RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/330820 / HA ZA 24-239
Vonnis van 9 april 2025
in de zaak van
1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,
2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2],
beiden wonende te [woonplaats]
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ,
advocaat: mr. K.M. Ruiter,
tegen
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,
advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 31 juli 2024- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 15 tot en met 31
- de akte vermeerdering van eis van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met producties 19 tot en met 22
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 12 februari 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn buren van elkaar. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn eigenaar van het perceel met woning aan de [adres 1] te [woonplaats] (perceelnummer [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] ) en een belendend perceel weiland (perceelnummer [kadasternummer 3] ). [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is eigenaar van het perceel met woning aan de [adres 2] te [woonplaats] (perceelnummers [kadasternummer 4] en [kadasternummer 5] ).
In 1988 is een erfdienstbaarheid van weg gevestigd met de huidige percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] (van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ) als heersend erf en de huidige percelen [kadasternummer 4] en [kadasternummer 5] (van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) als dienend erf. De relevante bepalingen uit de in dat kader opgemaakte notariële akte van vestiging luiden als volgt:
“(...) OMSCHRIJVING ERFDIENSTBAARHEDEN
Artikel 8
(...) “ten laste van een gedeelte van het thans aan komparanten ter derde zijde in eigendom toebehorende gedeelte van gemeld perceel nummer [kadasternummer 6] , zoals dit gedeelte met blauwe arcering is aangegeven op tekening A, als dienstbaar erf (nu de percelen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , toevoeging rechtbank) en ten behoeve van het thans aan de komparanten ter tweede zijde in eigendom toebehorende gedeelte van gemeld perceel nummer [kadasternummer 6] , zoals dit gedeelte met rode arcering is aangegeven op de tekening A, als heersend erf (nu de percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , toevoeging rechtbank), wordt gevestigd de erfdienstbaarheid van weg om vanaf het heersend erf de openbare weg genaamd Provinciale weg te [plaats] en vanaf deze weg het heersend erf te kunnen bereiken over gemelde met blauwe arcering aangegeven weg.
Inzake deze erfdienstbaarheid verklaarden komparanten ter tweede en derde zijde nog als volgt:
a. Deze met blauwe arcering aangegeven weg zal door en voor gezamenlijke rekening van de eigenaren van het heersend erf en dienstbaar erf kunnen worden afgesloten.
Het onderhoud van deze afsluiting en van deze weg komt voor rekening van de eigenaren van het heersend erf en dienstbaar erf, ieder voor de helft.
b. De eigenaren zijn verplicht deze afsluiting na gebruik onmiddellijk dicht te doen.
c. De eigenaren mogen op deze weg geen zaken plaatsen welke het direct gebruik van de weg hinderen.
.”(...)
Hieronder is de tekening weergegeven waarop de in de vestigingsakte vermelde gekleurde arceringen te zien zijn (overgelegd als onderdeel van productie 3 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). Het rood gearceerd deel (rechts) betreft de percelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aan de [adres 1] (het heersende erf). Het blauw gearceerde deel duidt de erfdienstbaarheid van weg op de percelen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] (aan de [adres 2] ) aan.
In 1997 is een erfdienstbaarheid van weg gevestigd met het perceel [kadasternummer 3] (van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ) als heersend erf en het perceel [kadasternummer 7] (van een niet bij deze procedure betrokken partij) als dienend erf. De notariële vestigingsakte luidt, voor zover relevant, als volgt:
(...) ten behoeve van het perceel kadastraal bekend als gemeente [kadasternummer 3] als heersend erf en ten laste van de percelen kadastraal bekend als gemeente [kadasternummer 7] en zonder onderbreking opklimmend tot en met [kadasternummer 8] als dienende erven, wordt bij deze gevestigd de erfdienstbaarheid van weg, om te komen van- en te gaan naar het heersend erf, naar en van [plaats] te [woonplaats] , uit te oefenen over de, maast de op het dienend erf gelegen opstallen, aanwezige hellingbaan, een en ander zoals op een aan deze akte te hechten situatietekening met blauwe stippellijn nader is aangegeven. (...)”
