de zitting voorts (onbetwist) op gewezen dat in artikel 16.2 van de AVA 2013 is bepaald dat het werk en de uitvoering ervan voor de verantwoordelijkheid van de aannemer zijn. In de offertes is in afwijking op deze bepaling niet opgenomen dat in casu de werkzaamheden onder regie van [eiser sub 1] zouden worden uitgevoerd en dat hij daarmee ook in plaats van [gedaagde] verantwoordelijk werd voor de uitvoering van de werkzaamheden. [gedaagde] heeft de in zijn akte in reconventie (van 18 december 2024) naar voren gebrachte stelling dat bij het sluiten van de overeenkomst mondeling als voorwaarde was overeengekomen dat de werkzaamheden onder toezicht en controle van [eisers] zouden worden uitgevoerd, niet nader onderbouwd. In het bijzonder heeft hij niet gesteld wat door partijen werd begrepen onder toezicht en controle en wat zij op dit punt over en weer hebben verklaard en uit hun verklaringen hebben kunnen begrijpen. Uit deze (terloopse in reconventie gedane) stelling van [gedaagde] volgt dan ook niet (indien zij zou komen vast te staan) dat partijen bij het sluiten van de overeenkomsten mondeling - en in afwijking van artikel 16.2 van de AVA 2013 - hebben afgesproken dat de werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van [eisers] zouden geschieden. Dat brengt mee dat [gedaagde] op grond van de overeenkomsten verantwoordelijk was voor de juiste uitvoering van de werkzaamheden. Dat er eventueel ná het sluiten van de overeenkomsten uitdrukkelijk afwijkende afspraken zijn gemaakt, is niet gesteld.

Het voorgaande neemt niet weg dat het mogelijk is dat [eisers] zich feitelijk met de wijze van uitvoering van de werkzaamheden is gaan bemoeien en zelf ook aan de uitvoering van de werkzaamheden heeft meegewerkt. Gezien de verantwoordelijkheid die [gedaagde] als aannemer had op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomsten, had het op de weg van [gedaagde] als aannemer gelegen om [eiser sub 1] te wijzen op eventuele onjuistheden in de concrete opdrachten die deze gaf of in de werkzaamheden die hij verrichtte. Hij had [eiser sub 1] in dat geval ook kunnen waarschuwen dat hij als aannemer geen verantwoordelijkheid kon nemen voor de uitvoering van werkzaamheden, die onjuist door [eiser sub 1] werden verricht dan wel door medewerkers van [gedaagde] werden verricht op grond van onjuiste aanwijzingen van [eiser sub 1] . Dat hij dit heeft gedaan, is door [gedaagde] niet gesteld. Ook zijn er geen feiten en omstandigheden door [gedaagde] gesteld waaruit zou volgen (indien die feiten zouden komen vast te staan) dat op grond van de wijze van optreden van [eiser sub 1] en de reactie daarop van [gedaagde] zou moeten worden aangenomen dat tussen partijen stilzwijgend is overeengekomen dat [eiser sub 1] de regie is gaan voeren over de werkzaamheden en daarmee verantwoordelijk zou zijn geworden voor de wijze van uitvoering ervan. Ook indien er dus veronderstellende wijs met [gedaagde] vanuit wordt gegaan dat tekortkomingen in de uitvoering van de werkzaamheden het gevolg zijn van onjuiste aanwijzingen van [eiser sub 1] of het onjuist uitvoeren van werkzaamheden door [eiser sub 1] (hetgeen [eisers] hebben betwist), betekent het voorgaande dat die tekortkomingen aan [gedaagde] toerekenbaar zijn.

- de tekortkomingen volgens [eisers]

Uit de nadere onderbouwing van hun vordering in de akte in conventie, gelezen in samenhang met de overige stellingen, begrijpt de rechtbank dat er volgens [eisers] sprake is van tekortkomingen bij de uitvoering van de offertes ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ en ‘fundering beton’. De andere twee offertes zijn bij de beoordeling van de vordering dus niet van belang. De rechtbank zal de gestelde tekortkomingen hierna per offerte bespreken.

- tekortkoming uit hoofde van de offerte ‘fundering beton’

Omtrent deze werkzaamheden hebben [eisers] gesteld dat er op sommige plekken teveel beton is gestort, zodat er beton moest worden bijbesteld. Omdat het staal voor de wapening verkeerd was besteld, moest het storten van beton in twee fasen worden gedaan. Omdat [gedaagde] voor de tweede betonstorting geen voorbereidingen had getroffen, hebben [eisers] die aanpassingen zelf moeten laten doen. Voorts hebben [eisers] verwezen naar het rapport van de deskundige, die heeft geconstateerd dat tijdens het betonstorten de bekisting is weggevaagd, waardoor beton is weggelopen en er teveel beton is gebruikt. Hierdoor zijn de ‘oren’ voor de buitenmuren niet beschikbaar. Behalve naar de hiervoor onder nummer 2.7. weergegeven citaten uit het rapport, verwijzen [eisers] nog naar de volgende constatering van de deskundige (pagina 9 van het rapport):

“- Tijdens het storten van de vloer, is de wapening gaan schuiven en is het oor met bekisting en al voor het grootste deel in de modder verdwenen.

- De oorzaak moet natuurlijk worden gezocht in het niet zorgvuldig aanbrengen van de bekisting, welke tot een van de hoofdtaken van de aannemer behoren.

- Op foto 5 t/m 7 is de weggezakte of verdwenen oor van de betonnen vloer weergegeven.

Tijdens het storten is natuurlijk veel beton in de omliggende modder verdwenen. Hierdoor i de betonnen plaat, welke op schroefpalen rust, ongelijkmatig van dikte. (…)

- Op foto 8 ligt de beton gedeeltelijk al “bloot”. De betondekking op de wapening moet minimaal 25mm zijn. Hier is de dekking ongeveer 10mm.

