RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/311293 / HA ZA 22-502
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
advocaat: mr. T.J. Wittendorp,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
advocaat: mr. W.J. van der Kroon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 juli 2024,- het deskundigenbericht,
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling in conventie en reconventie
Deskundigenbericht
De in het tussenvonnis van 17 juli 2024 benoemde deskundige heeft de woning getaxeerd op € 450.000,00. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] sluit zich daarbij aan. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is het daarmee niet eens. Haar bezwaren en opmerkingen zullen hierna worden besproken.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft allereerst gesteld dat het deskundigenrapport onvolledig is omdat de reacties van partijen op het concept rapport zouden ontbreken. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft die reacties overgelegd. De rechtbank gaat aan dit bezwaar voorbij omdat het aan de rechtbank gezonden rapport weldegelijk de reacties van de partijen op het concept rapport – en de reactie daar weer op van de deskundige – bevat (pagina 28 tot en met 30).
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt verder dat de deskundige niet voldoende is gekwalificeerd. Hij zou niet als vastgoedtaxateur zijn opgeleid en geregistreerd. Dit is onjuist omdat de deskundige als vastgoedtaxateur is geregistreerd in het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) en daarmee gebonden is aan gedrags- en beroepsregels die verbonden zijn aan de inschrijving in het NRVT, waaronder regels omtrent (permanente) opleiding.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert aan dat de taxatie niet is gebaseerd op een daadwerkelijke meting van de oppervlakte van de woning. Zij wijst er daarbij op dat in een prospectus uit 2007, die in opdracht van haar en erflater is opgemaakt, een totale oppervlakte van circa 100,5 m2 wordt vermeld en de deskundige uitgaat van 135 m2 woonoppervlak.
In reactie op het concept rapport heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deze opmerking ook gemaakt. Naar aanleiding daarvan heeft de deskundige aangegeven dat hij heeft gemeten conform de NEN2580 norm op basis van de splitsingstekeningen en dat de woning een dubbele kamer op de vierde verdieping heeft, waar vergelijkbare woningen een enkele kamer hebben. Over de brochure uit 2007 merkt de deskundige op dat deze niets vermeld over het aantal m2 wonen volgens de NEN2580 norm.
In de conclusie na deskundigenbericht heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nog aanvullend aangevoerd dat splitsingstekeningen niet zelden afwijken van de werkelijkheid en daarvan bewijs aangeboden.
Het gaat er dus om of de deskundige bij zijn onderzoek rekening heeft gehouden met het juiste aantal m2 woonoppervlak. De deskundige heeft in zijn reactie op het concept toegelicht hoe hij dit oppervlak heeft berekend. In het rapport staat ook een uitsplitsing per woonlaag. Gelet op deze nadere toelichting van de deskundige, had van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] méér worden verwacht ter onderbouwing van haar standpunt. De deskundige heeft immers aangegeven hoe hij het woonoppervlak heeft berekend, hoe een verschil met andere woningen kan worden verklaard en waarom de brochure uit 2007 hem geen aanleiding geeft een ander oppervlak aan te houden. Daar stelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] enkel een brochure tegenover waarin weliswaar melding wordt gemaakt van een afwijkend oppervlak, maar waarin niet staat dat dit het woonoppervlak betreft – laat staan volgens NEN2580 – met bovendien de toevoeging het geen precieze meting (‘circa’) betreft. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gaat niet in op de redenen waarom de deskundige het aantal m2 dat in de brochure is vermeld, niet heeft overgenomen als het woonoppervlak. De stelling dat splitsingstekeningen niet zelden afwijken van de werkelijkheid, is onvoldoende ter onderbouwing van de stelling dat dit hier het geval is (en een afwijking naar boven inhoudt). Daarom is er ook geen aanleiding om in te gaan op het bewijsaanbod dienaangaande.