In 2008 hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in kort geding gedagvaard en – kort gezegd – gevorderd dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zou worden veroordeeld de onder 2.2. vermelde erfdienstbaarheid te respecteren. Dit heeft geresulteerd in een kortgedingvonnis van de rechtbank Maastricht van 21 januari 2008 (productie 7 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). De voorzieningenrechter heeft in dat vonnis -voor zover thans van belang- als volgt beslist:
“(...) De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onbeperkt en onverkort toegang te verschaffen tot het dienende erf, overeenkomstig de gevestigde erfdienstbaarheid van weg daartoe [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een sleutel van de poort te verschaffen, alsmede draadwerk op de erfgrens te verwijderen, zulks binnen 5 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag of gedeelte daarvan, dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,--; (...)”
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Er is geen hoger beroep ingesteld.
Op of omstreeks 22 augustus 2022 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] twee nieuwe sloten gemonteerd op de ijzeren poort die, bezien vanaf de openbare weg, de toegang geeft tot de onder 2.2. vermelde erfdienstbaarheid. Zij heeft de sleutels van deze poort niet aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gegeven. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben daar aanvankelijk tevergeefs om verzocht (productie 5 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). Op 11 juni 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de sleutels alsnog aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ter beschikking gesteld.
In maart 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een hek op de erfgrens tussen de percelen van partijen geplaatst waardoor ook de toegang van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot hun perceel vanaf het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] via de erfdienstbaarheid - op de overgang tussen het blauw en rood gearceerde deel op de in 2.3. opgenomen tekening - is geblokkeerd (productie 8 [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). Dit hek is inmiddels weer verwijderd.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben aan de achtergevel van hun woning en aan een paal in hun tuin beveiligingscamera’s aangebracht, met dien verstande dat de camera aan de paal inmiddels is verwijderd. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft in of nabij haar tuin ten minste drie beveiligingscamera’s aangebracht.
Op 11 juli 2024 is een van de honden van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] - van het ras Dobermann – vanuit de tuin van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de tuin van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gesprongen. In de tuin van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bevond zich toen haar hond.
3. Het geschil
De rechtbank verwijst naar hetgeen onder 3.1. en 3.4. in het vonnis van 31 juli 2024 staat.
Daarnaast heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij akte van 12 februari 2025 een vermeerdering van eis ingediend en vordert zij thans tevens bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] te veroordelen om binnen één maand na betekening van het in deze te wijzen vonnis een dusdanige omheining / afrastering aan te brengen aan de achterzijde van het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op de oever van het perceel, in eigendom toebehorend aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , waardoor het onmogelijk is dat (een van) deze Dobermann honden het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] kunnen bereiken, zulks op straffe van een door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te verbeuren dwangsom van € 100,- voor iedere dag dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] weigerachtig blijft aan deze veroordeling te voldoen en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te veroordelen tot betaling aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van een bedrag van € 139,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de eisvermeerdering.
Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] haar vordering ingetrokken met betrekking tot de camera op de paal, die zich op het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bevindt zoals weergegeven op productie 17 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .
4. De beoordeling in conventie en in reconventie
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank deze gezamenlijk in onderling verband beoordelen.
Kosten onderhoud van de afsluiting (poort) en de weg
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft gesteld dat zij sinds 1 november 2006 (toen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] eigenaar van het heersende erf aangaande de onder 2.2. vermelde erfdienstbaarheid werden) alle kosten met betrekking tot het onderhoud van de afsluiting (de poort) en de daar achter gelegen weg heeft voldaan. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft zij [eisers in conventie, verweerders in reconventie] talloze keren verzocht om de helft van deze kosten te dragen conform artikel 8 onder a van de akte waarbij de erfdienstbaarheid is gevestigd. Zij verwijst naar haar brief aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 22 en 27 augustus 2022 (producties 1 en 2 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ). [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt in de periode vanaf juli 2019 voor € 2.122,04 aan gezamenlijk te dragen kosten te hebben betaald en vordert op grond daarvan betaling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van een bedrag van (50% x € 2.122,04 =)
€ 1.061,02.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwisten gehouden te zijn de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gevorderde kosten te betalen. Zij voeren daartoe onder meer aan dat conform art. 8 onder a van de notariële akte waarbij de erfdienstbaarheid is gevestigd, de kosten van onderhoud van afsluiting en weg weliswaar bij helfte voor rekening van ieder van partijen komen, maar alleen als er duidelijke afspraken over worden gemaakt, ook gelet op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] echter op eigen houtje gehandeld en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben geen enkele inspraak over het onderhoud en de daarbij behorende kosten gehad.