- De plaatsen waar de vloer nu al te dik is gestort zal moeilijk kunnen aansluiten op de bestaande bouw. (…)”

De deskundige concludeert dat het wegvagen van de betonbekisting geen blijk geeft van goed en deugdelijk werk.

Door [eisers] is op deze wijze gemotiveerd onderbouwd dat de verrichtte betonwerkzaamheden een tekortkoming opleveren in de nakoming van de betreffende overeenkomt. Door [gedaagde] is hiertegen geen gemotiveerd verweerd gevoerd. Hij heeft de door [eisers] gestelde tekortkomingen ten aanzien van de betonwerkzaamheden niet betwist. De blote stelling van [gedaagde] dat de werkzaamheden deugdelijk door hem zijn uitgevoerd, geldt niet als een gemotiveerde betwisting. Wel heeft [gedaagde] erkend dat er 7,7 m3 beton meer is gebruikt dan was voorzien. Nu door [gedaagde] verder niet wordt toegelicht waarom er volgens hem 7,7 m3 extra beton is verwerkt, gaat de rechtbank er vanuit dat dit is te wijten aan de omstandigheid dat [gedaagde] op een aantal plaatsen teveel beton heeft gestort, zoals door [eisers] is gesteld.

Dat eventuele afwijkingen in de bekisting zijn veroorzaakt door het slechte weer en de zachte ondergrond, zoals door [gedaagde] nog als verweer is aangevoerd, kan - anders dan door [gedaagde] kennelijk wordt beoogd - niet leiden tot het oordeel dat de tekortkomingen hem niet toerekenbaar zijn. Zoals hiervoor (nummers 4.9. e.v.) is overwogen, was [gedaagde] als aannemer er verantwoordelijk voor dat het werk deugdelijk zou worden uitgevoerd. Indien er sprake was van slechte weersomstandigheden of een zachte ondergrond, lag op hem de verplichting om afdoende maatregelen te treffen (waaronder eventueel uitstel) waardoor de werkzaamheden deugdelijk konden worden uitgevoerd.

De slotsom is dan ook dat tussen partijen is komen vast te staan dat de betonwerkzaamheden niet deugdelijk zijn uitgevoerd en dat [gedaagde] derhalve tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst ‘fundering beton’. Die tekortkoming is aan [gedaagde] toerekenbaar, nu door hem geen feiten en omstandigheden zijn gesteld die meebrengen dat op dit punt anders moet worden geoordeeld.

Van de zijde van [gedaagde] is de noodzaak tot het verrichten van herstelwerkzaamheden niet betwist. Ook heeft hij niet betwist dat de door [eisers] (in de tabel in randnummer 4 van de akte in conventie) genoemde herstelwerkzaamheden allen noodzakelijk zijn om het werk alsnog aan de overeenkomst te laten voldoen en daarmee in causaal verband staan tot de toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] . Het totaalbedrag van die herstelwerkzaamheden bedraagt volgens [eisers] € 38.130,31. Ter onderbouwing van dit bedrag hebben zij de facturen met betrekking tot de werkzaamheden in het geding gebracht. Van de zijde van [gedaagde] is de hoogte van die schade niet betwist, zodat de rechtbank dit schadebedrag als vaststaand aanneemt.

De conclusie van het voorgaande is dan ook dat [eisers] ter zake van de tekortkomingen uit hoofde van de overeenkomst ‘fundering beton’ een bedrag van

€ 38.130,31 aan schade hebben geleden.

- tekortkomingen uit hoofde van de offerte stut- en sloopwerkzaamheden

Volgens [eisers] heeft [gedaagde] gehandeld in strijd met de in de offerte opgenomen afspraak dat materialen zouden kunnen worden hergebruikt, doordat [gedaagde] de oorspronkelijke bakstenen van de gesloopte muren tijdens de sloopwerkzaamheden heeft beschadigd en niet deugdelijk op het terrein heeft opgeslagen. De stenen zijn hierdoor niet meer geschikt voor hergebruik. De deskundige heeft hieromtrent in zijn rapport vermeld (pag.16):

Constatering:

- Het sloopwerk is niet omzichtig uitgevoerd, maar met grof geweld.

- Door toepassing van deze grove methode, zal veel bouwmaterialen, welke nodig waren voor hergebruik, niet meer terug te vinden zijn op een plaats op het terrein.

- Op het terrein rondom de woonboerderij zijn enkele depots van pannen en houtopslag te zien.

- Alle depots geven niet de indruk, dat de aannemer de uitkomende bouwmaterialen met zorg zijn behandeld en opgeslagen.

Maatregelen:

In het herstelkosten overzicht zijn extra kosten voor de aanschaf van veldbrandstenen opgenomen.”

Door [gedaagde] is op dit punt tijdens de mondelinge behandeling als verweer gevoerd dat hij de te slopen muren met beleid naar beneneden heeft gehaald en daarbij niet onnodig stenen heeft gebroken. In totaal bestonden de te slopen muren uit zo’n 200.000 bakstenen. Die konden niet stuk voor stuk gesloopt worden. Het is dus logisch, zo begrijpt het gerecht dit verweer, dat muren in gedeeltes zijn gesloopt. Het was de taak van [eisers] , aldus [gedaagde] , om zelf de stenen te selecteren die zij wilden hergebruiken. Dat is ook in de overeenkomst opgenomen.