De rechtbank verwerpt dus ook dit bezwaar van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat de deskundige zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de WOZ-waarde van de woning. Deze was in 2023 lager dan in 2022 en in beide jaren veel lager dan de getaxeerde waarde (€ 259.000,00 respectievelijk € 261.000,00). Dit ‘schreeuwt’ volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om een verklaring. De opmerkingen van de deskundige dat hij met de WOZ-waarde geen rekening hoeft te houden, voldoet volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan ook niet. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verwijst daarbij ook naar een door haar opgevraagd zogenoemd woningrapport van het Kadaster waarin aan de woning een waarde van € 318.980,00 wordt gekoppeld.
De rechtbank kan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet volgen in haar redenering die de WOZ-waardes en het woningrapport van het Kadaster als uitgangspunt neemt. Afgezet tegen de veel uitgebreidere taxatie van de deskundige, die daarbij (anders dan de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aangehaalde waarderingen) de concrete onderhoudstoestand van de woning aan binnen- en buitenzijde betrekt en ook rekening houdt met de daadwerkelijk betaalde verkoopprijzen van vergelijkingspanden, kunnen de WOZ-waarde en het woningrapport geen gewicht in de schaal leggen. Het is daarom ook niet juist om van de deskundige een verklaring voor het verschil in waardering te verwachten.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat het taxatierapport onjuiste gegevens vermeldt ten aanzien van de verkoopprijzen van de referentiepanden. Ook afgezien van het feit dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] lijkt te miskennen dat – zoals de deskundige naar aanleiding van gelijke opmerkingen naar aanleiding van het concept rapport vermeldde – de verkoopprijzen van de referentiepanden worden geïndexeerd tegen de taxatiedatum, kan dit standpunt van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet worden aanvaard. Zij beroept zich op een zelf opgesteld overzicht dat gemaakt is aan de hand van de prijzen die op funda.nl te zien zijn. Dat betreft dus vraagprijzen en geen verkoopprijzen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt weliswaar ten aanzien van enkele van die woningen te weten waarvoor ze zijn verkocht, maar heeft die gestelde wetenschap niet met stukken of anderszins onderbouwd. Belangrijker nog is dat het niet de referentieobjecten betreft die de deskundige gebruikte, niet toegelicht is waarom de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] genoemde woningen een betere referentie zouden bieden en klaarblijkelijk het overzicht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet aan deskundige is voorgelegd (zodat hij er niet op heeft kunnen reageren). De in de conclusie na deskundigenbericht overgelegde waarde-vaststelling (en dus geen taxatie) van de woning uit 2012 kan uiteraard evenmin afdoen aan het deskundigenrapport.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft met de deskundige nog een discussie gevoerd over de huidige marktsituatie ter plaatse, meer specifiek dat kennelijk relatief veel woningen te koop staan. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vindt dat dit een verlagend effect moet hebben op de (getaxeerde) waarde, terwijl de deskundige dat anders ziet. Hij benoemt daarbij onder meer dat een grote belegger een heel complex heeft gekocht dat deze aan het ‘uitponden’ is. Dat verklaart volgens de deskundige waarom er veel appartementen te koop staan, zonder dat dit – volgens de deskundige – een waarde drukkend effect heeft. De deskundige is aldus ingegaan op de opmerking van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en heeft uitgelegd dat en waarom hij daarin geen aanleiding ziet de waarde lager te taxeren. De rechtbank ziet in de opmerkingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarom geen valide reden om af te wijken van het oordeel van de deskundige.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft nog gewezen op het feit dat de vereniging van eigenaars van het appartementencomplex waartoe de woning behoort een hoge schuldenpositie heeft omdat deze een lening van 1 miljoen euro is aangegaan voor vervanging van rookgaskanalen en misschien in de toekomst nog meer moet gaan lenen voor de verduurzaming van (de woningen in) het complex. De deskundige heeft aangegeven dat hem gebleken is dat ook de verenigingen van eigenaars van de in de vergelijking betrokken appartementen met dezelfde omstandigheden kampen en dit dus geen reden is de taxatie aan te passen. Daar gaat de rechtbank van uit. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt weliswaar dat de deskundige zijn toelichting niet verder onderbouwt, maar op de deskundige rust geen bewijslast en de rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van wat hij verklaart.