De rechtbank is van oordeel dat het verweer van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] slaagt. Daarbij is van belang dat de verhouding tussen de eigenaar van het heersende erf (hier: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ) en die van het dienende erf (hier: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) mede wordt beheerst door de eisen redelijkheid en billijkheid. Dat geldt dus ook waar het gaat om de uitleg van de bijkomende bepalingen over de erfdienstbaarheid, zoals art. 8 onder a voornoemd van de notariële vestigingsakte. Een redelijke uitleg van die bepaling brengt met zich dat degene die aanspraak maakt op vergoeding van de daarin vermelde kosten, voorafgaand aan het maken daarvan het overleg zoekt over de (noodzaak van de) werkzaamheden waarvoor kosten worden gemaakt en de omvang van de kosten, eventueel behoudens maatregelen die geen uitstel dulden. Het gaat niet aan om zonder (een poging tot) vooroverleg op eigen houtje en naar eigen inzicht werkzaamheden te (laten) uitvoeren en de kosten daarvoor vervolgens voor de helft bij de ander te leggen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft weliswaar gesteld dat zij verschillende malen heeft verzocht om een bijdrage, maar niet voldoende gemotiveerd gesteld dat zij voorafgaand aan het maken van kosten heeft geprobeerd daarover in overleg te gaan met [eisers in conventie, verweerders in reconventie] De enkele stelling tijdens de mondelinge behandeling dat het leggen van grind met de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] is besproken en dat zijn reactie was dat het hem niet boeide, volstaat niet gezien het feit dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] die stelling hebben betwist en verdere onderbouwing niet is gegeven. De verwijzing naar de als productie 1 overgelegde brief van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] maakt dat niet anders, nu daaruit niet kan worden afgeleid dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] overleg heeft gezocht over de uit te voeren werkzaamheden voordat zij kosten zou hebben gemaakt noch dat het werkzaamheden betrof die dermate acuut waren dat overleg niet kon worden afgewacht. Dit betekent dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen aanspraak kan maken op een bijdrage in de beweerdelijk door haar gemaakte kosten en haar vordering op dat punt om die reden zal worden afgewezen. De overige verweren van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] behoeven geen bespreking meer.
Opheffen erfdienstbaarheid
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft ex art. 5:78 dan wel 5:79 BW opheffing van de erfdienstbaarheid als vermeld onder 2.2. gevorderd. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] kunnen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] via de erfdienstbaarheid van weg gevestigd te behoeve van hun perceel [kadasternummer 3] (zie 2.4.) komen en gaan naar en van de achter hun perceel gelegen garage. De onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 5:78 BW ligt volgens haar ook daarin dat, nadat de ten laste van haar percelen de erfdienstbaarheid is gevestigd, aan de rechterzijde van de percelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] middels de erfdienstbaarheid van weg als bedoeld in 2.4. een ontsluiting naar de openbare weg is gerealiseerd. Daarom kan volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van haar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de ongewijzigde instandhouding van de erfdienstbaarheid van weg ten laste van haar percelen niet worden gevergd. Ook hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen redelijk belang bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid van weg via het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en is het volgens haar niet aannemelijk dat dit belang zal terugkeren. Zij stelt daartoe dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de garage nooit met hun auto via de oprit van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] hebben bereikt, maar steevast gebruik maken van de aan de rechterzijde van hun percelen gelegen erfdienstbaarheid om hun garage of percelen te bereiken. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben volgens haar dan ook geen enkel belang bij de erfdienstbaarheid van weg over haar percelen.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben -kort gezegd- aangevoerd nog altijd een belang bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid van weg over de percelen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te hebben. Perceel [kadasternummer 3] betreft het weiland achter de garage. De erfdienstbaarheid ten behoeve van dit perceel mag volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet worden gebruikt om de garage op perceel [kadasternummer 2] te bereiken en vice versa. Daar dient volgens hen de onder 2.2. vermelde erfdienstbaarheid van weg met percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] als heersend erf voor. Het is volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bovendien onjuist dat zij hun garage op perceel [kadasternummer 2] ook via de erfdienstbaarheid ten laste van perceel [kadasternummer 3] kunnen bereiken. Recente verbouwingen op perceel [kadasternummer 2] maken de erfdienstbaarheid via perceel [kadasternummer 3] volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen volwaardig alternatief. Ook is het terrein naar hun stelling veel te drassig om daar het hele jaar met voertuigen over te rijden. Ten slotte zou opheffing van de erfdienstbaarheid ervoor zorgen dat de woning (het perceel) van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in waarde zal verminderen, hetgeen hun eigendomsrecht aantast. Aangezien de discussie tussen partijen al vele jaren speelt, kan er geen sprake zijn van onvoorziene omstandigheden ex art. 5:78 BW, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