Hieromtrent wordt als volgt overwogen. Tussen partijen staat vast dat in de overeenkomst is opgenomen: “-veldbakstenen behouden. Opslag op terrein voor hergebruik.” Indien [gedaagde] met het verweer dat is overeengekomen dat [eisers] zelf de stenen voor hergebruik dienden te selecteren, heeft willen betogen dat [eisers] zelf voor de opslag dienden te zorgen voor de stenen die zij wilden behouden, wordt dat verweer verworpen. Dat de overeenkomst aldus moet worden uitgelegd is door [gedaagde] , in het licht van de tekst ervan en de toepasselijke Haviltex-maatstaf, onvoldoende onderbouwd. Dat betekent dat [gedaagde] verantwoordelijk was voor de opslag van de gesloopte materialen op het terrein. Uit de afspraak dat de veldbakstenen behouden zouden worden voor hergebruik, volgt ook dat [gedaagde] de sloopwerkzaamheden aan de muren op een zodanig zorgvuldige wijze diende uit te voeren dat er geen onnodige beschadigingen aan de te hergebruiken stenen zouden worden toegebracht.

[eisers] hebben hun stelling dat stenen tijdens de sloopwerkzaamheden onnodig zijn beschadigd en ondeskundig zijn opgeslagen, waardoor ze niet (allen) herbruikbaar zijn, onder meer onderbouwd door te verwijzen naar de bevindingen van de deskundige. Die bevindingen zijn door [gedaagde] onvoldoende betwist.

Het ter zitting gevoerde verweer van [gedaagde] dat niet kon worden verwacht dat hij de muren steen voor steen zou afbreken, is niet relevant. Het is immers niet de stelling van [eisers] dat [gedaagde] op grond van de overeenkomst de muren steen voor steen had moeten slopen. Het ging erom dat bij het slopen van de muren in gedeeltes er zorgvuldig zou worden gesloopt en opgeslagen, zodat stenen zoveel als mogelijk konden worden hergebruikt.

Door [gedaagde] is onvoldoende betwist dat bij die sloop onnodige beschadigingen zijn aangebracht. Van [gedaagde] had mogen worden verwacht dat hij had gesteld welke werkwijze bij de sloop van de muren was gehanteerd en waarom die werkwijze adequaat was om beschadiging van individuele stenen zoveel als mogelijk te voorkomen. Ook had mogen worden verwacht dat hij had gesteld waarom het aantal beschadigde stenen in dat licht als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Nu hij dit alles niet heeft gesteld, heeft hij de stellingen van [eisers] dat tijdens de sloopwerkzaamheden onnodig stenen zijn beschadigd, onvoldoende betwist.

Ook indien juist is het verweer dat de locaties voor de opslag door [eisers] zelf zijn aangewezen en goedgekeurd (antwoordakte in conventie, 12), volgt daaruit niet dat de wijze van opslag door [eisers] is goedgekeurd en juist zou zijn. Nu door [gedaagde] niet concreet is gesteld op welke wijze de gesloopte muren door hem zijn opgeslagen en dat dit is gebeurd in overeenstemming met op dit punt geldende normen, heeft [gedaagde] de gemotiveerde stellingen van [eisers] dat die opslag ondeskundig is geschied, onvoldoende betwist. Ook heeft [gedaagde] onvoldoende betwist dat dit ertoe leidt dat materialen niet langer voor hergebruik geschikt zijn. Het was de taak van [gedaagde] om erop toe te zien dat zijn medewerkers die opslag deskundig uitvoerden. Eventuele betrokkenheid van [eiser sub 1] bij die werkzaamheden, maakt dat niet anders (zie hiervoor onder nummer 4.12.).

Uit het bovenstaande volgt dat het verweer van [gedaagde] dat hij niet aansprakelijk is voor (onnodige) schade aan de stenen ten gevolge van de wijze van de sloop en opslag, wordt verworpen zonder dat hij tot bewijs op dit punt behoeft te worden toegelaten.

[eisers] vorderen in de akte in conventie vergoeding van de kosten van aanschaf van 4000 hele brandstenen en van 7000 halve veldbrandstenen. Zij verwijzen hiervoor naar de door hen overgelegde facturen van Frissen Rustiek (akte in conventie, productie 24). Blijkens de herstelkostenraming gaat de expert er bij de begroting van dit onderdeel van de schade vanuit dat er wegens de slechte sloop en opslag 1500 stenen moeten worden aangekocht. In het licht van de herstelkostenraming van de deskundige, had van [eisers] mogen worden verwacht dat zij nader hadden onderbouwd waarom achteraf is gebleken dat er niet 1500 stenen, maar in totaal 4000 hele en 7000 halve veldbrandstenen onbruikbaar zijn geworden door de ondeskundige werkzaamheden van [gedaagde] . Die toelichting hebben zij niet gegeven. De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat de ondeskundige sloop- en opslagwerkzaamheden hebben geleid tot het verlies van 1500 stenen. Blijkens de factuur kostten deze € 0,91 per stuk (exclusief btw), zodat de schade begroot kan worden op € 1.365,00 exclusief btw (€ 1.651,65 inclusief btw).

[gedaagde] is volgens [eisers] ook tekortgeschoten in de nakoming van de offerte ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ door de stutwerkzaamheden niet juist uit te voeren. Blijkens de tabel in de akte in conventie (randnummer 3) hebben zij hierdoor een schade geleden van € 738,66. In de tabel is als omschrijving van de werkzaamheden opgenomen het ‘verwijderen van de stutten/stempels’. De omvang van de werkzaamheden is in de akte in conventie niet nader toegelicht. Tijdens de mondelinge behandeling is desgevraagd door [eisers] verklaard dat [gedaagde] de tekeningen van [eiser sub 1] bij het uitvoeren van het stut- en stempelplan niet had gevolgd. Hierdoor zijn er stempels in het beton geplaatst, die met breekwerk zullen moeten worden verwijderd.