De slotsom is dat de rechtbank de door de deskundige getaxeerde waarde overneemt. De rechtbank begrijpt dat en waarom [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vindt dat dit te hoog is, maar hetgeen zij daarover heeft aangevoerd biedt – zo is hiervoor overwogen – geen basis om af te wijken van het rapport van de onafhankelijke deskundige.
Verdeling woning
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft opnieuw verzocht om een andere peildatum te hanteren voor de waardering van de woning. De rechtbank verwijst naar overweging 4.12.1 van het vonnis van 20 september 2023, waarbij wordt volhard.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de rechtbank ook gevraagd om terug te komen op het oordeel dat de woning in onbewoonde staat in de verdeling moet worden betrokken. Zij knoopt daarbij aan bij wat zij leest in (de conclusie voor en noot na) het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 1977. Wat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarin leest, kan de rechtbank er echter niet in ontdekken. In de omstandigheid dat de bewoning van de woning door (deelgenoot) [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet is gebaseerd op een eventueel ook aan derden tegen te werpen recht (zoals huur) acht de rechtbank het in lijn met voornoemd arrest niet passend om bij de waardering van het goed in het kader van een verdeling uit te gaan van een bewoonde staat. De rechtbank komt dus niet terug op haar eerdere oordeel.
Partijen zijn het erover eens dat uit de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overgelegde stukken blijkt dat aan haar na het overlijden van erflater een uitkering is gedaan op grond van een overlijdensrisico verzekering. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft onweersproken gesteld dat zij daarvan € 100.000,00 heeft aangewend voor de aflossing van de hypothecaire geldlening op de woning. Gegeven het feit dat de woning deel uitmaakte van de ontbonden huwelijksgemeenschap met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en erflater als deelgenoten, is de rechtbank van oordeel dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij de verdeling recht op vergoeding door de gemeenschap van het bedrag dat zij vanuit haar privé vermogen aan aflossing op de ter verkrijging van de woning aangegane hypothecaire lening heeft besteed.
Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] jegens de gemeenschap ook aanspraak heeft op vergoeding van door haar gemaakte kosten, voor zover het investeringen betreft, is tussen partijen niet in geschil. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] erkent dat de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] opgevoerde kosten voor renovatie van de badkamer
(€ 25.997,09) en aanschaf nieuwe CV-ketel (€ 2.820,00) daarop zien, met dien verstande dat volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet kan worden vastgesteld dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] die kosten uit haar privé vermogen en niet met middelen uit de ontbonden huwelijksgemeenschap heeft betaald. Er is echter geen enkele aanwijzing dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] middelen uit de ontbonden huwelijksgemeenschap heeft verkregen en evenmin is dat eerder aan de orde gesteld. De rechtbank gaat daarom uit van een investering in de woning door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van in totaal (€ 25.997,09 + € 2.820,00 =)
€ 28.817,09.
De rechtbank volgt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in zijn standpunt dat de overigens door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] opgevoerde kosten niet leiden tot een vergoedingsaanspraak omdat deze beweerdelijk gemaakte kosten blijkens de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarbij gegeven omschrijving zien op gebruikerslasten of klein onderhoud (althans kan daaruit niet worden afgeleid dat het om investeringen gaat). Gelet daarop en bij gebreke van een nadere onderbouwing van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op dit punt, kan niet worden vastgesteld dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een vergoedingsrecht toekomt.