De rechtbank is van oordeel dat het verweer Van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] slaagt. Dat er in 1997 een tweede erfdienstbaarheid van weg met een ander perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] als heersend erf en het naastgelegen perceel als dienend erf is gevestigd, betreft geen onvoorziene omstandigheid welke van dien aard is dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de erfdienstbaarheid niet van de eigenaar van het dienende erf kan worden gevergd, zoals art. 5:78 sub a BW luidt, te meer nu het verband tussen beide erfdienstbaarheden onvoldoende is omdat het recht van toegang tot de percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op grond van een erfdienstbaarheid ten gunste van die percelen niet kan worden vereenzelvigd met een recht van toegang tot perceel [kadasternummer 3] van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op grond van een erfdienstbaarheid ten gunste van dat perceel.
Ingevolge art. 5:79 BW kan de rechter op vordering van de eigenaar van het
dienende erf een erfdienstbaarheid opheffen, indien de uitoefening daarvan onmogelijk is geworden of de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang bij de uitoefening meer heeft, en het niet aannemelijk is dat de mogelijkheid van uitoefening of het redelijk belang daarbij zal terugkeren. Hiervan is evenmin gebleken. Het belang van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij het recht van erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van de percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] wordt niet weggenomen door het feit dat er ten behoeve van een ander perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ( [kadasternummer 3] ) ook een erfdienstbaarheid van weg geldt.
De vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] die strekt tot opheffing van het ten laste van haar perceel gevestigde erfdienstbaarheid, wordt dus afgewezen.
Handelen conform de erfdienstbaarheid
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben gesteld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de erfdienstbaarheid van weg ten laste van haar perceel frustreert door:
- de toegang tot de weg te (laten) blokkeren door meerdere voertuigen op de oprit te (laten) plaatsen,
- de twee nieuwe sloten op het hekwerk te plaatsen, zonder een sleutel van deze sloten aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te geven.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft -kort gezegd- aangevoerd dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen belang hebben bij hun vordering, aangezien er op 21 januari 2008 al een vonnis in kortgeding is gewezen, waarbij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is veroordeeld om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onbeperkt en onverkort toegang te verschaffen tot het dienend erf, overeenkomstig de gevestigde erfdienstbaarheid van weg, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een sleutel van poort te verschaffen en het draadwerk op de erfgrens te verwijderen, zulks op verbeurte van een dwangsom. In de onderhavige procedure vorderen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nagenoeg hetzelfde, aldus [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Inhoudelijk ontkent en bestrijdt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat zij het recht van erfdienstbaarheid van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] frustreert. Zij stelt de toegang tot de oprit niet te blokkeren. De auto’s op de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] overgelegde foto’s zijn volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van bezoekers van een verjaardagsfeest van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Het betrof volgens haar een eenmalige aangelegenheid. Over de periode waarin [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen toegang hebben gehad tot de weg omdat zij niet beschikten over een sleutel van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] nieuw aangebrachte sloten, heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zich naar eigen zeggen beroepen op opschortingsrecht dat haar toe zou komen vanwege het door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet meebetalen aan de gezamenlijk te dragen kosten. Subsidiair verzoekt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om de gevorderde dwangsom te matigen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft enkel een AOW-uitkering. Meer subsidiair verzoekt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de dwangsom te maximeren.