Uit het rapport van de deskundige (pagina 12), waarnaar [eisers] ook op dit punt hebben verwezen, volgt dat de stutten en schoren niet correct zijn geplaatst. Zo merkt de deskundige op dat de schoren niet zijn voorzien van schuine kanten, zodat zij de schuifkrachten niet kunnen opvangen. Verder constateert hij dat er ‘maar wat houten palen zijn geplaatst’ zonder dat er een doordacht plan is of een duidelijke bevestiging is aangebracht. Ten aanzien van een aantal individuele schoren merkt de deskundige op dat ze door de wijze van plaatsing geen functie hebben. Volgens de deskundige moet er opnieuw uitvoering worden gegeven aan het stut- en stempelplan van de constructeur.

[gedaagde] heeft betwist dat hij bij de uitvoering van het stut- en stempelplan tekort is geschoten. Het plaatsen van de stempels in het beton is volgens hem in overleg met [eiser sub 1] geschied. Afgesproken is dat de stempels die in het beton waren geplaatst, bij de verwijdering drie centimeter onder het vloeroppervlakte zouden worden afgesneden. Tegen de gestelde omvang van de schade heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd.

In het licht van de concrete kritiek van de deskundige op de uitvoering van de stutwerkzaamheden, had van [gedaagde] mogen worden verwacht dat hij gemotiveerd had gesteld waarom zijns inziens de bevindingen van de deskundige onjuist zijn en de werkzaamheden wel deskundig en volgens de normen zijn uitgevoerd. Nu hij dit niet heeft gedaan, heeft hij de gemotiveerde stellingen van [eisers] op dit punt onvoldoende betwist. Voor zover [gedaagde] met betrekking tot het plaatsen van een aantal stempels in het beton heeft gesteld, dat dit in overleg is geschied met [eisers] en dat de stempels bij verwijdering tot drie centimeter onder het vloeroppervlak zouden worden afgesneden, geldt dat [gedaagde] niet heeft betwist dat hij die stempels nimmer heeft verwijderd en dat [eisers] als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] op dit punt die stempels zelf heeft moeten verwijderen. De hoogte van de door [eisers] gestelde schade heeft [gedaagde] niet betwist. Ondanks het ontbreken van een concrete onderbouwing van de omvang van de schade door [eisers] (uit de factuur leidt de rechtbank af dat het de kosten voor het verwijderen van de stempels uit het beton betreft), is volgens de rechtbank wel komen vast te staan dat [eisers] door het onjuist uitvoeren van de werkzaamheden schade heeft geleden. Nu de omvang van de gestelde schade niet is betwist en dit de rechtbank ook niet bovenmatig voorkomt, zal de rechtbank de schade voor dit onderdeel van de vordering begroten op € 738,66.

- verzuim

Van de zijde van [gedaagde] is niet betwist dat op grond van de ingebrekestelling in de brief van 20 juli 2023 het verzuim is ingetreden per 4 augustus 2023. Ook is niet betwist dat in de brief van 16 augustus 2023 de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Daaruit volgt dat de vorderingen tot betaling van schadevergoeding toewijsbaar zijn.

- slotsom schadevergoeding en rente

Uit het voorgaande volgt dat uit hoofde van schadevergoeding toewijsbaar is uit hoofde van de tekortkoming ter zake van:

storten beton € 38.130,31;

stutwerkzaamheden € 738,66;

sloop en opslag bakstenen € 1.651,65 +

totaal: € 40.520,62.

Dit bedrag zal hierna in conventie worden toegewezen. Ook de kosten die van de zijde van [eisers] zijn gemaakt voor het deskundigenbericht zijn als kosten ter vaststelling van de schade toewijsbaar. Als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende betwist kunnen deze kosten worden vastgesteld op € 3.569,50 (dagvaarding, prod. 8).

De wettelijke rente over de schadevergoeding is verschuldigd vanaf 4 augustus 2023 dan wel, indien en voor zover de schade na die datum is ingetreden, vanaf de dag dat de schade daadwerkelijk is geleden. Uit de door [eisers] overgelegde facturen volgt dat de kosten voor herstel door hen zijn gemaakt over de periode januari 2023 tot en met december 2023. Om op dit punt executiegeschillen te voorkomen, zal de rechtbank [gedaagde] hierna veroordelen tot het betalen van de wettelijke rente over de schadevergoeding vanaf 1 januari 2024. Alleen de kosten voor het verwijderen van de stempels zijn blijkens de overgelegde factuur (akte in conventie, productie 24) gemaakt op 27 augustus 2024. Over dit bedrag is de rente met ingang van 27 augustus 2024 verschuldigd.

- contractuele boete

De vordering tot betaling van contractuele boete zal, als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd, worden afgewezen. [eisers] hebben ermee volstaan om te stellen dat op grond van artikel 19 lid 3 AVA (bedoeld is waarschijnlijk artikel 10 lid 3 AVA, rechtbank) een boete is verschuldigd van € 40,00 per werkdag tot de dag waarop het werk wordt opgeleverd (dagvaarding, 28). In het petitum wordt de boete gevorderd over de periode 1 januari 2023 tot en met 18 december 2023 (de dag van de ontbinding). Kennelijk zijn [eisers] van oordeel dat de werkzaamheden 31 december 2022 hadden moeten worden opgeleverd. Van de zijde van [gedaagde] is dit betwist. Hij stelt dat de werkzaamheden conform de planning in drie maanden zijn afgerond. Nu vaststaat dat de overeenkomsten in november 2022 zijn gesloten, brengt de stelling van [gedaagde] mee dat hij de werkzaamheden pas na januari 2023 hoefde op te leveren. Van [eisers] had mogen worden verwacht dat zij nader hadden onderbouwd op welke wijze tussen partijen was overeengekomen dat [gedaagde] de werkzaamheden uiterlijk eind december 2022 zou opleveren. Daar komt bij dat in artikel 10 lid 3 AVA is bepaald dat de boete verschuldigd is tot de dag dat het werk aan de opdrachtgever wordt opgeleverd. Van een oplevering is in casu geen sprake geweest, omdat [eisers] de overeenkomst hebben ontbonden. Door [eisers] is onvoldoende toegelicht dat op grond van artikel 10 lid 3 AVA in een dergelijk geval moet worden aangenomen dat de boete is verschuldigd tot aan de ontbinding.