Het voorgaande leidt tot de volgende conclusies waar het gaat om de verdeling van de woning. Eerder is al geoordeeld dat verdeling plaatsvindt door toedeling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Gelet op het onder 2.12. en 2.13. overwogene, komt aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een vergoedingsrecht toe van in totaal € 128.817,09. Als dit bedrag in mindering wordt gebracht op de waarde waartegen de woning in de verdeling wordt betrokken, resteert (€ 450.000,00 - € 128.817,09 =) € 321.182,91. Partijen zijn het erover eens dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de resterende hypothecaire schuld verbonden aan de woning alleen draagt en dat dit in de berekening wordt betrokken. Deze schuld bedraagt € 13.894,87. Dit betekent dat de waarde aan de hand waarvan de aanspraak van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moet worden vastgesteld (€ 321.182,91 - € 13.894,87 =) € 307.288,04 is. Het aandeel daarin van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bedraagt 1/4e, dus € 76.822,01. Vanwege de toedeling aan haar van het aandeel van de nalatenschap van erflater in de woning, zal [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dit bedrag aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moeten uitbetalen wegens overbedeling.
Verdeling overigens
Ten aanzien van het banksaldo van € 7.823,86 staat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ‘een evenredige verdeling’ voor. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft geen concreet standpunt ingenomen. Gegeven het feit dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als executeur van de nalatenschap van erflater feitelijk de bankrekening beheert, zal de rechtbank het saldo aan haar toedelen, onder de verplichting om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vanwege overbedeling (€ 7.823,86 : 2 =) € 3.911,93 te betalen.
Voor wat betreft de roerende zaken (inclusief sieraden) heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verwezen naar haar productie 11, zijnde een e-mail met bijlage. In de bijlage (hierna: ‘het overzicht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ’) zijn alle tot de nalatenschap van erflater behorende roerende zaken opgesomd. In de dagvaarding heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder randnummer 2.12. aangegeven welke zaken daarvan aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zouden moeten worden toegedeeld. Deze opsomming begint met ‘Urn van de moeder van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ’ en eindigt met ‘Geplastificeerde catalogus Gaeton Pesce’. De overige zaken zouden aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] moeten worden toegedeeld.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in reactie daarop aangegeven dat hij ook de toedeling van de verzameling comics en strips wenst, onder de voorwaarde dat deze verzameling nog in goede conditie is. De waarde daarvan zou aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door een taxateur kunnen worden bepaald, wat ook zou gelden voor de sieraden van de moeder van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , de horloges van zijn opa(‘s) en de overigens onder 2.12. van de dagvaarding genoemde zaken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geeft verder aan dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ‘de resterende inboedel’ zelf mag houden en dat hij aanspraak maakt op de helft van de waarde van het schilderij van Hans Keuks, ‘mocht [dat] nog een getaxeerde waarde hebben’.
De rechtbank zal de zaken die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in randnummer 2.12. van de dagvaarding vermeldde als aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toe te delen, aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toedelen, nu dit voorstel kennelijk door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is aanvaard. Daaronder vallen de stripboeken en comics. Voorbij wordt gegaan aan het voorbehoud van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] over de conditie hiervan. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wil ze kennelijk hebben en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet en dat is voldoende reden voor toedeling aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
Toedeling zal plaatvinden tegen de in het overzicht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vermelde waardes (vermeld op de twaalfde pagina van de ongenummerde lijst), die door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet zijn betwist. De opmerking dat de waarde van sommige zaken door een taxateur kan worden bepaald, is geen betwisting.
Waar in de lijst van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen waarde is vermeld, zal de betreffende zaak tegen nihil worden toegedeeld. De iPhone 4, die is gewaardeerd op een bedrag tussen € 100,00 en
€ 200,00, zal voor € 150,00 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden toegedeeld. De stripboeken en comics zullen tegen de opgegeven waarde aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden toegedeeld. De conditie daarvan zal invloed kunnen hebben op deze waarde, maar het had op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gelegen om, eventueel na zich daarin te hebben verdiept, een concreet standpunt in te nemen over de conditie en de waarde van stripboeken en comics. Dat deed hij niet, terwijl [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een gespecificeerde opgave heeft gedaan van alle exemplaren en de daaraan gekoppelde waarde aan de hand van het aanbod op ebay.com en catawiki.nl.
De aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aldus tegen een waarde van anders dan nihil toe te delen zaken zijn:
- zakhorloges van de opa’s (3) tegen een waarde van € 150,00,
- comics en strips tegen een waarde van € 3.300,00,
- iPhone 4 tegen een waarde van € 150,00
- iPad 3 tegen een waarde van € 200,00
- iMac tegen een waarde van € 1.100,00.
De totale waarde van de aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toe te delen zaken bedraagt dus € 4.900,00, zodat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter zake in verband met overbedeling € 2.450,00 zal moeten betalen.
De overige roerende zaken zullen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] worden toegedeeld, eveneens tegen de in het overzicht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vermelde waarde. De enige zaak waaraan een waarde is gekoppeld, is het schilderij van Hans Keuks. Deze wordt toegedeeld aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tegen die waarde (€ 3.000,00). Dat die waarde niet zou kloppen, is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet gesteld laat staan onderbouwd. In verband met de toedeling aan haar van de onroerende zaken, zal [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dus € 1.500,00 aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moeten betalen in verband met overbedeling.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deelt mee dat, indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de aan hem toegedeelde zaken niet binnen drie weken na vonnisdatum ophaalt, hij zijn recht op die zaken verbeurt en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gerechtigd is de zaken aan zichzelf toe te delen. Deze opmerking is rechtens onjuist en zal daarom geen onderdeel worden van de verdelingsbeslissing.
Ten aanzien van de tegoedbon kunstuitleen met een waarde van € 1.242,50 hebben partijen geen expliciet standpunt ingenomen over de wijze van verdeling. Uit de toelichting in de lijst van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] leidt de rechtbank af dat dit tegoed gedeeld kan worden. De rechtbank zal daarom bepalen dat aan ieder de helft van het tegoed toekomt.
Proceskosten
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Ieder van partijen heeft al de helft van de kosten voor de deskundige betaald.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aangevoerd dat een jegens haar uit te spreken veroordeling tot betaling, niet uitvoerbaar bij voorraad dient te worden verklaard omdat dat niet zou passen bij aard van de procedure en gezien het restitutierisico. De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat een veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Een afweging van belangen kan dat anders maken en daar doelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kennelijk op. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft echter terecht aangevoerd dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet toelicht waarom de aard van de procedure zich tegen uitvoerbaarheid verzet of dat er een restitutierisico is. Dit spreekt ook niet vanzelf. Aan de stelling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wordt daarom als onvoldoende onderbouwd voorbij gegaan.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie en reconventie
stelt de verdeling van de nalatenschap van [erflater] , overleden op [overlijdensdatum] 2015, vast als volgt:
Woning
deelt het aandeel in het recht van erfpacht op het appartementsrecht recht gevend op het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] te [plaats] toe aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wegens overbedeling als gevolg van de onder 3.1.1. vermelde toedeling tot betaling aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van € 76.822,01,
Banksaldo
deelt het banksaldo toe aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wegens overbedeling als gevolg van de onder 3.1.3. vermelde toedeling tot betaling aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van € 3.911,93,
Roerende zaken
deelt de onder randnummer 2.12. van de dagvaarding vermelde roerende zaken toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wegens overbedeling als gevolg van de onder 3.1.5. vermelde toedeling tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 2.450,00,
deelt de roerende zaken die niet aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn toegedeeld toe aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wegens overbedeling als gevolg van de onder 3.1.7. vermelde toedeling tot betaling aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van € 1.500,00,
Tegoedbon kunstuitleen
bepaalt dat aan ieder van partijen de helft toekomt van de waarde van de tegoedbon kunstuitleen,
Overig
bepaalt dat partijen elk gehouden zijn om de helft van de kosten, verbonden aan de uitvoering van deze verdeling, te voldoen,
verstaat dat partijen hun medewerking zullen verlenen aan de levering van de in de verdeling betrokken goederen,
verklaart de onderdelen 3.1. tot en met 3.1.10. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op
16 april 2025.