De rechtbank stelt voorop dat ingevolge art. 5:70 lid 1 BW een erfdienstbaarheid een last is waarmee een onroerende zaak - het dienende erf (i.c. het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] c.s.) - ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersende erf (i.c. het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ) - is bezwaard. Bij een erfdienstbaarheid gaat het in beginsel om een verplichting om op, boven of onder een van de erven iets te dulden of niet te doen (art. 5:71 BW). Dit betekent dat de eigenaar van het dienende erf moet dulden dat de eigenaar van het heersende erf op het dienende erf iets doet wat hij anders niet zou mogen doen. Logische consequentie hiervan is dat de eigenaar van het dienende erf op zijn eigen erf iets niet mag doen, namelijk de erfdienstbaarheid van weg frustreren door bv. op zijn perceel goederen of een hekwerk te plaatsen, wat hij zonder de erfdienstbaarheid wel zou mogen doen.
Het is onjuist - zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt - dat een vonnis in kort geding gezag van gewijsde toekomt (HR 16 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1583). Ook overigens maakt een toewijzende beslissing in kort geding niet dat een vergelijkbare vordering niet meer in een bodemzaak aanhangig zou kunnen worden gemaakt, integendeel. De beslissing in kort geding betreft immers een voorlopige voorziening die naar zijn aard geen definitief einde aan het geschil maakt. Dat gebeurt in een bodemzaak. Dat een beslissing in kort geding in de praktijk vaak niet wordt gevolgd door een bodemzaak, maakt dat niet anders. De stelling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen belang meer hebben bij de onderhavige vordering, omdat er al een kortgedingvonnis is gewezen, faalt dus.
Vast staat dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gedurende ongeveer twee jaar het gebruik van de erfdienstbaarheid onmogelijk heeft gemaakt, door de poort af te sluiten. Daarnaast heeft zij het [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tijdelijk onmogelijk gemaakt om de erfdienstbaarheid te gebruiken doordat zij een tweede hekwerk had geplaatst die de doorgang voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] blokkeerde. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft er derhalve blijk van gegeven de erfdienstbaarheid niet zonder meer te respecteren.
Het beroep dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] doet op het haar beweerdelijk toekomend opschortingsrecht omdat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen bijdrage betaalden voor het onderhoud aan de oprit kan haar niet baten. De rechtbank verwijst naar hetgeen daarover hiervoor is overwogen. Dat het tweede hek zou zijn geplaatst om te voorkomen dat de hond van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kon komen - zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt - levert uiteraard ook geen rechtvaardiging op voor het frustreren van de erfdienstbaarheid.
Gelet op het voorgaande hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] belang bij een veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om de erfdienstbaarheid te respecteren, zonder dat hoeft te komen vast te staan dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de erfdienstbaarheid ook heeft gefrustreerd door auto’s te (laten) parkeren. Het ter zake door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onder 1 gevorderde ligt dan ook voor toewijzing gereed. De rechtbank ziet in het feit dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] enkel een AOW-uitkering ontvangt, geen aanleiding de dwangsom te matigen. Als zij zich immers aan de veroordeling houdt, zal zij geen dwangsom verbeuren. De rechtbank zal de totaal te verbeuren dwangsom maximeren op een bedrag van € 100.000,00.
Camera’s van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben gesteld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] sinds 2021 een aantal camera’s achter haar woning heeft geplaatst, waarbij met name de camera achter in haar tuin (productie 9 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ) zo hoog is geplaatst dat deze volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de woonkamer, badkamer, slaapkamer en zolderkamer van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in beeld brengt. Deze camera kan 360 graden (mee)draaien waardoor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] continu het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en de woning kan zien, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Daarnaast heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] twee andere camera’s - op de garage en het tuinhuisje - die volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] eveneens op de tuin en woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn gericht (productie 10 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] maakt daarmee naar hun mening inbreuk op het recht op privacy van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , in strijd met het bepaalde in art. 10 van de grondwet, art. 8 EVRM en artt. 5, 6, 13, 14 en 24 van de AVG. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vorderen verwijdering van de betreffende camera’s op straffe van een dwangsom.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft aangevoerd dat de foto’s van met name de camera op de paal achter in de tuin een vertekend beeld geven. De paal heeft een hoogte van slechts twee meter. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ontkent met zowel die camera als de andere twee camera’s zicht te hebben op het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] De camera’s zouden enkel dienen ter beveiliging van het eigen perceel. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betwist dat er door enige camera inbreuk wordt gemaakt op het recht van privacy van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
De rechtbank stelt vast dat het bij petitum sub 2 door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gevorderde - kort gezegd - uiteenvalt in een algemeen verbod om camera’s te bevestigen en een specifiek verwijderingsbevel van de drie al bevestigde camera’s. Het algemene verbod om camera’s te bevestigen aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ’ eigendommen of gericht op hen en hun perceel is door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet (gemotiveerd) weersproken, zodat dit zal worden toegewezen.