- de vorderingen onder 1-3 van het petitum

Hiervoor is geoordeeld dat tussen partijen vaststaat dat [gedaagde] op de door [eisers] gestelde punten is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten. Bij het bevelen van een deskundigenbericht hebben [eisers] dan ook geen belang, zodat deze vordering zal worden afgewezen.

[eisers] hebben gemotiveerd gesteld dat zij belang hebben bij de gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomsten en op die grond jegens hen schadeplichtig is. Deze vordering zal hierna worden toegewezen.

Uit de vaststaande feiten volgt dat [eisers] op goede gronden in de brief van 18 december 2023 een beroep op de ontbinding van de overeenkomsten ‘fundering beton’ en ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ hebben gedaan. Ten aanzien van de overeenkomsten ‘heiwerk’ en ‘vlechtwerk’ hebben [eisers] geen tekortkomingen gesteld, zodat ten aanzien van die overeenkomsten een ontbinding niet aan de orde is.

Ten tijde van het verzenden van de brief van 18 december 2023 was voldaan aan de vereisten (zoals verzuim aan de zijde van [gedaagde] ) voor het kunnen inroepen van de ontbinding waar het de overeenkomsten ‘fundering beton’ en ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ betreft. Op grond van artikel 6:267 lid 1 BW vindt de ontbinding plaats door een daartoe strekkende schriftelijke verklaring van de rechthebbende. Dat betekent dat reeds door de brief van 18 december 2023 de overeenkomsten ‘fundering beton’ en ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ rechtsgeldig zijn ontbonden. Voor een ontbinding door een rechterlijke uitspraak is dan ook geen plaats meer. Wel zal de rechtbank in zoverre het mindere toewijzen dat zij voor recht zal verklaren dat de bedoelde overeenkomsten door de schriftelijke verklaring van 18 december 2023 zijn ontbonden.

- de proceskosten en overige kosten

Als de in het ongelijk gestelde partij, zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. Deze worden als volgt begroot op € 129,14 aan kosten dagvaarding, € 1.011,00 aan griffierecht en op € 3.035,00 aan salaris advocaat (2,5 punt van tarief IV). De nakosten worden voor een bedrag van € 178,00 toegewezen, te verhogen zoals vermeld in de beslissing. De proceskosten worden aldus in totaal begroot op € 4.353,14.

[gedaagde] zal tevens worden veroordeeld in de kosten van beslaglegging, welke worden begroot op € 314,00 aan griffierecht, op € 1.214,00 aan salaris advocaat (1 punt van tarief IV) en op € 1.662,03 aan kosten voor de uitgebrachte exploten (in totaal € 3.190,03).

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn als enerzijds gemotiveerd onderbouwd en anderzijds onvoldoende betwist, toewijsbaar voor het bedrag van

€ 1.509,84.

In reconventie

De stellingen en onderbouwing van de vorderingen door [gedaagde]

[gedaagde] heeft in zijn conclusie van antwoord tevens eis in reconventie een weergave gegeven van de gang van zaken betreffende het sluiten van de overeenkomsten en de uitvoering ervan. Hij is daarbij uitgegaan van een uitvoering van de werkzaamheden in 11 fasen. Per fase geeft hij aan welke werkzaamheden er door hem zijn verricht. Hij beoogt daarmee niet alleen verweer in conventie te voeren, maar per fase geeft hij ook aan welke onvoorziene werkzaamheden er door hem zijn verricht. Deze werkzaamheden waren volgens [gedaagde] niet in de overeenkomsten opgenomen en dus ook niet in de geoffreerde prijzen verwerkt. Voor die extra werkzaamheden zijn mondelinge afspraken gemaakt met betrekking tot de facturering, aldus [gedaagde] . Aldus onderbouwt [gedaagde] - naar de rechtbank begrijpt - zijn vordering in reconventie. De rechtbank begrijpt uit de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie dat het om de volgende extra werkzaamheden gaat.

1) Het verwijderen van 12 betonnen kolommen van 800 mm dik en 6 meter lang. Hiervoor moesten zware sloop- en graafmachines worden ingezet. In totaal is er 150 m3 grond uitgegraven (cva, 11).

2) Er werd 20 m3 vervuilde grond aangetroffen die is afgevoerd (cva, 12).

3) De bestelling van 10 m3 beton en de aanleg van riolering voor het nieuwe funderingsgebouw (cva, 13).

4) Er zijn 50 extra zware ondersteuningsbuizen gehuurd voor de ondersteuning van het gebouw. Er is ongeveer 100 m3 aan extra uitgraving, baksteen, beton en oude planken verwijderd (cva, 16).

5) Tijdens de voortgang van de werkzaamheden bleek dat de muren bij de ingang van het hoofdgebouw instabiel waren, waardoor het plaatsen van extra stempels nodig was (cva, 17).

6) Er is 7,7 m3 extra beton gebruikt (cva, 20).

7) Het slopen van de schoorstenen was een extra taak. Er werd asbest aangetroffen in de schoorstenen die in overeenstemming met de wet- en regelgeving is verwijderd (cva, 21).

[gedaagde] heeft in de conclusie niet gesteld welke prijzen er aan ieder van die extra werkzaamheden waren verbonden. Op dit punt heeft [gedaagde] volstaan met het verwijzen naar twee door hem aan [eisers] verzonden facturen waarin in totaal elf posten worden genoemd. In totaal wordt er een bedrag van € 27.491,20 (factuur 0022:001135, hierna factuur 1135) respectievelijk van € 36.044,63 (factuur 0022:001134, hierna factuur 1134) in rekening gebracht. [gedaagde] vordert van deze bedragen in reconventie betaling (in totaal

€ 63.535,83).