Ter zitting is zijdens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in eerste instantie verklaard dat de camera’s niet kunnen bewegen. In tweede instantie is - naar aanleiding van een door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] getoond filmpje waarop volgens hen te zien is dat de camera op de paal draait en zicht geeft op hun perceel - verklaard dat de camera op de paal in de achtertuin wel (op afstand via een app te bedienen) kan bewegen als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daartoe opdracht geeft. Dat zou (alleen) zijn gebeurd om zicht te hebben op werkzaamheden van het Waterschap op een moment dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wegens vakantie afwezig was.
Het staat dus vast dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de camera op de paal (ook op afstand) zelf kan draaien, waarbij kennelijk toch (ook) zicht op het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] mogelijk is. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt weliswaar dat zij van die mogelijkheid geen gebruik maakt, maar stelde aanvankelijk ook dat deze camera niet kan draaien. Mede gelet op het bepaalde in artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is er naar het oordeel van de rechtbank aldus voldoende reden om aan te nemen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met deze camera een inbreuk maakt op de privacy van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , op grond waarvan de gevorderde verwijdering van de camera op
de paal in de achtertuin zal worden toegewezen.
Van de camera’s op de garage en het tuinhuisje is niet komen vast te staan dat deze zicht hebben op het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , zodat dit deel van het gevorderde zal worden afgewezen.
Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank onder rov. 4.16 met betrekking tot de dwangsom heeft overwogen, zal de rechtbank de gevorderde dwangsom van € 100,00 voor iedere overtreding en voor elke dag dat de overtreding voortduurt toewijzen, zulks tot een maximum van € 10.000,00.
Camera’s van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft gesteld dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een camera aan hun achtergevel hebben bevestigd (productie 15 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ), die voortdurend gericht is op haar perceel. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] “houdt het ervoor” dat deze camera voortdurend registreert wat zich achterom bij haar afspeelt. Verder stelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat zich in een mandelige heg achter het tuinhuisje van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] twee wildcamera’s bevinden. Deze wildcamera’s hebben volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] permanent zicht op haar tuin.. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen enkel belang bij de camera en de twee wildcamera’s. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] maken hiermee een inbreuk op de privacy van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en schenden de AVG. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert verwijdering van de camera’s.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwisten de aanwezigheid van wildcamera’s. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen niet te weten niet waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] doelt. De camera tegen de achtergevel van de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is volgens hen niet gericht op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] maar zou enkel het terras van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in beeld brengen. Deze camera kan volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geeneens zichtbaar zijn vanaf het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . De door haar als productie 15 overgelegde foto kan enkel zijn genomen vanuit het perceel van de buren aan de andere zijde, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
De rechtbank stelt vast dat, gelet op de betwisting van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] onvoldoende het bestaan van de door haar (bloot) gestelde twee wildcamera’s heeft onderbouwd, zodat dit deel van haar vordering zal worden afgewezen.
Wat betreft de camera op de achtergevel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is door de rechtbank op grond van hetgeen door partijen over en weer naar voren is gebracht niet vast te stellen dat deze camera zicht heeft op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Om die reden zal ook dit deel van het door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gevorderde worden afgewezen.
Gederfd woongenot [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben gesteld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] door het blokkeren van de erfdienstbaarheid, waardoor zij niet optimaal gebruik konden maken van hun garagebox, en de aanwezigheid van drie camera’s die op (een groot gedeelte van) hun perceel gericht staan, van januari dan wel oktober 2020 tot maart 2024 niet optimaal van hun woongenot hebben kunnen gebruikmaken. Onder verwijzing naar het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2016:3984) hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dit gederfd woongenot berekend op 41 maanden x 50% van het maandelijks bedrag aan hypotheekrente van
€ 594,00, zijnde € 12.177,00. Zij vorderen de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van dit
bedrag.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft -kort gezegd- nogmaals aangevoerd de erfdienstbaarheid nimmer te hebben geblokkeerd en/of terecht van het haar toekomend opschortingsrecht gebruik te hebben gemaakt en/of geen camera’s op het perceel of de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gericht te hebben. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bestrijdt onrechtmatig jegens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te hebben gehandeld, zodat hen geen vordering met betrekking tot gederfd woongenot toekomt. De jurisprudentie waarnaar [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verwijzen betreft volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een niet vergelijkbaar feitencomplex, zodat het beroep hierop volgens haar niet opgaat in de onderhavige zaak.
Wat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kennelijk vorderen is een vergoeding voor misgelopen onstoffelijk voordeel. Weliswaar staat vast dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] door toedoen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] - in ieder geval - circa twee jaar geen gebruik van het recht van erfdienstbaarheid van weg hebben kunnen maken, maar dat is niet voldoende om aan hen de gevorderde schadevergoeding toe te kennen. Uit de relevante jurisprudentie van de Hoge Raad moet worden afgeleid dat de met het verlies van onstoffelijk voordeel gemoeide vermogensschade in beginsel moet worden gesteld op de voor het verkrijgen daarvan gedane uitgaven die hun doel hebben moeten missen, waarbij in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat deels of voor een bepaalde periode het voordeel wel is genoten (HR 28 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6460 en HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF1042). [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben hun schade voor het tijdelijk niet kunnen gebruiken van de erfdienstbaarheid begroot aan de hand van hun hypotheeklasten en daarmee aan de hand van de aankoop van hun percelen met bebouwing. Dat is niet juist omdat het tijdelijk verlies van het onstoffelijk voordeel gemoeid met het niet kunnen gebruiken van de erfdienstbaarheid uiteraard niet gelijk te stellen is met het tijdelijk verlies van het onstoffelijk voordeel gemoeid met de percelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met bebouwing. In zoverre wijkt de onderhavige zaak af van de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aangehaalde zaak voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De stellingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bieden onvoldoende aanknopingspunten om de vordering om een ander bedrag vast te stellen. Waar het de camera op de paal betreft, geldt dat op basis van de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gegeven onderbouwing niet kan worden vastgesteld dat zij door de aanwezigheid daarvan in relevante mate woon- of ander genot hebben gemist. De vordering moet daarom worden afgewezen. De overige verweren van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] behoeven geen bespreking.
Gederfd woongenot [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor met betrekking tot de camera van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op de achtergevel en de beweerdelijke wildcamera’s is overwogen, zal de rechtbank de vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gebaseerd op gederfd woongenot afwijzen. De stellingen waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] haar standpunt over gederfd woongenot baseert, worden immers niet overgenomen, zodat alleen al om die reden van toewijzing van schadevergoeding geen sprake kan zijn.
Immateriële schadevergoeding [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] maken aanspraak op vergoeding van door hen beweerdelijk geleden immateriële schade door de inbreuk op hun privacy door de camera’s van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .
Art. 6:106 BW luidt, voor zover nu relevant, als volgt:
Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:
a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast; (...).
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben niet gesteld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] het oogmerk heeft gehad om hen met de camera op de paal immaterieel nadeel toe te brengen. Zij hebben evenmin voldoende onderbouwd gesteld dat zij (geestelijk) letsel hebben opgelopen of op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben dit deel van hun vordering dus onvoldoende onderbouwd, reden waarom dit zal worden afgewezen.
Immateriële schadevergoeding [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
De vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] die strekt tot vergoeding van immaterieel nadeel is gebaseerd op de stelling dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door het plaatsen en handhaven van camera’s. Hiervoor is al vastgesteld dat geen onrechtmatig handelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kan worden vastgesteld. Alleen al om die reden moet de vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] worden afgewezen.