In de akte in reconventie noemt [gedaagde] in totaal zes posten aan extra werkzaamheden, nu wel per post van een bedrag voorzien. Het betreft:

a. a) het verwijderen van oude funderingsresten voor een bedrag van € 27.500,00 aan arbeidskosten en € 2.650,00 aan inhuur materiaal;

b) de sanering en afvoer van vervuilde grond voor een bedrag van € 7.375,00 aan arbeids- en afvoerkosten;

c) het verwijderen van twee extra schoorstenen en asbestsanering van drie schoorstenen voor een bedrag van € 9.870,00 aan arbeids- en afvoerkosten;

d) het plaatsen van vier schroefinjectiepalen voor € 5.000,00;

e) extra vlechtwerkzaamheden voor wapening voor € 1.100,00;

f) het storten van extra beton (12,7 m3) voor € 2.125,00;

In totaal begroot hij de kosten voor de extra werkzaamheden in zijn akte op € 55.620,00 exclusief btw (€ 67.300,20 inclusief btw)

Het verweer van [eisers]

hebben in de conclusie van antwoord in reconventie in zijn algemeenheid gesteld dat de door [gedaagde] als meerwerk in rekening gebrachte werkzaamheden in werkelijkheid herstelwerkzaamheden betroffen in verband met door [gedaagde] ondeugdelijk verrichtte uitvoering van de werkzaamheden. Ook stellen ze dat wel uitgevoerde werkzaamheden dubbel worden gefactureerd, zoals het uitgraven van de fundering en de levering van beton (cva in reconventie, 5). Voorts hebben [eisers] gesteld dat de twee door [gedaagde] overgelegde meerwerkfacturen 1134 en 1135 onbekend zijn en volgens hen achteraf zijn gecreëerd. Het zijn volgens hen twee spookfacturen. [eisers] zijn in hun antwoord niet ingegaan op de posten die in die meerwerkfacturen waren opgenomen en de bedragen die per post werden gevorderd. In de antwoordakte in reconventie hebben [eisers] ervoor gekozen om alsnog de posten en de bijbehorende bedragen in de facturen 1134 en 1135 (zoals door [gedaagde] in zijn conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie geformuleerd) te bespreken in plaats van de posten zoals door [gedaagde] nader geconcretiseerd in zijn akte in reconventie en zoals hiervoor weergegeven onder a) tot en met f). Omdat de posten en de genoemde bedragen in de facturen verschillen met die in de akte in reconventie, leidt deze wijze van debatteren niet tot maximale helderheid.

De beoordeling van de vorderingen in reconventie

Bij de bespreking en de beoordeling van de vordering in reconventie zal de rechtbank de posten die in de akte in reconventie zijn opgenomen (hiervoor in nummer 4.46 weergegeven onder a) tot en met f)) als uitgangspunt nemen, omdat [gedaagde] aldus zijn vordering in de akte in reconventie heeft geconcretiseerd. Bij de beoordeling van iedere afzonderlijke post zal echter ook worden betrokken hetgeen in de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie is gesteld. Nu door [eisers] in de aktewisseling alsnog is ingegaan op de facturen 1134 en 1135 zullen ook deze facturen in de beoordeling worden betrokken.

Het verweer van [eisers] dat de meerwerkfacturen achteraf zijn opgemaakt en spookfacturen zouden zijn, behoeft geen bespreking. Waar het in deze procedure om gaat, is dat [gedaagde] zich op het standpunt heeft gesteld dat hij ten opzichte van de overeenkomsten extra werkzaamheden heeft verricht, waarvan hij vergoeding wenst. Of deze werkzaamheden al eerder door hem zijn gefactureerd of niet, doet voor de beantwoording van de vraag of [eisers] de gevorderde kosten verschuldigd is, niet ter zake.

Uit de opgave van de werkzaamheden en de toelichting die daarop is gegeven, begrijpt het gerecht dat de gestelde extra werkzaamheden voor een deel kostenverhogende omstandigheden betreffen (art. 7:753 lid 1 BW respectievelijk artikel 5 AVA 2013) en voor een deel veranderingen in het overeengekomen werk (art. 7:755 BW respectievelijk artikel 6 AVA 2013). Niet voor iedere post is duidelijk onder welke categorie deze volgens partijen valt. Partijen hebben ook niets gesteld om de voorwaarden die in de wet respectievelijk de AVA 2013 worden gesteld aan de toewijsbaarheid van deze vorderingen, zodat de rechtbank dit niet in haar beoordeling zal betrekken.

- het plaatsen van vier schroefinjectiepalen (d)

[eisers] hebben deze post gemotiveerd betwist. Volgens hen is er uiteindelijk één extra paal besteld, die zij na facturering door [gedaagde] hebben betaald. Verder constateert de rechtbank dat [gedaagde] voor deze post in de factuur 001134 een bedrag van € 3.750,00 rekent en in zijn akte in reconventie een bedrag van € 5.000,00 opgeeft. Bovendien heeft [gedaagde] in de conclusie van antwoord (randnummer 15) op dit punt gesteld dat de vier extra palen afzonderlijk zijn gefactureerd aan [eisers] én zijn betaald.

Mede in het licht van de betwisting van [eisers] heeft [gedaagde] aldus onvoldoende gemotiveerd en consistent onderbouwd op welke grond [eisers] een bedrag van

€ 5.000,00 verschuldigd zijn in verband met de gestelde levering van vier extra schroefpalen. Dit onderdeel van de vordering zal hierna worden afgewezen.

- extra vlechtwerkzaamheden voor wapening (e)

Uit de toewijzing van de vordering in conventie, waaronder een niet door [gedaagde] betwiste post voor het herstel van het vlechtwerk, volgt dat in reconventie de vordering voor extra vlechtwerk niet toewijsbaar is, nu [eisers] hierdoor ten gevolge van de tekortkoming van [gedaagde] bij het storten van het beton niet is gebaat. Dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

- het storten van 12,7 m3 extra beton (f)

In de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie heeft [gedaagde] gesteld dat er achtereenvolgens 10 m3 (nummer, 13) en 7,7 m3 (nummer 20) aan extra beton is gestort. Volgens de akte in reconventie (nummer 28) zou het gaan om 12,7 m3. Met deze tegenstrijdige stellingen heeft [gedaagde] dit onderdeel van zijn vordering onvoldoende gemotiveerd en consistent onderbouwd. Daar komt bij dat [eisers] in conventie voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat extra beton is gebruikt door de tekortkoming van [gedaagde] bij het storten van het beton. De extra kosten die het gevolg zijn van de eigen tekortkoming, kan [gedaagde] niet op [eisers] verhalen. Ook dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

- verwijdering van oude funderingsresten (a)

Het bedrag van € 27.500,00 aan arbeidskosten in verband met de verwijdering van funderingsresten is niet als zodanig terug te vinden in de facturen 1134 en 1135. Het bedrag van € 2.650,00 aan inhuur van materiaal is opgenomen in factuur 1134.

De rechtbank begrijpt met [eisers] dat deze werkzaamheden in factuur 1134 zijn gefactureerd voor een bedrag van € 19.000,00.

[eisers] hebben ten aanzien van deze post als verweer gevoerd dat alle sloopwerkzaamheden onder de overeenkomst zijn uitgevoerd en gefactureerd. Wel erkent [eisers] (antwoordakte in reconventie, nummer 25) dat zij opdracht tot meerwerk hebben verleend, maar dat dit meerwerk is gefactureerd door [gedaagde] in factuur 1133. Deze factuur is volgens [eisers] voldaan. [gedaagde] brengt het meerwerk aldus dubbel in rekening. Deze stelling van [eisers] in hun antwoordakte in reconventie sluit aan bij de stelling in de conclusie van antwoord in reconventie dat het uitgraven van de fundering door [gedaagde] dubbel zijn gefactureerd.

[gedaagde] heeft niet toegelicht waarom hij in factuur 1134 voor (onder meer) de sloopwerkzaamheden aan de fundering een bedrag van € 19.000,00 in rekening brengt, terwijl hij dit in zijn akte in reconventie begroot op € 27.500,00 (aan manuren). In factuur 1133 (door [eisers] overgelegd als productie 5 bij dagvaarding) brengt [gedaagde] een post in rekening onder de noemers ‘Extra werkzaamheden volgens afspraak, sloopwerkzaamheden, fundering uitgraven 500mm +diep’ en ‘Oude fundering balk, bak steen en bloksteen wanden in de fundering 450 dik 600mm diep alles gedemonteerd en verwijderd van bouwterrein 120m3 gemengde afval naar sloop’. Bij de prijs van € 5.500,00 is vermeld dat dit volgens afspraak met de opdrachtgever is geschied.

Met [eisers] is de rechtbank van oordeel dat het erop lijkt dat [gedaagde] dezelfde extra sloopwerkzaamheden meerdere keren in rekening brengt. [gedaagde] heeft niet betwist dat [eisers] de factuur 1133 reeds hebben betaald. Nu door [gedaagde] niet is toegelicht waarom naar zijn oordeel in de facturen 1133 en 1134 geen dubbele facturatie plaatsvindt en ook niet heeft toegelicht waarom de prijzen in de facturen voor dezelfde werkzaamheden van elkaar afwijken en waarom hij in de akte in reconventie opnieuw een hoger bedrag vordert, heeft [gedaagde] onvoldoende inzichtelijk gesteld dát [eisers] voor extra sloopwerkzaamheden aan de fundering nog een vergoeding verschuldigd zijn en welk bedrag hij daarvoor nog in rekening mag brengen. Wegens gebrek aan een gemotiveerde en inzichtelijke onderbouwing zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen, zonder dat [gedaagde] op dit punt tot bewijslevering hoeft te worden toegelaten.

- het verwijderen van twee extra schoorstenen (c)

Volgens [gedaagde] zijn er door hem twee extra schoorstenen verwijderd. Voor alle drie de verwijderde schoorstenen geldt dat zij asbest bevatten dat door [gedaagde] is verwijderd. Volgens [eisers] was de sloop van de schoorsteen in de overeenkomst voorzien en zijn er op dit punt geen extra werkzaamheden door [gedaagde] verricht. De rechtbank begrijpt uit dit verweer van [eisers] dat er volgens hen maar één schoorsteen is gesloopt. De asbest is volgens [eisers] verwijderd door een ander bedrijf. [eisers] verwijzen naar een rapport van SGI Compliance (productie 21) waaruit dit zou blijken.

Uit de offerte ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ volgt dat er in de overeenkomst is voorzien van de sloop van één schoorsteen. Volgens [gedaagde] zijn er naast deze schoorsteen nog twee extra schoorstenen verwijderd. Mede door de asbest die er in alle drie de schoorstenen zijn aangetroffen, bedroegen volgens [gedaagde] (akte in reconventie, nummer 25) de kosten voor sloop en afvoer van de schoorstenen, inclusief de asbestsanering € 9.870,00. Het bedrag van € 9.870,00 is door [gedaagde] gefactureerd in factuur 1135, zo constateert de rechtbank. In de omschrijving bij deze post is vermeld dat in januari is begonnen met de sloop van de schoorstenen als extra ongeplande taak, waarbij in de omschrijving ook melding wordt gemaakt van asbest in de schoorstenen. In factuur 1135 is als eerste post een bedrag van € 5.475,00 opgenomen wegens een ongeplande taak. In de omschrijving van deze post wordt eveneens vermeld dat kosten zijn gemaakt wegens asbest die is aangetroffen in de drie schoorstenen. In factuur 1134 is bij de post sloopwerkzaamheden van € 19.000,00 eveneens opgenomen dat daarin de sloop van schoorstenen is inbegrepen.