Aanbrengen omheining door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en schadevergoeding hond
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft gesteld dat, toen op 11 juli 2024 een van de Dobermann honden van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op haar perceel is gekomen, deze haar hond heeft aangevallen en letsel heeft toegebracht. Aan de achterzijde van het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stond een afrastering, die na werkzaamheden van het Waterschap aan de achterliggende beek niet is teruggeplaatst (productie 21 en 22 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ). Hierdoor kon de hond van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] over de beek springen en op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] komen, aldus [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Na dit incident hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] enige provisorische aanpassingen doorgevoerd, maar dat is volgens haar verre van toereikend (productie 19 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ). [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt zich niet prettig in haar eigen tuin te voelen en niet alleen voor haar hond, maar ook voor haar kleinkinderen en haar levensgezel te vrezen. Er is volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] sprake van een gevaarzettende situatie, zulks te meer nu de Dobermann honden getraind worden op “pakwerk” en op behendigheid. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] stelt dat op [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de verplichting rust dusdanige maatregelen te nemen dat het niet langer kan gebeuren dat de Dobermann honden op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] terecht kunnen komen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] worden veroordeeld om – kort gezegd – een deugdelijke afscheiding te plaatsen en de kosten van de dierenarts van € 139,00 te vergoeden.
[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben aangevoerd dat hun hond maar heel even op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is geweest en ook dat hun honden niet gevaarlijk zijn. Verder wijzen ze erop dat het Waterschap het hekje destijds niet heeft teruggeplaatst. Dit alles doet echter niet af aan het feit dat de hond(en) van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kennelijk relatief makkelijk op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] kunnen komen. Het is de plicht van de eigenaar van een hond om ervoor te zorgen dat de hond op zijn eigen perceel blijft. Het is dan ook aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om hun perceel daarop in te richten. Hieraan doet niet af dat, zoals zij hebben aangevoerd, onduidelijkheid bestaat over de loop van de erfgrens bij het beekje, nu het voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] mogelijk is een afrastering niet mandelig, maar op hun eigen perceel te plaatsen om zodoende te voorkomen dat een of meer van hun honden op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] komt. Als [eisers in conventie, verweerders in reconventie] deze afrastering wel op de erfgrens willen plaatsen, zullen zij daartoe in overleg moeten treden met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zonder dat dit afdoet aan hun verplichting hun honden op hun perceel te houden. Dit deel van het door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gevorderde zal dan ook worden toegewezen, op de wijze zoals in het dictum bepaald. De dwangsom zal als onweersproken worden toegewezen en gemaximeerd op een bedrag van € 10.000,00.
Gelet op de stelling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat de Dobermann slechts kort op het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] was en zij alleen maar met de hond van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wilde spelen, terwijl [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de omstandigheden noch de gestelde verwondingen nader heeft toegelicht, zal de rechtbank het deel van het in reconventie gevorderde dat ziet op de factuur van de dierenarts als onvoldoende onderbouwd afwijzen.
Proceskosten
De rechtbank ziet in het feit dat partijen over en weer (deels) in het ongelijk zijn gesteld aanleiding om dat proceskosten te compenseren, aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onbeperkt en onverkort toegang te verschaffen tot het dienende erf overeenkomstig de gevestigde erfdienstbaarheid van weg zoals omschreven onder 2.2. hiervoor en derhalve alle voertuigen maar ook andere zaken die de oprit of de garage van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] blokkeren te verwijderen en verwijderd te houden, zulks binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor elk dagdeel dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
verbiedt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om camera’s te bevestigen aan/op het eigendom van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en op een andere plek voor zover gericht op [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en de hunnen, het registergoed van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dan wel overige bezittingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere overtreding hiervan en voor elk (dag) deel dat de overtreding voortduurt, tot het maximum van € 10.000,00 is bereikt,
beveelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om de reeds aangebrachte camera op de paal in haar achtertuin binnen een week na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere overtreding hiervan en voor elk (dag) deel dat de overtreding voortduurt, tot het maximum van € 10.000,00 is bereikt,
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
veroordeelt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om binnen één maand na betekening van dit vonnis een omheining / afrastering aan te brengen op hun perceel dan wel op de erfgrens tussen de percelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , ter hoogte van de achtertuinen van deze percelen, waardoor wordt verhinderd dat (een van) de Dobermann honden van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] kan of kunnen bereiken, zulks op straffe van een door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te verbeuren dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] weigerachtig blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot het maximum van € 10.000,00 is bereikt,
verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op
9 april 2025.
JC