Ook hier geldt dat [gedaagde] niet inzichtelijk maakt welk bedrag hij vordert wegens de (door hem gestelde) afbraak van twee extra schoorstenen en asbestverwijdering in drie schoorstenen. Evenmin ligt hij toe waarom die werkzaamheden in de facturen meerdere keren zijn gefactureerd en waarom de genoemde bedragen in de concretisering van zijn vordering op dit punt afwijken van wat eerder lijkt te zijn gevorderd op basis van de facturen 1134 en 1135.

Wegens gebrek aan een gemotiveerde en inzichtelijke onderbouwing zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen, zonder dat [gedaagde] op dit punt tot bewijslevering hoeft te worden toegelaten.

- sanering vervuilde grond (b)

Volgens [gedaagde] is er 20 m3 vervuilde grond afgevoerd, waarvoor arbeids- en afvoerkosten zijn gemaakt van in totaal € 7.375,00. [eisers] hebben pas bij antwoordakte in reconventie als verweer gevoerd dat er geen vervuilde grond onder de boerderij aanwezig was. Slechts de grond rondom het gebouw was verontreinigd. [eisers] hebben aan een ander opdracht gegeven om deze grond af te voeren. Uit de verwijzing door hen naar productie 20 begrijpt de rechtbank dat de afvoer volgens [eisers] is uitgevoerd door Dirix te Elsloo.

Hiermee is niet komen vast te staan of [gedaagde] daadwerkelijk 20 m3 vervuilde grond als extra werkzaamheid heeft afgevoerd. Bij deze stand van het debat zou [gedaagde] normaal gesproken in de gelegenheid moeten worden gesteld om zich bij akte nader uit te laten omtrent de door [eisers] in hun laatste antwoordakte nieuw naar voren gebrachte stellingen. Eventueel zou [gedaagde] vervolgens tot bewijs moeten worden toegelaten. De rechtbank ziet in de wijze van procederen van [gedaagde] in reconventie aanleiding om daarvan af te zien. Daartoe geldt het volgende.

Op grond van artikel 21 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv.) zijn partijen verplicht de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Indien die verplichting niet wordt nageleefd, kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht.

[gedaagde] vordert in deze procedure de vergoeding van vier extra injectiepalen als extra kosten, terwijl uit zijn eigen stellingen volgt dat deze aan [eisers] zelf zijn gefactureerd en door hen ook zijn betaald. Ook maakt [gedaagde] in deze procedure aanspraak op betaling voor kosten wegens onvoorziene werkzaamheden bij het verwijderen van de fundering, zonder daarbij mede te delen dat hij deze kosten al in een eerdere meerwerkfactuur gefactureerd heeft (en betaald heeft gekregen). Voorts wordt de (door [gedaagde] gestelde) verwijdering van extra schoorstenen in meerdere posten in de facturen 1134 en 1135 gefactureerd. De onderling afwijkende bedragen die hij zonder enige toelichting ten aanzien van een aantal posten noemt in de eis in reconventie, de akte in reconventie respectievelijk de facturen brengen mee dat hij in ieder geval voor een deel de rechtbank onjuist voorlicht. Het geheel wekt de indruk dat, zoals ook door [eisers] is gesteld, [gedaagde] (in ieder geval voor een deel) tracht een reconventionele vordering te fingeren. Gezien het verweer van [eisers] op dit punt, is het voor de rechtbank twijfelachtig of [gedaagde] daadwerkelijk als extra werkzaamheid vervuilde grond heeft afgevoerd en daarvoor kosten heeft gemaakt. Mede indien de hoogte van deze post wordt bezien in het licht van de totale omvang van het geschil tussen partijen en met inachtneming van de beginselen van een goede procesorde (waaronder de proceseconomie), verbindt de rechtbank aan de hiervoor genoemde wijze van procederen het gevolg dat [gedaagde] niet in de gelegenheid zal worden gesteld om deze post nader te onderbouwen en eventueel te bewijzen. Ook dit onderdeel van de reconventionele vordering zal dus worden afgewezen.

Conclusie

De conclusie van het voorgaande is dus dat de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie, die aan de zijde van [eisers] worden begroot op € 1.821,00 aan salaris advocaat (1,5 punt van tariefgroep IV). De nakosten worden voor een bedrag van € 100,00 toegewezen, zodat in conventie en in reconventie in totaal een bedrag van € 278,00 aan nakosten wordt toegewezen conform de liquidatietarieven. Omdat in conventie al een bedrag is toegewezen in geval tot betekening van het vonnis wordt overgegaan, zal dit in reconventie niet worden toegewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

verklaart voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming met de [eisers] gesloten aannemingsovereenkomsten en dientengevolge verplicht is de schade die [eisers] daardoor lijden aan hen te vergoeden;

verklaart voor recht dat de aannemingsovereenkomsten ‘stut- en sloopwerkzaamheden’ en ‘fundering beton’ door de schriftelijke verklaring d.d. 18 december 2023 rechtsgeldig zijn ontbonden;

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te betalen een schadevergoeding van € 40.520,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 39.781,96 met ingang van 1 januari 2024 en over een bedrag van € 738,66 met ingang van 27 augustus 2024;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen het bedrag van € 3.569,50 aan expertisekosten, het bedrag van € 3.190,03 aan kosten voor het gelegde beslag en het bedrag van € 1.509,84 aan buitengerechtelijke incassokosten, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure die aan de zijde van [eisers] in conventie worden begroot op € 4.353,14, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis;

verklaart de beslissingen onder 5.3. tot en met 5.5. uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [eisers] in reconventie worden begroot op € 1.921,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. J.J. Verhoeven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. dr. J.J. Verhoeven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?